Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor maart, 2009

De wijnstok zal vrucht dragen

donderdag, 19 maart, 2009

Zacharia 8:9-17

Wij kunnen ons dit Bijbelgedeelte misschien nog het beste voorstellen als we het lezen als een stuk dat je in de lente leest. In de winter ben je blij dat je binnen bent. Een bijtende kou kan je overvallen als je een voet buiten de deur zet. Maar in de lente is het heerlijk om weer buiten te zijn. Voor het volk Israel, dat lang in ballingschap was, leek het in de tijd van Zacharia ook wel of het winter was geweest. Het handjevol mensen, dat achter was gebleven, had nauwelijks deel van leven. Als ze wat hadden opgebouwd, als ze graan hadden gezaaid of wijranken hadden gepland en het koren stond op het veld en de druiventrossen hingen aan de takken, dan kwamen omringende volken alles wegroven en platbranden. Zulke verhalen kennen wij uit Darfur. Maar in de dagen van Zacharia hadden er zich machtswisselingen voorgedaan en het volk mocht beetje bij beetje terugkeren, de Tempel in Jeruzalem weer opbouwen en ze voelden zich weer veilig genoeg om weer naar buiten te gaan. Het vertrouwen dat de wijnstokken weer vruchten zullen dragen is teruggekeerd. Uit onze economische crisis weten we dat vertrouwen een sleutelwoord voor welvaart is. Als er vertrouwen in de toekomst is durven we weer te investeren in de toekomst, dan lijkt ons werk weer nut te hebben, als we bang zijn alles te zullen verliezen dan houden we ons angstvallig vast aan ons bezit. Angst is echter voor ons heel gewoon. Daarom merken we ook zo weinig van de culturele crisis waar we in zitten. Angst voor het vreemde hebben we altijd al gehad. Als vroeger een jongen uit het ene dorp eens knipoogde naar een meisje uit een ander dorp dan liep hij de kans een messteek te krijgen. En we kenden het spreekwoord van twee geloven op één kussen daar slaapt de duivel tussen. Die angst, dat verlangen naar alles en iedereen net als wij, hebben we nu weer. Daar groeit een partij van de vrijheid zonder democratie van. Dat geeft een spanning in de samenleving waar sommige kranten en de meeste omroepen van moeten leven. Uit de verhalen in de Bijbel zouden we kunnen leren dat die angst zal leiden tot oproer, geweld en ondergang van onze samenleving. Zacharia houdt ons voor de waarheid tegen elkaar te zeggen maar de vrede te bewaren door eerlijk en rechtvaardig recht te spreken. Dat laatste betekent dat je je niet moet laten leiden door angst voor het vreemde. Verkeerd is niet verkeerd omdat het vreemd is, maar verkeerd is verkeerd omdat het mensen schade toebrengt. Verkeerd is er op uit zijn een ander kwaad te doen, zeker een ander kwaad te doen omdat die ander anders is. En dat je geen meineed moet spreken lijkt ons vanzelfsprekend. Die angst voor het vreemde te overwinnen is moeilijker, maar voor ons wacht daar nu juist een vruchtbare taak.

