Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor mei, 2007

Laat hen allen één zijn

maandag, 21 mei, 2007

Johannes 17:20-26

De machtstrijd die je overal op alle terreinen in de samenleving kunt zien zou je niet in de christelijke kerk moeten tegenkomen. Toch is die er al bijna vanaf het begin. Eerst ging het nog om het gelijk en om het uitfilteren van opvattingen die meegenomen werden uit de Heidense cultuur en die te handig waren om los te laten. We zagen daar gisteren nog een voorbeeld van toen we lazen over de strijd tussen God en de Duivel. De vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling hebben zich daar laten verleiden gebruik te maken van Heidens taalgebruik dat niet afkomstig is uit het verhaal van Israel of Jezus van Nazareth. Maar om aan ons Heidenen iets uit dat verhaal duidelijk te maken ontkom je daar niet altijd aan. Het heeft door de eeuwen heen vele misverstanden opgeleverd en tot vele ruzies geleid. Erger wordt het natuurlijk als het gaat om de vraag wie er in de kerk de baas is. Als voorgeschreven wordt hoe mensen moeten leven en als mensen, die elkaar geen kwaad doen, maar niet precies volgens de regels van de kerkleiding leven, buiten de kerk worden gezet. In het verleden werden christenen zelfs door christenen gedood, verminkt, verbannen. Het verzet er tegen speelde een belangrijke rol bij het ontstaan van ons land. Ook sinds de reformatie hebben christenen de eenheid niet weten te bewaren. Telkens laaien conflicten opnieuw op en tot in de kleinste kerkgenootschappen toe ontstaan scheuren. De eenheid tussen Hervormden, Gereformeerden en Lutheranen van een paar jaar geleden is dan ook een wonder. Een open kerk waar mensen met vele achtergronden en opvattingen elkaar vasthouden rond het woord van God. Het heeft de waardering voor geloof en christendom veranderd. Meer en meer mensen staan neutraal en niet meer afwijzend. Juist door het vermogen het verhaal van Jezus van Nazareth op vele manieren, voor veel soorten mensen, te vertellen stijgt de waardering voor dat wonderlijke verhaal. Daarbij komt dat je mensen uit de kerken nog altijd daar vindt in de samenleving waar de nood het hoogste is. Bij asielzoekers die tussen onze bureaucratische molens vermalen werden, bij de armen uit onze eigen samenleving, in de zorg voor de arme delen van de wereld, de strijd voor eerlijke handelsverhoudingen, op bezoek bij de gevangenen, voedsel en kleding verzamelend voor slachtoffers van rampen, troost biedend aan slachtoffers van geweld, roepend om recht en gerechtigheid. Bij die beweging kun je je elke dag aansluiten, daarvoor hoef je niet per se lid van een kerk te zijn.
 

