Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor april, 2015

Knielen voor wat je zelf hebt gemaakt

maandag, 20 april, 2015

Micha 4:9-14

9 Waarom schreeuw je nu? Heb je dan geen koning meer, of is je raadgever verdwenen, dat je ineenkrimpt van pijn, als in barensnood? 10 Krimp ineen en schreeuw het uit, vrouwe Sion, krimp ineen als een vrouw die baren moet. Je zult de stad moeten verlaten en gaan leven op het veld. Je zult naar Babel gaan, en daar zul je worden bevrijd, uit de handen van je vijanden worden vrijgekocht door de HEER. 11 Nu lopen vele volken tegen je te hoop, ze zeggen: ‘Laat Sion maar worden ontwijd, wij zullen ervan genieten!’ 12 Maar ze weten niet wat de HEER met ze voorheeft, ze hebben geen inzicht in zijn besluit: dat hij ze verzameld heeft als graan op de dorsvloer. 13 Vrouwe Sion, dors hen. Ik geef je een horen van ijzer en hoeven van brons, je zult die volken vertrappen. Wat ze hebben buitgemaakt zal voor de HEER zijn, aan de Heer van de hele aarde komt hun vermogen toe. 14 Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open; onze muren worden belegerd, en hij die Israël leiden moet wordt met een staf in het gezicht geslagen.(NBV)

De kritiek op de afgodendienst in de Bijbel concentreert zich voortdurend op een paar elementen. Vruchtbaarheidsgoden dienen is onvruchtbaar en knielen voor wat je zelf hebt gemaakt is dwaas. Juist in deze tijd is het knielen voor wat we zelf maken weer helemaal in de mode. Veel artiesten worden tegenwoordig aanbeden. Eerst worden er competities georganiseerd om er een Idool uit te kiezen, idool betekent zelfgemaakte godheid, vervolgens duiken die overal op om aanbeden te worden. Bij de concerten geldt dan ook weer de wet van groot-groter-grootst tot tien-duizenden in aanbidding in een voetbalstadion zitten om de zelfgemaakte godheid te aanbidden. Zo behandelen we koningshuizen die we voortdurend zouden mogen aan-gapen en waarvan we elk detail zouden moeten mogen weten omdat we nu eenmaal geacht worden die koningen en koninginnen inclusief de bijbehorende prinsen, prinsessen, graven en gravinnen te aanbidden.

Langzaamaan gaat onze samenleving geheel draaien om dit soort zelfgemaakte goden en godinnen. Elke dag zijn er speciale televisieprogramma’s om verslag te doen van onze moderne goden. Geen pijntje, geen misstap, geen goddelijk optreden wordt ons bespaard. Als het dan Oudjaar wordt komen de narren voorbij om nog een keer de spot met de goden en godinnen te drijven zodat ze nog eerbiedwaardiger worden. Want met ons wordt immers nooit in het openbaar de spot gedreven. Speciale krantenrubrieken en TV programma’s zorgen door het jaar heen dat we dag in dag uit in de gelegenheid blijven onze bewondering voor de zelfgemaakte goden te ontwikkelen. Week in week uit verschijnen er speciale tijdschriften die zelfs volgens de oeroude afgodentraditie de waarheid aanpassen de aan de noodzaak bewondering en aanbidding te vergroten.

In die tijdschriften zijn ook de goede en de kwade goden te vinden en net als bij de oude Grieken en Romeinen vallen er van tijd goden en godinnen ten prooi aan hun eigen succes. De God van Micha vraagt ondertussen een heel ander soort aanbidding. Die God heeft een naam als een belofte, die God zal er zijn, daar hoort geen beeld bij want telkens heb je zo’n God op een andere manier nodig. Die God is te zien in de ogen van de armen, in het gezicht van de lijdende. Voor die armen zorgen, die bevrijden, je zelf daarvoor opofferen is het hoogste dat die God vraagt. En die God zal wraak nemen op alle volken die daar niet naar luisteren. Daar zijn geen occulte of paranormale godendienaren voor nodig. De magische voorspellers, de sprekers en spreeksters met de doden, de instraalsters worden in de dienst van de God van Micha ontmaskert. We moeten het zonder al die goden en godinnen doen en dat moet heel wat vruchtbaarder zijn.

Zij zullen veilig wonen

zondag, 19 april, 2015

Micha 4:1-8

1 ¶ Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Volken zullen daar samenstromen, 2 machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER. 3 Hij zal rechtspreken tussen machtige volken, over grote en verre naties een oordeel vellen. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is. 4 Ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt, want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken. 5 Laat andere volken hun eigen goden volgen-wij vertrouwen op de naam van de HEER, onze God, voor eeuwig en altijd. 6 Als die tijd gekomen is-spreekt de HEER zal ik de kreupelen verzamelen, de verstrooiden bijeenbrengen, verenigen wie ik onheil heb gebracht. 7 De kreupelen zal ik sparen, van de verdrevenen maak ik een groot volk, en op de Sion zal de HEER hun koning zijn, van nu tot in eeuwigheid. 8 ¶ En jij, wachttoren over de kudde, vesting van Sion, jij zult je vroegere heerschappij herkrijgen, aan jou, Jeruzalem, behoort het koningschap toe.(NBV)

Het boek van de profeet Micha is geliefd bij Christenen omdat een kind uit Bethlehem de vrede zou brengen en dan met zeven herders de vijand verslaan. Dat lijkt wel op het kerstverhaal zoals Lucas ons dat vertelt. Nu is dat niet zo heel vreemd want Lucas kende het boek van Micha natuurlijk heel goed. En dat verhaal over een meisje dat een kind durfde krijgen temidden van de meest zwarte dreiging was ook al door Jesaja verteld. Die Jesaja had er trouwens nog een eeuwig misverstand mee geschapen want zijn woord voor meisje kon ook met het oud Hollandse maagd worden vertaald, zoals dienstmeisje ook dienstmaagd kan heten. Dat heeft niks te maken met een meisje dat nog geen omgang met een man had gehad. Sommige kerkleiders hebben daarmee de sex uit het verhaal gehaald denken ze. Het enige dat ze er mee bereiken is dat ze tot in de slaapkamer macht over hun volgelingen kunnen uitoefenen, en dat is nu net wat de Bijbel verbied.

