Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2011

Neem dan aan wat je toekomt en ga

dinsdag, 20 september, 2011

Matteüs 20:1-16
 
Als we het verhaal van Jezus van Nazareth, zoals verteld door Matteüs, hier verder lezen, leren we over rechtvaardige beloning. We weten natuurlijk wel dat de ketting net zo sterk is als de zwakste schakel. En als we goed nadenken weten we dat geen productie tot stand komt zonder de portier die de deur opendoet of de toiletjuffrouw die er voor zorgt dat de werkers niet ziek worden. Waarom dan de directeur het hoogste inkomen moet hebben en die toiletjuffrouw het laagste is niet echt duidelijk. Het heeft te maken met macht en het verkeerde geloof. Geloof in een god die succes heet maar tegelijkertijd een hoop schijn vertoont. De god van het klatergoud. Geen directeur heeft succes zonder de werkenden van het bedrijf.

Ook op wereldschaal gaat dat op. Veel werk wordt nu verplaatst naar zogenaamde lage lonenlanden. De lonen zijn daar laag omdat er helemaal niets verdiend wordt en alle beetjes helpen. Alleen de producten die gemaakt worden in bedrijven die uit de rijke landen zijn verplaatst mogen ook goedkoop in die rijke landen worden ingevoerd. Produkten die uit de arme landen zelf komen worden belast met hoge invoerrechten. Als we dat om zouden draaien zou de wereld er heel anders uitzien. Jezus van Nazareth laat in het bovenstaande hoofdstuk zien hoe we het zouden kunnen omdraaien. We vragen bij de grens wie de producten hebben gemaakt en hoeveel ze er mee hebben verdiend. Dan heffen we een belasting die net zo hoog is als het verschil tussen het loon van onze arbeiders en wat er aan loon voor betaald is. Die heffing geven we dan aan de armen zodat het verschil in beloning weg valt. Iedereen zou zo een eerlijke beloning kunnen krijgen voor geleverde arbeid en arbeid die we hier hebben bedacht hoeft niet meer verplaatst te worden. Grondstoffen en landbouwproducten uit nu nog arme landen kunnen daar bewerkt worden en hier verkocht zonder problemen.

Ook economen weten best dat iedereen er dan op vooruit zal gaan, maar de machtigen moeten dan wel het een en ander aan macht inleveren. En rijken, ja die komen in het verhaal van Jezus nu eenmaal niet echt meer voor. Maar eerlijk delen is iets wat moeilijk te begrijpen blijft voor velen. In het verhaal van Jezus van Nazareth, een gelijkenis heet dat, zijn de mensen die de hele dag in de zon hebben staan wachten op een beetje werk net zo belangrijk als de mensen die in de ochtend al waren uitgekozen en de hele dag zeker waren van voedsel voor hun gezin. Maar mensen die het goed hebben vinden het al snel oneerlijk dat mensen die het minder hebben ook wat krijgen. Wat iedereen vergeet is dat al die dingen die we produceren ook gekocht moeten worden en dat hoe meer mensen geld hebben om iets te kopen hoe meer werkgelegenheid er is, hoe meer welvaart er dus is. Leven als in het Koninkrijk van God maakt ons allemaal dus rijk, zonder uitzondering. Dat zouden we eens moeten proberen.

 

Hij had namelijk veel bezittingen

maandag, 19 september, 2011

Matteüs 19:16-30

Het zijn vaak keurige mensen. Ze liegen niet, ze stelen niet, ze geven aan collectes bij de deur, ze maken jaarlijks forse bedragen over aan liefdadigheidsinstellingen, dat kun je van de belasting aftrekken nietwaar, ze spreken altijd netjes, ze schelden niet, ze gebruiken geen geweld, hun vrije tijd besteden ze in een service club en in een enkel sociaal aanvaard maatschappelijk nuttig bestuur als vrijwilliger. En toch zijn ze bedroefd als ze zich verdiepen in de boodschap van Jezus van Nazareth. Ze volgen toch al die geboden? Zelfs dat gebod van heb Uw naaste lief als Uzelf. Maar soms willen mensen volmaakt zijn. Meer doen dan het gewone. Uitblinken in het goede. En dat vraagt iets wat eigenlijk niemand zomaar op kan brengen. Alles verkopen en verdelen onder de armen.