Opdat de Schrift in vervulling ging

zondag, 20 mei, 2007

Johannes 17:9-19

De zondag van vandaag heeft in het kerkelijk jaar een bijnaam, het is de wezenzondag. Niet omdat er op deze zondag extra aan de wezen wordt gedacht maar omdat in het kerkelijk jaar de volgelingen van Jezus van Nazareth in het verhaal juist op deze zondag als wezen zijn achtergebleven. Zeg nu zelf, Jezus van Nazareth is opgenomen bij God en de uitstorting van de Geest vieren we pas volgende week. Op deze zondag zouden de volgelingen van Jezus van Nazareth in de Tempel bij elkaar zitten om lofliederen te zingen, of in een huis bij elkaar zitten om te bidden. Nu zo’n gebed lezen we vandaag. Het afscheidsgebed van Jezus van Nazareth. Daar waarin hij vraagt om bescherming tegen het boze. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt met de duivel, maar ja, we geloven nu eenmaal in God en niet in de duivel en in andere vertalingen komen we steeds de vertaling het boze tegen. Die tegenstelling tussen God en de Duivel komt eigenlijk uit een Perzische godsdienst die helemaal gebaseerd was op een voortdurende strijd tussen de goede God en de kwade Duivel. Die strijd is de Bijbel vreemd. God is van begin af de sterkste en is de Heer, de enige Heer, van hemel en aarde. Daarom is gehoorzaamheid leven in God en ongehoorzaamheid  goddeloos leven. Wat de volgelingen van Jezus van Nazareth bijzonder maakt is dat zij niet met elkaar omgaan zoals in de wereld met elkaar wordt omgegaan. Er is geen heerser, want God is immers Heer, er is geen naijver, geen jaloezie, geen concurentie. Het enige dat telt is het brengen van de boodschap van bevrijding. Iedereen mag meedoen, iedereen hoort er bij en zo begint een nieuw soort koninkrijk. Natuurlijk ligt het gevaar van macht en winst op de loer. De goden die wij tegenwoordig zo goed kennen zijn ook de kerken binnengeslopen. Als de Paus in Latijns Amerika is dan lijkt de gehoorzaamheid aan de kerk belangrijker dan eerlijk delen met de armen, iedereen mag meedoen, maar wel tot zover de kerk het toelaat. Hoe anders bij Jezus van Nazareth. Daar is de gemeenschap heilig, ofwel één en heel, daar is geen boven en geen beneden, niemand die zich beter acht dan een ander. Daar heerst de liefde voor elkaar. Zo leven is het ook als wezen uit te houden en als de Geest, die Jezus van Nazareth dreef, losbarst in ons, berg je dan maar, dan wordt dat naar de hele bewoonde wereld gebracht. Precies zoals het in het verhaal van Israel was verteld.
 

Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen.

zaterdag, 19 mei, 2007

Johannes 17:1b-8

Door de term “het eeuwige leven” te benadrukken suggereren veel predikers dat het leven zoals wij dat kennen na de dood zou doorgaan. Volgens Johannes, in dit gedeelte wel heel duidelijk, gaat het bij het eeuwige leven niet om een leven na de dood maar om leven alsof je eeuwig leeft. Jezus van Nazareth heeft laten zien dat de liefde zoals die van God komt en doorgegeven kan worden als onvoorwaardelijke en onophoudelijke liefde voor de naaste ook door de dood heen blijft gaan. Nu hij zijn volgelingen dat heeft doorgegeven en daarmee de band tussen God en elk van hen tot stand heeft gebracht kan hij opgenomen worden tot de Vader. De adem van God keert weer tot waar die vandaan kwam toen de mens werd geschapen staat er in het begin van de Bijbel. Op dit manier werden wij reeds gekend voordat wij werden geboren en al het goede dat we doen kregen we van de Algoede, van God, al het kwade dat wij doen doen wij zonder God, goddeloos dus. Waarom hebben wij die God dan nodig wordt er vaak gevraagd. We kunnen het goede toch ook doen zonder die God? Of dat echt kan weten we niet. Machtigen en rijken doen het in elk geval niet uit zichzelf. Rijken willen rijker worden, als het moet  ten koste van de armen, en machtigen willen machtiger worden omwille van de macht zelf. Democratie wordt zelfs een georganiseerd wantrouwen genoemd omdat je machthebbers nu eenmaal nooit blijvend kunt vertrouwen. Kennelijk hebben we een stem nodig die ons tegenspreekt. Een stem die ons dag in dag uit wijst op de weg van de Liefde die wij hebben te gaan. Een weg die we elke dag opnieuw moeten inslaan, ja zelfs vele malen per dag moeten we de afslag naar die weg opnieuw nemen. En niet alleen ieder van ons moet die weg nemen maar we moeten er ook nog voor zorgen dat we allemaal die weg van de onvoorwaardelijke liefde nemen. Daar gaat het verhaal van Israel en daar gaat het verhaal van Jezus van Nazareth over. Dat Jezus naar de hemel is gegaan, of terug naar God zoals het hier staat, maakt dus niet dat het ver weg is komen te liggen, maar het is nu voor ons zelf. Het verhaal is verteld, het leven voorgeleefd, de liefde betracht tot door de dood heen, en nu kunnen we het zelf. Zonder angst, niet voor de machtigen en rijken, niet voor vreemdelingen, zeker niet voor spoken of kwade machten. Want niets kan ons deren op de Weg van Jezus van Nazareth, niets houdt ons tegen en niets houd die weg tegen de afgelopen eeuwen, sinds het begin van de aarde.

