Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor oktober, 2011

Niemand deed hem iets.

vrijdag, 21 oktober, 2011

Johannes 7:37-53

Het feest waarover het in dit gedeelte van het Evangelie naar Johannes gaat is het Loofhuttenfeest. Het feest van de inzameling. Er wordt wel gezegd dat dit feest het enige feest is dat niet overgenomen is in het Christendom. De beide andere feesten, Pesach en Pinksteren, zijn dat wel. Maar de tekst waarmee het gedeelte dat we vandaag lezen begint zet daar stiekum toch een vraagteken bij. Het spreekt over het hoogtepunt van het feest. Nu werd het Loofhuttenfeest zeven dagen gevierd, maar in de loop van de eeuwen kwam het hoogtepunt te liggen op de achtste dag, dan was alles en iedereen klaar en volledig in feeststemming en dan kon de grote maaltijd beginnen. En die achtste dag speelt in het Christendom nu juist wel een grote rol.

Die dag is de eerste dag van een nieuwe week, de eerste dag van een nieuw tijdperk. Op die dag vonden vrouwen het graf van Jezus van Nazareth leeg. Op die dag ging de gemeente van volgelingen van Jezus van Nazareth het begin van het nieuwe tijdperk van het Koninkrijk van God vieren. Op die dag werd er ingezameld, voor de armen met name, op die dag werd er samen maaltijd gehouden. Dan werd het brood gebroken ter gedachtenis van Jezus van Nazareth en ging de beker rond. De bijeenkomst die de gemeente hield had allerlei elementen die ook in het Loofhuttenfeest herkenbaar zijn. En die bijeenkomst op de achtste dag vindt nog steeds plaats, we noemen dat de zondag, soms compleet met breken van brood en delen van de wijn.

Op de achtste dag in het verhaal van Johannes komt ook de onrust in Jeruzalem tot een hoogtepunt. De maaltijd met brood en wijn wordt voorafgegaan met een rituele wassing en er was een ritueel bekend in het volk waarbij op de achtste dag van het Loofhuttenfeest water uitgegoten werd om de aarde te wassen. Alle oogst was nu binnen en er moest een nieuwe ciclus komen waarna opnieuw kon worden geoogst. Jezus van Nazareth roept uit dat hij het echte water zal laten stromen, water dat niet alleen de aarde zal reinigen maar vooral de hoofden en harten van de mensen. Niet meer het botte egoïsme van mensen maar de liefde van God die de mensen zou vervullen zou stromen over de aarde. In de dagen dat Johannes dit opschreef kende men het werk van de Heilige Geest en die deed wat hier werd beschreven.

In onze dagen kunnen we er opnieuw mee beginnen. Ook voor ons is er die reinigende werking van het wegwassen van egoïsme en het vervangen door de liefde zoals Jezus van Nazareth ons die heeft voorgeleefd. In de occupy beweging zie je al de roep om de graaicultuur van de rijken af te breken en om te buigen tot een cultuur van recht en gerechtigheid. Altijd is dat de reactie geweest van mensen op doorgeschoten egoïsmen, op de exorbitante zelfverrijking door enkelingen ten koste van velen. In de dagen van Jezus van Nazareth waren de autoriteiten bang voor het geweld waarmee die omwenteling gepaard kan gaan.

Maar ook de dagen van onze geschiedenis leren ons dat geweld tegen een massa tegengeweld kan oproepen die het oude voorbij doet gaan en ruimte maakt voor het nieuwe. Het laatste dat Jezus van Nazareth ooit deed was geweld oproepen of goedkeuren. Het lukt dan ook niet om hem gevangen te nemen. De leiders gaan maar naar huis staat er dan, ze maken daarmee ook ruimte voor het volk om het goede te gaan doen en niet dan het goede. Die ruimte moeten we nemen, niet alleen op de achtste dag maar elke dag weer, totdat de aarde vol is van de liefde van God en recht en gerechtigheid heersen.

