Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2011

Ik zal u rijk belonen

dinsdag, 20 december, 2011

Numeri 22:15-35

Ieder mens heeft een prijs. Je kunt je nog zo sterk voornemen om integer en eerlijk te blijven, er is een prijs die je kan overhalen. Soms is die prijs de angst voor pijn en dood, dictators maken daar graag gebruik van, maar veel vaker is de prijs zilver en goud. Als er genoeg zilver en goud wordt betaald dan geef je geheimen prijs waarvan je dacht dat die veilig bij je waren. Zo vergaat het ook met Bileam. Hoewel de God van Israël hem had verboden in te gaan op het verzoek Israël te vervloeken is de blanco cheque die hem wordt aangeboden toch voldoende voor Bileam om het verzoek nog eens in overweging te nemen en er een nachtje over te slapen. Dat spreekwoord komt dus uit dit Bijbelverhaal. En ja, als je je nu eens voorneemt niet anders te doen dan die God van je vraagt dan kun je toch je gang gaan?

Er werd en wordt vaak gedacht dat uiterlijke godsdienstplichten vervullen genoeg is om Christelijk te zijn. In de Rooms-Katholieke kerk betekende dat voor priesters de eucharistie vieren, ook al waren ze alleen, en hun superieuren gehoorzamen. Als dat voldoende is dan mag je best iets doen dat die superieuren niet zien en niet weten was dan de redenering. Zo ontstond een klimaat waar ook gemakkelijk misbruik van kinderen kon worden gemaakt. Natuurlijk weten we wel dat uiterlijke plichten eigenlijk niet belangrijk zijn en dat gehoorzaamheid soms zelfs heel erg verkeerd kan uitpakken maar je netjes gedragen, altijd vriendelijk zijn, niet schelden zijn nog steeds van die regels die de meest slechte praktijken met de mantel der liefde kunnen bedekken en daarmee in stand houden. De Bijbel schrijft toch heel andere zaken voor.

Bileam gaat dat merken. Met alle geweld wil hij op pad om het volk Israël te vervloeken. Als hij nu maar blijft luisteren naar die God van Israël dan moet dat toch lukken? Maar hij merkt dat met alle geweld niet altijd de juiste zaken te bereiken zijn. Het geweld dat hij tegen zijn eigen ezel gebruikt keert zich bijna tegen hem. Gehoorzaamheid had tot een ramp geleid, als de ezel gehoorzaam was geweest aan Bileam had het de profeet het leven gekost krijgt hij te horen. Een boodschapper van de God van Israël meldt hem dat. Die boodschapper wilde hem tegenhouden hoewel hij toestemming had om door te gaan. Die boodschapper gaat kennelijk ook wel eens tegen het besluit van God in.

We moeten leren dat al die keurige fatsoensregels er niet toe doen. Waar het om gaat is het effect dat het op mensen heeft. Doet het de armen goed of kunnen de armen doodvallen onder ons fatsoen. Die vraag mogen we onszelf dezer dagen ook stellen. Delen we genoeg van al onze rijkdom? Laten we niemand onnodig in eenzaamheid zitten ook al hoort het misschien niet om juist met die ene te delen en die andere uit te nodigen voor ons feest? We mogen best ons gang gaan, als we maar doen wat de God van Israël van ons vraagt, onze naaste lief te hebben als onszelf.

Als een rund dat een veld afgraast

maandag, 19 december, 2011

Numeri 22:2-14

Het was Goebbels, de Duitse minister van propaganda, die tijdens het bewind van de Nazi’s vanaf 1933 de regel hanteerde dat als je een leugen maar vaak genoeg herhaald hij vanzelf waarheid wordt. De methode is al heel oud. De Moabieten en de Midjanieten gebruikten hem ook. Zoek een betrouwbare opinieleider die in hoog aanzien bij het volk staat en laat die je tegenstander vervloeken. Als dat goed gebeurt gaat je eigen volk daarin geloven en misschien jaagt het zelfs je tegenstander angst aan. Het is een methode die ook vandaag de dag nog wordt gebruikt. Spreek over een Tsunami van onbekenden die ons land bedreigt en de meeste mensen zien ineens onbekenden die ze niet verstaan en voelen zich daardoor bedreigd. Allerlei maatregelen om de rechten van alle mensen in te perken krijgen ineens grote steun ook al wijzen de feiten uit dat van die Tsunami van onbekenden helemaal geen sprake is.