 

 

In het land van de levenden

vrijdag, 18 mei, 2007

Psalm 27

Vandaag mogen we weer zingen. En we zingen één van die lofzangen die de leerlingen gezongen zouden kunnen hebben toen ze vol vreugde naar Jeruzalem waren teruggekeerd nadat Jezus van Nazareth was opgenomen. De meeste mensen in Nederland hebben vandaag een vrije dag genomen dus er is alle reden om te zingen. Als je op de bouwmarkten moet afgaan is heel Nederland aan het klussen, alle schade van de afgelopen winter aan het huis weer herstellen en het binnen klaarmaken voor de zomer. Wij zingen een Psalm van David mee. De Heilige Tent heeft hem er kennelijk toe gebracht zich te beseffen dat hij geen enkele angst meer hoeft te hebben voor zijn vijanden. Als hij doet wat er in de Wet staat die in die Heilige Tent wordt bewaard, zorgen voor de armen, de zieken, de zwakken, de weduwen en de wees, als koning recht en gerechtigheid betrachten, dan is er in het land niets aan de hand. Het is niet om straks na de dood in een eventuele hemel al dat geluk te verdienen maar het gaat er om hier en nu dat geluk te verwerven, in het land van de levenden. Bijgelovige Christenen spreken dezer dagen nog al eens over de hemel, en of je wel geloofd dat je daar terecht komt. Het enige wat de Bijbel er over zegt is dat het leven een einde kent, de adem van God komt en na het einde weer naar God terugkeert. Hoe, wat en waar staat er niet bij en soms lijkt het wel of het ook helemaal niet belangrijk is. Wat belangrijk is is hoe het met levende mensen gaat. Met Pasen klonk dat al toen aan de vrouwen bij het graf werd gevraagd wat ze kwamen doen, de levenden soms zoeken bij de doden ? Het heeft geen zin. Ons gaat het om de levenden, de armen in Darfur, de hongerenden in Somalië, de zieken in Zuid-Afrika, de kinderen met Aids, de gevangenen in China en Birma, de kinderarbeiders in India en Indonesië, en al die andere broeders en zusters van ons, veraf en dichtbij, die worden uitgebuit, uitgehongerd, geknecht en vernederd en beroofd van de meest elementaire mensenrechten. Dat is het land van de levenden waarin wij leven en waar wij een klein stukje van wat we verstaan onder hemel op die aarde zouden moeten kunnen laten zien. Ook als we een dag vrij zijn van arbeidsverplichtingen zouden we daaraan mee kunnen werken. In Wereldwinkels, met Fair Trade, met FSC hout en met datgene wat ons beschikbaar staat.

 

