Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2014

Dit is mijn herder

zondag, 21 december, 2014

Jesaja 44:24-45:7

24 Dit zegt de HEER, je bevrijder, die je al in de moederschoot heeft gevormd: Ik, de HEER, ben het die alles gemaakt heeft, de enige die de hemel heeft uitgespannen, die zelf de aarde heeft uitgehamerd. 25 Die de tekenen van orakelpriesters verstoort en waarzeggers ontmaskert, die wijzen naar de achtergrond dringt en hun kennis bespottelijk maakt, 26 die het woord van zijn dienaar bevestigt en vervult wat zijn boden hebben voorzegd. Die van Jeruzalem zegt: ‘Het zal weer bewoond worden, ‘en van Juda’s steden: ‘Ze zullen herbouwd worden, en wat verwoest was, laat ik herrijzen.’27 Die de diepste oceaan gebiedt: ‘Word droog! Ik zal je waterstromen droogleggen.’28 Die over Cyrus zegt: ‘Dit is mijn herder, alles wat ik wil, brengt hij ten uitvoer: hij geeft opdracht om Jeruzalem te herbouwen en voor de tempel de fundering te leggen.’1 ¶ Dit zegt de HEER tegen Cyrus, zijn gezalfde, die hij bij de rechterhand neemt, aan wie hij volken onderwerpt, voor wie hij koningen ontwapent, voor wie hij deuren opent- geen poort blijft gesloten: 2 Ik zal voor je uit gaan, ik zal ringmuren slechten, bronzen deuren verbrijzelen, ijzeren grendels stukbreken. 3 Ik zal je verborgen schatten schenken, diep weggeborgen rijkdommen. Dan zul je weten dat ik de HEER ben, de God van Israël, die jou bij je naam roept. 4 Omwille van mijn dienaar Jakob, van Israël, dat ik heb uitgekozen, heb ik je bij je naam geroepen en je met een erenaam getooid, ofschoon je me niet kende. 5 ¶ Ik ben de HEER, er is geen ander, buiten mij is er geen god. Ik heb je omgord met wapens, ofschoon je me niet kende. 6 Zo zal iedereen, van oost tot west, weten dat er niets is buiten mij. Ik ben de HEER, er is geen ander 7 die het licht vormt en het donker schept, die vrede maakt en onheil schept. Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.(NBV)

We willen zo graag weten wat de toekomst ons brengt. Dat lied van Jaqueline E. van der Waals:” Wat de toekomst brengen moge, mij geleid des Heren hand” is ons niet genoeg. Waarzeggers, astrologen, mediums, instraalsters ze verdienen kapitalen aan onze behoefte de toekomst te kennen. Wie de Weg van de God van Israël wil gaan keert zich af van die onzinvertellers. De toekomst ligt al vast net als het verleden. Niet de toekomst van elk van ons individueel, wij hebben nog steeds de keus deel uit te maken van de toekomst van die God of juist niet met die God de toekomst in te gaan. In de Bijbel vertellen profeten over de toekomst. Maar ze vertellen eerder hoe het in licht van hun tijd zal aflopen dan dat ze iets nieuws vertellen dat nog niet aan het gebeuren was. Jesaja heeft het over de terugkeer van ballingen en de herbouw van Jeruzalem en de Tempel. De herrijzing van Juda als herkenbare eenheid voor bewoning door de mensen die de Weg van de God van Israël zijn gegaan. Die terugkeer is eigenlijk al begonnen toen ze er in de ballingschap voor kozen toch vast te blijven houden aan de richtlijnen voor de menselijke samenleving die ze van die God hadden gekregen. Ze hadden de verhalen er over bijeengebracht, opgeschreven waar dat nog nodig was, op een rij gezet waar ze versnipperd waren geraakt.

