Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor januari, 2008

Laat jullie ja ja zijn

maandag, 21 januari, 2008

Matteüs 5:31-42

Wat is dat nu? Mag je niet scheiden van de Bijbel? Nou dan moet je het bovenstaande stuk nog eens lezen. Hier gaat het over verstoten. Als een man zijn vrouw verstoot kan dat alleen omdat ze niet trouw is geweest zegt Jezus van Nazareth. Als ze samen tot de conclusie komen dat ze beter niet hadden kunnen trouwen, dat het huwelijk, de liefde over is, dan was er sprake van een ongeoorloofd huwelijk, want het is duidelijk dat je niet moet trouwen uit lust of winstbejag maar alleen uit liefde. De Liefde tot je naaste en de Liefde van God tot de mensen wordt niet voor niets zo vaak vergeleken met een huwelijk. Voor al die mensen die tegenwoordig gaan scheiden zou dus de nadruk veel meer moeten liggen op het samen gaan scheiden in plaats van samen oorlog voeren. Ook in een scheiding kun je elkaar nog het beste gunnen. Zeker geldt dat natuurlijk als er kinderen geboren zijn. Die willen later een goed beeld en een goed voorbeeld hebben van hun moeder en hun vader. Om samen met een partner een levenslange relatie op te bouwen heb je een goed beeld van allebei je ouders nodig. Veel kinderen die zijn geadopteerd hebben daarvoor zelfs een beeld van hun biologische ouders nodig. We weten natuurlijk wel dat de wereld er beter uit zou zien als we allemaal eerst om de ander zouden denken en dan pas om onszelf, als we een mijl extra willen gaan om een ander te helpen de vrede te bewaren. Juist als je geslagen wordt nog proberen om vrede te stichten. Dat laatste is veel moeilijker dan oorlog te maken, of onrecht voort te laten duren. Veel slachtoffers van zinloos geweld vallen omdat ze vrede willen stichten of onrechtvaardige vernielingen willen stoppen. En al die hebzuchtige mensen? Jezus van Nazareth geeft het recept om hebzuchtigen te ontmaskeren, als iemand zo ver wil gaan dat er een proces moet komen om zelfs je onderkleed af te pakken, geef dan ook je bovenkleed en ga naakt verder. Dat iemand zo hebzuchtig is dat geen zee te hoog gaat om te willen hebben moet dan maar duidelijk worden. Omgekeerd is het natuurlijk zo dat als iemand je vraagt om te delen dan wijs je die niet af, zeker niet als die iemand bereid is het terug te betalen en dus alleen een lening wil sluiten. Moet je dan voortdurend maar over je heen laten lopen? Als het gaat om je relatie, geweld tegen jou of hen die je zijn toevertrouwd, je bezit en je rechten, telt er dan niks meer? Natuurlijk niet, maar het goede is niet altijd het gelijk krijgen. En om het goede gaat het, het goede nastreven en niets dan het goede was immers waar we mee bezig moeten zijn. Nergens staat dat we moeten zwijgen over dat wat ons wordt aangedaan. We willen alleen hetzelfde niet ook aan anderen aandoen, we willen zelfs voorkomen dat het ook hen wordt aangedaan. Dat is een hele nieuwe manier van leven.