Terwijl hij hen zegende

donderdag, 17 mei, 2007

Lucas 24:36-53

Vandaag is het dus Hemelvaart dag. En we lezen het verhaal uit het Evangelie van Lucas dat gaat over het verhaal van wat we zijn gaan noemen de Hemelvaart. Er zijn nog wel een paar van die verhalen in de Bijbel maar vandaag houden we het bij het verhaal van Lucas. Al die verhalen zijn een klein  beetje anders. Als we alleen het verhaal van Lucas hadden dan had het nooit Hemelvaart geheten want Lucas heeft het niet over naar de hemel varen maar over het worden opgenomen. Dat is nog een heel verschil. Probleem voor ons is natuurlijk dat we de ruimtevaart hebben gekregen. Wij kunnen achter de wolken kijken. Toen dat nog niet kon was het gemakkelijk je voor te stellen dat er achter die wolken overdag en achter die sterren in de nacht nog wat was. Nog steeds praten we over de wolken die boven de aarde zijn. In de ruimtevaart hangt het er af vanwaar je dat bolletje bekijkt om te zeggen dat de wolken boven een deel van de aarde zijn of daarbeneden. Maar de Bijbel is geen boek over ruimtevaart of over hoe de kosmos in elkaar zit. De Bijbel is een boek dat gaat over geloof in mensen. Over een God die geloofde dat mensen konden doen waarvoor ze bestemd waren, elkaar liefhebben zelfs door de dood heen. En die God gaat elke verbeelding en voorstelling te boven. Over Jezus van Nazareth die geloofde dat die God gelijk had en dat zijn leerlingen dat konden ook nadat hijzelf er niet meer bij zou zijn. Je naaste liefhebben als jezelf en daarvan de hele wereld van overtuigen zou niet gemakkelijk zijn. Dat zou niet vanzelf gaan, maar het kon, door de dood heen. En daarom kon hij zijn leerlingen het goede meegeven, hen vertellen dat ze tot het goede bestemd waren, want dat is zegenen en terwijl hij dat deed werd hij bij God opgenomen en gingen de leerlingen naar de Tempel waar nog de Wet van de Liefde werd bewaard. In al die verhalen rond de Wet van de Liefde, de boeken van Mozes, de boeken van de Profeten, de Psalmen, stond uiteindelijk dat die Liefde voor de hele wereld mogelijk zou zijn. Daarom zou deze dag eigenlijk veel beter Zegeningsdag heten, de dag waarop wij ons kunnen laten zegenen teneinde het goede en niet dan het goede te doen. We zijn 40 dagen na Pasen, tijd genoeg om het nieuwe leven ervaren te hebben. We hebben gelezen dat we geen spoken zien, maar echt kunnen beginnen, je naaste liefhebben, samen eten met vreemdelingen, eerlijke handelsverhoudingen scheppen, vrede brengen. Het wordt de Hemel op aarde, daarom moeten wij misschien vandaag beginnen ten hemel te varen.
 

Naties legde hij aan onze voeten

woensdag, 16 mei, 2007

Psalm 47

Morgen hebben we een vrije dag en vandaag mogen we alvast een loflied zingen. Waarom we morgen een vrije dag hebben weten nog maar weinig mensen. Het is een Algemeen erkende Christelijke Feestdag, maar in heel veel Christelijke kerken blijven morgen de deuren dicht en is er geen helderheid over deze feestdag te krijgen. We zullen het er hier dus morgen over hebben. Maar vandaag zingen we. Een psalm van de Korachieten. Dat waren dienaren van de Tempel en zij hadden als bijzondere taak de drempels, ofwel de ingang, van de Tempel te bewaken. zij maakten dus uit wie er wel en wie er niet de Tempel in Jeruzalem binnen mocht. Ze hadden die taak overigens al sinds het volk door de woestijn trok en de Heilige Tent had gebouwd om de Wet van de Woestijn te bewaren. In deze psalm zingen ze dat iedereen van de hele wereld welkom is. De vorsten van alle volken zijn immers bijeen in het gevolg van Abraham en de kinderen van Abraham vormen het volk Israel dat de Tempel als centraal heiligdom heeft. Het is daarmee een psalm die ongetwijfeld een rol heeft gespeeld in de discussie onder de volgelingen van Jezus van Nazareth na Pinksteren. We hebben hier de afgelopen tijd gelezen dat al heel snel Grieken, Samaritanen en Romeinse bezetters bij de nieuwe beweging werden betrokken en dat dat nogal veel onrust veroorzaakte. We zagen dat Barnabas naar Antiochië werd gestuurd omdat daar alle deuren werden open gezet en de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd. Christenen hebben geleerd, en de Joden wisten het altijd al, dat alle volken van de wereld onder de heerschappij van God, onder de macht van Liefde, zijn gesteld. Alle mensen zijn zusters en broeders, alle mensen horen bij elkaar. De ziekelijke vreemdelingenvrees van bijvoorbeeld het Tweede Kamerlid Fritsma van de Partij van Vrijheid zonder Democratie is dan ook verre van Christelijk en verdient een voortdurende veroordeling vanuit de verkondiging van die goede boodschap van Jezus van Nazareth. Juist als we samen een samenleving willen en durven vormen, als we echt durven en willen delen met anderen hoe vreemd aan ons ook, dan gaat de wet van de liefde werken en hoeven we niet meer bang te zijn voor geweld en onderdrukking. Wij mogen beginnen, zoals de kinderen van Korach ons leren, wij hoeven niet te wachten op anderen. God heerst, God lof.