De profeet ziet in de politieke veranderingen in zijn tijd een teken dat er ook voor zijn volk wat te veranderen staat. Die koning Cyrus van Perzië is een heel ander soort koning dan de koningen van Babel die ze hadden leren kennen. Die Cyrus, of Kores zoals hij ook wel in de Bijbel genoemd word, bestuurt zijn rijk zoals een herder zijn kudde schapen bestuurt. Hij zorgt er voor dat ze grazige weiden hebben en helder fris water waar ze kunnen drinken. Cyrus versterkte zijn rijk door bondgenoten te maken van de overwonnen volken. Bondgenoten zouden minder snel in opstand komen dan vernederde volken. En die leeggeroofde landen waar de bevolking in ballingschap was gebracht waren een welkome prooi voor rovers en buurvolken die nog niet onder de macht van Cyrus waren gebracht. Sterke steunpunten waren veel belangrijker, welke godsdienst er dan werd beleden was minder relevant. Cyrus kwam nog uit de cultuur die geloofde dat elke land en elke stad haar eigen God had die je eer moest bewijzen als je toevallig in dat land of die stad kwam. Die Judeeërs hadden dat begrepen, zij kwamen uit Juda en bleven dus vasthouden aan hun eigen God. Nu dat konden ze beter doen in hun eigen land, dan bleven ze vrienden van Cyrus.

De schrijver van het boek van Jesaja ziet het aan en kan alleen geloven dat een Heidense Koning dat doet omdat de God van Israël hem gebruikt als werktuig. Cyrus laat zien hoe het moet als koning, hij is de gezalfde van de Heer, de messias, de Christus als je het in het grieks wil lezen. Want die koning vraagt niet in de eerste plaats iets voor zichzelf. Macht, aanzien, eerbied, onderdanigheid komen allemaal niet ter sprake. Het gaat over de stad en de Tempel. Zelf mogen ze die herbouwen. Voor de profeet betekent dit dat het licht van de God van Israël weer in de wereld gaat schijnen. Die God was dus niet door andere goden overwonnen en verslagen. Die had die ballingschap gebruikt om het volk Israël te zuiveren van afgoderij en bijgeloof en toen ze dat hadden geleerd stuurde die God een Koning die ze weer terug kon laten keren om hun eigen Tempel op te bouwen. Die Tempel komt in het verhaal centraal te staan. Daar worden de richtlijnen voor de menselijke samenleving bewaard en voorgeleefd. Daar gaat het over delen van wat je hebt, offeren noemen ze dat, maaltijd houden met de armen en de vreemdelingen, je familie en de tempeldienaren. Als de herbouw van de Tempel is voltooid zo verteld de Bijbel dan zal dat verhaal over de wording van Israël ook worden voorgelezen door de Priesters en de Levieten. Wij mogen zo’n Tempel in ons hart bouwen, door de naaste lief te hebben als onszelf, elk voor zich maar vanzelfsprekend ook als richtlijnen voor de inrichting van onze samenleving als een menselijke samenleving.

 

 

 

Het dringt niet tot hen door

zaterdag, 20 december, 2014

Jesaja 44:18-23

18 Ze begrijpen het niet, ze beseffen het niet; blijkbaar zitten hun ogen dichtgeplakt, waardoor ze niets zien en het hun aan inzicht schort. 19 Het dringt niet tot hen door, ze missen de kennis en het inzicht om te bedenken: Met de ene helft heb ik een vuur gestookt, op de gloeiende houtskool heb ik brood gebakken en vlees geroosterd om te eten. Van wat overbleef heb ik een gruwelijk beeld gemaakt. Ik buig me dus neer voor een blok hout. 20 Wat zij koesteren is as! Een verwarde geest heeft hen op een dwaalspoor gebracht. Ze zijn niet meer te redden, want ze vragen zich niet af: ‘Is wat ik in mijn hand houd eigenlijk geen bedrog?’ 21 ¶ Neem deze dingen ter harte, Jakob, neem ze ter harte, Israël, want jij bent mijn dienaar. Ik heb je gevormd, je bent mijn dienaar, Israël, ik zal je niet vergeten. 22 Ik heb je misdaden als een wolk doen verdampen, je zonden als de ochtendnevel. Keer terug naar mij: ik zal je vrijkopen. 23 Juich, hemel, want de HEER heeft dit gedaan, jubel, diepten van de aarde, bergen, breek uit in gejuich, en ook jullie, bossen met al je bomen: ja, de HEER koopt Jakob vrij, in Israël toont hij zijn luister. (NBV)