Als je zelf bijna arm bent is dat niet zo moeilijk. Je krijgt er een hoop vrienden voor terug en als je in problemen komt is er vast iemand onder die jou wil helpen. Maar als je rijk bent is het een stuk moeilijker. Met die armen heb je niet zoveel gemeen. Die gaan niet uit, dat kunnen ze niet betalen, die lezen geen literatuur, daar hebben ze niet voor doorgeleerd, die luisteren niet naar klassieke muziek, daar zijn ze niet mee opgegroeid. En hadden ze die armoede niet zelf veroorzaakt door te weinig aandacht te besteden aan hun opleiding, door teveel alcohol te drinken en hun gezondheid te verwaarlozen? Als je je oor te luisteren legt in kringen van rijke mensen hoor je net zoveel vooroordelen als je hoort bij arme mensen. Van elkaar wordt gedacht dat beiden niet hard werken, als je rijk bent hoef je dat niet en als je arm bent ben je arm omdat je te weinig werkt. Beide vooroordelen zijn onzin. Rijke mensen werken over het algemeen hard en arme mensen werken nog harder als ze de kans krijgen. Daarom legt Jezus van Nazareth de nadruk op eerlijk delen.

Volmaakt worden is helemaal geen ideaal in de Bijbel. Gerechtigheid betrachten, samen delen en daarbij eerlijk blijven dat is het waar het om gaat. Wie volmaakt wil zijn streeft er naar gelijk aan God te worden, er is er immers maar één die goed is zoals door Jezus van Nazareth hier wordt opgemerkt. Werkelijk eerlijk delen is veel moeilijker dan het lijkt. Wij doen het niet. Wij durven de hypotheekrente aftrek niet zo te beperken dat iedereen evenveel steun om goed te wonen van de overheid kan krijgen. Wij durven loonstijgingen en bonussen niet zo te beperken dat niemand meer verdiend dan de Koningin, niet bij de overheid maar al helemaal niet in het bedrijfsleven. Drogredenen als zouden de rijken naar het buitenland zouden vluchten houden het tegen. Maar eigenlijk gaan de rijken die dat delen weigeren bedroefd naar huis, ze hebben veel bezittingen en die zijn belangrijker dan echt houden van hun naasten.

Jongeren zullen bijna niet meer weten waar je het over hebt als je het over het oog van een naald hebt. Zoveel sokken worden er niet meer gestopt. Als bij ons iets stuk is, zeker als er een gat in een sok zit, gooien we het weg. Zelfs als de knopen van een overhemd springen dan gooien we die maar weg. Gelukkig zijn er af en toe allochtonen die nog weten hoe kleding gerepareerd moet worden. Zij beginnen dan een kledingreparatiewinkel waar je een opengesprongen broeknaad of een ander lekker zittend kledingstuk kunt laten repareren. Maar naalden in huis hebben nee, vroeger wel. Ze leken op de spelden die je in een nieuw overhemd kunt vinden, maar dan iets groter en op de plaats waar die platte kop zit zat een oogje waar je met veel moeite een draad doorheen kon doen.

De naald uit het verhaal van Jezus van Jezus van Nazareth, dat Matteüs hier verteld, zou trouwens een klein poortje geweest zijn. Klein om er voor te zorgen dat er geen grote lastdieren doorheen konden. Zo konden roversbenden de stad niet in en moesten belastingplichtige handelaren de grote en bewaakte poort nemen.  Kamelen konden dus al helemaal niet door dat kleine poortje. Rijken horen niet zomaar in het Koninkrijk van God als rijken, armen wel. precies het tegenovergestelde van ons Koninkrijk van tegenwoordig. Hier moeten de armen meebetalen om de positie van de rijken veilig te stellen.Ook op het bewust maken van mensen in ons land van het grote verschil in rijkdom tussen landen op het Noordelijk halfrond en landen rond het zuidelijk halfrond dreigt fors bezuinigd te worden, we zouden eens door kunnen krijgen dat we eerlijk moeten delen. In ons Koninkrijk worden de armen op de allerlaatste plaats gezet.  In het Koninkrijk van God komen ze op de eerste plaats.

Wat God heeft verbonden

zondag, 18 september, 2011

Matteüs 19:1-15
 
De vraag of het geoorloofd is te scheiden heeft vele mensen eeuwenlang gevangen gehouden. Jezus zegt hier heel duidelijk dat je het aan God moet overlaten. Of eigenlijk dus de zaak moet bekijken vanuit de liefde voor mensen. En mensen gevangen houden hoort niet bij de liefde zoals die in het verhaal van de Bijbel wordt geleerd. Daar hoort een bevrijdende liefde bij. Of mensen wel of niet mogen scheiden en hertrouwen is dus niet een zaak die aan enig mens, laat staan aan enige kerk, ter beoordeling is.  Het enige wat telt is dat mensen elkaar serieus nemen, als gelijkwaardig zien. De mens, elk mens,  is vrouwelijk en mannelijk geschapen zegt Jezus en die worden samen één. Daar heeft een ander niks mee te maken. Als twee mensen van elkaar houden en bij elkaar blijken te horen dan moet je er niet tussen komen. Het idee dat je dus twee mensen moet verbieden bij elkaar te horen omdat hun lichamen er hetzelfde uitzien is dan ook volgens het verhaal van Jezus absurd. Het verbod op homosexuele relaties van mannen en vrouwen is dan ook volgens dit verhaal een onchristelijk verbod.