U kent mij

donderdag, 20 oktober, 2011

Johannes 7:25-36

De evangelist Johannes maakt hier onderscheid tussen de inwoners van Jeruzalem en de Joden. Voor ons zijn het allemaal Joden. Maar de hekel aan de Joden die uit de woorden van Johannes spreekt heeft bij Heidenen als wij vaak misverstanden gewekt. Alsof  Johannes namens God een hekel had gekregen aan iedereen in het volk Israël en dat wij die hekel in navolging van hem ook maar moesten hebben. Het subtiele onderscheid dat in het gedeelte van vandaag wordt gemaakt wijst anders uit. Als het gaat over de Joden dan gaat het over de mensen die er toe doen. De leden van het Sanhedrin, het Tempelbestuur, en de mensen die hun partij hadden gekozen in het conflict tussen Romeinen en het volk Israël, het gaat om de leiders van het volk, de mensen van het openbaar bestuur in Israël.

In de dagen van Jezus van Nazareth leefde de verwachting van een bevrijder zeer sterk. Rome was niet zomaar een wereldrijk dat het op zou moeten nemen tegen andere wereldrijken. Rome beheerste de hele toen bekende aarde en had alle bekende volken onderworpen. Wilde een klein volk als dat van Israël ooit weer haar zelfstandigheid krijgen dan moest er wel een wonder gebeuren. En dat wonder had een naam gekregen in het beeld van de Messias. Wie wat en hoe die Messias zou zijn wist men niet, alleen dat die onverwacht zou komen en van Israël weer een zelfstandig koninkrijk zou maken onder het koningshuis van David. Een Jezus uit Nazareth, zoon van een timmerman, paste niet helemaal in dat beeld. Evangelisten als Matteüs en Lucas hadden daarom ook de moeite genomen aan te tonen dat die Jezus van Nazareth wel degelijk afstamde van Koning David en zelfs in diens stad, in Bethlehem geboren was.

Voor de evangelist Johannes was die afstamming minder belangrijk. Hij herinnerde zich hoe Jezus sprak over zijn zending en wie je heeft gezonden en met welke taak is oneindig veel belangrijker dan de menselijke afstamming. Jezus van Nazareth herinnert er aan dat hij is gezonden door de God die volgens de schriften nooit laat varen het werk dat hij is begonnen. In de grote menigte die in Jeruzalem was voor het Loofhuttenfeest zal dit de nodige onrust hebben veroorzaakt. Een wonderdoener, een genezer, die tegelijk ook een leraar was die de Schriften kende, dat moest haast wel de Messias zijn. En voor de bestuurders was het alleen al daarom een gevaarlijk man. Hoe kon iemand zich in het hoofd halen iets tegen de Romeinen te kunnen ondernemen. Die zouden alleen nog maar meer macht aan zich trekken.

Toen Johannes dit had geschreven was het bewijs al geleverd, de Tempel was verwoest en het volk verstrooid. Jezus van Nazareth spreekt in dit verhaal al over de tijd dat hij bij zijn Vader is en wij hem niet meer kunnen zien. Wij kennen hem alleen in de verhalen over zijn liefde voor de mensen. Zijn goddelijke liefde waarin wij deel mogen hebben door te geloven dat die wereld die hij beloofde er ook zal komen, door aan die wereld alvast te gaan werken zoals hij er aan gewerkt heeft. Totdat hij komt en wij hem mogen verwelkomen.

Niemand houdt zich aan de wet.

woensdag, 19 oktober, 2011

Johannes 7:14-24

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Dat geldt dus ook voor Jezus van Nazareth leren we van de evangelist Johannes. Jezus ging immers in het geheim naar Jeruzalem, niet om daar groot opzien te baren en menigten om zich te verzamelen die hem zouden aanbidden maar omdat je op het Loofhuttenfeest nu eenmaal naar de Tempel gaat. Maar hij kan het niet laten, er moet onderwezen worden aan een volk dat dreigt de Wetten van Mozes ontnomen te worden. Want de Tempel in Jeruzalem is niet meer de plaats van ontmoeting. De plaats waar de Godsdienst van Israël in delen en in het met elkaar maaltijd houden wordt geoefend. De Tempel in Jeruzalem is een plaats van religie, waar geofferd wordt, waar gehandeld wordt, waar Priesters worden geëerd en gehoorzaamd. De Tempel in Jeruzalem verschilt maar heel weinig meer van de Tempels van de goden van Grieken en Romeinen.