Raar hè? Al die mensen die ook na eeuwen Jodendom en Christendom nog blijven geloven dat er meer is tussen hemel en aarde. Die stiekem nog blijven geloven in onzichtbare machten die zich zouden kunnen bemoeien met hun leven, die blijven geloven in sterren die als ze in een bepaald verband aan de hemel te zien zijn bepalen wat er gaan gebeuren of hoe hun karakter er uit ziet. Wij mensen blijven goden maken van andere mensen, van bomen en struiken, van stenen en water, van sterren en de maan, van zon en van de wind, van goud en zilver en van het de beste zijn, het sterkste, het mooiste en noem maar op. De Bijbel noemt al dat geloof, al die opvattingen die onveranderlijk lijken, bijgeloof, dwaasheid van mensen die in verwarring zijn. Stelt de Bijbel daar dan ook niet een God voor in de plaats? Nee! Van de God van Israël moet niks, daar moet je zeker niet bang voor zijn. De God van Israël opent je ogen en je oren, zodat je zelf de handen uit de mouwen gaat steken.

In deze dagen voor kerst zijn er twee bewegingen zichtbaar. We geven, we delen ten behoeve van mensen die dat heel hard nodig hebben en we gaan allemaal in de kerstnacht naar de kerk om een romantisch verhaal te horen over een kindje dat de aarde kan redden en hoe het goddelijke toch ergens onzichtbaar plotseling zingend in de nacht de sterrenhemel kan vullen. Het verhaal van kerst gaat heel ergens anders over overigens. De profeet waarschuwt het volk Israël nog zo niet te gaan geloven in het goddelijke van de natuur om hen heen. De aarde moet juichen voor God, de bossen ook, in plaats van de natuur te vergoddelijken vermenselijkt de Bijbel de natuur, zelfs het hout waarvan godenbeelden worden gesneden wordt menselijk, het moet meezingen met mensen. Dan worden mensen engelen die de boodschap van de God van Israël brengen. Die boodschap is eenvoudig, richt je samenleving in volgens de richtlijnen van de God van Israël en niets kan je meer deren. Ook het kerstverhaal maakt dat duidelijk.

Ooit had Jozua, Jezus in het Grieks, de opvolger van Mozes, het land verdeeld. Ze hadden toen in Sichem met elkaar afgesproken dat elke vijftig jaar elke familie het land weer zou terugkrijgen dat Jozua had toegewezen. Ook koning David had een dergelijk stuk land in Bethlehem gehad. Hij stamde af van Isaï en Jesaja had geschreven dat er ooit een dag zou komen waarop een nieuwe nazaat van Isaï dat stuk land weer in bezit zou nemen. Jozef en Maria stamden af van Isaï, ze waren dus uit het huis en geslacht van David en daarom gingen ze naar de plaats die God ooit voor hun familie had bestemd op het moment dat de Heidense Keizer in Rome, die van zichzelf vond dat hij een god was, had bevolen dat ze thuis moesten blijven zodat ze geteld konden worden en opgenomen in zijn belastingregister. Omdat ze bij de Keizer niet wilde meetellen werd een heel volk bevrijd, zo kun je geen volkstelling houden. Het verhaal bevrijd ons allemaal, want als we dus onze samenleving ook bouwen op de liefde voor de naaste, op de zorg voor de minsten, op iedereen steeds weer een nieuwe kans geven, dan kan geen macht of kracht in de wereld ons nog iets doen. Elke dag weer kunnen we het geloof in als die goddelijke krachten om ons heen afleggen en ons bezig gaan houden met minsten. Die bewegingen moeten namelijk ook na de kerst doorgaan.

 

Wie vormt er nu een god

vrijdag, 19 december, 2014

Jesaja 44:9-17

9 ¶ Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en van hun dierbare maaksels valt niets te verwachten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan. 10 Wie vormt er nu een god en giet zo’n nutteloos beeld? 11 Die ambachtslieden zijn maar mensen, en daarom zullen al hun bewonderaars bedrogen uitkomen. Laten ze bijeenkomen en zich opstellen; ze zullen sidderen en te schande staan, zonder uitzondering. 12 Een smid hanteert gereedschap om ijzer te smeden in een gloeiend vuur. Hij vormt het met een hamer en bewerkt het met krachtige hand. Maar als hij honger krijgt, verliest hij zijn kracht, en als hij geen water drinkt, raakt hij uitgeput. 13 Een beeldsnijder spant een meetlint en geeft de ruwe omtrek aan met een beitel. Dan snijdt hij een figuur uit met een fijn mes en tekent de precieze vorm af met een passer. Hij maakt er een menselijke figuur van, een prachtig beeld, om in een huis te zetten. 14 Iemand velt een paar ceders, of hij kiest een pijnboom en een eik, die hij in het bos met andere bomen heeft laten opgroeien; of een laurierboom die hij heeft geplant en die groeide door de regen. 15 Ze dienen hem tot brandhout: hij gebruikt het om zich te warmen, of om er brood op te bakken. Of hij bewerkt het tot een god, waarvoor hij knielt; hij maakt er een godenbeeld van, waarvoor hij zich neerbuigt. 16 Met de ene helft stookt hij een vuur, waarop hij vlees bereidt; hij roostert het vlees en doet er zich te goed aan. Hij wordt warm en zegt: ‘Ha, lekker warm! Ik zie de gloed van het vuur!’17 Van de rest maakt hij een god, een godenbeeld waarvoor hij knielt en zich neerbuigt in gebed: ‘Red mij, want u bent mijn god.’(NBV)