Het vuur van de Gehenna

zondag, 20 januari, 2008

Matteüs 5:21-30

Als we niet weten wat er na de dood gebeurt, hoe dreig je dan iemand met de hel? Alsof de hel pas na onze dood verschijnt. Net als je kunt werken aan de hemel op aarde kun je ook werken aan de hel op aarde. In de literatuur en het spraakgebruik komt dat veel meer voor. Iedereen kan zich een plaats voorstellen waar gemarteld wordt, waar honger geleden wordt, waar alle vorm van vrijheid is verdwenen. Als je daar ook nog vuur bij denkt is het plaatje compleet. In de Middeleeuwen maakte men daar graag schilderijen van. De schilderijen van Jeroen Bosch zijn misschien de beroemdste, maar ook in veel kerken vindt je oude middeleeuwse plafondschilderingen over het laatste oordeel waar je die zaken op kan zien. Jezus van Nazareth gebruikt ook zo’n beeld, de Gehenna. Dat lag in het dal van Hinnom ten zuiden van Jeruzalem. Hier werd het afval van de hele stad verbrand, inclusief dode dieren. Dag en nacht brandde er een vuur en hoe het stonk kan iedereen zich er waarschijnlijk wel voorstellen. De dreiging om in dat vuur geworpen te worden is duidelijk genoeg en voor niemand een dreiging die pas na je dood waar zou worden maar zou kunnen gebeuren als je uiterst slecht gedraagd. Dan verdien je een dergelijk soort straf. Dat is erger dan bestraft te worden  door het Sanhedrin. Dat was het hoogste rechtscollege in religieuze zaken van Israel in de dagen van Jezus van Nazareth. En het kan van kwaad tot erger wil Matteüs ons duidelijk maken. Als je in woede tekeer gaat kom je voor het gerecht, als je iemand uitschelt voor nietsnut kom je al voor het hoogste gerecht, maar als je iemand uitmaakt voor dwaas,  of leeghoofd, dat kom je in de buurt van dat helse vuur. Maar ruzie is van alle tijden. Moet je dan altijd maar alles inslikken en mag je niks meer zeggen? Integendeel. Als je deel wil hebben aan de godsdienst voor de God van de Liefde, die zich uitdrukt in de Wet dat je je naaste lief moet hebben als jezelf dan moet je de ruzie niet laten bestaan. Dan moet je er voor zorgen dat de ruzie de wereld uit gaat. Verzoenen heet dat met een duur woord. Verzoenen is dat je allebei erkent hoe je over de zaken denkt en dat respecteert. Dat betekent niet dat je hetzelfde moet denken maar dat je er geen ruzie meer over zult maken. Dat betekent het helemaal als het gaat over schulden die je hebt. Als je geen regeling hebt getroffen dan daagt je schuldeiser je voor de rechter. Vroeger kon je dan in het gevang komen, tegenwoordig kan je alles afgepakt worden om in het openbaar verkocht te worden. Daarom is het ook zo onverstandig om zo maar geld te lenen. En dat je geen ander mens als object voor je eigen lusten moet beschouwen is dan bijna vanzelfsprekend. Ook dat je er alles voor over moet hebben om niet op de verkeerde weg te komen, of om te keren. Dat omkeren kan altijd, vandaag nog als het moet.