Stad van trouw

woensdag, 18 maart, 2009

Zacharia 8:1-8

In de Psalmen wordt God beschreven als een God die trouw houdt tot in eeuwigheid en nooit laat varen het werk van zijn handen. Woorden die bij het begin van een kerkdienst maar al te graag worden geciteerd. Maar wat wordt dan bedoeld met de “Stad van trouw”? Het gaat hier weer om Sion en Jeruzalem. Sion is de berg waar de Tempel op gebouwd was en Jeruzalem was de stad waar de berg Sion lag en waar dus ook de Tempel was. Die Tempel staat in dit Bijbelgedeelte dus dubbel centraal. Maar die Tempel had een bijzondere functie. In Tempels van andere godsdiensten was dat de enige plek waar je de godheid kon ontmoeten. Daar moet je naar toe om offers te brengen, daar moet je naar toe om de godheid gunsten af te smeken. Zo’n Tempel was eigenlijk naar binnen gericht, binnen in de Tempel werd de godsdienst beoefend, met vaak geheimzinnige en ingewikkelde rituelen. De Tempel in Jeruzalem had een omgekeerde functie. De godsdienst van Israël werd beoefend buiten de Tempel, tussen de mensen, in de gemeenschap. Daar immers werd de weduwen en de wezen recht gedaan. Daar immers werden de vreemdelingen gastvrij opgenomen. Daar werden de armen opgericht en bevrijd. Daar werd het gebod van heb Uw naaste lief als Uzelf beoefend. En die Wet werd in die Tempel bewaard. Daar stond een groot wasbekken voor waar je je in kon baden om al de keren af te wassen dat je dat was vergeten en waar je als herboren weer opnieuw kon beginnen. Daar stonden de altaren waar je de offers op kon brengen om ze in een maaltijd met de Tempeldienaren, je familie, de armen en de vreemdelingen op te gaan eten zodat je weer weet hoe het met die Wet in elkaar zit. De God van die Tempel had geen beeld, elk mens was immers naar zijn beeld en gelijkenis geschapen. De God van die Tempel kon je met offers geen gunsten af smeken, die God stond immers overal boven en had zijn mensen evengoed lief. Daarom blijven de mensen van Jeruzalem trouw aan die God, zoals die God trouw blijft aan zijn belofte een aarde te scheppen waar alle tranen gewist zullen zijn, waar honger gestild zal zijn en vrede zal heersen. Die nieuwe aarde wordt in de Bijbel ook aangeduid als Jeruzalem, als een stad waar oude mensen rustig kunnen zitten, waar de straten krioelen van spelende kinderen. Beide zijn tekenen van hoe veilig het wel niet is in dat nieuwe Jeruzalem. In de dagen van Zacharia was er nog maar een heel klein aantal Israelieten over, ze keerden nog maar net terug uit de ballingschap. Toch hadden ze al dat visioen van die stad van vrede waar de Wet van eerlijk delen het centrum van zou zijn. Wij hebben de droom dat al onze steden en dorpen een Jeruzalem zullen worden, waar vrede heerst, tranen gedroogd zijn en geen honger en dorst geleden zal worden. En net als de Israelieten in de dagen van Zacharia konden beginnen met de opbouw van hun Jeruzalem, zo mogen wij beginnen met de opbouw van ons Jeruzalem, vandaag nog.