Maar goed, wij lezen de profeet Micha en die heeft het over vertrouwen. Een heel goed teken van vertrouwen is inderdaad de jonge moeder die het aandurft kinderen te krijgen. We hebben een tijd gehad dat ook in ons land de dreiging van een atoomoorlog zo groot was dat mensen het niet meer aandurfden een gezin met kinderen te stichten. Dat is nu minder erg maar in landen waar onderdrukking en armoede heersen geldt het nog steeds. Als vrouwen te veel en te zwaar onder stress gezet worden kan de eisprong zelfs uitblijven en worden ze door de onderdrukking, de armoede of het geweld zelfs onvruchtbaar. Als mensen hun liefde het laten winnen van hun angst dan begint de bevrijding willen Micha en Jesaja zeggen. En dat verhaal wordt later ook op die manier door Lucas verteld. Als er dan ook nog herders zijn die zich druk maken over de bescherming van al die zwakke mensen dan moet het echt wel goed komen.

En herders waren er in Bethlehem. Micha herinnert aan de geschiedenis van David en zijn zeven broers. Uit het kleinste dorpje van de kleinste stam kwam de grootste koning, de eerste koning die Israel aanzien gaf en uiteindelijk na een lange tijd van oorlogen, waarover je in het boek Rechters kunt lezen, ook vrede bracht. Zulke herders heb je nodig. Zulke herders zijn er nog steeds. Jan Pronk was zo’n herder die het heeft geprobeerd in Darfur. Hij wees de internationale gemeenschap de weg. Toen hij uit Sudan werd uitgewezen was dat het signaal om eindelijk een echt mandaat voor een echte vredesmacht te ontwerpen. Voor ons blijft het opletten en stem geven aan de slachtoffers in Zuid Soedan zoals dat inmiddels heet. Van hen moeten we echt nog van kunnen gaan zeggen dat zij veilig zullen wonen. Dat is een belofte die we ze met alle landen van de wereld zullen moeten durven doen. Anders kunnen we straks wel kerst vieren, maar wordt het nooit het kerstfeest waar Micha van droomde en waar Lucas van vertelde, ook voor ons niet.

Een nacht zonder visioenen

zaterdag, 18 april, 2015

Micha 3:5-12

5 Dit zegt de HEER over de profeten die mijn volk misleiden, die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen en die iedereen die hen niet op hun wenken bedient de oorlog verklaren: 6 Voor jullie zal het een nacht zijn zonder visioenen, donker en zonder voorspellingen. Voor die profeten zal de zon ondergaan en zal de dag veranderen in duisternis. 7 De zieners zullen beschaamd staan en de waarzeggers worden te schande gemaakt: ze zullen hun mond gesloten houden, want God geeft geen antwoord. 8 ¶ Ik daarentegen ben vervuld van kracht, ik heb de geest van de HEER, ik ben rechtvaardig en ik heb de moed om aan Jakob zijn wandaden bekend te maken, en aan Israël zijn zonde. 9 Hoor toch wat volgt, leiders van het volk van Jakob en heersers van het volk van Israël, jullie die de gerechtigheid verafschuwen en al wat recht is krom maken, 10 die Sion bouwen op bloed en Jeruzalem op onrecht. 11 De leiders spreken er recht in ruil voor geschenken, de priesters geven onderricht tegen betaling, de profeten voorspellen voor geld, terwijl ze zich op de HEER beroepen en zeggen: ‘De HEER is toch in ons midden? Ons kan geen kwaad overkomen.’ 12 Daarom, door jullie toedoen, zal de Sion als een akker worden omgeploegd, zal Jeruzalem een ruïne worden en de tempelberg een overwoekerde heuvel. (NBV)

Dat krijg je er van als je wel over vrede praat maar oorlog maakt met hen die niet doen wat je zegt, dan gaat het op een nacht zonder visioenen lijken. Dat heb je met leiders van de samenleving die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen, zolang ze de populariteit van het volk er mee kunnen winnen. De zalvende woorden van leiders die goed klinken maar nooit in overeenstemming met hun daden zijn. Waar kennen we dat tegenwoordig nog van? Maar het geld niet alleen voor profeten in Israël. Overal waar mensen hun eigen leven, hun eigen inkomen en bezit, hun eigen cultuur voorop stellen zie je dat het visioen over een vreedzame wereld waar alle tranen gedroogd zijn verdwijnt. Als je het volk voor houdt dat de huidige situatie de beste is, je eigen cultuur uitsteekt boven andere culturen. Als je het volk wijs maakt dat de zorg voor ouderen, zieken en gehandicapten te duur wordt, te veel geld gaan kosten. Dan streeft niemand naar het betere. Dan neemt het aantal zwervers toe. Dan groeit het cliëntenbestand van de voedselbanken.

Micha legt zich niet neer bij de cultuur die er in Israël is geslopen. Hij spreekt zich uit tegen de leiders van het volk die gerechtigheid verafschuwen en al wat recht is krom maken. Wij komen die profeten maar heel weinig tegen en als iemand zich durft uit te spreken dan schepen we die af met een klopje op de schouder en een glimlach. Zoals die dappere vakkenvuller die op de aandeelhoudersvergadering van Albert Heijn de topman voorrekende dat hij 299 jaar zou moeten werken om totaal het salaris van de heer de Boer voor één jaar bij elkaar verdiend te hebben. Als er geen vakken meer gevuld worden dan gaat Albert Heijn over de kop. Als er geen topman is dan zijn er anderen die zijn werk onder elkaar kunnen verdelen. Wat is recht en wat is gerechtigheid. Langzaam komt in ons land een groot deel van de bevolking in verzet tegen de exorbitante zelfverrijkers aan de top van banken en bedrijfsleven. Daarmee kan er wellicht gematigd worden.