Jullie zijn het zout van de aarde

zaterdag, 19 januari, 2008

Matteüs 5:11-20

Hoe kun je nu het zout van de aarde zijn en pas in de hemel toegejuichd worden. Dat lijkt niet echt met elkaar te kloppen. Tenminste als je de hemel na de dood van de mensen plaatst. En waarom zou je dat doen? De hemel kan op aarde aanbreken als overal vrede en gerechtigheid heerst, als alle volken zich tot Jeruzalem keren en ieder de Wet van Liefde aanhangt en in praktijk brengt. We hebben het al zo vaak in de Bijbel kunnen lezen. Op ons avontuur door de Bijbel aan de hand van het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap hebben we dat eigenlijk elke dag wel een keer gelezen. We kennen de helden uit het heden die vernedering en smaad uithielden omdat ze overtuigd waren de rechtvaardigheid van hun opvattingen. Het uithoudingsvermogen van iemand als Nelson Mandela zou uiteindelijk de afschaffing van Apartheid in Zuid Afrika mogelijk maken. Zijn idealen maakten zelfs een vreemdzame overgang mogelijk. Maar we hoeven niet zulke grote persoonlijkheden als hij te hebben. Matteüs heeft het over het “zout der aarde” Zout zie je niet in je eten, maar zonder smaakt het meeste eten flauw. Pas als er zout in zit krijgt het smaak. Met dat onzichtbare zout worden de volgelingen van Jezus van Nazareth vergeleken. Je ziet ze niet maar hoe meer er zijn hoe meer de samenleving op een hemel op aarde gaat lijken. Samen zijn de mensen van het zout een stad die op een berg ligt. Bedenk wel dat dit gesproken en geschreven is in Israel. De witte huizen in de tropenzon tegen een heuvel of een berg aan lijken zelf wel licht te geven. Je ogen kunnen er zeer van gaan doen. Zo schitterend hoort de gemeenschap van Christenen te zijn. Dat je ze niet ziet komt omdat je de ogen sluit. Ga maar eens naar de voedselbanken, loop eens mee met de diakenen, ga mee met gevangenisbezoekers, zoek eens een huiskamerproject voor jongeren, stap eens binnen in een Fair Tradewinkel. Goede kans dat je daar de gelovigen tegenkomt die  bezig zijn voor de armsten in de samenleving te zorgen. Niet alleen onze eigen samenleving, maar die van de hele wereld. De vluchtelingen die onder het Generaal Pardon vielen zijn opgevangen door vrijwilligers die vaak uit de Kerken kwamen. De vreemdelingen die nu nog op straat worden gezet, hele gezinnen soms, die niet welkom zijn in ons land, maar ook niet naar een ander land kunnen, worden vaak opgevangen en geholpen door vrijwilligers uit de kerken. De Wet van Liefde, de Wet van eerlijk delen, van houden van je naaste als van jezelf wordt juist door die mensen onverkort gehandhaafd. Geen gezever over normen en waarden, over blote posters en net taalgebruik, maar de hand uitsteken naar mensen die een hand nodig hebben. Niet dat van “je kunt niet altijd voor iedereen klaar staan”, en daarmee mensen af houden van het geven hulp, maar dag en nacht hongeren en dorsten naar gerechtigheid en daaraan vasthouden. Daar gaat het in dit verhaal van Matteüs om.

Vreemdelingen worden je dagloner

vrijdag, 18 januari, 2008

Jesaja 61:1-9

Het is toch altijd weer aardig in de Bijbel beloften over een samenleving met vreemdelingen tegen te komen op een moment dat de spanningen tussen Nederlanders en vreemdelingen opnieuw dreigen op te lopen. Nu door een film over de Islam die kritisch zou moeten zijn. Dat kunnen de meeste mensen overigens niet beoordelen omdat ze nu eenmaal weinig weten over de Islam. Wat in elk geval zeker is is dat er in de Islam ook stromingen voorkomen net als in het Christendom. Eén van die stromingen is het salafisme dat de vestiging van de Islam met geweld predikt. Het is maar een heel kleine minderheid in de Islamitische wereld die daar aanhanger van is. Het beroerde is dat iemand als Geert Wilders alle Islamieten voor Salafisten uitmaakt. In onze samenleving maakt hij zich daarmee tot de meest fanatieke propagandist voor het Salafisme. Tal van jongeren van Islamitische afkomst immers twijfelen over hun identiteit en religie, zoals tal van jongeren van Christelijke afkomst daaraan kunnen twijfelen. Die Christelijke jongeren vindt je nog wel eens terug op EO jongerendagen en zo, maar die Islamitische jongeren worden verleid om zich aan te sluiten bij Salafistische groepen. En dat laatste is niet zo slim. Ze lopen de kans op ernstige maatschappelijke schade, wie wil immers een ex-gevangene in dienst nemen, maar ook persoonlijke schade als ze zelfmoord zouden plegen door zich op te blazen. De echte Islam is een heel andere godsdienst waar dit soort praktijken wereldwijd worden veroordeeld. Jesaja vertelt een ander verhaal over de godsdienst van Israel dan het angst en haatzaaien dat nu in onze samenleving gebeurd. De profeet roept op om met de bevrijding van de armen te beginnen. Dan zullen we “priesters van de Heer” genoemd worden. Dan zal de samenwerking met vreemdelingen ons allemaal tot voordeel strekken. Ook hen zal eeuwige vreugde ten deel vallen zegt de profeet hier. In het begin van dit stuk wordt ook gesproken over een “genadejaar”. Dat was een oud voorschrift dat eigenlijk nooit in praktijk schijnt te zijn gebracht. Bij de intocht in het beloofde land is het land zorgvuldig verdeeld onder alle famillies, in het boek Jozua wordt daar nauwkeurig verslag van gedaan. Nu wist men ook wel dat oogsten kunnen mislukken, mensen ziek kunnen worden, verkeerde beslissingen kunnen worden genomen en het wel eens tegen kan zitten in het leven. Er zouden dus families zijn die in de loop van de jaren hun grond zouden kwijt raken en dus geen kansen meer zouden hebben iets voor zichzelf op te bouwen. Elke 50 jaar moest daarom het land weer worden teruggegeven aan de oorspronkelijke familie aan wie het was toegewezen. Gevangenen en slaven zouden worden vrijgelaten en iedereen zou weer opnieuw kunnen beginnen. Dat jaar wordt door de Profeet aangekondigd, het aardige is dat wij het vandaag zouden kunnen laten beginnen door de Wet van de Liefde uit te gaan oefenen.