God bestaat niet, de Bijbel zegt het zelf. Natuurlijk kun je beweren de beelden niet te aanbidden maar alleen nodig te hebben om je aandacht te richten, maar het blijven beelden die ontsproten zijn aan de fantasie van de maker. De profeet behandeld niet voor niets het uitgebreide productieproces dat er nodig is om goden te maken. Goden die dus helemaal niet bestaan. Er bestaan beelden, van hout, van ijzer, van goud of zilver en van combinaties van al die grondstoffen, maar die goden bestaan niet. Met het hout waarvan je goden maakt kun je ook het vuur stoken waarop je het vlees roostert. Je god maakt het dan kennelijk zo warm dat je er uitstekend van kunt eten. De profeet Jesaja schroomt niet om te spotten met dat God zijn van beelden. De Bijbel, met name de profeten, verwerpen dat religieuze gedoe waarin priesters zogenaamde boodschappen van hun god doorgeven en de gelovigen er eerbiedig voor buigen.

Mensen scheppen hun eigen onderdrukking. Dat klinkt merkwaardig want wie laat zich nu onderdrukken? Bijna iedereen. Onderdrukking komt van overtuigingen en het volgen van grootsprekers. Er zijn nu eenmaal een aantal zeer handige sprekers die hun ideeën zo weten te presenteren dat het net lijkt of je het wel moet volgen om in leven te blijven. Ze zijn binnen en buiten kerken en religies te vinden. Soms gebruiken ze beelden van een God, gesneden beelden of beelden in verhalen, daar mag je dan niet mee spotten en moet je eerbiedig voor blijven. Anderen gebruiken overtuigingen die als wetenschap worden gepresenteerd. Vooral in de economie kom je dat soort priesters van niet bestaande goden tegen. De Bijbel verwerpt elke vorm van religie. Het absoluut goede, het heilige, heeft daar een heel andere vorm. Er is ook sprake van een God. Maar die God heeft niemand gezien. Dat die God er op de een of andere manier er is hebben mensen gemerkt aan wat er gebeurd met mensen en de aanbidding van die God gaat ook gepaard met direct effect voor mensen, niet voor de gelovigen zelf, maar voor anderen.

Die God waarover in de Bijbel wordt gesproken bindt de gelovigen niet, hoeft ook niet door gelovigen in leven te worden gehouden, maar die God bevrijdt. Die God bevrijdt van alle zelfgemaakte overtuigingen, wetenschappelijk of niet, als het overtuigingen zijn dan stelt die God ze ter discussie. Die God laat zich steeds op een andere manier kennen. Die God is dan ook niet te vangen in een religie, daar zijn geen beelden van te maken. Die God kun je rechtstreeks benaderen en zijn verhaal, opgetekend in de Bijbel, en zijn richtlijnen voor de menselijke samenleving laten zijn macht in hemel en op aarde zien. Het is voor mensen niet gemakkelijk om die God te volgen. Je moet nogal wat opvattingen afleggen, te beginnen met het recht van de sterkste. Dat moet vervangen worden door het recht van de zwakste, de armen recht doen, de weduwe en de wees. Je moet ook de opvatting afleggen dat religie, het volgen van een God, welzijn en geluk voor jezelf betekent. Dat betekent het volgen van die God van Israël helemaal niet. Die vraagt om het lijden van zijn zoon na te volgen, het kruis op te nemen waarmee mensen geïntimideerd worden, tot slaaf gemaakt worden. Elke dag mag je weer je eigengemaakte goden benoemen, en je van ze afkeren, ook vandaag weer.