Het volk Israël was onderweg naar het land dat God had beloofd. Dat volk was nog niet in het beloofde land, dat zou aan de andere kant van de Jordaan liggen. Maar de reactie van Moab op het talrijke volk dat zich daar aan de oever van de Jordan tegenover Jericho had gelegerd was dezelfde als de reactie die Egypte had getoond bij het begin van het verhaal. Toen was de groei van het volk de aanleiding geweest de arbeid te verharden en de omstandigheden te verslechteren. Zo’n volk dat je bedreigt moet worden aangepakt is de reactie van de Heidenen. Dat was in de dagen van Mozes het geval, het is ook in onze dagen de reactie. Wegsturen, uitsluiten en buitensluiten zijn de termen die je hoort als het over vreemdelingen en vluchtelingen gaat. En het volk Israël bestond uit weggelopen slaven, armen dus, opvreters want ze hebben zelf niks.

In het Oude Testament komt het maar zelden voor dat de God van Israël in een droom aan een Heiden verschijnt. Die Bileam is ook al een vreemde waarzegger want die neemt de God van Israël serieus. Voor ons niet zo vreemd en in een verhaal in de Bijbel ook niet zo vreemd maar wij kennen eigenlijk geen andere goden meer. In de dagen van Bileam hoorde een God bij de grond waarop een volk woondde. Zo’n God hoorde te zorgen voor de vruchtbaarheid van de grond en voor de bescherming van het volk dat hem diende. Die God van Israël trok mee met een volk. Van die God bestond ook geen beeld dat beschermd moest worden. Toch nam Bileam die God serieus. Dat volk met die bijzondere God moest je maar met rust laten was de boodschap in de droom.

En voor ons rest de vraag waarom wij ons toch zo bang laten maken voor die zogenaamde Tsunami van onbekenden. Moab was een broedervolk van Israël. Die onbekenden die hier zo graag willen werken zijn onze broeders en zusters. Misschien wordt het anders als we een welkomsmaaltijd voor ze organiseren. De komende dagen zijn daarvoor een goede gelegenheid. Zet je deur, of de deur van je kerk maar vast open.

Mij ontbreekt niets

zondag, 18 december, 2011

Filippenzen 4:10-23

Onze riemensnijdende tentenbouwer Paulus van Tarzus had het niet altijd even gemakkelijk op zijn zogenaamde zendingsreizen. Hij had dan wel vaak het geluk ontvangen te worden door rijke nieuw geworven Christenen, vooral vrouwen worden daarbij in de Bijbel genoemd, maar als de gemeente eenmaal vaste grond had dan waren er weduwen, armen, slaven en zieken die de aandacht vroegen en het geld van de jonge gemeente nodig hadden. Paulus moest dan met werk zelf de kost verdienen en omdat ook het onderwijzen en steunen van de jonge gemeente tijd kostte was dat niet eenvoudig. Toch blijkt uit veel brieven dat Paulus er een eer in stelde zelf in zijn eigen onderhoud te voorzien. Een gemeente van Jezus van Nazareth is er niet om voorgangers rijk te maken of zelfs maar een gemakkelijk leventje te bezorgen, ook vandaag de dag niet.

Gemeenten die eenmaal op orde waren en Paulus niet meer nodig hadden kwamen als hij vertrokken was pas tot de ontdekking hoeveel hij eigenlijk waard was geweest. Verschillende keren lees je in de brieven van Paulus dan ook bedankjes voor de gaven die de gemeenten Paulus achterna hadden gestuurd. Dat lees je hier ook. Later zou Paulus zelfs een inzameling beginnen onder de door hem gestichte gemeenten om de gemeente in Jeruzalem te steunen. Die had het erg moeilijk door de door Paulus begonnen vervolgingen en Paulus roept voor hen de gemeenten dan ook herhaaldelijk op geld bijeen te brengen.