Maar we moeten uitkijken. Dat de zelfverrijking aan de top leidt tot corruptie van de laag er onder, zoals Micha ook duidelijk zegt, zien we overal om ons heen. Maar ook het verschil in welvaart tussen landen waar vrede is en landen waar oorlog is wordt steeds groter. De mensen uit de landen met oorlog vluchten dus naar de landen met vrede. En dan niet naar de arme landen met vrede, arme landen die hun eigen bevolking maar net kunnen voeden en waar vrede nog broos en breekbaar is. Wij bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Wij stimuleren bedrijven ook te investeren in landen waar de mensenrechten worden geschonden en waar de winst van die bedrijven niet gedeeld hoeft te worden met de armen in die landen. De richtlijnen voor de menselijke samenleving, samengevat in het “heb uw naaste lief als uzelf” worden vergeten en veracht. De mensen die het er nog over durven te hebben worden uitgelachen. De gemeenschappen waar mensen nog samen willen luisteren naar die richtlijnen en zich er over willen bezinnen worden weggehoond, als eens Jeruzalem waar onkruid het heiligdom gaar overwoekeren. Tijd om op te staan.

 

Jullie moeten het recht toch kennen?

vrijdag, 17 april, 2015

Micha 2:12-3:4

12 ¶ Ik zal je bijeenbrengen, Jakob, je in je geheel bijeenbrengen. Ik zal verzamelen wat er van Israël over is, ik zal het verzamelen. Ik zal ze samenbrengen als schapen en geiten binnen de omheining, als een kudde in de wei; het zal daar gonzen van de mensen. 13 Hij die een bres slaat gaat voorop, ze breken uit, ze trekken door de poort, ze gaan erdoor naar buiten. Hun koning gaat hun voor, de HEER gaat aan het hoofd. 1 ¶ En ik zei: Hoor toch, leiders van Jakob, hoor, heersers van het volk van Israël! Jullie moeten het recht toch kennen? 2 Maar jullie haten het goede en houden van het kwaad. Jullie stropen mijn volk de huid af en rukken het vlees van hun botten. 3 Zij eten hun vlees, ze stropen hun huid af en breken hun botten. Als vlees om te koken, als vlees voor de pot hakken ze mijn volk in stukken. 4 Als ze dan tot de HEER om hulp roepen, zal hij hun niet antwoorden. Hij zal zijn gelaat voor hen verbergen vanwege het kwaad dat ze begaan. (NBV)

Elk jaar vieren we op 10 december de internationale dag voor de rechten van de mens. En op diezelfde dag wordt de Nobelprijs voor de vrede uitgereikt. Twee gebeurtenissen die schijnbaar los van elkaar staan maar soms ook niet voor niets samenvallen. En dan lezen wij uit het boek van Micha over het samenbrengen van de resten van het volk en de kritiek op de leiders van de samenleving die het recht met voeten treden. Wat heeft die Micha ons vandaag te vertellen. Daarvoor moeten we eerst eens kijken naar de rechten van de mens. Dat is een verklaring die na de Tweede Wereldoorlog is opgesteld door de Verenigde Naties. Kern is dat ieder mens recht heeft op leven, ongeacht afkomst, religie, rijkdom of geslacht. Ieder mens heeft ook recht op bescherming van de overheid. En ieder volk heeft recht op zelfbestuur.

Soms lijken die rechten voor de hand te liggen, eigenlijk verschillen ze niet zoveel van de richtlijnen voor de menselijke samenleving die het volk Israël in de woestijn van haar God had gekregen, het recht op leven is immers een direct gevolg van de grondregel “Gij zult niet doden” Toen een dictator als Sadam Hoessein de eigen onderdanen met gifgas bestreed en zonder onderscheid mannen, vrouwen, kinderen, ouderen en jongeren liett doden pleegde hij dus ernstige schendingen van de mensenrechten maar werd er niet ingegrepen. Ook bij andere dictators die de levens van hun volken in gevaar brengen wordt in de regel ook niet ingegrepen. Zo ook niet als regeringen hun invoer en uitvoer zozeer beschermen dat andere volken wel in armoede moeten blijven leven. En daar komt de Nobelprijs voor de vrede van 2006 in het geding. Die ging naar de uitvinder van het microkrediet, of de handeling van een bank dus inderdaad het verschil tussen oorlog en vrede kan uitmaken. Volgens het Nobelprijscommitee dus wel. Zij hadden in het boek van Micha gelezen over de rijken en machtigen die het vlees van de botten der armen afstropen en konden zich voorstellen dat de armen met geweld daartegen in opstand komen. Zorgen dat het evenwicht weer wordt hersteld is dus zorgen voor vrede.

Het is een boodschap die onze Koningin Maxima namens de Verenigde Naties sinds enkele jaren uitdraagt. Maar die boodschap raakt ook ons. Kopen in Fair Trade winkels betekent dus volgens het Nobelprijscommitee vrede stichten. Iets om bij het kopen van cadeau’s eens extra aan te denken. En dan de volken die recht hebben op zelfbeschikking. Daar heeft niemand het meer over, de Molukkers niet, de Koerden niet, de Papoea’s niet, de Tibetanen niet en tal van andere volken die hun eigen volkenbond van niet erkende volken hebben, spreken er niet meer over. Zij hebben geleerd dat vrede betekent dat je met verschillende volken moet leren samenleven. Voor dat leren samenleven kijken ze naar ons, rijke ontwikkelde landen. Kunnen wij met verschillende culturen samenleven? Ieder heeft er recht op en in Vredesnaam is het dus te hopen. Alleen de minderheden die worden onderdrukt vragen steeds hun aandacht. Daar waar taal en culturele uitingen worden verboden of onderdrukt komen mensen uiteindelijk in opstand. Alleen in werkelijk democratische samenlevingen waar de rechten van alle mensen worden gerespecteerd is vrede te vinden. Dat gaat niet vanzelf, dat vraagt voortdurend een kritische bezinning, en profeten als Micha.