De verbazing is groot, de zoon van een timmerman uit Galilea staat als leraar en onderwijzer in de Tempel van Jeruzalem, hoe is het mogelijk. Galilea stond immers bekend als het land van de heidenen en timmermannen wisten wel het een en ander van de Schriften maar deze leraar had zeker geen opleiding tot Schriftgeleerde gehad. Het optreden van Jezus van Nazareth in de Tempel had de religieuze autoriteiten altijd al verbaasd. De evangelist Lucas vertelt het verhaal van de twaalf jarige Jezus die in de Tempel de mensen tot verbazing bracht. Nu is opnieuw de vraag waar hij toch die wijsheid vandaag haalt. En dan past Jezus van Nazareth een regel op zichzelf toe die hij ook op anderen toepast. Aan de vruchten kent men de boom. Is hier sprake van eigen eer of van de wil van God? Het gaat er dus niet om hoe vroom of hoe knap, of hoe Christelijk je spreekt maar wat de gevolgen zijn van hetgeen waartoe je oproept. En natuurlijk of je die mooie woorden ook zelf waar maakt.

In de Tempel in Jeruzalem werd vanouds de Wet van Mozes bewaard. De eerste vijf boeken van de Bijbel worden bij elkaar de Wetten van Mozes genoemd maar het hart er van zijn de tien geboden. Die stonden op stenen gegraveerd die in een kist lagen, de ark heette die, en die vormde het hart van de Tempel. Die ark was al lang verdwenen in de dagen van Jezus van Nazareth maar de functie van de Tempel was dezelfde gebleven. Daar hoorde je van de Wetten van Mozes, zoals die in de woestijn aan het volk waren gegeven. Die Wetten lieten zich samenvatten in het “Heb uw naaste lief als uzelf”. En daar gaat het in de discussie dan ook over. Ritueel en dus religieus moesten jongens worden besneden, daar werd grote nadruk op gelegd, maar volgens de samenvatting van de Wetten van Mozes ging een zieke altijd voor. Kun je dan op de Sabbath, de religieuze rustdag, wel de besnijdenis doen en zou je dan niet mogen genezen?

Ook wij lopen het gevaar religie te verwarren met de godsdienst van de God van Israël. Keurige pakken, strakke jurken, kleurige hoedjes en twee keer op zondag naar de kerk waar vrome psalmen en gezangen worden gezongen bepalen het beeld dat veel mensen hebben van het Christelijk geloof. Maar dat is een verkeerd beeld. Het Christelijk geloof vindt je in de hulp voor de zwakken de minsten in de wereld. In de voedselbanken, in de Fair Trade en wereldwinkels, bij Amnesty International en Sabeel, in de vredesbeweging en misschien ook wel in de Occupy beweging met zijn roep om een eerlijkere verdeling van de welvaart die we samen verdienen. Meedoen met de beweging van het Christelijk geloof mag elke dag opnieuw, niemand hoeft zich schuldig te voelen het te hebben verwaarloosd, iedereen die wil meedoen is welkom, de rest wordt je vergeven. Rechtvaardigheid staat ook vandaag weer voorop in die beweging.

 

Laat je dan zien aan de wereld.

dinsdag, 18 oktober, 2011

Johannes 7:1-13

Vandaag een feestverhaal, tenminste een verhaal over een feest. Het gaat over het Loofhuttenfeest. Dat was een soort oogstfeest in de Herfst. Iedereen moest dan van takken een hut maken en daar zeven dagen wonen. Dat herinnerde aan de reis in de woestijn en aan het Grote Gebod dat daar was ontvangen. Het Loofhuttenfeest was één van de feesten waarbij het volk bij de Tempel een maaltijd moesten houden met de familie, de armen, de vreemdelingen en de dienaren van de Tempel. Daarom willen de broers van Jezus van Nazareth ook graag dat hij naar Jeruzalem gaat, rond blijven trekken in Galilea levert niet genoeg op, het hoogtepunt moet komen in Jeruzalem.