In het allerlaatste zinnetje van de brief, net voor de zegenbede, steekt Paulus de gemeente in Filippi nog even een hart onder de riem. Hij reisde niet alleen rond dus is het niet zo vreemd dat hij besluit met de groeten te doen van iedereen die met hem meer reisde. Maar dat het vooral degenen zijn die in dienst van de keizer staan is vreemder. Wie dat geweest zijn weten we niet, maar als het geloof in Jezus van Nazareth al doorgedrongen is in het huis van de Keizer van Rome dan kan een omwenteling in de Romeinse Rijk niet ver meer zijn. En in de dagen van Paulus leefde men in de veronderstelling dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde onder handbereik waren. Dat geloof mogen we vandaag ook delen. Als we willen dat onze samenleving hoort bij een wereld waarin iedereen mee mag doen, waar gedeeld wordt met de minsten en gezorgd wordt met de zwaksten hoeven we er alleen maar mee te beginnen, gewoon de naaste liefhebben als jezelf. Daar mag je iedereen in meenemen en elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag. Dat is de genade van Jezus van Nazareth, de echte Heer van de wereld.

U bent één met de Heer.

zaterdag, 17 december, 2011

Filippenzen 4:1-9

Eendracht maakt macht. Het is in onze geschiedenis een spreuk uit de ontstaansgeschiedenis van ons land. In de negentiende eeuw kwam de spreuk weer tevoorschijn toen de arbeiders ontdekten dat uitvoering geven aan de spreuk hun beweging een enorme kracht gaf. We lezen vandaag echter dat oorspronkelijk de spreuk gericht was aan de gemeente in Filippi. Je zou dus verwachten dat de kerken met alles wat in hen is de spreuk tot gelding zouden brengen. Nu is het nog te begrijpen dat als je in elkaar niet meer herkent tot één kerk te behoren dat de wegen uit elkaar gaan maar dat kerken zelf een interne verdeeldheid preken als horende bij de Bijbel is totaal onbegrijpelijk. De oproep tot eenheid wordt door Paulus gedaan aan twee vrouwelijke leidinggevenden van de gemeente.

En onderscheid maken tussen mannen en vrouwen in de kerkelijke gemeente is dus in flagrante strijd met de boodschap van de Bijbel, met name met het Nieuwe Testament. Daar waar dat onderscheid nog wordt gepraktiseerd en vrouwelijke ambsdragers niet worden toegelaten is dus geen sprake van een Christelijke Kerk. We worden zelfs uitdrukkelijk opgeroepen om de vrouwelijke voorgangers te helpen. Ook zij strijden voor het Evangelie, de bevrijding van de armen, in de dagen van Paulus het opheffen van het onderscheid tussen slaven en vrijen, tussen Heidenen en Joden, tussen mannen en vrouwen.

Paulus roept dit niet voor niets. Een Christelijke gemeente moet nu eenmaal herkenbaar zijn en in zijn dagen was het verlies van dat onderscheid moeilijk genoeg uit te dragen. Maar uit het Oude Testament leerde de gemeente dat de God van Israël een God was die met je meetrok. Jezus van Nazareth had zelfs beloofd daar waar de gemeente bijeen kwam aanwezig te zijn. Daar mag je blij om zijn, dat geeft je kracht, zeker als jouw gemeente ook echt te herkennen is als een gemeente van God, aandacht schenkt aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is. Breng gerust alles onder woorden wat daarvoor nodig is, vragen aan God noemt Paulus dat. Dat is het verbond dat God met de zijnen gesloten heeft, tot op de dag van vandaag mogen we daaruit leven, in vrede en in vreugde, maar vooral in eenheid met elkaar.