Wind en valse leugens

donderdag, 16 april, 2015

Micha 2:6-11

6 ¶ ‘Houd op, ‘zeggen zij, ‘houd op met dat geprofeteer! Komt er nooit een eind aan die beschimpingen? 7 Zou dit het zijn wat het volk van Jakob is aangezegd? Verliest de HEER zo snel zijn geduld, zouden dit zijn daden zijn?’ Betekenen mijn woorden dan geen voorspoed voor wie de rechte weg gaat? 8 Steeds weer stelt mijn volk zich vijandig op tegenover al wie vredelievend is. Nietsvermoedende, vreedzame voorbijgangers worden van hun mantel beroofd. 9 Jullie verdrijven de vrouwen van mijn volk uit de huizen waarin zij gelukkig zijn. Jullie ontnemen hun kinderen voor altijd de luister waarmee ik hen heb bekleed. 10 Sta op, ga weg, hier zul je geen rust vinden. Dit land is onrein, het brengt bederf en vreselijke vernietiging. 11 Als er iemand was die niets dan wind en valse leugens verspreidt en profeteert: ‘Ik zie wijn en drank, ‘dan zou dat voor dit volk de ware profeet zijn! (NBV)

Wat zijn de gevolgen van het verspreiden van wind en valse leugens. Dat is de vraag die de profeet Micha ons voorlegt. In de kersttijd wordt vaak uit het boek van de profeet Micha gelezen en niet voor niets, dan speelt immers het verhaal over het bevrijden van slavernij en onderdrukking een hoofdrol. Dan moet je je extra aan de richtlijn van eerlijk delen houden. Niet zorgen dat schurken kunnen optreden die de nietsvermoedende reiziger van de mantel beroven. Niet de vrouwen en kinderen uit hun huizen verdrijven. Niet het land verontreinigen. En dus niet beginnen met valse leugens te verspreiden, dat er massa vernietigingswapens en zo zouden zijn, dat de heersers de terroristen in de wereld zouden bewapenen en ondersteunen.

Dat was dus allemaal niet waar toen Irak werd binnengevallen door een coalitie van zogenaamde fatsoenlijke staten en, zoals Micha al voorspelde, dan zit je met de gebakken peren. Er moest een uitweg gevonden worden en in Amerika is een deftige commissie benoemd die een aantal voorstellen voor die uitweg heeft gedaan. In Amerika zijn ze er ook na die commissie nog steeds niet uit. Inmiddels zien fundamentalisten hun kans een eigen staat op te richten waar de opvattingen uit hun godsdienst zoals zij die zien de basis voor het inrichten van die nieuwe staat. De Engelse regering, en eigenlijk ook president Bush, hebben inmiddels toegegeven dat ze fout zaten met hun beweringen. Inmiddels is een nieuwe coalitie gevormd waarin ook Nederland mee doet die de nieuwe staat van de fundamentalisten kapot wil bombarderen. Natuurlijk zijn de woorden van Micha ook gericht tot die fundamentalisten maar de Bijbel stelt altijd ook de vraag of je die niet kunt bestrijden door het goede te doen en niet dan het goede.

In de pers lees je berichten over de nieuwe staat die de aanhangers van die staat beloond met huisvesting, vrede en welvaart. De tegenstanders worden uitgeroeid. Als je aanhanger bent dan kan je angst voor andersdenkende verdwijnen, je krijgt voor je aanhanger zijn veel terug. Zo veel dat zelfs jonge mensen die net als hun ouders in ons land geboren zijn naar die nieuwe staat verhuizen en voor de opvattingen van die nieuwe staat durven te sterven. Want wat doen wij? Wij stoppen de mensen die massaal gevlucht zijn voor het geweld van die nieuwe staat in lekkende tenten waar je maar moet afwachten of er ook voldoende voedsel kan zijn. De mensen die zelfs in de kampen niet terecht komen wordt door gewetenloze smokkelaars een goed leven in Europa beloofd, maar wij laten ze verdrinken in de Middellandse Zee. Het geweld dat wij tegen de vluchtelingen voor fundamentalistisch geweld gebruiken is verborgen. Een paar meer lekkende tenten zijn een excuus om ons te beperken tot bombarderen en de mensen niet te zien. Micha waarschuwt ons, die politiek maakt de problemen alleen groter. Aan ons dus om te zorgen dat onze staat samen met haar coalitie omdraait op de weg van geweld en gaat zorgen voor vrede en eerlijk delen. Dat kan elke dag nog, ook vandaag.

 

Wee hun die kwaad in de zin hebben

woensdag, 15 april, 2015

Micha 2:1-5

1 ¶ Wee hun die kwaad in de zin hebben en op hun bed boze plannen smeden. Al in het ochtendgloren brengen ze die ten uitvoer, dat ligt in hun macht. 2 Willen ze een veld? Ze roven het! Willen ze een huis? Ze nemen het! Ze maken zich meester van huizen en hun bezitters, van mensen en hun eigendom. 3 Daarom-dit zegt de HEER: Over dit volk zal ik onheil brengen, een onheil dat jullie niet kunnen afschudden en waaronder jullie gebukt zullen gaan. Er wacht jullie een tijd van verschrikking! 4 Dan zal dit over jullie worden gezegd, dan zal deze weeklacht klinken: ‘Het is voorbij!’ zal men zeggen. ‘We zijn reddeloos verloren. Ons erfdeel wordt verkwanseld, het wordt ons ontnomen, ons land onder afvalligen verdeeld.’ 5 Daarom blijven jullie achter wanneer het volk van de HEER het land verdeelt. Niemand zal voor jullie het lot werpen wanneer het meetlint wordt gespannen. (NBV)

De samenstellers van het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap, dat we nu al bijna tien jaar lang volgen, hadden boven het gedeelte van vandaag de titel “Van God Los” gezet. De titel van een film over een jeugdbende in Venlo. Een film over jongeren die totaal losgeslagen waren en alles dat ze wilden hebben zich gewoon toeeigenden. Iedereen die in de weg stond werd daarbij vermoord. De bende is uiteindelijk opgepakt en de film laat zien hoe het zover had kunnen komen. In dit gedeelte van Micha gaat het inderdaad over mensen die alles wat ze willen hebben zich gewoon toe-eigenen. Ooit onder Jozua was het land verdeeld en was beloofd die ieder die het kwijt zou raken het erfdeel na 50 jaar weer terug zou krijgen. Micha roept uit dat de dieven die zich niet aan de richtlijnen van eerlijk delen houden bij de volgende verdeling niet mee mogen delen. Ook al is het eeuwen geleden, voor Micha speelt de verdeling door Jozua nog steeds een rol, al is volgens de Bijbelgeleerden de regel van dat teruggeven nooit echt in de praktijk gebracht. De Richtlijnen voor de inrichting van een menselijke samenleving die het volk in de Woestijn had gekregen, spelen bij Micha dus ook een grote rol.