Zo leerde ik uw wetten kennen

donderdag, 17 januari, 2008

Psalm 119:65-72

“Het was goed dat ik vernederd werd” zegt de Nieuwe Bijbelvertaling. Nou dat staat er niet echt. De Naardense Bijbel zegt hier “’t Is goed voor mij geweest dat ik moest bukken” en dat komt er al veel dichterbij. Vertalen is een kunst en de opvattingen over wat de beste vertaling is kunnen soms hinderlijk uiteenlopen. We zijn immers niet bezig met vertalen maar met het proberen de boodschap van de Bijbel te verstaan. En een goed verstaander heeft wellicht maar een half woord nodig maar het moet dan wel het kernwoord zijn. Dat bukken staat hier in tegenstelling tot de hoogmoedigen. Als je iemand op wil richten die op de grond ligt dan moet je je wel bukken. Als je iemand wil helpen die het een stuk minder heeft dan jij dan krijg je het gevoel dat je van je toppen van geluk moet afdalen tot de diepten van een andermans ellende. Ook dat is bukken. De Psalm zegt dat je juist in dat bukken de Wet van de Liefde leert kennen. De Wet leer je niet kennen als je jezelf voorhoudt dat God met je is omdat je het goed hebt en dat de mensen die het slecht hebben van God verlaten zijn. Dat kan mensen nog wel eens kwaad maken. Als je blijft zeggen dat de psychisch gestoorde zwervers in de stad hulp nodig hebben en geen straf. Dat we onze hand moeten uitsteken al komen we niet verder dan soep uitdelen met het Leger des Heils, maar eens zal een opmerking over een ander leven iemand doen luisteren, zal een uitgestoken hand worden aangenomen. Als we tenminste onze hooghartigheid weten te verlaten en werkelijk weten te bukken. Voor veel mensen betekent dat een vernedering. Afstappen van alle voorrechten die je hebt en meegaan met hen die huis en haard verlaten en verloren hebben. Voor de dichter van deze Psalm is het het tegendeel van een vernedering. Het is een verkwikking waaraan je met heel je hart kunt vasthouden. Zo blijft verbondenheid met de armsten in de wereld je het gevoel van gemeenschap geven waar geen trots op welk land dan ook tegenop kan. Want juist in de verbondenheid met de armsten ligt de bron van een betere wereld, de wereld waar de Wet van eerlijk delen regeert en geen honger en geweld meer voorkomt. Daarom is onze betrokkenheid met Afghanistan goed, maar zullen we meer moeten doen dan soldaten sturen. We weten dat we zullen moeten bukken, dat we zullen moeten delen, dat is meer dan wederopbouw, dat is Afghanistan als onderdeel van ons eigen land gaan beschouwen. Het zal nog goddelozen kwaad maken als je gaat pleiten voor meer hulp in Afghanistan, voor meer zorg voor de slachtoffers van oorlog en geweld, maar het is de Wet die ons dat ingeeft en met vreugde de hand doet grijpen van de armsten in de wereld.