Ik ga recht op mijn doel af

vrijdag, 16 december, 2011

Filippenzen 3:12-21

Vandaag lezen we over de “vijanden van het kruis”. Om het hele gedeelte van vandaag duidelijk te maken moeten we eerst begrijpen wat die uitdrukking eigenlijk betekent. Het wordt door sommige stromingen in het Christendom nog wel eens gebruikt om vijanden van de Christelijke Kerk aan te duiden. Die kerk gebruikt immers het Kruis als herkenningsteken en vijanden van dat herkenningsteken zouden dan hier door Paulus worden bedoeld. Maar zo zit het niet. Dat kruis is pas vele eeuwen na Paulus het herkenningsteken van de Christelijke Kerk geworden. In de dagen van Paulus werd een vis gebruikt als herkenningsteken. In het Grieks staan de eerste letters van vis voor Jezus Christus, zoon van God en de Christenen hadden de opdracht vele vissen te vangen, ofwel veel mensen tot het volgens van de Weg van Jezus van Nazareth te brengen. Wie zijn dan de “vijanden van het kruis”? Waar hadden die dan zo’n hekel aan? Zo’n kruis was een vreselijk martelinstrument en dat je daar als mens een hekel aan hebt is niet zo vreemd nietwaar?

Maar toch. Ook vandaag de dag kom je de vijanden van het kruis nog tegen. Het kruis staat bij Paulus, en niet alleen bij hem, voor het lijden van mensen in de wereld. Dat lijden was door Jezus van Nazareth vrijwillig op zich genomen. Hij had daarmee een bloedige opstand voorkomen en de liefde die daaruit sprak voor de mensen, Joden en Romeinen, was door de dood aan het kruis heen blijven leven. Op die manier kunnen en durven leven was het doel geworden van zijn volgelingen. Dat betekent dat je voortdurend oog hebt voor het lijden van mensen. Dat alles in dienst staat om dat lijden van mensen op te heffen of te verzachten. En dan kom je de mensen tegen die je daar van af willen houden. Die het niet voortdurend willen hebben over alles wat nog steeds mis is, maar ook willen praten, vooral willen praten over het leuke in de wereld, over wat mooi is en wat goed en waar je van kunt genieten. Dat zijn de vijanden van “het kruis”. Christenen beginnen dan altijd te zeuren of iedereen daaraan wel mee kan doen, of iedereen wel mee kan genieten. Die organiseren kerstmaaltijden voor daklozen en vinden dat het eten daar eigenlijk beter smaakt, die staan muziek te maken op de hoeken van de straten omdat het daar beter klinkt.

De Weg van Jezus van Nazareth voert namelijk naar een wereld zonder tranen, een wereld zonder ziekte, zonder geweld, zonder honger, een wereld waar mensen voor elkaar zorgen, elkaar zien en elkaar horen. Die wereld was in de dagen van Paulus nog niet bereikt. Paulus had zelfs meegewerkt aan een wereld van het tegendeel door de aanhangers van Jezus van Nazareth te vervolgen. Maar daar hoef je niet meer op te letten, misschien was je gisteren nog vergeten te letten op de minsten in je omgeving, op de mensen die het moeilijk hebben door ziekte of eenzaamheid, op de slachtoffers van oorlog en geweld, op de vreemdelingen die miskent worden, maar als er vandaag op begint te letten, voor ze begint te zorgen dan begeef je je vandaag nog op de Weg van Jezus van Nazareth. Dan sluit je je aan bij die wereldwijde beweging die op die Weg is naar die betere wereld, waar zelfs de dood niet meer zal zijn. Voor Jezus van Nazareth begon die weg op de akker van David in Bethlehem toen zijn ouders van hun plaats kwamen waar ze van de Keizer moesten blijven en op weg gingen naar de plaats die God hen had aangewezen. Wij kunnen vandaag van onze plaats komen en ons aansluiten bij de beweging die toen begonnen is.

 

Pas op voor die honden

donderdag, 15 december, 2011

Filippenzen 3:1-11

Die Paulus kon hele ingewikkelde brieven schrijven. In een taal die het midden hield tussen de taal van de Hebreeuwse Bijbelgeleerden en Griekse Filosofen. In de loop van de eeuwen zijn allerlei zogenaamde geleerden aan de haal gegaan met de woorden van Paulus. Ze hebben er puzzeltjes van gemaakt en ze omgebogen naar hun eigen belang. Dat terwijl Paulus eigenlijk een heel praktisch ingesteld man moet zijn geweest die adviezen gaf aan gemeenten van de volgelingen van Jezus van Nazareth die moesten zien te overleven in een vijandige omgeving tussen de Romeinse staat, de Griekse filosofen en de Joodse minderheden. Van die laatste waren er die de nieuwgevormde Christelijke gemeenten probeerden in te lijven. Als ze er toe gebracht konden worden zich alleen nog met al die wetjes en regeltjes uit de Joodse cultuur bezig te houden dan vormden ze niet meer zo’n bedreiging. Eén van die regeltjes was de besnijdenis van mannen en daar begint Paulus dan ook tegen uit te varen, hij noemt die verplichte besnijdenis van Heidenen een versnijdenis.