Wees goed en zorgzaam voor elkaar

dinsdag, 17 maart, 2009

Zacharia 7:1-14

Er zijn mensen die graag mooi klinkende zinnen uit de Bijbel aan elkaar rijgen en zo goedlijkende Bijbelgedeelten maken. Hierboven staat ook zo’n mooie zin en dat komt uit het gedeelte dat we vandaag met elkaar lezen. Maar maakt zo’n zin nu ook dat we begrijpen wat de boodschap is? Soms wel, maar meestal niet. Meestal lopen we de kans om onze eigen Bijbel te schrijven en de moeilijker te begrijpen stukken maar weg te laten. Hoewel het natuurlijk goed is ook voor de moeilijker te begrijpen stukken je best te doen. Om het gedeelte van vandaag te begrijpen moet je wat weten van de Bijbelse geschiedenis. Want waarom werd er in de vijfde maand en in de zevende maand gerouwd en gevast. Dat zullen ze niet zomaar hebben gedaan. Het verhaal waar met rouwen en vasten heen verwezen wordt kunnen we lezen in het Tweede Boek Koningen, het 25ste hoofdstuk. Daar wordt verteld dat in de vijfde maand de Babyloniërs de Tempel hadden verwoest en in de zevende maand werd de door hen aangestelde gouverneur Cedalja vermoord. De vraag die nu aan de profeet Zacharia wordt voorgelegd is of dat rouwen en vasten nu wel zin heeft. Het antwoord is helder, het maakt niet uit of je nu wel of niet rouwt of vast als het niet goed gaat met de zwakken, met de minsten in de samenleving. Het maakt al helemaal niet uit als er geen recht wordt gedaan in het land. Het rouwen en vasten maakt niet uit als weduwen en wezen worden onderdrukt, net als de vreemdelingen en de armen. Je moet er niet op uit zijn de ander kwaad te doen. Uiteindelijk had dat onrecht van het volk geleid tot de inname van Jeruzalem, de verwoesting van de Tempel en de moord op de leiders van het volk. En daarmee zijn we van de dagen van Zacharia beland in onze eigen dagen. Wij hebben niet te maken met de inname van onze hoofdstad of de verwoesting van ons land, wij hebben te maken met een voedselcrisis, een economische crisis en een financiële crisis. Moeten we daarom treuren en de broekriem aanhalen? Dat heeft geen zin als we de oorzaak niet wegnemen. Ongebreidelde hebzucht, zelfverrijking en het ontbreken en afschaffen van elke controlerende regel hebben ons in die crises gestort. Zolang we niet bereid zijn te zorgen voor eerlijk delen, rechtvaardige handelsverhoudingen en bescherming tegen de goddelozen die roven en stelen zullen we de crises niet oplossen. We zullen er op moeten blijven hameren. Maar zult U zeggen, we kennen nog een periode dat ons land werd overvallen, dat velen hun leven verloren omdat ze vervolgd werden om geloof, afkomst, sexuele geaardheid of politieke overtuiging en in het verzet daar tegen. We herdenken dat ook nog vele jaren nadat het verdwenen is. Van Zacharia mogen we leren dat ook die herdenking haar waarde verliest als we ons niet wapenen tegen elke vorm van discriminatie op grond van geloof, afkomst, sexuele geaardheid of politieke overtuiging. Misschien dat het een zelfs wel hoort bij het andere.

De hartstocht voor uw huis

maandag, 16 maart, 2009

Johannes 2:13-22

Als je dit verhaal vandaag voor het eerst zou lezen zou je kunnen denken dat het over een dierenactivist ging. Iemand die met geweld in actie komt om het leven van dieren te beschermen. Want die schapen en die runderen en trouwens ook die duiven zijn bedoeld om geofferd te worden, met één haal van een mes worden ze gedood om daarna leeg te bloeden voor ze op een altaar gebraden worden. Maar het gaat in dit verhaal niet om de dieren maar om de mensen. Voor de toeschouwers zal het een rare aktie geweest zijn. In de geboden stond toch dat je weliswaar een tocht moest maken rond het Pesach feest naar Jeruzalem om daar bij de Tempel een maaltijd te houden met de Priesters, de tempeldienaars, je familie en de armen, maar je hoefde de offerdieren niet van heinde en ver mee te slepen. Je mocht ook een deel van je vee verkopen en van het geld in Jeruzalem de offerdieren kopen. Gelukkig dat daar ook geldwisselaars waren want de kans dat je je eigen vee aan vreemdelingen verkocht was groter dan dat je eigen arme landslieden in staat waren voldoende vee te kopen. Zo kon je tenminste goed aan de geboden voldoen. Waarom dan die ophef en dat geweld? De leerlingen van Jezus van Nazareth beginnen het langzaam door te krijgen. Die Tempel in Jeruzalem was een heel bijzonder godsdienstig gebouw. Wij kennen zulke gebouwen niet meer echt, maar in de dagen van Jezus van Nazareth had iedere stad één of meer tempels waar je goden kon ontmoeten. Prachtige beelden stonden er en deftige priesters namen offers in ontvangst die aan die beelden werden opgedragen. Dat vond je allemaal niet in die Tempel in Jeruzalem. Daar stond niks, ja een kandelaar en een tafel met brood. En ze vertelden dat achter een gordijn een grote kist stond met stenen platen er in. Op die stenen platen stond die Wet gebeiteld, van heb Uw naaste lief als Uzelf. Daar draaide alles om wat er in die Tempel gebeurde. En Jezus van Nazareth had gezien dat die bedoeling was verdwenen. Want als je moest handelen om offerdieren te kopen dan bleef er maar weinig meer over voor de armen. Dan gingen de handel en de winst boven eerlijk delen met elkaar. Dan was er geen verschil meer tussen een gewone markt en de Tempel van die vreemde God zonder beeld. Daarom werd een zweep gemaakt van touwtjes, zoals er oorspronkelijk stond. Joden die dit verhaal lezen denken dan direct aan de touwtjes aan het gebedskleed, met 163 knopen, net zoveel als er geboden zijn. Met die touwtjes mag je denken, met alle geboden, sloeg Jezus van Nazareth de handelaren de Tempel uit. En toen ze vroegen waar hij het recht vandaan haalde realiseerde hij zich dat we allemaal Tempel van God zijn, in ons allen wordt die Wet bewaard van heb Uw naaste lief als Uzelf, opdat we naar die Wet leven, dag  in dag uit, door al onze handel en wandel in het teken te stellen van het delen van wat we hebben met de armsten op aarde.