En als er geen menselijke samenleving is dan treed de dood in. De gebruikelijke klacht voor de dode begint in Israël met “wee”. Hier lijkt de profeet de bozen toe te spreken alsof ze al dood zijn. Dat is minder vreemd dan het op het eerste gezicht lijkt. De doden zijn immers ook degenen die niet horen. Neem nu de bestuurders van die Nederlandse Bank die zichzelf een ton loonsverhoging per jaar toekenden. Sinds een aantal jaren wordt er al een discussie gevoerd over de rol die bestuurders van banken in de samenleving zouden moeten spelen. Dat zou een dienstbare rol moeten zijn met oog en gevoel voor de inrichting van een menselijke samenleving. Een samenleving waar de een zich niet verrijkt ten koste van een ander, een samenleving waar men elkaar kansen geeft en kansen gunt. Een samenleving waar mensen gesteund worden als dat nodig is. In een dergelijke samenleving is zelfverrijking niet aan de orde. Zeker niet als werkenemers geen enkele loonsverhoging krijgen en zelfs de kans lopen hun baan te verliezen. Zeker niet als jonge kopers op de huizenmarkt geen hypotheek meer kunnen krijgen en winkeliers en kleine ondermers geen kredieten. Zelfs de betitelingen van Micha op zijn boze tijdgenoten kunnen gebruikt worden voor deze bankbestuurders.

Micha leefde in een typische agrarische samenleving. Ziekten in het gewas, misoogsten door storm, regen, hagel en hitte kunnen landbouwers gemakkelijk tot armoede brengen. Het is niet altijd mogelijk van het land te leven en elke agrariër kan eens tegen deze tegenslagen oplopen. De richtlijnen voor de menselijke samenleving waarmee Israël haar samenleving zou hebben moeten inrichten hadden daar een paar bijzondere oplossingen voor. Families waren er om elkaar te helpen, lossers werden daarvoor aangewezen die mensen konden verlossen van leed en ellende. Als de agrariër zelf dood ging dan moest een familielid de weduwe tot vrouw nemen zodat haar kinderen konden opgroeien als erfgenamen van het familiebezit. Als ook de familie tot armoede vervallen was en men gedwongen was zichzelf en zijn familiebezit te verkopen dan kreeg de familie na vijftig jaar de kans opnieuw te beginnen, na zeven jaar moesten de slaven worden vrijgelaten. Een dergelijke solidariteit ontbrak in de dagen van Micha en ontbreekt ook nu nog. Wie ziek of invalide wordt moet zelf voor de kosten daarvan opdraaien, eigen risico heet dat. Wie hulp in huis nodig heeft om te kunnen overleven moet maar een beroep doen op de dorpsgemeenschap, ook als men in de grote stad woont. Samen delen van de rijkdom die in ons land tot stand wordt gebracht is er niet bij, men verrijkt zich liever. Wij worden overal in de Bijbel opgeroepen onze samenleving opnieuw in te richten, langs de richtlijnen voor de menselijke samenleving die ook wij van de God van Israël hebben ontvangen.

 

Om de kinderen die je geluk uitmaken

dinsdag, 14 april, 2015

Micha 1:8-16

8 ¶ Laat mij dan klagen, laat me schreeuwen, laat mij naakt en blootsvoets gaan, laat mij huilen als een jakhals, laat mij roepen als een struisvogel. 9 De wonden van Samaria zijn ongeneeslijk, ze reiken tot aan Juda, ze raken aan de poort van mijn volk, ze raken Jeruzalem. 10 Vertel het niet in Gat, ween daar niet. Wentel je in het stof van Bet-le-Afra. 11 Trek verder in gevangenschap, bevolking van Safir, naakt en in schande. Ook de bevolking van Saänan is niet ontkomen. Een rouwklacht in Bet-Haësel, de stad wordt jullie ontnomen. 12 De bevolking van Marot heeft gehoopt op het goede, maar het kwaad van de HEER daalde neer tot bij de poorten van Jeruzalem. 13 Bind de wagen aan het span, bevolking van Lachis; in jou huist het kwaad van Israël, de oorsprong van de zonde van Sion. 14 Neem daarom afscheid van Moreset-Gat; Achzibs werkplaatsen worden voor Israëls koningen als een beek die plotseling droogvalt. 15 Opnieuw zal ik een bezetter sturen, bevolking van Maresa; Israëls leiders zullen naar Adullam vluchten. 16 Scheer je haar af, scheer je kaal om de kinderen die je geluk uitmaken. Scheer je zo kaal als een gier, want ze worden bij je weggehaald. (NBV)

Sinds de tijd van de Richteren, lees er het boek Rechters maar op na, was er oorlog tussen de Filistijnen en de kinderen van Israel. Denk niet dat die oorlog voorbij is want tot op de dag van vandaag is er oorlog, al noemen we de Filistijnen nu Palestijnen. Ten onrechte want in de Bijbel staan de Filistijnen ook symbool voor de goddelozen die roven en plunderen ten koste van hun naasten, op kosten van de armen in het land. Palestijnen zijn zo in het geheel niet, daar gaat het om andere dingen. Micha roept op om vrede te maken. Hij noemt de steden van de Filistijnen en al is er een stad die ze “Wijnpers” noemen, Gat, er is ook een “Stad van het stof”, Bet le Afra. De ellende van dat gebied raakt Jeruzalem. Vanouds ging het conflict over de godsdienst. Over het aanbidden van of de vruchtbaarheidsgoden of de ene onzichtbare God die met het volk was meegegaan, tot in de ballingschap in Babel aan toe.