 

Ik zal mijn geest uitgieten

donderdag, 18 december, 2014

 

Jesaja 44:1-8

1 ¶ Nu dan, luister, Jakob, mijn dienaar, Israël, dat ik heb uitgekozen: 2 Dit zegt de HEER, die jou gemaakt heeft en al in de moederschoot gevormd, en die je ter zijde staat: Wees niet bang, mijn dienaar Jakob, Jesurun, die ik heb uitgekozen. 3 Ik zal water uitgieten op dorstige grond, waterstromen over het droge land. Ik zal mijn geest uitgieten over je nazaten en mijn zegen over je telgen. 4 Zij zullen ontkiemen tussen het gras, uitbotten als wilgen langs het water. 5 De een zal zeggen: ‘Ik hoor bij de HEER, ‘ de ander zal Jakobs naam gebruiken, een derde schrijft op zijn hand: ‘Van de HEER’ en tooit zich met de naam Israël. 6 Dit zegt de HEER, Israëls koning en bevrijder, de HEER van de hemelse machten: Ik ben de eerste en de laatste, er is geen god buiten mij. 7 Wie is zoals ik? Laat hij het woord nemen. Laat hij vertellen en aan mij ontvouwen wat er te gebeuren stond vanaf de dag dat ik de mensheid schiep, en laat hij onthullen wat er gebeuren gaat. 8 Vrees niet, laat de angst je niet verlammen: heb ik het je niet vanaf het begin laten horen, heb ik het je niet aldoor verteld? Jullie zijn mijn getuigen: is er een god buiten mij, of een andere rots? Ik ken er geen. (NBV)

We lezen vandaag een belangrijk stukje uit de Bijbel. Shakespeare laat in een van zijn toneelstukken de hoofdpersoon zeggen dat er meer is tussen hemel en aarde. Een uitspraak die vaak wordt geciteerd. Er is toch altijd wel iets dat boven ons uit gaat en dat invloed uitoefend op ons leven zonder dat wij dat door hebben. Sommigen noemen dat God, anderen komen niet verder dan “iets” De Bijbel leert ons iets anders. Er is niets tussen hemel en aarde. In alle Bijbelboeken die voor het gedeelte staan dat we vandaag lezen gaan de schrijvers er nog van uit dat er misschien wel andere goden zijn, maar dat de God van Israël de sterkste is en de baas is over alle goden. In de ballingschap zijn de Israëlieten er achter gekomen dat het anders zit. Er is maar één God, de God van Israël, alle andere goden, machten en krachten, zijn verzinsels. Die God van Israël oefent ook geen macht uit over mensen zonder dat ze het merken. Met die God van Israël zijn afspraken te maken, hij heeft richtlijnen gegeven voor een menselijke samenleving en je kunt afspreken je samenleving volgens die richtlijnen in te richten.

Je hoeft dan ook niet duidelijk te maken dat je in tegenstelling tot de aanhangers van andere goden bij de God van Israël hoort. Dat is vanzelfsprekend, er is immers geen andere God. In die richtlijnen die het volk Israël gekregen heeft staat het advies aan het volk om de richtlijnen op te schrijven en aan de deurpost van je huis te timmeren, ja aan een band te bevestigen die je om je hoofd draagt of in de hoekdraden te verwerken van de mantel die je draagt. Tot op de dag van vandaag kun je de Joden tegenkomen die dat ook werkelijk doen. Het gaat dus om die richtlijnen, niet om bij welke godsdienst je hoort. Paulus zal later aan zijn gemeenten schrijven dat hij hoopt dat die richtlijnen in je hart worden opgeschreven. Heb uw naaste lief als uzelf is de samenvatting van de richtlijn waarmee je niet alleen de God van Israël eer bewijst maar ook de wereld een stukje beter maakt. Als iedereen op de wereld volgens die richtlijn zou leven dan wordt de wereld zo mooi dat God zelf op deze wereld zal willen gaan wonen.