Het gebod van de HEER is helder

zondag, 15 maart, 2009

Psalm 19

We zingen vandaag mee met een Psalm die zo op het eerste gezicht een natuurpsalm lijkt. Een Psalm die begint met het uitspansel, met dag en nacht aan het woord te laten. Zoals in het boek Genesis het lied van de Schepping begint met het uitspansel en de zon en de maan die scheiding brengen tussen dag en nacht. Heel langzaam beginnen geleerden iets te begrijpen van hoe dat werkt maar voor gewone mensen is het nog steeds een wonder dat het avond geworden is, dat het morgen geworden is en dat er dus weer een nieuwe dag is aangebroken. De maan die zich haast over de hemel om als het ware de zon te gaan wakker maken. Bij de volken waartussen het volk Israël woonde en zeker bij de volken die hen in balingschap hadden gevoerd werden zon en maan als goden aanbeden. De lichten aan de hemel die leven betekenden voor de mensen moest je te vriend houden en aanbidden. In Israël geloofde men wat anders. Die lichten aan de hemel vertelden van de God van Liefde, zon en maan waren daar door die God neergezet. De manier waarop over zon, maan, aarde, mensen en hun onderlinge verhoudingen wordt gesproken in de Bijbel is daarom commentaar op bijgeloof, op het vergoddelijken van zon, maan, aarde of mensen. De God van de Liefde heeft het voor het zeggen is de boodschap. Daarom gaat de Psalm verder over het gebod van die God: Heb Uw naaste lief als Uzelf. Niet de zon of de maan geven levenskracht, nee, het nakomen van dat gebod is levenskracht voor de mens, geen ingewikkelde rituelen zijn nodig, gewoon je naaste liefhebben als je zelf, delen wat je hebt met wie het nodig heeft, dat noemt de Psalm wijsheid voor de eenvoudige. In wezen is dat ook niet een dik boek met ingewikkelde voorschriften, simpel, de liefde regeert en moet al je handelen bepalen. In het latere verhaal van Jezus van Nazareth heet dat: handelen in de Geest van God, handelen zoals die Jezus van Nazareth dat had gedaan. Dat delen is rechtvaardig. Maar je weet dat je het niet altijd kunt opbrengen, daarom moet je er steeds weer opnieuw mee beginnen, niet omdat je zo goed bent, maar omdat je nu eenmaal niet anders kunt. We zingen dit lied in de lente. Dan komt de warmte van de zon heel langzaam onze kant uit. En met die warmte weten we dat die zon straks de planten weer zal laten groeien zodat we te eten hebben. Genoeg te eten om met elkaar te delen. Dan breekt weer de tijd aan dat niemand tekort hoeft te hebben. Maar we zingen de Psalm ook in de tijd dat we nadenken over het lijden en sterven van Jezus van Nazareth. Zoals de graankorrel in de aarde sterft om ons te eten te kunnen geven, zo stierf Jezus van Nazareth ook. Zijn liefde werd door de dood heen doorgedragen. Dat maakt dat we weten dat de tijd aanbreekt dat niemand op deze aarde honger of ziekte hoeft te hebben. De dag en de nacht vertellen daarvan. En elke dag opnieuw mogen wij er weer mee beginnen, ook vandaag.