 

 

Ik was blind en nu kan ik zien

dinsdag, 15 mei, 2007

Johannes 9:24-38

Als je eenmaal de baas bent is het pijnlijk mensen te ontmoeten die het schijnbaar, of blijkbaar, beter weten dan jij. In het verhaal dat we dezer dagen lezen uit het Evangelie van Johannes horen we dat ook weer terug. De mensen die de baas waren in de synagogen konden het niet hebben dat er een Jezus van Nazareth was die het zondige karakter van een blinde bedelaar ging ontkennen en de man weer in staat stelde een plaats in de gemeenschap in te nemen. Als armen, zieken en zwakken immers niet zondig zijn, niet zelf schuld hebben aan hun ellendige situatie, dan moet je wat aan hun situatie doen. Als ze er zelf schuld aan hebben kun je ze rustig in hun ellendige situatie laten zitten, ze hebben er immers om gevraagd. Jezus van Nazareth laat in dit verhaal zien dat als je als mens, als Mensenzoon, een hand uitsteekt en iemand weer een eigen plaats geeft je niet meer over schuld en boete hoeft te praten maar de liefde, God dus, alle eer kunt geven. Pas door onvoorwaardelijke liefde kunnen mensen mee gaan doen en worden mensen bevrijdt van de ellende. Bazen moeten dan dienaren worden, dat is soms moeilijk. Zelfs voor hulpverleners is dat moeilijk. Gisteren bleek dat ondanks de vele extra middelen die beschikbaar waren gesteld door de vorige regering de wachtlijsten bij de jeugdzorg explosief gestegen zijn. De rechtbank in Breda sprak in dat verband over het Samantha syndroom. Dat meisje werd doodgeslagen ondanks het feit dat ze onder toezicht stond van Jeugdzorg. Nu verkrampt iedereen die met kinderbescherming en jeugdzorg te maken heeft zo ernstig dat er alleen maar meer werk en dus minder hulpverlening mogelijk is. Rond Samantha was men doof voor signalen van school, huisarts, jeugdzorg en buren. Nu heeft men voor iedereen de oren gesloten en roept de Nationale Ombudsman op internet op om klachten in te dienen. Kinderen en hun ouders worden ondertussen vermalen onder de onmacht van de instellingen. Een hand uitsteken en blinden weer ziende maken mag dan niet. We staan er bij en lijken er machteloos bij te moeten blijven staan. Maar er is niet voor niets een nieuwe regering. Er zijn niet voor niets duizenden vrijwilligers ook vanuit de kerken die de armen en zwakken, ook de kinderen, in onze samenleving een hand toesteken. Misschien moeten er wat meer mensen bereid zijn daar ook stem aan te geven. We zijn toch net als de Mensenzoon, mensenkinderen, en het gaat om mensenkinderen.