De manier waarop mannen en vrouwen bij elkaar zouden moeten horen voorschrijven op godsdienstige gronden hoort bij de afgodendienst. Er op letten dat mensen elkaar niet als lustobject gaan zien, elkaar exploiteren, uitbuiten, ook op sexueel gebied,macht  over elkaar uitoefenen hoort bij het verhaal van Jezus. Juist daarom toont Jezus van Nazareth zich geïriteerd als het gaat over de scheidingsbrief die in Deuteronomium staat voorgeschreven. Vrouwen namen in de Israelische samenleving economisch de zwakste positie in. In de Bijbel wordt daarom veel aandacht besteed aan de ondersteuning van weduwen, zij staan vaak zelfs symbool voor alle armen. Gescheiden vrouwen hadden het in een dergelijke samenleving extra moeilijk. Het bewijs dat ze niet zomaar alleen stonden maar gelijk waren aan weduwen gaf dan tenminste nog een beetje hoop, maar ze hoorden eigenlijk bij hun eigen man, die had ze niet moeten verstoten.

In sommige vertalingen kun je dan ook lezen dat mannen die een gescheiden vrouw trouwen, gescheiden volgens de regels van Mozes, overspel plegen. Vrouwen hebben een zo slechte economische positie dat van een vrijwillig huwelijk nauwelijks sprak kan zijn. In de benadering van de hulp aan alleenstaande moeders mogen ook wij ons dat wel eens realiseren. Al te gemakkelijk alleenstaande moeders verplichten te werken zonder te zorgen voor goede kinderopvang, dwingt ze in een nog meer afhankelijke positie. De bezuinigingen op de kinderopvang leggen daarom misschien op een aantal vrouwen een druk die juist volgens dit verhaal zeer onschristelijk is.

Mensen doen de moeilijkste dingen om maar het hemelse te bereiken. Er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar zijn en dat weten. Ze vinden het nobel als ze niet met een vrouw trouwen om haar geen nageslacht te ontzeggen, tegelijk is daar veel tegen in te brengen. Anderen zijn gecastreerd of hebben zichzelf gecastreerd. Ook daar is veel tegen te zeggen maar Jezus roept op om er begrip voor te hebben of het anders maar te laten. Er zijn mannen en vrouwen die niet trouwen vanwege godsdienstige redenen, dat wordt overigens nergens gevraagd. We moeten maar doen als de kinderen. Die nemen de wereld zoals die op hen afkomt. En dat is een houding die veel vruchtbaarder is dan alles maar te beoordelen en te veroordelen. Kinderen kun je tot voorbeeld nemen.

Dat kinderen nog niet veel weten spreekt voor zichzelf. Dat volwassenen die niet veel meer scholing hebben gehad ook niet veel meer weten dan kinderen spreekt ook voor zichzelf. Dat volwassenen die niet veel scholing hebben gehad ook niet veel geld zullen verdienen is ook eenvoudig te begrijpen. Die volwassenen wonen dan ook in de wijken met de goedkoopste woningen. En omdat het op een koopje moet zijn die woningen ook meestal niet goed onderhouden. Dat we allemaal de plicht hebben om oog te krijgen voor de positie van mensen met weinig opleiding, weinig geld en weinig taal, de minsten onder ons dus, ligt ook voor de hand. Maar dat we er allemaal wat aan zouden moeten doen wordt minder beseft. Toch vraagt juist Jezus van Nazareth om te worden als de kinderen en te zorgen dat van hen het goede uit kan gaan, te zegenen noemt Matteüs dat.