Lees hier dan niet in dat Paulus zich tegen de Joden afzet. Hij is zelf voluit een Jood en is daar trots op. Joden moeten dan ook vooral Jood blijven en hun kinderen laten besnijden. Maar het al of niet Jood zijn wil nog niet zeggen dat je de Weg van Jezus van Nazareth , de weg van de God van Israël, volgt. Paulus was een vrome Jood, besneden, zich bewust van de Joodse stam waartoe hij behoorde, gestudeerd bij de Farizeeën. Maar als vrome Jood heeft hij de gemeente van de Christenen fanatiek vervolgd. Ondanks dat Jood zijn, ondanks die kennis van Wet en Profeten, maakte hij de verkeerde keuze, het werkte uiteindelijk zelfs tegen hem. Pas door de ontmoeting met de Christus op de weg naar Damascus, waar hij blind werd geslagen, gingen hem de ogen open. De liefde voor de naaste, desnoods dwars door de dood heen, was veel en veel belangrijker dan al die wetjes en regeltjes die zonder zin en inhoud geworden waren.

Die liefde voor de naaste als voor jezelf die komt niet omdat je zo goed bent, omdat je je zo netjes gedraagd of zo Christelijk weet te spreken maar die komt ondanks jezelf. Dat is genade en als je bedacht bent op je naaste, zelfs al zou je daaraan dood moeten gaan, dan leer je pas wat leven is, dan mag je hopen met Christus op te staan uit de doden. Al die doden die alleen op zichzelf bedacht zijn en geen oog meer hebben voor het leven dat ze zouden kunnen leiden. Een leven zonder angst voor verlies van bezit, zonder angst voor verlies van een baan, zonder angst voor verlies van wat dan ook omdat de gift van liefde voor de naaste een gift is die je voortdurend wordt aangeboden en die je ondanks jezelf mag gebruiken om te ontdekken waar het leven echt geleefd kan worden. En als je dat gaat doen dan ontdek je dat die woorden van Paulus helemaal niet zo ingewikkeld zijn maar van groot praktisch belang. En het mooie is dat je er elke dag weer opnieuw mee mag beginnen, ook vandaag weer.

Zonder ons erbij te betrekken

woensdag, 14 december, 2011

Rechters 12:1-15
 
Toen de Duitsers ons land binnen vielen gingen er snel geruchten dat ze zich verkleed hadden als Nederlandse soldaten of Nederlandse burgers. Achteraf bleken die geruchten ook op waarheid te berusten. Het wachtwoord in die dagen werd Scheveningen want de uitspraak van de Sch is iets typisch voor het Nederlands. Iets dergelijks speelde zich ook af in de dagen van Jefta, of Jiftach zoals het ook wel vertaald wordt. Nadat Jefta gewonnen had voelden de mensen van Efraïm zich gepasseerd en begonnen een oorlog. Toen Jefta ze had opgeroepen voor een oorlog waren ze niet thuis geweest, maar ja. Nadat het volk Israel uit de woestijn gekomen was, was er in de 300 jaar die er sindsdien verstreken was ook een soort vervreemding opgetreden. Die vervreemding was te horen aan de oever van de Jordaan, de grensrivier tussen beloofde land en woestijn. Het woord stroom, sjibbolet, werd door de mensen van Efraïm uitgesproken zonder de sj klank, dus als Siebolt en daarmee hebben ze zichzelf blootgegeven.