Martelaar worden is natuurlijk mooi, je weet dan zeker dat je beroemd wordt en dat iedereen over je zal willen praten. Maar Martelaar worden is ook een beetje zinloos, tegenwoordig zelfs een beetje zielig. Want er zijn martelaren en martelaren. Er zijn martelaren die het martelaarschap niet hebben gezocht. Die dat tot het laatst uit de weg gingen tot het niet meer mogelijk was. Maar die ondanks de vervolging hun geloof, hun ideaal of hun overtuiging vast bleven houden, ondanks de vervolging die hun ten deel viel. Uiteindelijk zou ook Jezus van Nazareth een dergelijke martelaar worden. Niet op een feest dat het einde van de Uittocht herdacht, de reis door de woestijn en het land overvloeiende van melk en honing dat daarna kwam, maar op een feest dat het begin van de bevrijding herdacht. Het Pesachfeest herinnerde immers aan de bevrijding uit Egypte, aan de laatste maaltijd daar, aan het lam dat daar was geslacht en de bevrijding van de slavernij die er op volgde.

De schrijver van het verhaal over Jezus van Nazareth blijft dan wel met een probleem zitten. Dat er broers zijn is geen probleem. Eén van die broers zou later nog de leider worden van de gemeente in Jeruzalem. Johannes moet Jacobus hebben gekend of van hem hebben gehoord. Maar de afwijzing van de vraag van die broers kan niet betekenen dat Jezus van Nazareth de Wet van Mozes overtreed. Daarom wordt verteld dat Jezus van Nazareth in het geheim naar Jeruzalem is gegaan. Wordt ook gelijk duidelijk dat de Bijbel het afwijst als mensen zelf het martelaarschap zoeken. Met een bomgordel om de Wet van God proberen te laten handhaven, of overtreders van die Wet zelf gaan doodschieten tot je gedood wordt door anderen, politie of zo, wordt afgewezen. Gelovigen in de God van Israël zoeken het leven. Soms moet je dat een beetje verborgen doen, zodat je tegenstanders geen vat op je kunnen krijgen. Soms moet je er voor blijven staan, als de minsten in het volk in de knel komen. Het gaat per slot niet om je eigen eer, daarom ging het zelfs niet bij Jezus van Nazareth, ook dat wordt vandaag weer eens duidelijk.

Ik reken af met wie mij haatten.

maandag, 17 oktober, 2011

Deuteronomium 32:36-52
 
Het laatste deel van het lied dat door Mozes en Jozua gezongen werd toen ze alle wetten hadden opgeschreven. Dit lied moest door het volk uit hoofd worden geleerd en elk jaar opnieuw worden gezongen. De boodschap is eenvoudig, als je de wet van God verlaat loopt het slecht met je af, als je je weer aan de Wet van God gaat houden dan gaat het ook weer goed met je. Zo op de eerste dag van een nieuwe werkweek is dat bemoedigend. Houdt van je naaste als van jezelf en het zal deze week goed gaan.

Zo eenvoudig ligt het natuurlijk niet. we kennen mensen genoeg uit de geschiedenis die ons voorbeeld zouden kunnen zijn en met wie het uiteindelijk niet goed is afgelopen. Martin Luther King was er zo één. Hij bracht de Amerikaanse samenleving volledig in beweging en zette die op haar kop. Van discriminatie kon en kan geen sprake meer zijn. Hij werd uiteindelijk doodgeschoten. Het gaat dan ook niet om ons individuele lot, ons eigen welbevinden. Dat doen van het goede en niets dan het goede levert pas op als iedereen mee gaat doen. Het lied van Mozes en Jozua gaat niet over individuele burgers en hun persoonlijke verhouding tot God, het gaat niet over de vraag of ze wel genoeg bidden en keurig offeren en naar de tempel gaan maar het gaat over de vraag hoe het volk het er af brengt. Het lied van Mozes en Jozua is bij uitstek een politiek lied. In het boek Deuteronomium worden de ijkpunten er steeds bijgeleverd. Hoe gaat het met de armen, de weduwen en de wezen, mogen de vreemdelingen ook meedoen met alle activiteiten van volk, niet alleen met de feestmaaltijden maar ook met de volksvergaderingen. Zo ja dan vorm je een hecht volk dat wat voor elkaar over heeft en daardoor onoverwinnelijk is geworden, zo nee, dan ben je geen volk maar een verzameling eenlingen die door een vastberaden vijand gemakkelijk te verslaan zijn.