Dat er één God is en dat al die andere goden waar mensen over spreken niet bestaan is ook in onze dagen belangrijk. Wij mensen hebben immers allemaal een verschillend beeld van die ene God. Die God openbaart, doet zich kennen, zich aan mensen zoals mensen dat nodig hebben. Of men de God van Israël volgt of zelf een eigen god geschapen heeft is alleen aan de gevolgen voor de samenleving te merken. Aan de vruchten herkent men de boom. Als mensen anders praten over hun God dan dat je gewend bent wil dus nog lang niet zeggen dat ze niet in dezelfde God geloven. Dat oordeel kunnen wij mensen niet over een ander vellen. Alleen als de god van die ander zogenaamd alleen zijn aanhangers wil laten leven en iedereen die anders spreekt over zijn geloof dood wil laten maken kunnen we zeggen dat er sprake moet zijn van een niet bestaande afgod. De God van Israël is immers tegen het doden van mensen, het niet doden van mensen is één van zijn belangrijke richtlijnen. Verder mag iedereen mee doen aan het inrichten van de samenleving volgens zijn richtlijnen. Alleen al door elke dag opnieuw te beginnen met de naaste lief te hebben als jezelf. Ook vanmorgen weer.

Jij hebt niet tot mij geroepen

woensdag, 17 december, 2014

Jesaja 43:22-28 22 ¶ Maar jij hebt niet tot mij geroepen, Jakob, jij gaf je geen moeite voor mij, Israël. 23 Je hebt niet aan mij je schapen geofferd, mij met je offers geen eer bewezen. Ik heb je niet met graanoffers belast en je niet vermoeid met de plicht om wierook voor mij te branden. 24 Je hebt van je zilver geen kalmoes voor mij gekocht, mij niet verzadigd met het vet van je offers. Nee, je hebt mij met je zonden belast, mij vermoeid met al je schulden. 25 Ik, ík ben het, die omwille van zichzelf je misdaden tenietdoet en je zonden vergeet. 26 Breng mij mijn tekortkomingen in herinnering, laten we samen tot een uitspraak komen, en voer zelf het woord om je zaak te bepleiten. 27 Je eerste voorvader heeft al gezondigd en je woordvoerders zijn steeds tegen mij opgestaan. 28 Daarom heb ik de dienaren van het heiligdom ontwijd, Jakob aan de vernietiging prijsgegeven en Israël aan spot en hoon.(NBV) De eerste vraag die mensen stellen is waarom die God van Israël eigenlijk dat volkje van slaven en zwervers had uitgekozen om voor hen juist God te zijn. Het antwoord van Leo Baeck, de rabbijn van Berlijn tijdens het bewind van de nazi’s, was dat het volk Israël was uitgekozen om de lof aan die God gaande te houden. Die God had immers hemel en aarde geschapen en de chaos veranderd in mensenland, die God had de mensen menselijkheid geleerd en daar was het volk Israël het voorbeeld van. Die God had voor alle mensen in de wereld zijn Zoon gezonden opdat heel de aarde de lof van die God zou zingen. Leo Baeck schreef dan ook een prachtig boek dat in het Nederlands werd vertaald als “Het Evangelie is Joods” Zeker in de aanloop naar kerst een zeer lezenswaardig boek dat ook in een Nederlandse vertaling is verschenen. Het was in 1938 het laatste boek dat hij voor de tweede wereldoorlog kon publiceren. Die God van Israël is een merkwaardig God. De manier waarop die God in de geschiedenis ingrijpt gaat altijd via mensen. Als mensen doorkrijgen wat die God van mensen vraagt, hoe een menselijke samenleving ingericht kan worden, dat die richtlijnen voor de menselijke samenleving een geschenk van die God zijn waarvoor je dankbaar kunt zijn, dat al het goede in de wereld afkomstig is van die God dan groeit die God in macht en aanzien. Als mensen denken dat ze het zelf wel kunnen, dat ze meer zijn dan een ander, dat ze kunnen schelden en afgeven op anderen omdat die anders geloven of ergens anders vandaan komen dan trekt die God zich terug en wijst op de afloop. Er is een staat Israël en in onze staat hebben Joodse instellingen en Synagogen extra bescherming, Nazi’s worden vervolgd en beschimpt en hun gedachtengoed is verboden. Maar waarom dan die offers? In een fatsoenlijke godsdienst hield men vroeger met offers de God in leven. Als je te weinig offers bracht dan stierf die God of dan verzwakte die God zo zeer dat je als volk kon worden overwonnen. Maar als al het goede van de God van Israël afkomstig is waarom die God dan offers brengen? Dat brengen van offers is in de Bijbel dan ook helemaal niet vanzelfsprekend. Er zijn profeten die roepen dat God geen offers wil maar gerechtigheid. Die gedachte vind je ook in het boek van de profeet Jesaja. Die offers zijn bedoeld om je te oefenen in delen. Dat je al dat goede van die God hebt gekregen was niet om jou te verzadigen maar om te zorgen dat de zwakste in de samenleving ook beschermd zou worden. In de Bijbel gaat het dan om de weduwe en de wees, de vreemdeling en de armen. Bij de Tempel moest je met hen en met de Tempeldienaren een maaltijd houden. Offers breng je dus als er geen armen meer zijn. Armen zijn er niet meer als jij en als jouw volk voldoende hebben gedeeld. Daar was in Israël vaak geen sprake van, net als dat er bij ons geen sprake van is. De zorg voor ouderen, zieken, gehandicapten is in onze dagen een last waarop bezuinigd moet worden. Voedselbanken die werken met voedseloverschotten moeten het tekort aan delen aanvullen. Als supermarkten en groothandels efficiënter gaan werken hebben ze minder overschot en komen de voedselbanken te kort. Geen wonder dat veel kerken inzamelcentra geworden zijn voor de voedselbanken. Dat is pas eer bewijzen aan de God van Israël, die wil niet in leven worden gehouden door offers maar vraagt een teken dat we willen delen. Daarmee kunnen we elke dag opnieuw beginnen. Ook vandaag wee