 

Kom tot inkeer

woensdag, 16 januari, 2008

Matteüs 4:12-25

Je moet maar durven. Een gedachte die regelmatig bij je opkomt als je de verhalen over Jezus van Nazareth leest. We hebben het verhaal van Johannes gelezen die aan de Jordaan bij de woestijn mensen opriep weer volgens de Wet te gaan leven en, als teken dat ze hun leven wilden veranderen, ze doopten. Er stond toen in dat verhaal dat van heinde en ver mensen toestroomden om zich door hem te laten dopen. Maar hij werd door Koning Herodes gevangen genomen. Geen wonder dat Jezus van Nazareth onderdook. Hij ging in een streek wonen waar vroeger de stammen Zebulon en Naftali hadden gewoond. Dat waren twee van de tien stammen die in de tijd van de ballingschap verloren waren gegaan. Al in de tijd van de profeet Jesaja heette hun gebied al het Galilea van de heidenen, van hen die de Wet niet kennen. In de dagen van Jezus van Nazareth had Koning Herodes hier niets te vertellen, het gebied viel direct onder Romeins bestuur. Al die duistere en donkere gegevens moeten je niet tot wanhoop drijven schrijft Matteüs dan. Hij roept in herinnering dat die profeet Jesaja ook de mensen uit deze streek had voorgehouden dat in de duisterste duisternis altijd een licht zal opgaan. Een gedachte die we ook vandaag moeten vasthouden. Overal in de wereld zijn nog mensen die in de schaduw van de dood leven. Ook aan die mensen is de boodschap van de Bijbel dat ze door het licht zullen worden beschenen. Aan ons om er aan te gaan werken dat het ook zal gebeuren. Jezus van Nazareth begon juist in die ook voor hem duistere tijden met zijn verkondiging. En je moet maar durven, in een tijd dat alles uitzichtloos lijkt, de mensen voor te houden dat het beste Koninkrijk dat denkbaar is nabij is. De hemel op aarde, het koninkrijk van de hemel, ligt om de hoek voor het grijpen. In het vervolg op wat Johannes al geroepen had klinkt ook hier de roep tot inkeer. We zullen het echt anders moeten doen. De Nederlandse soldaten die zijn gesneuveld in Afghanistan maken ons misschien wakker. Waarom er niet alles aan gedaan om de broeinesten van Taliban in Pakistan aan de pakken. Waarom er niet alles aan gedaan om de slachtoffers van het geweld in Afghanistan te helpen. In een oorlog vallen er slachtoffers en misschien moeten we zelfs blij zijn dat de oorlog nog niet zo onpersoonlijk is geworden dat de soldaten buiten schot blijven. Nederlandse soldaten komen om samen met Afghaanse soldaten, vrouwen, kinderen, ouderen en jongeren en ook samen met Talibanstrijders. Gewonden blijven achter. Onze gewonden worden gerevalideerd en krijgen nieuwe kansen, maar hoe zit het met Afghaanse gewonden. Pas als we tot inkeer zijn gekomen en iedereen mee willen laten delen in dat Koninkrijk dat nabij is zal dat Koninkrijk ook komen. 