Mozes de leider van het volk, die afscheid moet nemen en het beloofde land alleen van verre mag bekijken, roept het volk op voor elkaar te blijven zorgen en zich daarmee aan de Wet van de Woestijn te blijven houden. Dat is met recht een zaak van levensbelang. Het bestrijdt het pure eigenbelang van mensen die een hoog inkomen en een groot vermogen hebben. Die mensen zijn eigenaar van de duurste woningen in elke gemeente en die moeten dus de hoogste belasting op de onroerende zaken betalen. Maar die mensen hebben ook de hoogste aftrek van hypotheekrente. Van alle subsidies die de overheid aan burgers geeft krijgen zij het hoogste bedrag. Dat noemen we villasubsidie en dat tekent de oneerlijke verdeling van de welvaart van ons land. Mozes roept daarom ook ons toe te blijven kijken hoe het zal gaan met de vreemdelingen, met de armen, met de zieken en gehandicapten, met de weduwen en de wezen, met de zwervers naar wie een hand moet worden uitgestoken. Goddelozen noemen dat graag de onderkant van de samenleving, in Gods Koninkrijk komen ze op de allereerste plaats.

Met een volk zonder verstand

zondag, 16 oktober, 2011

Deuteronomium 32:19-35
 

Samen sta je sterk en eendracht maakt macht. We weten het eigelijk wel. Het zijn de leuzen waarmee ons land is ontstaan en de slagzinnen die de vakbeweging kracht hebben gegeven toen het lid zijn van een vakbond nog een risico vormde. Ook de sociale huisvesting komt voort de gedachte dat je goede dingen alleen samen kunt opbouwen, net als de ziekenfondsen gebouwd zijn op het principe van de solidariteit van die het sterkst is met de zwakken, maar iedereen kan zwak worden nietwaar. Als iedereen doet of alleen het eigen belang telt en iedereen wel voor zichzelf kan zorgen dan gaat het mis. Het is het uitgangspunt van de huidige regering.

De tolerantie die het begin vormde van de Republiek der Verenigde Nederlanden, het idee dat iedereen mee zou moeten kunnen doen met de regering is nu verlaten. Ooit moesten afgevaardigden van steden en dorpen bij nieuwe voorstellen terug naar hun achterban om te vragen wat men er eigenlijk van vond. In een tijd waarin mensen in een oogwenk tijd kunnen communiceren met mensen tot aan de verste uithoeken van de aarde wordt er door onze politici helemaal niet meer met het volk gecommuniceerd. Het roepen op het Beursplein tegen de exorbitante zelfverrijking van bankdirecteuren, ceo’s en commissarisen mag niet vergeefs zijn maar heeft in het centrum van de macht in ons land nog lang geen gevolgen. Zeker de populisten in ons land houden de oneerlijke verdeling van rijkdom en welvaart in stand.

De God van Israël is ondertussen hier niet meer te vinden. In Bijbelse termen loopt het dan altijd slecht af met een volk. Hoe dat ook bij ons zal zijn, in elk geval wordt het tijd dat verstandige mensen het slecht gaan vinden dat de oneerlijke verdeling van welvaart in stand blijft. Het wordt tijd dat verstandige mensen vinden dat het niet goed is dat gehandicapten en langdurig zieken in de hoek worden gezet en dat hen eenzijdig wordt gevraagd de schade te betalen die speculanten en bankdirekteuren aan de samenleving hebben toegebracht.

De scheldpartijen zijn in het gedeelte van vandaag uit het boek Deuteronomium niet van de lucht. Als je die op een zondag in een kerk zou aanheffen zou de gemeente je vreemd aankijken, zeker als je geroepen bent om de gemeente voor te gaan. Toch is het Bijbelse taal die meer dan ooit actueel is. Een volk dat de geboden van de God van Israël in de wind slaat, niet meer rust op het heb uw naaste lief als uzelf, niet meer doet aan recht en gerechtigheid door iedereen tot zijn of haar recht te laten komen, verdiend niet anders dan bijtende slangen en giftige wijn. Die taal is ons in de Bijbel gegeven om ons te behoeden die weg in te slaan. Laten we dan vandaag al beginnen met ons om te keren en de komende week en de komende weken laten zien en horen waar de armen in onze samenleving zijn en waar de hongerenden in de wereld zijn waarmee onze welvaart gedeeld moet worden.