De Heilige van Israël

dinsdag, 16 december, 2014

 

Jesaja 43:14-21

14 ¶ Dit zegt de HEER, jullie bevrijder, de Heilige van Israël: Omwille van jullie zend ik iemand naar Babel; ik maak alle Chaldeeën tot vluchteling en jaag hen jammerend hun schepen op. 15 Ik ben de HEER, jullie Heilige, de schepper van Israël, jullie koning. 16 Dit zegt de HEER, die een weg baande door de zee en een pad door machtige wateren, 17 die paarden en wagens liet uitrukken, een heel leger van geweldenaars- daar lagen ze, en ze stonden niet meer op, ze zijn vergaan, als een kwijnende vlam gedoofd. 18 Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten. 19 Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het-heb je het nog niet gemerkt? Ik baan een weg door de woestijn, maak rivieren in de wildernis. 20 De wilde dieren zullen mij eer bewijzen, de jakhalzen en de struisvogels, omdat ik water schep in de woestijn en rivieren in de wildernis; het volk dat ik heb uitgekozen, laat ik drinken. 21 Dit is het volk dat ik mij gevormd heb, het zal mijn lof verkondigen. (NBV)

De Heilige van Israël, wat zet je de God van Israël toch ver weg als je zo over die God spreekt. Jezus van Nazareth deed dat toch anders, die sprak over die God als Onze Vader, maar gelijk lied hij zijn volgelingen bidden dat de Naam van die God “geheiligd” moet worden. Dat Heilig is hier niet iets onaanraakbaars, of onveranderbaar, iets massiefs, maar dat Heilig betekent dat God één is, samenvalt met zijn daden en zijn woorden. En hier wordt van die God zeer uitdrukkelijk gezegd dat die God een bevrijder is. De inwoners van Babel, hier de Chaldeeën genoemd, worden verdreven. En dat gebeurde ook, Cyrus van Perzië nam Babel in en zal de belangrijkste groepen van de hofhouding inderdaad verbannen hebben. In het boek Daniël kunnen we lezen dat die Chaldeeën de belangrijkste adviseurs van de koning van Babel waren en dat ze pretendeerden de toekomst te kunnen voorspellen. Daniël pretendeerde dat niet, hij ging te rade bij zijn God.

Voor de profeet stellen al die hoge heren dus niks voor. Ook die nieuwe veroveraar Cyrus van Perzië niet. Die noemt zich wel koning maar dat is hij niet. Voor het volk Israël is er maar één echte Koning en dat is de God van Israël. Dat was ook al zo toen Israël zelf nog Koningen had. Saul viel omdat hij niet bij al zijn handelingen te rade ging bij de God van Israël. David en later Salomo deden dat wel, zij stelden zich op als dienaren van het volk van de God van Israël, zij kregen dan ook een ereplaats in de geschiedenis van Israël. Daarna waren er steeds meer koningen die ook andere goden achterna liepen of toestonden dat het volk andere goden achterna liepen. Alleen de Koningen die de God van Israël weer centraal probeerden te stellen, zoals Josia en Hizkia, worden positief beoordeeld. Maar de geschiedenis van Israël bleef een geschiedenis van de bevrijding van een slavenvolk uit Egypte, een bevrijding door de enige God die telt.