De mens leeft niet van brood alleen

dinsdag, 15 januari, 2008

Matteüs 4:1-11

We geloven niet in de duivel. Als je dat zegt rijst de vraag wat je dan moet met dit verhaal van Matteüs. Nu staat er in het verhaal dat Matteüs er niet bij is geweest. Het lijkt een journalistiek verslag van een gesprek, of een serie gesprekken, tussen de net gedoopte Jezus van Nazareth en de beproever. Dat kan het niet zijn want dan had de journalist er zelf bij moeten zijn. Na veertig dagen vasten wordt je helder in je hoofd en loop je de kans visioenen te zien. Het eerste visioen van Jezus ging over hemzelf, hij had honger en het gevoel dat hij de stenen in brood kon veranderen. Matteüs had de behoefte om aan zijn publiek duidelijk te maken dat Jezus een gehoorzame Jood was en citeerde uit het boek Deuteronomium , een van de boeken van de Joodse Wet, waar inderdaad staat dat een mens niet van brood alleen leeft, maar van Gods woord, afhankelijk is van de Liefde dus. Met het gooien met Bijbelteksten moet je overigens heel voorzichtig zijn en ook dat leert dit verhaal van Matteüs. De duivel nam hem mee naar het hoogste punt van de tempel en zong een psalm die waarschijnlijk regelmatig in de tempel was gezongen. Psalm 91, waar de dichter lyrisch wordt over de hulp en steun die je van de God van Liefde kunt verwachten. Maar Jezus houdt zich aan de Wet en antwoordt weer met een citaat uit het boek Deuteronomium: stel God niet op de proef. En ook de derde keer is het de Wet van de Liefde, zoals verwoord in het boek Deuteronomium waarmee Matteüs aantoont hoe Wetsgetrouw die Jezus wel niet was, er is maar één God. Drie maal is er de verzoeking die elke leider en elke machthebber heeft. In de eerste plaats kun je voor jezelf zorgen, de collecte, de winst in eigen zak steken, zorgen dat het jou aan niets ontbreekt. Je kunt, op de tweede plaats, je roeping, je macht op alle manieren proberen te bewijzen, en alles wat goed gaat, ook ondanks jezelf, aan jezelf toerekenen.En je kunt, op de derde plaats, op alle manieren, ook de verkeerde, proberen je macht te behouden en te vergroten. Het zijn de drie verleidingen waar nog tot op de dag van vandaag vele leiders en machthebbers binnen en buiten kerken voor zwichten. Het zijn de politieke spelletjes die mensen van de politiek vervreemden, het zijn de verborgen machtspelletjes in bedrijven die de exorbitante zelfverrijkers tot miljonairs maken, het zijn de machinaties in kerkelijke organisaties die mensen de kerken uitdrijven of slachtoffers maken van gewetenloze oplichters in sektes. Drie keer is er een antwoord van Jezus waar we ook vandaag nog wat mee kunnen. Het gaat niet op de eerste plaats om ons eigen inkomen, het gaat er ook niet om ons eigen gelijk te bewijzen, het gaat er zeker niet om meer te zijn dan een ander, het gaat om recht te doen aan de minsten onder ons, ook vandaag nog.

Gods gerechtigheid vervullen.