 

Moge mijn onderricht neerdalen als regen

zaterdag, 15 oktober, 2011

Deuteronomium 31:30-32:18
 
Hier horen we dus het lied dat Mozes moest schrijven en dat heel het volk uit het hoofd moest leren. Dat Koninkrijk van God wijkt zo zeer af van wat gebruikelijk is dat als je dat echt wil maken je heel vasthoudend moet oefenen. Hongerigen voeden, naakten kleden, gevangenen bezoeken, vreemdelingen in je kring opnemen, bedroefden troosten, doden begraven, er is genoeg te doen. Als je nog een Liedboek van de Kerken hebt kun je gezang 8 meezingen, Muus Jacobse heeft daar een berijming gegeven van het lied van Mozes.
 
In een dorre woestijn werd volgens dit deel van Deuteronomium het volk Israel gevonden en daar begon het welzijn en het welvaren van dat volk. Als je dit deel leest wordt het almaar vrolijker, zorg en liefde werden uitgestort, de bergen werden geopend, honing uitgeschonken, de oogst werd tot voedsel verstrekt, olijfolie kwam uit steenharde rots, melk van koeien en geiten, vlees van rammen, lammeren en bokken, het kan niet op. De beschrijving van een land overvloeiende van melk en honing. En was het volk daar zuinig op? Wilde het delen met de armen, de weduwen en de wezen, met de vreemdelingen in hun midden? Dat was immers afgesproken in het hart van die dorre woestijn? Nee dus, ze brachten offers aan goden die geen goden zijn, aan nieuwkomers van goden staat er.

Er is dus niets veranderd. Ook in onze tijd willen de goddelozen ons doen vergeten waar we vandaan komen.  De vreemdelingen in ons midden worden aan de goddelozen overgelaten. Daar is geen plaats voor medemenselijkheid, en zeker niet voor moeilijke woorden als sociaal gevoel of een hart. Daar valt niet mee te regeren, ook al gedogen partijen met medemenselijkheid dat anti vreemdelingenbeleid als het gaat om sociaal economische belangen, als het gaat om de Euro, de winst voor banken en bedrijven. Dan wordt ook dat beleid van scheiding en vernedering gedoogd door de zogenaamde linkse oppositie We moeten bang zijn dat het oordeel over deze regering dat wordt wat gezegd werd over Israel: “Dit is een verdorven geslacht”. We zullen moeten wachten op verkiezingen en tot die tijd het lied van Mozes steeds luider moeten zingen, dezer dagen kan het op het Beursplein in Amsterdam.

Zo schreef Mozes die dag het lied

vrijdag, 14 oktober, 2011

Deuteronomium 31:19-29

Het is dus kennelijk de overvloed die mensen doet vergeten wat het belangrijkste is in het leven. Als je maar genoeg hebt dan hoef je niet meer te zorgen voor de armen. Dan is de bevrijding uit het slavenhuis een vergeten zaak. Daar begint het verhaal dat we vandaag gelezen hebben mee. Om het volk er later aan te herinneren moet Mozes een volkslied schrijven. Een lied waaraan de bedoeling van het volk ook later te herkennen is. Later als er overvloed is en men er aan is gewend en dus vergeten is om voor recht en gerechtigheid te zorgen dan zingt men nog steeds het volkslied en wordt men er aan herinnerd waarvoor men ook al weer een volk was geworden dat leefde in een land dat overvloeide van melk en honing.

Zou het daarom zijn dat wij ook zo’n raar volkslied hebben? Want dat volkslied van ons is alleen te begrijpen als je het een en ander weet van het ontstaan van ons land. Als je je nog herinnert dat iedereen in Europa Rooms Katholiek was, maar dat er in Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Nederland mensen waren die anders waren gaan geloven dan de Rooms Katholieke Kerk goed vond. En dat er een Duitse Prins was, prins van een Frans Prinsdom, die in opstand kwam tegen de onderdrukking van de vrijheid om te geloven wat mensen zelf voor goed hielden. Hij was als politiek heerser geroepen over de Nederlanden en vocht daar voor gewetensvrijheid en geloofsvrijheid. Zijn soldaten volgden hem onder de leus “Liever Turks dan Paaps”. Zouden wij zijn lied nog zingen omdat onze welvaart ons heeft doen vergeten dat we die geloofsvrijheid die we toen hebben bevochten ook aan anderen in ons land zouden moeten gunnen?