Die ene God had de Richtlijnen voor de inrichting van een samenleving gebaseerd op Liefde en Rechtvaardigheid centraal gesteld en die richtlijnen had het volk niet gevolgd. En als men die richtlijnen niet volgt, de samenleving niet bouwt op liefde en gerechtigheid dan komen de afgoden van Winst en Profijt weer in zicht. Dan worden er bondgenootschappen gesmeed zonder de God van Israël te zoeken als bondgenoot. Dan worden er bij vreemde volken wapens besteld waar koningen en machthebbers mee kunnen pronken maar die de minsten, de zwakken, de weduwe en de wees, honger en armoede bezorgen. Maar de vruchtbaarheidsgoden van Kanaaän zijn zo mooi. Prachtige beelden zijn er van die goden gemaakt. In hun Tempels is het een genot om er naar te kijken. De kostbaarste stoffen zijn er aan besteed. Die Tempel van de God van Israël steekt er maar schraal tegen af. Een tafel met brood, een kandelaar met zeven armen, een godslamp en een gordijn. Dat is het wel.

Ja er buiten staat groot koperen wasbekken voor de rituele wassingen, er staan grote en kleine altaren voor de offers die je mag brengen. Maar de meeste van die offers zijn bestemd om te delen, met de God, met de Priesters of zelfs met de armen, met je slaven en je knechten. Dat zijn serieuze zaken. In de Tempels van de goden van Kanaaän offeren de Priesters, daar zijn de offers alleen voor de goden, daar voed je de goden en maak je ze groot. In Israël maak je God groot door iets als gerechtigheid. En waarom zou je delen met de armen, die hebben dat toch aan zichzelf te wijten? Armen nemen toch verkeerde beslissingen? Armen verspillen hun bezit als ze het moeten sparen. De profeet Micha ziet waar een dergelijke houding op uit zal lopen. Sterkere volken zullen de zwakke overwinnen en bedrijfen. Je kunt je maar beter alvast als een slaaf gaan gedragen en je hoofd kaal scheren. Misschien dat ze dan in jou en je kinderen buit zien, ze in leven laten omdat ze bruikbaar zijn. Eigenlijk roept de profeet het volk op om het weer met die God van Israël te proberen, die had immers het volk dat toen nog uit slaven bestond bevrijd. Ook wij worden geroepen onze samenleving in te richten volgens de richtlijnen van liefde en gerechtigheid, voordat ook wij slaaf worden, slaven van winst en profijt, waar alle vrijheid is verdwenen en alleen het consumeren en produceren ons nog rest.

 

Luister, volken, allemaal!

maandag, 13 april, 2015

Micha 1:1-7

1 ¶ Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Micha uit Moreset, toen Jotam, Achaz en Hizkia in Juda regeerden; het visioen dat hij zag over Samaria en Jeruzalem. 2 Luister, volken, allemaal, hoor, aarde en wie haar bewonen, hoe God, de HEER, tegen jullie getuigen zal vanuit zijn heilige tempel. 3 Zie hoe de HEER zijn verblijf verlaat, afdaalt, en over de hoogten van de aarde schrijdt. 4 Onder hem smelten de bergen en splijten de dalen als was dat smelt voor vuur, als water dat van een helling stort. 5 Dit alles gebeurt om Jakobs misdaad, om de zonden van het volk van Israël. Wat is de misdaad van Jakob? Samaria! Wat zijn de offerhoogten van Juda? Jeruzalem! 6 Van Samaria maak ik een ruïne, kale grond, alleen geschikt voor een wijngaard. Zijn stenen stort ik in het dal, zijn fundamenten leg ik bloot. 7 Al zijn godenbeelden worden verbrijzeld, al dat hoerenloon gaat in vlammen op. Al die beelden zal ik vernietigen, want met hoerenloon zijn ze betaald en als hoerenloon zullen ze weer dienen.(NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het boek van de profeet Micha. Die leefde tussen 750 en 700 jaar voor het begin van onze jaartelling, waarbij de geboorte van Jezus van Nazareth in het jaar 0 werd gesteld. Micha leefde in een tijd dat zijn land werd bedreigd door grootmachten in de wereld en voor een deel zelfs werd veroverd. Micha gaf de schuld daarvan aan de leidende klasse. En denk dus niet dat de oproep tot bekering die in de Bijbel wordt gedaan voor individuen is, volgens Micha is het voor volken, voor samenlevingen. Centraal bij Micha staan de Richtlijnen voor de menselijke samenleving uit de Woestijn, vanuit de Tempel, waar deze wet werd bewaard als het kostbaarste wat het volk had, gaat de roep de samenleving daar naar in te richten naar de volken uit. De richtlijnen waren ooit door het volk ontdekt in de Woestijn, als je daar niet bereid was alles te delen dan kwam je er niet levend van af.

Die Richtlijnen voor Recht en Liefde, voor Vrede en Rechtvaardigheid gooien alles omver waar anderen in geloven. Niks de rug recht houden om vreemdelingen buiten de deur te kunnen gooien, niks inkomensverhoudingen handhaven om de rijken te kunnen beschermen. Volgens Micha zal alles ten onder gaan aan de kracht van de Richtlijnen uit de Woestijn. De Heer die deze Richtlijnen als een verbond gaf is de werkelijke Heer van de aarde. Micha schaamt zich niet om de offers gebracht aan de afgoden te bestempelen als hoerenloon. Het inkomen van bankdirecteuren en zichzelf verrijkende CEO’s, die wanhopig vasthouden aan een goddeloos beleid, als hoerenloon benoemen gaat zelfs in onze samenleving toch wel erg ver. We moeten er maar aan wennen dat het Bijbelse taal is. Het boek van Micha begint met een lied waarvan we vandaag het eerste deel lezen.