U hebt de goden gestolen

zaterdag, 17 september, 2011

Rechters 18:21-31

En daar gingen ze, die lui van Dan, als eens Jacob toen die terugkeerde van Laban en over de Jabbok trok. Ook die liet vrouwen en kinderen eerst gaan en trok er toen pas zelf achteraan. Die wachtte nog een dag. Dat deden die lui van Dan niet, die gingen er direct zelf achteraan zo zelfverzekerd waren ze. Ze lieten zich dan ook niet van de wijs brengen door de buren van Micha en zijn geschreeuw. Wat nu geschreeuw, als die krijgers van Dan het op hun heupen zouden krijgen dan zou er niks meer overblijven van Micha en zijn buren. Micha had zijn godjes gestolen en zo gewonnen, zo geronnen. Zo kreeg Dan ook Laïs te pakken, een keurig stadje met van die aardige rustige mensen, mensen die geen bondgenoten hadden. De hele bevolking werd uitgemoord en een kleinzoon van Mozes werd er priester. Ook die lui van Dan vonden het maar een mooi stadje.

Het is en blijft een mooi volks verhaal. Vanuit onze dagen herkennen we misschien maar weinig van onze keurige Christelijke idealen. Het uitmoorden van de bevolking van Laïs is en blijft massamoord en in welke oorlog dan ook een ernstige oorlogsmidaad die tegenwoordig door het Internationaal Strafhof berecht zou moeten worden. De moord in Srebrenica is er niks bij, daar werden vrouwen en kinderen tenminste nog vrij gelaten. Hier niet. Het enige dat we kunnen zien, dan moeten we stevig tussen de regels doorlezen, is dat Dan niet echt bij het volk van God gerekend wordt. Het heiligdom van God staat in Silo. Daar zou later Samuel priester worden die de koningen van Israël zou zalven. Daar was de tent van de ontmoeting neergezet, niet in Dan.In Silo waren de nakomelingen van Aäron priester, nakomelingen van Mozes werden niet als priester genoemd.

Maar wat moeten wij vandaag de dag met zo’n bloederig en wreed verhaal? Toen het verhaal werd opgeschreven was het een waarschuwing voor de roep om een volk zonder koning, waar ieder kon doen wat goed was in eigen ogen. In zo’n land heerst het recht van de sterkste. Daar wordt op huurtoeslag voor de armen bezuinigd maar word de hypotheekrenteaftrek voor rijken buiten beschouwing gelaten. Ook in onze dagen wordt geroepen om vrijheid, bevrijding van de overheid. Het aantal regels moet minder, het aantal ambtenaren moet minder. Het hele boek Rechters laat zien wat daarvan terecht kan komen.

Sterke en zwakke rechters staan dan op die het recht van het volk moeten verdedigen, met meer en minder succes dus. Ieder maakt eigen godjes onder het motto van godsdienstvrijheid maar gevolgen voor de manier van samenleving hebben die godjes niet. Uiteindelijk wil de Bijbel een ander soort samenleving, bevrijd van machten en krachten in de wereld, maar onder het gezag van de God van Israël. Niet ieder voor zich, maar echt een God voor ons allen. Daarvoor zijn bondgenootschappen nodig, daarvoor is een regering en een parlement nodig, maar vooral is daar een volk voor nodig dat bereid is te delen met de armsten in de samenleving. Daar kunnen we elke dag weer aan werken, ook vandaag.

Totdat de bevolking werd weggevoerd.

vrijdag, 16 september, 2011

Rechters 18:11-31
 
Er verliep een heleboel tijd tussen de geschiedenis van Micha en de Dan-nieten en het wegvoeren van het volk van Israel in de ballingschap naar Babel. Eeuwen zijn er overheen gegaan. In Babel zijn toen de geloofsverhalen van het volk opgeschreven. In het boek Rechters werden nog een paar rare oude gebruiken verklaard. Zo kennen we de verklaring voor een vierdaagse rouwperiode van de meisjes van Israel, die rouwden om de dochter van Jefta. En die lui van de stam Dan hadden ook zo iets geks. Ze hadden een paar beeldjes van wat de heidenen “goden” zouden noemen en ze hadden hun eigen priesterfamilie. Volgens dit verhaal uit het boek Rechters hadden ze die beeldjes nog gestolen ook. Die lui van Dan stonden dus niet echt goed aangeschreven. Je zou denken dat als er motoren geweest waren ze hun eigen motorclub hadden gehad. Toch is het verhaal opgeschreven. En het staat in de Bijbel.