zondag, 13 januari, 2008

Matteüs 3:13-17

Toen Matteüs dit verhaal opschreef was het verhaal van Jezus van Nazareth al bekend. Wat hij had gedaan, wat hij had geleerd, hoe het afgelopen was, waren allemaal verhalen die men kende. Matteüs moest ze opschrijven zodat ze op de juiste manier zouden worden doorverteld. Maar waarom had die Jezus van Nazareth zich laten dopen? Die hoefde toch niet een nieuw leven te beginnen? Had hij zich eerst bij een andere sekte aangesloten om daarna voor zich te beginnen? Lastige vragen en volgens het verhaal zoals het bij Matteüs wordt verteld had ook Johannes die vragen gesteld. Het antwoord is dat ze op deze manier Gods gerechtigheid vervullen. En daar mag je nog wel eens bij stilstaan. want is het gewoon dat de grootste mee doet met de kleinsten? Dat de voorganger mee te water gaat met al die mensen die hun leven willen vernieuwen? In de wereld van Jezus van Nazareth wel. Hij zou uiteindelijk de voeten wassen van zijn leerlingen, of hij een slaaf was. Hij zou uiteindelijk een slavendood sterven. Hij zou verkondigen dat wie de eerste willen zijn de laatsten zullen zijn en de laatsten de eersten. Dat is nog eens anders dan in de wereld. Waar Palestijnen eindeloos wachten bij wegversperringen en voor hun komen en gaan volledig afhankelijk zijn van de willekeur van de Israeli en de President van Amerika met 45 auto’s ongehinderd kan doorrijden. Daarom daalde de Geest van God neer op Jezus van Nazareth, zo zacht en sierlijk alsof het een duif was. Want als je in de Geest van God handelt dan durf je de minste te zijn, zodat je de minsten ziet en je je voor de minsten in kunt zetten. Dan ben je een kind van God, een kind waarin God vreugde kan vinden. Het gesputter van Johannes gaat verloren in de verschijning van Jezus als zoon van God. Johannes krijgt gelijk doordat hij ongelijk had. Dat zijn van die mooie zinnen uit de Bijbel die mensen tegenstaan. Hoe kun je nu gelijk krijgen als je ongelijk hebt. Maar hier kun je het zien. Johannes stelt zich als de minste op, hij is het niet waard om de schoenen van Jezus vast te maken. Jezus laat zich dopen, hij gaat de weg van de minste die mee wil gaan op de nieuwe Weg. En zoals Johannes het wil moet het ook, niet een leider die de baas is, maar een voorganger die dient, zo krijgt Johannes het ook te zien, maar alleen doordat Jezus zich laat dopen door Johannes. We mogen sinds die doop allemaal meewerken aan het vervullen van Gods gerechtigheid. We mogen leiders zoeken die willen dienen in plaats van de baas spelen. We mogen leiders kiezen die de minsten voorop stellen in plaats van de rijken. We mogen leiders aanpspreken die niet alleen willen Samen Leven en Samen Werken maar ook willen weten van Samen Delen.

 

Maak de weg van de Heer gereed

zaterdag, 12 januari, 2008

Matteüs 3:1-12

Na de kruisiging van Jezus van Nazareth en de avonturen met de opstanding en de uitstorting van de Heilige Geest noemden de volgelingen van Jezus zich “Mensen van de Weg”. Dat ze Christenen genoemd zouden worden kwam pas veel en veel later. Jezus van Nazareth had zichzelf de Weg genoemd. De Weg naar de betere wereld die vanouds was beloofd. Het land overvloeiende van melk en honing waar het volk Israel een blijvende vrede zou vinden en waar alle volken zich naar zouden wenden om te delen in die vrede. Het verhaal van die Weg begint in het boek van Matteüs aan de Jordaan. Daar waar het volk Israel uit de Woestijn was gekomen om dat beloofde land binnen te trekken had Johannes een plaats gevonden om ze op te roepen de Weg klaar te maken door de paden recht te maken. De oproep was een citaat uit het boek van de profeet Jesaja. In dat boek staat de Wet van de Liefde centraal, de Wet van delen en houden van je naaste als van jezelf. Johannes roept dus op om voortaan volgens die Wet te gaan leven, je door die Wet op pad te laten sturen. Er waren in de tijd van Johannes veel van die profeten die de mensen opriepen om terug te keren naar de bronnen van het volk Israel. Het volk leefde onder een drukkende bezetting. Overal op aarde waren de Romeinen de baas en de Romeinse Keizers werden vereerd als goden. Verschillende soorten verzet werd er gepreekt. Er waren mensen die geweld predikten, rond het jaar 70 zou dat leiden tot een gewapende opstand. Er waren ook mensen die zich van de wereld afzonderden en in de woestijn gesloten gemeenschappen hadden gesticht, we kennen daar nu nog de Essenen van, hun gemeenschappen zijn bij opgravingen blootgelegd. Johannes volgde een andere weg. Als iedereen ging leven volgens de regel van heb je naaste lief als jezelf dan veranderd de wereld vanzelf. Hij sloot daarbij aan bij de profeten van Israel die al hadden betoogd dat gewapend verzet tegen wereldmachten niet zoveel zin had en dat afzondering ook niet kon omdat uiteindelijk alle volken zich naar Jeruzalem zouden moeten keren. Als teken van vernieuwing gebruikte Johannes de doop in de Jordaan, door de Jordaan bereik je dat nieuwe beloofde land. Maar het was geen mode, geen hype waar je uit fatsoen niet omheen zou kunnen. De mensen van het uiterlijk vertoon waren daarom niet welkom. De mensen die compromissen hadden gesloten met de bezetter om hun eigen belang veilig te stellen hoorden er niet bij. Van dat nieuwe leven, van de inzet voor de minsten moet wat te zien zijn. Vrucht moet het nieuwe leven dragen. Om die vruchten gaat het ook vandaag nog. En die vruchten kunnen we voortbrengen, vanaf vandaag als we dat willen.