Veel liederen uit de Bijbel zijn later op rijm en op muziek gezet maar het hoerenloon waar Micha over zingt ging toch wel wat ver om met orgelbegeleiding in een kerk te zingen. Toch begint de profeet, die veel onheil zal meemaken en over onheil de waarheid moet gaan zeggen, en profeteren is de waarheid zeggen, met een vrolijk lied. Want het moet toch vrolijk maken te weten dat al die valse goden van goud en beloften kapot geslagen zullen worden onder de macht van Liefde en Recht, onder de kracht van barmhartigheid. Die zekerheid aan het begin zetten geeft hoop. Als we willen komt die zekerheid ooit ook aan het begin van elke nieuwe regering te staan. Het boek van de profeet Micha wordt vaak in de kersttijd gelezen, maar past in het hele jaar, misschien moeten we onze politici wel kerstkaartjes of vakantiekaartjes gaan sturen met teksten uit Micha. Het was een boerenprofeet maar hij spreekt ook voor ons nog steeds de waarheid.

Dit zegt de heilige Geest

zondag, 12 april, 2015

Handelingen 21:1-14

1 ¶ Nadat we ons met moeite van hen hadden losgemaakt, kozen we zee en zetten rechtstreeks koers naar Kos. De dag daarop bereikten we Rhodos, en van daar voeren we naar Patara. 2 Daar vonden we een schip dat de oversteek naar Fenicië zou maken. We gingen aan boord en voeren weg. 3 We kregen Cyprus in zicht, maar lieten het links liggen en zeilden verder naar Syrië, waar we de haven van Tyrus binnenliepen. Daar moest het schip zijn lading lossen. 4 We gingen op zoek naar de leerlingen en bleven een week bij hen. Geïnspireerd door de Geest zeiden ze tegen Paulus dat hij niet moest doorreizen naar Jeruzalem. 5 Maar toen ons oponthoud ten einde liep, vertrokken we weer, uitgeleide gedaan door alle leerlingen met hun vrouwen en kinderen. We gingen de stad uit en knielden samen neer op het strand om te bidden. 6 Toen namen we afscheid van elkaar. Wij gingen aan boord van het schip en de leerlingen keerden terug naar huis. 7 Vanuit Tyrus kwamen we in Ptolemaïs aan, waar we onze zeereis beëindigden. We begroetten de broeders en zusters en bleven één dag bij hen. 8 ¶ De volgende dag vertrokken we weer en gingen op weg naar Caesarea. Daar vonden we onderdak bij Filippus, een verkondiger van het evangelie en een van de zeven wijze mannen. 9 Hij had vier ongetrouwde dochters, die de gave van de profetie bezaten. 10 Na enkele dagen kwam er een profeet uit Judea, die Agabus heette. 11 Hij zocht ons op, pakte Paulus’ gordel en bond daarmee zijn eigen handen en voeten vast. Toen zei hij: ‘Dit zegt de heilige Geest: “Zo zal de man van wie deze gordel is, worden vastgebonden door de Joden in Jeruzalem, die hem aan de heidenen zullen uitleveren.”’ 12 Toen we dit hoorden, drongen wij en de gelovigen van Caesarea er bij Paulus op aan om niet naar Jeruzalem te reizen. 13 Maar Paulus antwoordde: Waarom proberen jullie me door je tranen te vermurwen? Ik ben niet alleen bereid me in Jeruzalem gevangen te laten nemen, maar ook om er te sterven omwille van de naam van de Heer Jezus.’ 14 Omdat hij zich niet liet overreden, deden we er het zwijgen toe en zeiden alleen nog: ‘Laat gebeuren wat de Heer wil.’(NBV)

Paulus had tegen de oudsten uit Efeze verteld dat hij tijdens zijn reis naar Jeruzalem in allerlei plaatsen de waarschuwing had gekregen daar niet heen te gaan maar hij had gevoeld dat God hem toch naar Jeruzalem wilde hebben. Daarom zette hij door. In het verhaal dat voor het verhaal van het oponthoud met de vertegenwoordigers uit Efeze is niet over die waarschuwingen verteld. Dus hoe zit het en daarover wordt in het verslag over het vervolg van de reis een en ander uit de doeken gedaan. Paulus en zijn gezelschap reisden niet op luxe passagiersschepen de Middellandse Zee rond maar ze maakten gebruik van het handelsverkeer uit hun dagen. In het grote Romeinse Rijk was een levendige handel. Niet alleen in voedsel maar ook in producten als vaatwerk, gebruiksvoorwerpen en sieraden. Ook bij opgravingen in ons land zijn voorwerpen gevonden die de Romeinen hadden laten komen uit landen en streken die ver weg in de Middellandse Zee liggen. Dat het reisgezelschap een week oponthoud had omdat het schip de lading moest lossen was zo vreemd dus nog niet.

Paulus was al eens eerder op Cyprus geweest en had daar een gemeente gesticht. De leden van die gemeente ontvingen het reisgezelschap en toen ze hoorden dat men onderweg was naar Jeruzalem werd dat zeer sterk afgeraden. In Jeruzalem liep Paulus het gevaar gevangen genomen te worden en aan de Romeinen te worden overgeleverd met de beschuldiging een oproerkraaier te zijn. Hij had immers overal verkondigd dat er maar één Keizer was, één Kurios in het Grieks, één Heer. Dat was niet de Keizer in Rome die zich als een god liet vereren maar dat was Jezus van Nazareth die door de Romeinen was gekruisigd onder de beschuldiging dat die zich uit had gegeven voor Koning van de Joden. Paulus had Joden en Christenen in gemeenten verenigd rond die belijdenis dat Jezus, de Christus, gezalfde betekent dat, de enige Heer was. De gemeente van Cyprus waarschuwde Paulus. Zij hadden geleerd in de Geest van die Jezus te letten op mensen die gevaar liepen, op de minsten in hun samenleving. Dus zagen ze ook de gevaren die hun geliefde Paulus liep. Maar Paulus trok zich er niks van aan en zo reisde men verder naar Palestina.