Vervreemding tussen volken, ook als ze vlak bij elkaar wonen, maakt dat de taal gaat verschillen. Soms kan dat zelfs binnen één land, de taal van de straat wordt dan zo anders dan de taal van de huiskamer en de TV dat men elkaar niet echt meer kan verstaan en dat kan gevaarlijke situaties opleveren. De verschillen in Israel tussen Efraïm en de rest werden gebruikt net als in Nederland later bij de Duitsers werd gedaan die de Sch niet uit konden spreken. Niet dat dat in Nederland hielp overigens, we werden evengoed wel bezet. Ook in onze geschiedenis kennen we de partijen die zich hardnekkig buiten de oorlog wilden houden. In de Tweede Wereldoorlog waren dat de brave burgers die langzaam meegezogen werden in de onmenselijke maatregelen van de Duitse bezetters. Nu de werken van Lou de Jong op internet staan en daardoor voor iedereen weer te lezen is kunnen we ons weer eens realiseren hoe actueel een boek als Rechters ook voor onze dagen kan zijn.

Waarschijnlijk heeft U nog nooit van Ibsan, Elan en Abdon gehoord. En als U er wel van gehoord heeft bent U of theoloog of een heel trouw Bijbellezer die al heel lang en heel nauwgezet de Bijbel bestudeerd heeft. Drie Rechters van Israel van wie eigenlijk alleen bekend is hoeveel kinderen ze hadden. Van de laatste wordt dan vol trots verteld dat hij begraven werd in het Bergland dat eens tot de vijand had behoord. De drie markeren in de geschiedenis van Israel kennelijk ook een culturele overgang. Toen het volk pas het beloofde land was binnengetrokken was het land verdeeld volgens de familielijnen van de verschillende stammen. Je vindt die verdeling terug in het boek Jozua. Deze drie Rechters verlaten de beslotenheid van hun familie en laten hun kinderen buiten de familie trouwen. Daarmee wordt het bezit versnipperd, of gedeeld zoals U wilt.

In onze tijd wordt op de vierde oktober de naamdag gevierd van iemand die ook uit een tijd kwam waarin het delen van bezit opnieuw present moest worden gesteld. Het is de naamdag van Frans van Assisi, die leefde in de dertiende eeuw. Hij hechtte zo aan alle leven dat zijn liefde voor de dieren heel erg bekend werd. Daarom is het voor veel mensen op vier oktober dus ook dierendag. Maar dat hij ook naar de Kalief ging om vrede te bepleiten in de oorlogen tussen Arabieren en Europeanen, tussen Moslims en Christenen, wordt vandaag de dag minder snel verteld.

Toch was er ook in de Arabische wereld een groot respect voor Frans en zijn volgelingen. We zouden daar vandaag de dag nog wel eens wat van kunnen leren. Zoals we al uit de Bijbel kunnen leren vernieuwd de Weg van de God van Israël zich steeds weer. Telkens worden nieuwe kansen geboden vrede en vriendschap te sluiten met mensen die niet bij je eigen volk horen. Telkens weer kiezen mensen eerder voor afstand en soms zelfs voor oorlog. Maar ook blijkt iedere keer weer dat als je werkelijk samen doet, als je samen oog hebt voor de minsten, dat het dan beter gaat met het volk. Dat is tot op de dag van vandaag een les die we mogen leren.

 

 

Elk jaar vier dagen rouwklagen

dinsdag, 13 december, 2011

Rechters 11:28-40
 
Veel mensen vinden dit maar een raar verhaal. Die Rechter Jefta die zijn eigen dochter ter dood brengt alleen omdat hij dat nu eenmaal aan God heeft beloofd. Hoewel, hij heeft het niet letterlijk beloofd, het eerste dat hem tegemoet zou komen zou hij offeren. Amerikanen hebben voor zo iemand een zeer lelijk scheldwoord “Son of a bitch”, de Bijbel had dit scheldwoord voor Jefta al gebruikt, “zoon van een hoer” betekent zijn naam. Nou was het wel zo dat al het eerstgeborene geofferd zou moeten worden, de eerstgeboren schapen en ezels en zo. Alleen niet de eerstgeboren zoon, en over dochters wordt daar al helemaal niet gesproken. De geleerden zijn het er daarom ook niet over eens of Jefta nu echt zijn dochter heeft geofferd of dat het alleen bij wijze van spreken is geweest. Gewoonten en tradities moeten nu eenmaal ook worden verklaard nietwaar.

