Lucas 17:11-19

11 Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. 12  Toen hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. 13  Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’ 14  Toen hij hen zag, zei hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’ Terwijl ze gingen werden ze gereinigd. 15  Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. 16  Hij viel neer aan Jezus’ voeten om hem te danken. Het was een Samaritaan. 17  Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? 18  Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’ 19  Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’ (NBV) 

Je moet maar durven, laat Wilders, Baudet en Rutte het maar niet horen, een vreemdeling behandelen als een landgenoot, net doen of die vreemdeling geen millimeter anders is dan de anderen. Dat zou volgens het Evangelie van Lucas de weg van Jezus van Nazareth zijn, de zogenaamde Joods Christelijke traditie waar met name Wilders de mond van vol had. Lees dit verhaal maar over die 10 mensen met huidvraat. Lang werd die huidvraat aangezien voor melaatsheid maar de laatste jaren wordt aan die vertaling toch wat getwijfeld. De Naardense Bijbel blijft overigens huidvraat wel vertalen met melaatsheid. Hoe het ook zij, het was een ziekte die al voorkwam in de boeken van Mozes. Daar stond in dat mensen die genezen waren zich aan de Priester moesten laten zien. Die Priester kon ze dan weer hun plaats in de samenleving teruggeven. Die plaats waren ze kwijt geraakt zolang ze besmet waren met de melaatsheid. 

Maar een Samaritaan, dat was iemand van verdachte komaf, die werden niet tot de Joden gerekend, dat was een vreemdeling. En vreemdelingen hoefden zich helemaal niet aan de Priester te laten zien. Dat nu stelt Jezus van Nazareth ter discussie. Volgens de richtlijnen van Mozes hadden vreemdelingen immers ook hun rechtmatige plaats in de samenleving. Je moest ze zelfs uitnodigen bij de religieuze maaltijden die je op de feestdagen met je familie, de tempelbedienden en de armen moest houden. Waarom zouden die Priesters dan ook de vreemdelingen niet hun rechtmatige plaats in de samenleving kunnen teruggeven? Ooit had een profeet zelfs een vijandige krijgsheer die met huidvraat was besmet de huidvraat van zich af laten wassen in de Jordaan en hem een nieuwe plaats in de samenleving gegeven. Dat afwassen leek toen al wel wat op de doop die ook Johannes de Doper bij de Jordaan gepredikt had. Een nieuw leven begon voor mensen die het op een andere manier wilden proberen. 

En de mensen met de huidvraat wilden zeker een ander leven dan dat als buitengeslotenen. Zijn wij in onze dagen nu anders dan de 9 die niet terugkeerden bij Jezus van Nazareth? Als je de kranten leest en de TV kijkt konden we daar wel eens heel sterk aan moeten twijfelen. Wij bekijken mensen van een andere komaf als de traditioneel Nederlandse toch ook als vreemdelingen, als mensen die buitengesloten zijn. Hoe vaak hoor je Nederlandse jongens met Marokkaanse ouders niet bestempelen als “vervelende Marokkaantjes” in plaats van als “lastige hangjongeren. Die “Marokkaantjes”gaan zich dus als buitengeslotenen gedragen en houden zich aan geen enkele wet of regel meer. Waarom zouden ze ook, ze horen niet bij de Marokkaanse samenleving, daar weten ze de weg niet, maar ze mogen ook niet bij onze samenleving horen. Jezus van Nazareth wijst ons een andere weg, die traditie levert meer op. Gelukkig krijgen we elke dag opnieuw de kans zijn Weg te volgen, ook vandaag weer.