Een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

zaterdag, 14 maart, 2009

2 Petrus 3:10-18

Het laatste deel van de Tweede Brief van Petrus lezen we vandaag. Het einde van de tijden zal zeker wel eens komen maar ze komt als een dief in de nacht. Je kunt wel fantaseren hoe die dag er zal uitzien. Zon en Maan vergaan, bergen vallen om en zeeeën vallen droog. Onvoorstelbare gebeurtenissen. Het idee van de briefschrijver is dat we moeten gaan leven of het ons morgen al zal gebeuren. Want het einde der tijden is in de beleving van deze briefschrijver ook het begin van een nieuw tijdperk. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen de huidige vervangen. En op die nieuwe aarde zal gerechtigheid wonen. In de Openbaring van Johannes heet het dan dat God zelf zijn tenten op deze aarde zal spannen. En waar willen we bij horen dat is de vraag. Willen we horen bij de oude aarde, de aarde van uitbuiting, honger en hebben en graaien, of willen we horen bij de nieuwe aarde, die van gerechtigheid en vrede, daar waar alle tranen gewist zullen zijn. Die nieuwe aarde is niet iets van de toekomst, of zelfs van na onze dood. Dat zou te gemakkelijk zijn. Het is geen opium voor lijdende mensen die daardoor hun lijden wat gemakkelijker kunnen dragen. Die nieuwe aarde is een visioen dat we vanaf nu tot werkelijkheid kunnen brengen. Dat werkelijkheid wordt als iedereen meedoet, maar waar we ook telkens weer, elke dag, elk moment weer opnieuw mee mogen beginnen. Die nieuwe aarde is de norm die we kunnen leggen naast onze eigen beslissingen en die van het bestuur dat ons regeert, in de stad, in de provincie, in het land, in Europa en in de Wereld. Daarom mogen we de komst van conferentie over Afghanistan toejuichen, de kans dat het einde der tijden ons aantreft in vrede neemt daardoor toe. De kans dat gerechtigheid zal worden gedaan aan onze Afghaanse zusters en broeders neemt daardoor toe. Daar mogen we ons allemaal voor inspannen en dat hoeven we niet over te laten aan een enkele minister van Buitenlandse Zaken en zijn ambtenaren. Maar ook bij de plannen voor het bestrijden van de economische crisis zal de nieuwe aarde de maat moeten zijn van de oplossingen. Daar zal immers de honger zijn verdwenen die nu nog het Afrikaanse continent teistert. Daar zal alle ziekte zijn verdwenen ook de aids in Afrika. Bij alle maatregelen die genomen moeten worden zullen eerlijke handelsverhoudingen en overdracht van noodzakelijke kennis voorop moeten staan. De Tweede Brief van Petrus was maar een korte brief. En helemaal op het einde verwijst die brief naar alle brieven van Paulus die ook in de Bijbel zijn opgenomen. Daar kunnen we de rest in lezen, vooral ook hoe we in onze eigen steden en dorpen gemeenschappen kunnen vormen die het licht van die nieuwe aarde nu al laten schijnen. Natuurlijk zijn er mensen die er graag zelf een slaatje uit slaan en er macht en aanzien aan willen ontlenen. Dat is de oude aarde, waar macht en aanzien, rijkdom en welvaart de normen zijn. In de nieuwe aarde gaat het om het lot van de minsten, de armen, de hongerigen. Dat zijn onze normen en waarden.

De woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken

vrijdag, 13 maart, 2009

2 Petrus 3:1-9

Door de eeuwen heen zijn mensen nieuwsgierig naar de datum waarop de geschiedenis ten einde zal zijn gekomen. Alles gaat voorbij dus ook onze geschiedenis. Vlak na het uitstorten van de Heilige Geest met Pinksteren geloofden de Apostelen dat het einde der tijden wel zeer nabij was. Ook Paulus schrijft herhaaldelijk aan de diverse gemeenten dat het einde der tijden zeer nabij is. In de Evangeliën zijn aanwijzingen te vinden dat ook Jezus van Nazareth er voor waarschuwde dat het einde der tijden niet ver zou zijn. In de tijd dat deze Tweede Brief van Petrus werd geschreven was er echter al geruime tijd verlopen zonder dat het einde der tijden zich had aangekondigd. Wij zijn inmiddels 20 eeuwen verder en nog is van het einde der tijden geen sprake. Integendeel, we weten uit de natuurwetenschappen dat het nog vele eeuwen kan duren voor onze zon opgebrand zal zijn en het leven op aarde zal verdwijnen. We kunnen dat zelf versnellen door een nucliaire oorlog te beginnen op de wereld maar onze wereldleiders zijn daar de afgelopen 50 jaar steeds voor teruggeschrikt. De herinneringen van het gooien van atoombommen op Japan roepen de beelden van de verschrikkingen zo levendig op dat het opnieuw gooien van atoombommen geen optie is. Hoe zit dat dan met het einde der tijden waarover in de Bijbel wordt gesproken? De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft een paar mooie oplossingen. Er was al eens een overstromming die al het leven op aarde had vernietigd. Wij kennen die overstroming uit het verhaal van Noach maar ook in tal van andere religies klinkt een verhaal over een dergelijke overstroming door. Verder stond al in Psalm 90 dat duizend jaar in de ogen van God als één dag is, wat natuurlijk ook een ander licht op Genesis 1 werpt. Maar de mooiste reden is dat God eerst alle mensen wil bekeren tot het geloof in de bevrijding van de armen, tot het geloof in het Koninkrijk, het geloof in God zelf. Voordat dat gebeurd zal de wereld niet vergaan. Dan kan het onze tijd dus ook nog wel duren. Heel langzaam zijn we tot de overtuiging gekomen dat het niet in de datum zit. Het zit in onze houding. Wat zou er gebeuren als we wisten dat morgen de wereld zou vergaan? Velen van ons zouden zich bekeren en zorgen dat ze nog net het goede doen wat ze kunnen doen. De laatste hongerige nog voeden, de dorstige nog te drinken geven, de gevangene nog bezoeken, de bedroefde nog troosten. Als dat zo is dan moeten we dus elke dag leven alsof morgen de wereld vergaat. Het einde der tijden is nabij omdat wij leven alsof het nabij is. Daarmee kan de hele wereld bekeerd worden want we willen immers dat iedereen meedoet met heb Uw naaste lief als Uzelf en delen met wie er gedeeld moet worden. Vandaag is dus niet alleen de eerste dag van de rest van je leven maar ook de laatste.