Bij ons komt Sinterklaas uit Spanje, omdat het Italiaanse Bari ooit onder Spaanse heerschappij viel. Een voorbeeld van een overlevering die in de loop van de geschiedenis tot verkeerde opvattingen is gaan leiden. De meisjes in het oude Israel hadden kennelijk elk jaar een rouwperiode voordat hun meisjestijd voorbij was. Een rouwperiode die toch ergens vandaan moest komen en verklaard moest worden. En al te lichtzinnige beloften moeten we ook niet doen, leren we uit dit verhaal. En de Bijbel al te letterlijk nemen ook niet. In het boek Rechters zijn een aantal zeer oude volksverhalen verwerkt maar of de letterlijke betekenis daarvan overeind is gebleven moet je je maar afvragen. De boodschap is in elk geval niet verloren gegaan. Dat we bij wetten goed moeten opletten wat er werkelijk staat is ook duidelijk.

Bij ons leven we in een klimaat waar wetten gemakkelijk alleen voor de armen geldig worden verklaard. Een minister president die dan voor het gemak ontkent dat er armen zijn en een zogenaamde Christelijke partij als partner heeft die daar op geen enkele manier tegen in het geweer komt. De voorzichtigheid die het verhaal van Jefta bij ons oproept blijkt nergens uit het regeringsbeleid. Alleen de rijken worden met voorzichtigheid behandeld. Dat je ook de armen, de onschuldigen met omzichtiheid moet behandelen en voordat je handelt als Jefta eerst drie keer moet nadenken voor wie je handelen gevolgen zou kunnen hebben ontbreekt in het huidige politieke klimaat. Er zijn nog altijd idealisten lid van het CDA, zij bedenken nog steeds niet wat voor gevolgen hun keuze heeft voor de zwaksten in onze samenleving, zij handelen als Jefta. Misschien moeten we dit verhaal wat harder vertellen om hen tot andere gedachten te brengen. Als de leden nu ook de partij verlaten veranderd er misschien wat ten goede in ons land.

Ik heb U niets misdaan

maandag, 12 december, 2011

Rechters 11:12-27
 
Er zijn in de geschiedenis altijd wel argumenten te vinden om elkaar te bestrijden. Hoever moet je terug gaan om argumenten te vinden om je zogenaamde gelijk te halen? In het verhaal van Jefta ging de koning van de vijand meer dan 300 jaar terug om aan te tonen dat hij terecht aanviel. De Islamistische fundamentalisten gaan graag terug tot de kruistochten om aan te tonen hoe verderfelijk onze samenleving wel niet is. Nou is het zo dat wij niet zoveel meer weten van de kruistochten en daarom onze geschiedkundige kennis moeten opfrissen, maar de kruistochten kunnen toch nimmer een reden zijn voor het opblazen van treinen, vliegtuigen en het sturen van autobommen. In de discussie die Jefta met de koning van de Ammorieten voert speelt de doortocht van het volk een grote rol. Een groep mensen die door de woestijn trekt op weg naar het land van hun oorsprong wil graag door een land trekken maar mag dat niet. Eigent dat volk het recht op doortocht zichzelf toe? Volgens Jefta niet, ze trekken er steeds om heen.

Alleen als ondanks de omtrekkende beweging een koning toch besluit tot een aanval komt het tot een gevecht dat door Israel gewonnen wordt. We mogen dus leren van de geschiedenis, maar om nu ons gelijk te ontlenen aan de geschiedenis is wat anders. Haarlemmers zullen Spanjaarden echt niet aankijken op wat Spanjaarden met Haarlemmers hebben gedaan in de 80 jarige oorlog. Leidenaren zullen elk jaar echter wel het ontzet van Leiden op 3 oktober 1574 vieren en evenzo hebben Alkmaarders voor 8 oktober een groot feest voor het ontzet van 1573 op touw gezet. Bij deze feesten speelt een rol dat er altijd burgers nodig zijn om de vrijheid van geweten te bevechten. Ook in onze dagen zijn er weer autoriteiten die de vrijheid van meningsuiting van de burgers willen inperken. Die burgers zouden opstand en verzet eens kunnen verheerlijken. Alsof ons land er zonder opstand en verzet geweest zou zijn. Alsof sinds de zestiende eeuw mensen geïnspireerd door richters als Jefta niet voortdurend hebben opgeroepen tot opstand tegen onrecht en dwingelandij.