Ook al hadden die lui van Dan rare gewoonten, en misschien zelfs een kwade reuk, ze hoorden toch bij het volk van Israel. Want hoe dan ook ze erkenden maar één Heer, de God die in de woestijn die Wet had gegeven van eerlijk delen. En dat is toch wat anders dan een motorclub die binnen ons land een eigen samenleving begint. Leuk natuurlijk als mensen hun eigen cultuur vormgeven, maar de wetten in dit land hebben we samen gemaakt. Niemand kan zeggen er niet mee te maken te hebben omdat niet werd deelgenomen aan een verkiezing. Wie niet stemt mag niet klagen, maar wie niet stemt hoort zich wel aan de wetten te houden die onze gekozenen hebben gemaakt. Als de wetten ons niet bevallen moeten we maar andere vertegenwoordigers kiezen. Hoe je er uit ziet maakt in ons land niet uit. Op motoren rondrijden mag, met een rijbewijs uiteraard en niet boven de maximum snelheid en volgens de verkeersregels die daar voor zijn. Dat zijn regels die voor alle mensen gelden en die voor iedereen een zekere mate van veiligheid waarborgen.

Dat geld voor heel veel wetten, de veiligheid van ons allemaal. De wetten tegen drugs, alcohol, geweld en dreigen met geweld, ze zijn er ten behoeve van ons allen. Denk niet dat godsdienst of cultuur mensen vrij kunnen stellen van die wetten. Zo hebben veel gemeenten de regel dat je niet onherkenbaar vermomd over straat mag lopen. Vroeger sloeg dat op mannen met bivakmutsen, tegenwoordig op vrouwen met een Burka. Door carnaval en Sinterklaas zijn we die regel misschien vergeten. Maar regels zijn goed als ze voor het welzijn van ons allemaal zijn. Het enige dat de Bijbel van ons vraagt is de mensen te stellen boven de regels. Het hart van de Wet is nu eenmaal je naaste lief te hebben als jezelf. Daar kan niemand je van af brengen. Daarom hoorden die lui van Dan met hun rare gewoonten ook bij het volk, ze deelden immers en hielden zich aan de Wet.

 

Er was geen koning

donderdag, 15 september, 2011

Rechters 18:1-10
 
We kunnen het ons niet voorstellen. Een land zonder regering. Zelfs de Belgen hebben nog steeds een ontslagnemende regering. Maar een land bestaande uit 12 stammen die uit de woestijn kwamen. Die daar gingen wonen waar het goed toeven was, in een land overvloeiende van melk en honing. En als de bewoners niet wilden delen sloegen ze die inwoners dood. Want het was een land dat zeer rijk was, zoals gezegd: een land overvloeiende van melk en honing. Van Godsdienst hadden ze niet zoveel verstand. De verkenners van de stam Dan gingen te rade bij de priester van Micha die zich bij het verzilverde godenbeeld bevond. Die priester wist nog wel een plek: goed land, rijk aan oogst en weinig verzet te verwachten want de mensen die er woonden hadden geen vijanden en geen bondgenoten. Dat moest voor Dan wel goed aflopen.

Zo wordt de vestiging van een nieuw volk wel heel erg van de grond af geregeld. Geen verdragen, geen onderhandelingen, geen referendum, welnee, hier zijn we, mooi weer vandaag, we blijven. Dat gaat tegenwoordig wel anders. In Irak bijvoorbeeld, waar met behulp van veel buitenlandse geleerden over een grondwet is onderhandeld waarover gestemd mocht worden. Het leek te gaan lukken met die grondwet, maar vrede kwam er niet van. Of dat ook gaat lukken op de Antillen moeten we nog maar afwachten. Voorwaarde is natuurlijk altijd weer dat eerlijk delen. Dat geldt in Irak waar Koerden, Sjiieten, Soennieten en nog een handvol andere minderheden de macht en de rijkdom een beetje eerlijk moeten zien te verdelen. Maar dat geldt ook voor Nederland, Aruba, Curacao, Sint Maarten en de Nederlandse eilandgemeenten. Ook daar moeten we zien dat de rijkdom en de macht een beetje eerlijk verdeeld wordt. Als dat delen niet lukt dan loopt het uit op moord en doodslag.

Een aantal Nederlandse steden heeft al kennis gemaakt met jonge Antillianen met wie macht noch rijkdom wordt gedeeld en die dat ook niet te verwachten hebben. Die reageren bijna net zo als die Soennieten die macht en voorrechten kwijt raken. Hopelijk lukt het in Irak en bij ons om een eerlijke en rechtvaardige samenleving te maken opdat we in vrede kunnen leven. Er zijn politici die de jonge Antillianen geen andere toekomst weten te bieden dan een vliegreis terug naar het eiland van herkomst. Die politici beseffen kennelijk niet dat jongeren zonder toekomst uiteindelijk met geweld zich een toekomst zullen verschaffen. In de Parijse voorsteden, in het Amsterdamse Oude Westen, in de goedkopen wijken in Rotterdam en Utrecht in Engeland, overal zie je hetzelfde. Geen toekomst bieden loopt uit op geweld. Maar er wordt bij ons inmiddels ook gewerkt aan het omvormen van die wijken in prachtwijken. Als dat echt gaat met het bieden van toekomst aan jongeren dan wordt het nog wat. Met een handvol goede verkenners om het voor te bereiden moet het waarachtig wel gaan leert het Bijbelverhaal dat we hier gelezen hebben.