 

Dat weten we zeker.

maandag, 14 mei, 2007

Johannes 9:13-23

Volgens de wetten van Mozes moesten de priesters vast stellen of iemand echt genezen was en weer als volwaardig lid van de gemeenschap in de samenleving kon worden opgenomen. Nu is het evangelie van Johannes geschreven na de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem en waren de Priesters dus niet zomaar meer bereikbaar. De plaats van Tempel was echter langzamerhand overgenomen door de Synagogen, daar kwam men bijeen om de wetten van Mozes, de Wet van de Woestijn, te bestuderen en er de richtlijnen uit te halen voor het leven van alle dag. Ook Jezus was vaak naar de Synagogen geweest om uit de Joodse Bijbel te lezen en te onderwijzen. De beweging van de Farizeeën hield zich daar bij uitstek mee bezig en zij hadden ook de Synagogen gesticht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus vaak in discussie was met de Farizeeën. Juist in die discussies ontdekte men de waarheid en een uitgangspunt van de Farizeeën was dat elke doordachte interpretatie van de Schrift als juist moest worden aangenomen. Toen echter in de loop van de eerste eeuw de volgelingen van Jezus van Nazareth steeds meer Heidenen in hun beweging opnamen kregen ze te maken met een groeiende weerstand van de Farizeeën. Die immers waren er op uit om het oorspronkelijke geloof zuiver te houden en elke vermenging met het heidendom zou uiteindelijk tot het verdwijnen van dat geloof leiden. De reactie zoals die in dit verhaal is geschilderd is daarom zeer legitiem, maar de discussie leidt af van het oorspronkelijke uitgangspunt. Dat was dat de grote daden van God, dat wat voortgebracht wordt door onuitputtelijke liefde, groot gemaakt en verheerlijkt zouden worden. Deze week staan ons ook dergelijke discussies te wachten. Dan gaat het niet meer over de vraag of mensen door het leven en sterven van Jezus bevrijdt zijn van angst en onderdrukking maar of die hemel waar over gesproken wordt eigenlijk wel bestaat en waar die dan wel niet is. In het verhaal over de grote daden van God en de onuitputtelijke liefde gaat het echter om de mensen die weer een toekomst gaan zien, die weer als zelfstandige mensen mee mogen gaan doen aan onze samenleving en niet als bedelaars langs de kant hoeven blijven te zitten. Laten we ons daarom voornemen deze week niet mee te doen aan discussies over de hemel maar met beide voeten op de aarde blijven staan en de mensen het goede nieuws vertellen dat ze bevrijdt zijn van de onderdrukkers.

 

Ik ben het echt

zondag, 13 mei, 2007

Johannes 9:1-12

Vandaag is het moederdag en we lezen een verhaal over moederlijke zorg. Want dat is het toch. Het beeld van de moeder die een wond of zere plek van een kind kust en daarmee de pijn geneest kennen we allemaal. Het helpt echt. Of dan het verhaal van de blinde man en het bronnenbad er bij past is natuurlijk maar de vraag. Jezus helpt de man als antwoord op de vraag of de man blind is door de fouten van zijn ouders of door zijn eigen fouten. Een dergelijke discussie kennen wij natuurlijk ook wel. Zijn ze in Afrika arm door de gouden bedden van hun dictators of werken ze gewoon niet hard genoeg. Het antwoord van Jezus is dat de werken van God, het resultaat van de Liefde in de man duidelijk moet worden. Wellicht dat het antwoord van ons op die discussie over de armoede in Afrika zou moeten zijn dat aan de armoede in Afrika tenminste duidelijk kan worden hoeveel goede mensen er in het rijke westen wonen. Want de inzet om de armoede en de honger in streken als Darfur en Tjaad te bestrijden wordt toch bepaald door het mede leven dat hier wordt betoond. De blinde bedelaar uit het verhaal van Johannes had misschien niet eens een echte andere keuze dan blinde bedelaar te zijn. Pas toen hij was gewassen zag hij weer in welke wereld hij leefde en werd hij opgenomen in een gemeenschap die hem al die jaren langs de kant van de weg had laten zitten. De persoonlijke inzet van Jezus en zijn eigen handelen hadden hem genezen. Afrika kan het ook niet zonder. Pas als wij bereid zijn onze handelsvoorwaarden te veranderen en Afrika de kans te geven hun eigen produkten op een eerlijke manier op de wereldmarkt te brengen zal de armoede in Afrika verminderen. Wie voor moeder een echt Christelijk cadeau heeft willen kopen is ongetwijfeld in de Wereldwinkel geweest en heeft daar tal van producten gezien die een aanzet zijn voor een eerlijke handel en opheffing van de armoede. Fair Trade winkels en wereldwinkels zijn hier vaak nog afhankelijk van vrijwilligers om de prijzen in overeenstemming te houden met wat wij gewend zijn. Die prijzen zouden bij de grenzen niet zo oneerlijk moeten worden beïnvloed. Maar net als moeders die een kusje hebben om pijnlijke wonden te genezen en Jezus van Nazareth die modder maakte om een blinde te genezen, hebben wij onze stem en invloed om de handelsverhoudingen te veranderen. We moesten misschien vandaag op moederdag onze moederlijke regering toch eens vragen om die eerlijkheid op te brengen.