Daar kwam men aan land in een belangrijke stad, de stad van Caesar, de Keizersstad. Hier had de landvoogd zijn paleis gebouwd. Hier heersten de Romeinen. De belangrijkste man van de gemeente in Caesarea was Filippus. Hier word hij een van de zeven wijze mannen genoemd zonder verdere uitleg. Wie uit het boek Handelingen leest wordt door de schrijver geacht het hele boek te lezen en niet steeds korte stukjes. Die zeven wijze mannen staan aan het begin en horen eigenlijk nog een beetje bij het verhaal van Pinksteren. Toen hadden duizenden zich aangesloten bij die beweging van de Weg, de volgelingen van Jezus van Nazareth. Die hadden wat ze hadden gedeeld met elkaar. Maar ze waren wel verschillende talen blijven spreken. Zo waren er weduwen die Grieks spraken en die zich achtergesteld hadden gevoeld bij de anderen. Om hun belangen te behartigen waren er zeven diakenen gekozen, Filippus was één van hen. Het was dan ook geen wonder dat zijn dochters heel goed in de gaten hadden gekregen hoe zaken in elkaar staken. Ze waren profetessen. Maar hun waarschuwing hielp niet. Ook niet die van Agabus die liet zien wat er zou gaan gebeuren, gebonden handen, gevangenschap. Maar Paulus bleef er bij, zijn missie was de terugkeer naar Jeruzalem voor het Pinksterfeest. Dat was zijn opdracht en los van gevolgen voor zijn persoon had hij daar gevolg aan te geven. En daarmee land het verhaal ook in onze dagen. Zonder te letten op gevolgen voor onszelf zullen we Jezus als enige Heer moeten erkennen en onze naaste lief blijven hebben als onszelf, iedere dag opnieuw. Laat maar gebeuren wat de Heer wil.

Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.

zaterdag, 11 april, 2015

Handelingen 20:25-38

25 Ik weet dat niemand van u, aan wie ik op mijn reizen het koninkrijk heb verkondigd, mij terug zal zien. 26 Daarom verklaar ik hier op deze dag dat ik voor niemands ondergang verantwoordelijk ben; 27 ik heb immers mijn uiterste best gedaan om u vertrouwd te maken met Gods wil. 28 Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. 29 Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen ontzien. 30 Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen. 31 Wees daarom waakzaam en vergeet niet hoe ik ieder van u drie jaar lang dag en nacht onder tranen steeds weer raad heb gegeven. 32 Nu vertrouw ik u toe aan God en aan het evangelie van zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen en dat het beloofde erfdeel zal schenken aan allen die hem toebehoren. 33 Geld of kleding heb ik van niemand verlangd; 34 u weet wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. 35 In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus, die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.”’ 36 ¶ Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden. 37 Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem. 38 Ze waren vooral zo ontdaan omdat hij gezegd had dat ze hem niet terug zouden zien. Toen deden ze hem uitgeleide naar het schip.(NBV)

Vandaag lezen we het tweede gedeelte van de preek die Paulus hield voor de oudsten van de gemeente in Efeze van wie hij afscheid nam op weg naar Jeruzalem. Net als Jezus van Nazareth deed voor hij gekruisigd werd maakt ook Paulus zijn leerlingen vertrouwd met het idee dat hij een hoop ellende zal tegenkomen en niet zal kunnen terugkeren naar Efeze. De opzieners zullen dus zelf moeten zorgen voor de gemeente die hen is toevertrouwd en waaruit ze zelf zijn voortgekomen. Paulus zelf heeft drie jaar in Efeze gewerkt. We hebben we eens het beeld dat Paulus een rondreizend prediker was die rusteloos van de ene plaats naar de andere plaats reisde. Er zijn tegenwoordig zelfs reisbureaus die de reizen van Paulus samenvatten in vakanties waar in een paar weken de reis wordt gedaan waar Paulus jaren over deed. Geen van de reisbureaus biedt overigens een driejarig verblijf in Efeze aan.

Paulus spreekt de oudsten van de gemeente in Efeze aan als “bisschoppen” Het idee dat een Bisschop een soort religieuze machthebber is over een hele streek is pas van veel later in de geschiedenis van de kerk. Dat Bisschoppen ook nog verantwoording schuldig zijn aan een soort superbisschop is van nog veel later datum. In Efeze zijn het oudsten die door de gemeente aangewezen zijn, volgens Paulus door de Heilige Geest geroepen. De ouderlingen in onze huidige Protestantse Kerken zijn daar een navolging van. Als er dus binnen de Protestantse Kerk in Nederland gepleit wordt voor aanstelling van Bisschoppen is het antwoord dat we die volgens Paulus al lang hebben, in de ouderlingen die de gemeenten besturen. Paulus draagt het bestuur van de gemeente en de prediking van Jezus van Nazareth hier uitdrukkelijk over aan de oudsten van Efeze. Zij zullen de gemeente moeten voorgaan en onderwijzen in de zorg voor de minsten, voor de armen. Niet door te gaan leven op kosten van de gemeente maar door net als Paulus door zelf hard te werken en te zorgen dat ze zelf het goede voorbeeld kunnen geven.

De terugkeer die na de reformatie plaatsvond naar het kerkmodel dat hier in Handelingen geschetst wordt heeft ook tot gevolg gehad dat mensen sober gingen leven en door te sparen steeds rijker werden. Die reformatie, vooral onder invloed van Johannes Calvijn, is daarmee de grondslag geworden van onze kapitalistische samenleving. Paulus waarschuwt er voor, zelfs aan de mensen die hij drie jaar als leerlingen had gehad moet hij voorhouden dat geven gelukkiger maakt dan ontvangen. Wat ons toevalt in materiële rijkdom is bedoeld om te delen met de armen. De Kerk is daarbij niet gebonden aan één plaats. Paulus zelf heeft bijvoorbeeld wel collecten gehouden in rijkere gemeenten voor de gemeenten in Jeruzalem die zo werden vervolgd dat ze tot de armsten gingen behoren. Maar als het om geld en rijkdom gaat dan sluipen er snel dwaalleringen in de gemeente. Paulus waarschuwt daartegen. Je kunt niet met alle armen delen, je moet mensen toch betalen wat anderen ook krijgen anders lopen ze weg. In Bijbelse zin zijn dat onzin verhalen. Wie alleen hart heeft voor het eigen bezit kan nooit een dienende functie naar de samenleving vervullen. Het gaat immers niet om aalmoezen maar om het recht van de armen. Ook in onze dagen spelen die vragen van eerlijk delen, ook in onze dagen moeten we mensen er van overtuigen dat geven gelukkiger maakt. Dat mogen we elke dag opnieuw doen, ook vandaag.