Nu ik een priester in dienst heb

woensdag, 14 september, 2011

Rechters 17:1-13
 
Bij de officiële viering van het 25 jarig bestaan van het CDA sprak bisschop Hurkmans van Den Bosch. Niet zozeer over de vrees van de Gereformeerde voormalige Anti-Revolutionairen dat het CDA geregeerd zou gaan worden door de rijke Rooms katholieken van de vroegere KVP maar vooral over het verbannen van God naar de privé sfeer. Het verhaal uit het boek Rechters van vandaag lijkt daarbij aan te sluiten. Micha was een beetje louche figuur die begon met het stelen van een hoop zilver van zijn moeder. Dat zat hem toch dwars dus hij gaf het terug. Ergens konden ze zich kennelijk toch wel iets herinneren van een God die dit soort eerlijkheid op prijs zou stellen dus werd het zilver aan die God gewijd.

Nu is de God van het volk Israel, die van de C in CDA, een God die niet zozeer iets voor zichzelf wil hebben, maar voor de armen in de samenleving. Net als de politici van het CDA was ook Micha dat volstrekt vergeten. Hij liet er een beeld mee bekleden. Zo’n mooi religieus beeld waar ook de Sint Jan in Den Bosch mee vol staat. Nog een priester er bij inhuren en je hebt een “Gods”dienst. Maar het is een privé godsdienst. Niemand anders, zeker de samenleving niet, heeft er wat aan. Het is het soort godsdienst waar je elke dag mee kunt beginnen, om hem vervolgens thuis te laten als je naar je werk gaat. Bisschop Hurkmans riep de CDA politici op om vooral Godzoekers te zijn. Je ziet ze al soep opscheppen bij het Leger des Heils, of vrijwilligerswerk doen in een voedselbank. Dat bedoelde die Bisschop natuurlijk niet.

Hij weet het onderscheid te maken tussen het eerste gebod van God liefhebben boven alles en het tweede gebod van je naaste liefhebben als jezelf. De Bisschop wil dat de mensen vooral proberen het eerste gebod te volgen zonder het tweede in de praktijk te brengen. Een kunststuk dat door de eeuwen nog nooit gelukt is. Jezus van Nazareth bijvoorbeeld kende het onderscheid tussen die twee geboden niet, die stelde dat het eerste gelijk was aan het tweede zoals we in het Nieuwe Testament kunnen lezen. Daarom is “Godzoeker” zijn ook niet genoeg, een verzameling mooie beeldjes en daar je zilver instoppen en dan ook nog een priester inhuren, plaatst je nog niet in het verhaal van Jezus van Nazareth. Je staat daar pas in als dat ook voor iedereen te merken is.

Aan de armen die bevrijdt worden van armoede, aan de voedselbanken die overbodig worden, aan de kookboeken met soeprecepten van het Leger des Heils die over de toonbanken vliegen omdat iedereen soep gaat uitdelen in de buurt, aan de onrechtvaardige tolmuren die eindelijk afgeschaft zijn zodat in onze supermarkten de betaalbare producten liggen uit de arme landen. Aan dat appèl moeten we vandaag maar gehoor geven. Dat is het pas feest, maar voor het CDA moeten we daar tenminste nog 95 jaar op wachten. Zij hopen dat het volk vergeten is waar het eigenlijk om draait.

 

Wie goed luistert, zal het goed vergaan.

dinsdag, 13 september, 2011

Spreuken 16:8-20

Vandaag gaat het over de rechtspraak. Vanouds een belangrijke pijler in de samenleving. Prediker keek naar de plaats van het recht en zag daar onrecht, maar in de dagen van Prediker werd er nog recht gesproken door de oudsten in de poort. Ook bij de schrijver van het boek Spreuken is dat een plaats voor het recht, maar dan in de zin van recht doen, recht doen aan mensen die bij de samenleving horen, de armen, de weduwen en de wezen. Echte rechtspraak in geschillen tussen mensen is voor de koning. In onze dagen wijzen we de rechtspraak van de oudsten toe aan de gemeenteraden en de rechtspraak in geschillen aan de rechtbanken en op beide plaatsen zou je willen zien dat er aan mensen recht wordt gedaan, dat er eerlijk, oprecht en onpartijdig zonder aanziens des persoons naar mensen wordt geluisterd.