Net zo min als Willem de Zwijger, Willem van Oranje, bij ons de vrijheid en de welvaart van de Gouden Eeuw heeft meegemaakt heeft Mozes de intocht in het beloofde land meegemaakt. Dat ging onder leiding van Jozua en dat is een heel ander verhaal geworden dat zich buiten de boeken van Mozes laat lezen, het staat in het boek Jozua. Mozes nam afscheid van het volk en drukte ze op het hart voorzichtig te zijn want verzet tegen de wetten van de God van Israël is zo gemakkelijk. Telkens weer gewezen te worden op de armen, op recht en gerechtigheid, op de plicht voor de vreemdelingen te zorgen is vervelend. Het is veel leuker om te werken voor winst en profijt om de rijkste onder de volken te zijn. Maar daar ging het bij het volk Israël nu net niet om. Zonder de zwaksten had het volk nooit die zwerftocht door de woestijn kunnen volbrengen en ook in de zwartste dagen in dat mooie land zouden ze op elkaar zijn aangewezen. Daarom moesten ze voor elkaar blijven zorgen hoe verleidelijk het ook was alleen voor zichtzelf te zorgen. In onze dagen is het niet anders. De bonnussen voor de rijken zijn meer nodig dan de rugzakjes voor de gehandicapten. Maar er zijn mensen die er tegen in opstand komen, die zich het lied van Mozes en het lied van Willem van Nassau zich herinneren en weer naar een samenleving willen waar men de naaste liefheeft als zichzelf.

En de vreemdelingen die bij u in de stad wonen.

donderdag, 13 oktober, 2011

Deuteronomium 31:9-23
 
Je hebt het volk, en je hebt de vreemdelingen die bij ze in de stad wonen. We doen de laatste jaren een beetje of dat twee verschillende werelden zijn. Vreemdelingen moeten inburgeren en wij maken wel uit of ze er bij mogen horen of niet. Volgens de Bijbel gaat dat anders. Vreemdelingen blijven nu eenmaal vreemdelingen maar het volk Israel moet zorgen dat ze mee kunnen doen. Elk jaar wordt er een vrolijk feest gevierd, het loofhuttenfeest. Op dat feest moet de hele wet worden voorgelezen. We hebben  geleerd dat bij de feesten een maaltijd moet worden aangericht waarbij het eten en drinken zeer uitdrukkelijk gedeeld moet worden met de vreemdelingen en met de armen. Bij het voorlezen van de wet horen ook uitdrukkelijk de vreemdelingen uitgenodigd te worden. Maar het voorlezen van de wet is niet genoeg. Mozes krijgt de opdracht een lied te schrijven dat iedereen uit het hoofd moet leren. Als je dat dan samen zingt kan niemand zeggen nooit van de wet te hebben gehoord.
 
Iedereen in Nederland wordt geacht de wet te kennen dus ik moet bijvoorbeeld op passen wat ik hier over personen schrijf. Als ik zou opschrijven dat mevrouw Verdonk als minister een misdadigster was dan overtreed ik de wet, dat schrijf ik hier dus niet op. Die minister mocht wel zeggen dat een vreemdelinge uit Winterswijk het misdrijf van fraude pleegde omdat haar ouders geld hadden gekregen toen ze terug keerden naar Kosovo, die ouders woonden daar nog steeds toen dat meisje hier  tijdelijk bleef wonen om haar school af te maken. Dat je iemand beschuldigd van het plegen van een misdrijf zonder bewijzen heet smaad, staat in de strafwet. Nu is de wet voor die minister, ze zit op het departement van justitie, heel erg moeilijk toe te passen. Dat meisje werd door twee verschillende rechters in het gelijk gesteld.