De gerechtigheid als het gezag.

vrijdag, 11 januari, 2008

Jesaja 60:15-22

Soms staat er prachtige onverwachte poëzie in de Bijbel. Zoals in dit stuk uit het boek van de Profeet Jesaja. “Je zult de melk van vreemde volken drinken” staat er in de Nieuwe Bijbelvertaling. De Naardense Bijbel, de Statenvertaling en de vertaling uit 1951 hebben het zelfs over zuigen. Het beeld is duidelijk, het kind wordt gevoed door de voedingskracht van de hele wereld. En dat kind hier is Jeruzalem, het hart van de wereld, waar vrede de wachter is en gerechtigheid het gezag. Zo ver zijn we in de wereld nog niet. Over Jeruzalem wordt hard gestreden. Joden, Moslims en Christenen beschouwen het als een heilige stad en willen de zeggenschap over toegang tot hun heiligdommen niet aan elkaar overlaten. Schijnbaar gaat de strijd in Jeruzalem alleen tussen Joden en Palestijnen, maar vergis je niet. Christenen vallen uiteen in tal van richtingen en kerkgenootschappen en die spelen hun eigen rol. Sommigen kiezen onverkort de kant van de Joden, anderen die van de Palestijnen en nog weer anderen proberen alleen hun eigen belang te beschermen. Vrede als wachter bij de poort van het huidige Jeruzalem en gerechtigheid als gezag is in de stad zoals wij die kennen ver te zoeken. Toch ligt ook in dat beeld de uiteindelijke oplossing. Alle partijen zullen moeten beseffen dat een leven in Jeruzalem alleen mogelijk is als er voor iedereen plaats is, als mensen bereid zijn echt samen te geven aan die stad. Jezus van Nazareth riep dat de machtigste diegene is die als nederigste dienaar weet op te treden. Voordat dat doorgedrongen is tot de partijen in het conflict rond Jeruzalem zal er nog heel wat water door de Jordaan vloeien. Het visioen van de profeet uit het boek Jesaja is ondertussen nog steeds springlevend. De stad waar de Wet van Liefde wordt bewaard, waar recht en gerechtigheid heerst, waar vrede vanuit gaat, wordt van geslacht op geslacht een bron van vreugde. Voor ons is die stad de hele aarde. De Bijbel besluit dan ook voor Christenen met het beeld uit het boek van de Openbaring van Johannes dat God zijn tenten op deze aarde zal spannen. De welvaart, die we in ons land al in overvloed kennen, zal dan gedeeld worden met iedereen op aarde. Geen hongersnoden meer in Afrika, geen oorlogen meer om kostbare grondstoffen, geen bootjes meer op de Middellandse Zee met wanhopige vluchtelingen. De muren die we nu nog rond fort Europa hebben gebouwd zijn dan Redding, de poorten Faam. Beroemd zijn we dan om gastvrijheid en het delen met wie in nood is komen te verkeren. Maar dat zal volgens de profeet een compleet nieuwe wereld zijn waar we de zon en de maan niet meer nodig hebben omdat de glans van de Liefde op alles en iedereen zal afstralen. Dan is de ene Heer, ook werkelijk de enige Heer.