Rijkdom is volgens de Spreukendichter niet de eerste maatstaf voor eerlijkheid, grote rijkdom is op zich al verdacht want dat kan ook verkregen worden door onrecht. Waar het op aan komt zijn de richtingwijzers die door God zijn geplaatst, die zijn belangrijker dan wat mensen zelf en vooral voor zichzelf willen. Een vonnis van een rechtbank, bij de Spreukendichter de Koning, moet dan ook de kwaliteit hebben van een oordeel van God zelf. De maat voor het recht zijn de eerlijk vaststelbare feiten, de gewichten en de balans in de woorden van de Spreukendichter. Echte Koningen verfoeien het spreken van recht op een andere manier dan volgens de richtlijnen van de God van Israël. Goddeloosheid is in de Bijbel nu eenmaal niet ongelovigheid maar niet gaan volgens de weg die de God van Israël heeft gewezen.

Natuurlijk kunnen leugens en bedrog een oprecht en eerlijk persoon tot grote woede drijven. Maar woede is volgens het boek Spreuken destructief, het maakt meer stuk dan je lief is. Wijsheid is wat er voor in de plaats moet komen en dan moet de rechtvaardige op zoek naar de Waarheid, op zoek naar een manier waarop de leugenaar gebracht kan worden tot het inzicht dat de waarheid liefhebben boven alles gaat. Veranderen, verbeteren, is beter dan afbreken en terzijde schuiven van mensen.  Natuurlijk moet het kwaad benoemd worden. Hooghartigheid wordt hier genoemd, de mensen die zich verheven voelen boven de anderen, die alleen voor zichzelf leven, hoogmoed komt voor de val is een uitspraak die zelfs ons algemeen taalgebruik heeft gehaald. Delen met de armen, je niet beter voelen dan een ander, dat is de weg die God ons wijst en wie daar goed naar weet te luisteren zal het goed vergaan, ook vandaag nog.

Voor wie zuiver zijn van hart!

maandag, 12 september, 2011

Psalm 73

Je kunt er gemakkelijk jaloers op worden. Op mensen die schijnbaar zorgeloos kunnen doorleven. Die alleen hun eigen schoonheid in de spiegel zien maar nooit zien wat er om hen heen gebeurt. Mensen die het gaat om geld, voorspoed en carrière, die de waarde van het leven afmeten aan de waarde van hun bezit. Mensen die zich weten te vermaken met het leed van anderen, die hongeren als een interessante manier van lijnen zien, die hopen dat de daklozen toch tenminste een douche opzoeken voordat ze hen tegenkomen, die zieken en gehandicapten maar zielig vinden en dapper dat ze gelukkig niet klagen. Je kunt er jaloers op worden want ze leven schijnbaar zorgeloos, de zorgen van anderen grijpen hen niet aan, ze steken geen energie in het leed van anderen en worden niet moe van helpen omdat ze denken dat hulp niet meer nodig is.

Je kunt er gemakkelijk jaloers op worden. Op de mensen die zich beter vinden dan een ander. Die geweld gebruiken als iemand hen in de weg zit. Die vinden dat de overheid zich op geen enkele manier met hen moet bemoeien en dat regels die er zijn om elkaar te beschermen zeker niet voor hen gelden. Zij rijden ongeremd te hard over onze wegen, zij durven te rijden ook als ze alcohol ophebben, zij parkeren hun auto’s in straten die te smal zijn zelfs voor kleine auto’s. Zij dragen hun overgewicht alsof het de beloning is voor hard werken. Zij schelden en schimpen op iedereen die durft te spreken over fatsoen en medemenselijkheid. Zij laten alleen zichzelf in hun waarde want zij zijn de enigen die in hun ogen tot hun recht mogen komen. Daarom moet alles en iedereen die niet doet of gelooft als zij uit de samenleving verwijderd worden.
Het onderscheid tussen de brutalen die de halve wereld lijken te bezitten en de softies die steeds maar weer opkomen voor de minsten in de samenleving en hun hand uitsteken naar hen die niet vanzelf mee kunnen komen is al zo oud als de Bijbel is. De Psalm die we vandaag meezingen met de psalmdichter is een troostpsalm. Het gaat daarbij overigens niet alleen over mensen die niet in god geloven. Goddelozen zijn zij die van God los zijn, die alleen voor zichzelf leven. Daar onder zijn er die zich op God beroepen, God beloont immers en straft de rest? Ziekte en handicaps zijn straffen van God roepen ze, met de zieken en gehandicapten willen ze daarom niets te maken te hebben. Hun houding maakt dat veel mensen liever van hun medemens houden dan te worden aangezien voor geliefden van de God van Israël.