De huidige minister balanceert tussen angst voor vreemdelingen en het inzicht dat ze nu eenmaal werk voor ons verrichten en zich daarmee nuttig maken. Volgens de Bijbel is het zaak ook vreemdelingen recht te doen en tot hun recht te laten komen. Het wordt dus tijd dat iemand de minister dagelijks voordat hij aan het werk gaat de wet voorleest. Je moet dan wel hopen dat hij die wet ook kan begrijpen. We halen hier maar een paar oude zaken aan. Want je mag best zeggen van de rechter dat het geloof van vreemdelingen een gevaar voor je samenleving is. Dat hoef je niet te bewijzen, dat mag je vinden en vinden mag je alles. Ook in de Bijbel staat dat alles geoorloofd is, Paulus heeft dat ooit gezegd, maar die zei er bij dat niet alles nuttig is. En nuttig voor een vreedzame samenleving is het niet als je gaat zeggen dat mensen die vrede willen een bedreiding vormen omdat ze volgens jou een verkeerd geloof hebben. Israël deed dat anders, die Wet liet zich samenvatten als Heb uw naaste lief als uzelf. Dat zou je samen met vreemdelingen tot uitgangspunt kunnen nemen, lees het ze maar voor, zing het maar samen, moet je opletten dan is ook hun geloof ineens niet meer zo gevaarlijk.

Om door de mensen gezien te worden

woensdag, 12 oktober, 2011

Matteüs 22:41-23:12

Het grote gebod, je naaste liefhebben als jezelf, is er voor bedoeld om ons in gang te zeten, dat wordt ons voortdurend in het verhaal over Jezus van Nazareth voorgehouden. Maar wie is die Jezus van Nazareth dan wel? Om uit te maken hoeveel je kunt houden van je naaste als je veel van jezelf houdt vraagt Jezus van Nazareth aan de deskundigen van wie de Messias, de verwachte bevrijder van Israël, afstamt. Van Koning David dus. Om maar even vast te stellen dat “bevrijder” of  Messias zijn niet even zomaar wat is, dat is een koninklijke opgave. Jezus van Nazareth voelde wel mee met die Farizeeërs. Eeuwenlang is ons voorgehouden dat dat maar een stelletje huichelaars waren maar zo eenvoudig lag ook dat niet. Het waren mensen die hartstochtelijk hun geloof zuiver wilden houden. Dat zuiver houden van geloof in God was iets wat ook Jezus van Nazareth wilde. Alleen Jezus van Nazareth stelde niet de wet maar de liefde centraal. Vandaar ook die discussies over de wet.

Jezus wijst dan op de Bijbel die zegt dat liefhebben het belangrijkste gebod is, God liefhebben en dat is gelijk aan je naaste liefhebben. Die Messias zou dat tot het uiterste doorvoeren was voorzegd en zou daarmee het volk bevrijden. Als koning zou die Messias regeren. En daar draait Jezus de zaak weer om. Hoe kan een nieuwe koning nu meer zijn dan koning David, dat stond er wel en daar was dus geen antwoord op. Het had te maken met dat liefhebben. Als het meer moest zijn ging het over de hele aarde, over ons dus ook,  En ons gaat het daar vandaag de dag ook over, wij zijn eigenlijk van een Koninkrijk zonder grenzen, burgers van de hele aarde zoals die door God is geschapen. Met alle mensen als broeders en zusters, let er dus op en zorg er voor dat het met hen allen goed gaat, pas dan gaat het goed met de aarde zoals God die bedoeld heeft.
 
Het meest dichtbij voor ons is de zorg voor zieken, gehandicapten, armen en zwakken. Een zorg die als verantwoording van de samenleving voortdurend met afbraak wordt bedreigd. Dat zou moeten vanwege de economische crisis. In de wereld van de economie staan de voorspellers voorop. De ene econoom na de andere had de crisis aan zien komen. Alleen de domme spaarders wisten het niet. Die hadden niet moeten vertrouwen op de toezichthouders die namens hen in de boeken hadden mogen kijken of het goed was met de banken. De banken moeten nu meer geld in voorraad nemen en dat geld moet ergens vandaan komen. Zorg voor zieken en gehandicapten wordt dan onbetaalbaar.   Dat je als minister president of als toezichthouder op banken dienaar bent van de armsten in de samenleving komt niet bij hen op.In deze dagen waar de leiders en toezichthouders in de financiële wereld de verantwoordelijkheid op gewone mensen afschuiven mogen we wel weer eens na denken. En aan Jezus van Nazareth die het ons al had voorgeleefd. In zijn geest mogen wij er aan werken dat onze samenleving weer de zorg voor de minsten, en daarmee de liefde tot God, weer als fundament krijgt..