Zij horen het woord

donderdag, 12 maart, 2009

Marcus 4:10-20
 
Mensen zijn volgens het verhaal van Jezus soms net politici. Ze horen wat er nodig is, beloven er wat aan te doen maar als ze gekozen zijn dan gaan ze over tot de orde van de dag en hoor je er niks meer van. Neem nu het huidige kabinet, ze gingen zo moedig van start. Maar zie wat er gebeurt. De armoede is vergroot, de inkomensverschillen zijn groter geworden, de tegenstellingen in diverse wijken dreigen steeds groter te worden, jongeren verzetten zich steeds meer en steeds geweldadiger tegen een uitzichtloze toekomst en de mensen willen dat veranderen. Dat verhaal van Jezus over een Koninkrijk waar de onderkant de boventoon voert en waar iedereen mag meedoen is echt nog niet vergeten in het land. De exorbitante zelfverrijking en de hebberigheid van de bankiers hebben inmiddels tot een financiële en economische crisis geleid. Werknemers hebben zich al eens boos lopen maken op de exorbitante zelfverrijking van de top van het bedrijfsleven. Er staan er nu zelfs een aantal terecht wegens bedrog en misleiding, maar besluiten en wetgeving die dat gedrag aan banden leggen hebben we de nog steeds niet gezien, integendeel, initiatieven daarvoor werden honend weggewoven.  Het boze wint het soms van het goede woord, ook de beslommeringen van alle dag kan het winnen, zoals distels het soms van het graan kunnen winnen, maar als we er bij blijven en voortdurend blijven werken aan dat nieuwe Koninkrijk dan zal dat werk vrucht dragen. Voor de een wat meer dan voor de ander, maar vrucht dragen doet het en daar gaat het om. Voedselbanken zijn een schande, maar gelukkig zijn er veel mensen die voedselbanken met wachtlijsten een nog grotere schande vinden. Zelfs nu het minder gaat en iedereen overschotten probeert te vermijden zijn er mensen te vinden die zich extra willen inspannen om de voedselbanken voldoende voorraad te laten bezorgen, zij zijn de vruchtbare bodem die nodig is. Natuurlijk moeten de uitkeringen worden aangepast en moet het aangaan van leningen en afbetalingsregelingen voor het kopen van goederen aan banden worden gelegd. Consumeren is niet heilig al wordt het in onze samenleving verafgood. Meedoen, kunnen meedoen en delen zijn de slagwoorden van het Koninkrijk van Jezus. Als we zover zijn dat we dat begrijpen en in alles wat we doen en ondernemen de armen voor ogen weten te houden dan beginnen we langzaam te bouwen aan het Koninkrijk van Jezus van Nazareth. Dat Koninkrijk wordt niet gebouwd op liefdadigheid en incidentele akties maar op recht en rechtvaardigheid. Dat vergt meer inspanning en duurt langer maar houdt ook langer. We moeten ons dus niet uit het veld laten slaan maar ook vandaag er mee aan het werk gaan.

Ze schoten op en groeiden

woensdag, 11 maart, 2009

Marcus 4:1-9
 
We lezen vandaag de gelijkenis van Jezus over zaadjes die in de akker vallen en vrucht dragen. Het meest vruchtbaar zijn natuurlijk de vrouwen onder ons. In de Bijbel vindt je veel verhalen over bevrijding die beginnen met verhalen over de vrouwen die daarin een rol spelen. Mozes zou het volk Israel uit de slavernij in Egypte leiden en aan het begin van het verhaal over Mozes gaat het over zijn moeder, zijn zuster en een Egyptische prinses. De zuster van Mozes speelde ook later nog een belangrijke rol.  Het verhaal van vandaag is eigenlijk een verhaal over hoop en wanhoop. We hopen natuurlijk allemaal dat ons streven in het leven ook wat opbrengt. Veel mensen zeggen dan dat ze de wereld voor hun kinderen een beetje beter willen achterlaten als ze de wereld hebben aangetroffen. In deze dagen van het voorjaar is er in een aantal kerken ook nog de biddag voor gewas en arbeid. Voor veel agrariërs breekt de tijd van zaaien en planten aan en de hoop op een goede oogst. Nu de meeste agrariërs verdwenen zijn heeft de kerk daar ook de arbeid bij betrokken. En natuurlijk is het goed om met elkaar af te spreken, en daarbij stil te staan, dat dat zaaien, oogsten en werken tot zegen zal zijn, ofwel ten goede komt aan de armsten in de samenleving. Al die mensen die de biddag voor gewas en arbeid vieren zouden in hun bedrijven en op hun boerderijen kunnen werven voor het leveren van voedsel en geld voor de voedselbanken, zodat de tekorten kunnen worden weggewerkt. Vrouwen weten dat over het algemeen al wel, maar vrouwen moeten vandaag weer eens stilstaan bij wat ze eigenlijk waard zijn. Veel vrouwen stellen zich nog te dienstbaar en onderdanig naar hun mannen op. Omdat ze vaak zo weinig van zichzelf houden komt er van de liefde voor hun naaste ook maar weinig terecht. En omdat veel vrouwen zichzelf niet echt hoog achten vindt je ook weinig vrouwen op hoge posities. Ook in het verhaal dat Jezus van Nazareth vertelde en dat wij vandaag lezen wordt er niet anders geoogst dan er is gezaaid. Alleen als er in goede grond is gezaaid dan levert het meer op. In het verhaal van het leven van Jezus van Nazareth is de goede grond de liefde. Pas als er veel liefde is, kan er groei zijn, kan er vrede zijn, kan er heling zijn. Het verhaal van vandaag werd verteld in een boot omdat er zoveel mensen kwamen luisteren. Maar het verhaal gaat eigenlijk over doen. Een vrouwen verhaal, want vrouwen offeren zich op voor hun kinderen, voor hun omgeving, soms voor hun partner. Natuurlijk hoef je er zelf niet beter van te worden van al die zorg, maar hoe meer je van jezelf houdt, hoe meer je laat zien hoeveel een mens waard kan zijn, hoe meer je ook voor een ander kunt betekenen. Dan pas gaat liefde 30, 60 of 100 voud opbrengen, en van zoveel liefde gaat de wereld veranderen.

Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel

dinsdag, 10 maart, 2009

2 Petrus 2:10b-22

De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft het natuurlijk niet over de financiële crisis gehad. Maar ook in zijn tijd waren er figuren die lijken op de bankiers en financiële toezichthouders waar wij mee te maken hebben. Ze gaven de schuld voor de armen aan de armen zelf. Die hadden gezondigd tegen wat de Heer had voorgeschreven. Zo krijgen de eenvoudige spaarders nu de schuld van het verlies van hun spaarcenten. Hadden ze dat maar niet moeten beleggen tegen de hoogste rente. Dat de banken, waar ze hun spaarcenten heen brachten, goedgekeurd waren door de Nederlandse toezichthouders doet dan niet ter zake. Als er hoge rente wordt beloofd moet je er kennelijk wegblijven. Dat ook pensioenfondsen en andere zeer professionele beleggers er het hen toevertrouwde geld hadden gestald doet niet ter zake. Die gewone onprofessionele spaarders hadden maar moeten weten dat ze een groot risico liepen. Datzelfde geldt ook voor mensen die leningen hebben die ze niet kunnen aflossen. Dat je om de 10 minuten op de televisie wordt aangespoord om toch maar te gaan lenen ook al kun je dat eigenlijk niet terug betalen doet niet ter zake. Oversluiten kan natuurlijk maar dat ook oversluiten geld kost wordt er niet bij verteld. Het soort mensen dat leeft op de inhaligheid van anderen wordt door de briefschrijver scherp veroordeeld. Hij noemt de bankiers van vandaag redeloze dieren die aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder zullen gaan. Ze zullen onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Dat de verkoop van dure jachten, dure huizen en dure auto’s terugloopt en bijna tot 0 is teruggelopen wijst er al op dat juist de rijken door de crisis worden aangepakt. Ze zullen nog verder worden aangepakt want juist op hun vermogen zal extra belasting worden geheven. En dat mag ook wel want de werklozen die nu worden ontslagen vanwege het inzakken van de economie hoeven de fouten niet te betalen die de hoge heren hebben gemaakt. De toezichthouders worden door de briefschrijver vergeleken met de profeet Bileam die zich er voor leende het volk Israel te gaan vervloeken. Zoals zij wel toezicht hielden maar niet waarschuwden toen bankiers zich niet aan de voorschriften bleken te houden zo ging Bileam op weg om een vloek uit te spreken. Maar Bileam werd door een ezel tegengehouden, die wilde niet verder zegt het verhaal. Onze bankiers en toezichthouders geven nog steeds hun fouten niet toe. Ze doen wel vroom of ze zich hebben bekeerd en hun fouten niet opnieuw zullen maken maar er is geen enkele reden hen daarin ook te vertrouwen. Beleggers op de beurzen weten dit en wenden zich af van banken en verzekeraars. Zoals een hond terugkeert naar zijn eigen braaksel, of een gewassen zeug al snel weer in de modder rolt zo zullen onze bankiers en verzekeraars de neiging hebben zich weer over te geven aan hun ongebreidelde zucht tot winst maken. Laten we daarom om betere toezichthouders en bankiers vragen, mensen die de armen voorop zetten en recht en rechtvaardigheid hoog in hun vaandel hebben.