Maar het is die God die ons roept van onze naaste te houden als van onszelf. Die dat voor gelovigen en ongelovigen gelijk als levensregel stelt. Uiteindelijk blijft er van die mensen die van God los zijn niets over, er is niets goeds over hen te vertellen, zij hebben al het goede tijdens hun leven al opgebruikt. Van de anderen, van hen die eerst aan anderen denken en dan pas aan zichzelf blijft eeuwig het goede te vertellen, zij leven voort in het goede dat op aarde bereikt is. Daar mogen we ook vandaag weer moed uit putten, zoals elke dag opnieuw.

Vergeet niet één van zijn weldaden.

zondag, 11 september, 2011

Psalm 103

Op deze bijzondere herdenkingsdag van de aanslag op de twee torens van het wereldhandelscentrum in New York en het Pentagon in Washington zingt de kerk in Nederland mee met het danklied van de dichter van Psalm 103. Op het eerste gezicht een wat wonderlijke combinatie. Want natuurlijk herdenken we niet alleen de vele duizenden doden die in New York vielen op die elfde september. Ook daarna vielen er duizenden aan de vergiftigingen die ze opliepen bij het puinruimen. En als gevolg van die aanslagen in Amerika braken er ook oorlogen uit in Irak en Afghanistan die vele duizenden mensen het leven hebben gekost. Zelfs Nederlanders sneuvelden in Afghanistan als indirect gevolg van de aanslagen die vandaag worden herdacht.

Wat wonderlijk om dan juist vandaag te gaan zingen over de weldaden van de God van Israël. Maar wie de verhalen kent uit de Hebreeuwse Bijbel, wat wij het Oude Testament noemen en wie wat weet van het geloof in de God van Israël zal het al wat minder vreemd voorkomen. Dat volk van Israël en de gelovigen in de God van Israël hadden het niet gemakkelijk. Rampen en oorlogen waren hun deel zoals ook vandaag de dag duizenden en tienduizenden moeten leven onder erbarmelijke omstandigheden en in oorlogsgebieden. In de Hebreeuwse Bijbel wordt steeds getuigd van de ervaring dat in die erbarmelijke omstandigheden en ondanks die oorlogen de God van Israël steeds een tegenstem tegen de ellende bood. Die God overlaad je met schoonheid en geluk en bovenal doet die Heer wat rechtvaardig is.

Misschien dat die verzen uit het lied van vandaag nog wel het meest aanspreken “hij verschaft recht aan de verdrukten” Het volk Israël wist hoe verdrukten recht gedaan zou moeten worden, zij hadden de wegen die aan Mozes gewezen waren, de richtingwijzers vinden we in de wetten van Mozes die zich laten samenvatten als Heb Uw naaste lief als Uzelf. En hoewel we daar iedere keer weer vanaf wijken mogen we weten dat de God van Israël niet eindeloos blijft twisten, dat zijn boosheid niet eeuwig zal duren. En de onze? Komt er een eind aan onze boosheid? In Amerika proberen velen een proces van verzoening op gang te brengen. Tussen mensen die verschillend geloven zal niet het zwart maken, niet de haat die gezaaid wordt, mogen overwinnen, maar zal de liefde moeten gaan heersen zodat de vrede een kans krijgt.

In de wereld die van God los is gekomen geldt de liefde voor anderen als een zwakheid. In deze Psalm worden de mensen die zich door de liefde laten leiden als sterke helden bezongen. De kracht die mensen samen kunnen ontwikkelen in de liefde is volgens de Psalm zelfs sterker dan aardse legers, de psalm zingt over hemelse machten. De jongeren in het midden oosten bewijzen ons dat met hun geweldloze revoluties. Maar in Amerika en Europa moeten we nog leren de stemmen die ons angst voor de Islam aanpraten en die haatzaaien tegen hen die anders geloven tot zwijgen te brengen. Dan pas heeft het herdenken echt zin, dan pas hebben we geleerd dat die tienduizenden slachtoffers van die aanslagen op de elfde september het gevolg waren van haat die was gezaaid en angst die was gekweekt. Laat ons niet weer die weg gaan, maar de weg van het Rijk van de God van Israël. Laten we die tot Heer van de wereld maken, vandaag nog.