Vrouwen en mannen zijn in ons land op de brandstapel gezet omdat ze er andere meningen op na hielden. Willem de Zwijger, de Vader der Vaderlands, schreef een verontschuldiging voor zijn ontrouw aan de Koning van Spanje waarin hij de vrijheid van geloof en geweten voorop zette. Kennis van deze geschiedenis kan je dus behoeden voor het roepen dat bepaalde geloofsuitingen niet meer mogen en dat een verbod zelfs tot onze historische traditie zou behoren. Maar gebeurtenissen uit de geschiedenis betekenen niet dat we nu nog Katholieken vervolgen of wraak nemen op Protestanten. Wel behoort het tot de traditie te blijven roepen tegen onrecht en gewetensdwang. We roepen daarvoor dus nog maar even mee.

 

Verwekt bij een hoer

zondag, 11 december, 2011

Rechters 11:1-11
 
Kinderen uit probleemgezinnen kunnen soms nog goed terecht komen. De meesten van hen komen goed terecht. We veroordelen zo graag en bestempelen mensen. Het ene na het andere rapport over probleemjongeren verschijnt en miljoenen worden er gestoken in hulpverleners en wetenschappers die onderzoek willen plegen. Geld om in de jongeren zelf steken is er dan maar weinig. Er wordt soms zoveel bezuinigd dat zelfs de jeugdgevangenissen gevaarlijke plekken worden. Neem nu die Jefta, zoon van een keurige vader. Maar ja, vader was weliswaar getrouwd en had de nodige kinderen, maar de vader van Jefta had ook iets met een hoer. Een relatie waar Jefta uit geboren werd. Die dingen gebeuren nu eenmaal, ook in onze dagen. In plaats van dat Jefta niet kwalijk te nemen, hij had dat overspel immers niet gepleegd, joegen de keurige burgers hem de stad uit. Gestigmatiseerd heet dat, voorzien van het stempel “deugt niet”.

Op hoeveel jongeren wordt dat etiket al vanaf zeer jonge leeftijd gestempeld? “Allochtoon”, of “woonwagenkind” of “die komt uit een asociale buurt”. Wees dan niet verbaasd als kinderen aan het negatieve etiket gaan beantwoorden. Ze doen wat de samenleving van ze verwacht. Als iedereen denkt dat je problemen gaat geven dan ga je die geven ook. Jefta werd roverhoofdman zegt het verhaal. Een nuttig beroep als de oorlog uitbreekt overigens. En als er weer oorlog dreigt dan zoeken ze hem daarom ook op. Maar zoveel oorlogen willen wij niet voeren dus zitten we met de ontspoorde jongeren in onze maag. Er waren wel projecten om ouders te helpen bij het opvoeden van zeer jonge kinderen die dreigden het etiket “deugt niet” opgeplakt te krijgen. Die projecten waren zeer succesvol, ze werden dus wegbezuinigd.

De universiteiten van Leiden en Utrecht hadden de projecten bedacht, ondersteunt en geëvalueerd, maar vergeefs. We zouden immers eens zonder problemen in onze samenleving komen te zitten, waar moeten politici dan goede sier mee maken en wat moeten probleemonderzoekers dan nog onderzoeken. Het enige dat we kunnen doen met de Jefta’s van onze tijd is ze terug te halen in onze samenleving. Echt proberen ze een eigen plaats te geven. Als ze zo goed kunnen handelen in gestolen goed of drugs, kunnen ze wellicht ook wel goed in onze winkels staan te verkopen, en als ze goed zijn in rondhangen op straat zijn het wellicht goede stadswachten die op onze spullen passen. In verschillende gemeenten is dat overigens inmiddels al gebleken. Verder is er vanuit verschillende kerken het initiatief genomen om ex-gedetineerden op te vangen in Exodus huizen en ze onder begeleiding weer een echte plek in de samenleving te geven.