 

Elk op de juiste tijd.

zaterdag, 12 mei, 2007

Joël 2:18-27

De boeren zullen wel blij zijn met deze passage uit Joël. Dat over die regen die op de juiste tijd en in de juiste hoeveelheid komt. Boeren in Nederland weten al eeuwen dat je daar pas van kunt profiteren als je nauw samenwerkt. De Waterhuishouding is pas een succes als de boeren dat samen regelen en niet ieder voor zich. Als het ieder voor zich zou zijn zou in ons land de een te veel hebben en de ander te weinig en niemand genoeg om een overvloedig gewas te telen of gezond vee te kunnen houden. En daar gaat het in dit stuk over. De manier waarop God, de God van Israel wel te verstaan, mensen op de aarde gezet heeft is de manier waarop de bomen volop vrucht kunnen dragen, de woestijn bekleed wordt met een kleed van groen en vijgenboom en wijnstok hun rijkdom kunnen geven. Dat kan pas als er samengewerkt en samen gedeeld wordt. Joël had niet voor niets het volk opgeroepen om samen te komen bij de Tempel. Daar lag de oorsprong van die samenwerking, de herinnering aan de ontdekking in de Woestijn dat je alleen kunt overleven als je echt voor elkaar door het vuur durft te gaan, als je alles voor elkaar over hebt, als je je naaste liefhebt als jezelf. Onze waterschappen zijn daar nog maar een vage herinnering aan. De tijd dat we op terpen leefden in kleine dorpen en dat het tijd werd om samen dijken aan te leggen en te beheren ligt zo ver achter ons dat nut en noodzaak van die waterschappen bijna vergeten zijn. Zo ging het in de geschiedenis van Israel ook steeds. Dan moesten er weer mensen opstaan om het volk op te roepen toch hun oorsprong niet te vergeten en zich te herinneren waar ook al weer hun overleving lag. In de tijd van Joël zijn het de sprinkhanen die met hun gevreet het volk bij de les houden. In onze tijd is het misschien de klimaatverandering die ons leert dat we er niet op los kunnen leven en alles maar op kunnen maken wat de aarde biedt maar dat we samen moeten delen en in goede tijden moeten sparen voor de kwade dagen die altijd op ons liggen te wachten. Het toverwoord van deze dagen is duurzaam, we moeten duurzaam willen leven, alsof we dijken moeten bouwen voor de eeuwigheid. Zo bouwden de boeren van weleer hun terpen en dijken. Nu zijn het monumenten maar ook lessen uit het verleden voor de toekomst. Wie vandaag op de nationale molendag over die dijken fietst moet zich maar eens realiseren dat alleen door samen te werken, samen te leven maar vooral door samen te delen het leven achter de dijken mogelijk is.