Maar nu breekt een nieuwe tijd aan. Het voormalige slavenvolk dat werd bevrijd uit Egypte heeft haar belofte niet waargemaakt. Ze hadden een verbond gesloten en beloofd hun samenleving in te richten volgens de richtlijnen die ze in de woestijn van de God van Israël hadden gekregen. Van die richtlijnen waren ze afgeweken. Ze waren andere goden achterna gelopen en ze hadden de zorg voor de weduwe en de wees verwaarloosd. De armen werden armer, de rijken konden huis aan huis bouwen en akker aan akker rijgen. Van de belofte dat iedere familie die de akker was kwijtgeraakt die na vijftig jaar weer terug zou krijgen kwam niks meer terecht. Dit had geleid tot de ballingschap. In die ballingschap was het volk tot inkeer gekomen. De verhalen over de God van Israël en hoe het volk met die God was opgegaan werden opgeschreven en weer verteld. Nu was er een tijd dat die God liet zien wat hij waard was. De woestijn zou weer bloeien als een roos, het land weer overvloeien van melk en honing. De boodschap is natuurlijk dat ook wij verlost kunnen worden van oorlog en onderdrukking. Dat besmettelijke ziekten kunnen worden bestreden, dat honger niet meer nodig is. Als wij ook onze samenleving volgens de richtlijnen van die God inrichten, onze naaste liefhebben als onszelf en bereid zijn onvoorwaardelijk te delen van hetgeen ons is toegevallen. Elke dag opnieuw mogen we daarmee beginnen. Ook vandaag weer.

 

Een blind volk

maandag, 15 december, 2014

Jesaja 43: 8-13

8 ¶ Laat dit volk naar voren treden, een blind volk, ook al heeft het ogen, doof, ook al heeft het oren. 9 Alle volken zullen zich verzamelen, alle naties komen bijeen. Wie van hun goden heeft aangekondigd wat eertijds nog te gebeuren stond? Laten zij getuigen leveren om hun gelijk te bewijzen, opdat ieder die hen hoort zal zeggen: ‘Het is zo!’ 10 Mijn getuige zijn jullie-spreekt de HEER -, mijn dienaar, die ik uitgekozen heb opdat jullie mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat ik het ben. Vóór mij is er geen god gevormd, en na mij zal er geen zijn. 11 Ik, ík ben de HEER ! Buiten mij is er niemand die redt. 12 Ik heb redding aangekondigd en redding gebracht, jullie hoorden het van mij, niet van een vreemde. Jullie zijn mijn getuige-spreekt de HEER -, dat ik werkelijk God ben 13 en dat ik blijf wat ik ben. Niemand kan zich aan mijn macht onttrekken. Wat mijn hand doet, wie maakt het ongedaan? (NBV)

De geloofsbelijdenis van het volk Israël is “Hoor Israël, uw God is één” Eigenlijk is er maar één God, hoe de andere volken er ook over denken. Dat horen en dat inzien is de taak van dat volk. Dan krijgt het volgen van de Tora, de onderwijzing door Mozes en door God ook zin. Want die God van Israël is een God die slaven bevrijdt en de Tora leert hoe je een samenleving inricht waarin mensen bevrijdt zijn van onderdrukking en ellende. Christenen zullen dat uiteindelijk ervaren als zelfs een bevrijding van de dood. Maar die God kan pas een God voor de mensen zijn als die mensen in die God gaan geloven, dan gaan die mensen de Weg van die God. Zonder dat mensen geloven blijft die God natuurlijk wel een God maar dat God zijn heeft onder mensen geen betekenis meer. Andersom, als mensen de Weg van die God volgen, de Weg van de Tora, de inrichting van de menselijke samenleving dan krijgt dat God zijn van de God van Israël een echte betekenis, ook al zie en hoor je alleen de mensen die in hem geloven en zijn Weg gaan.

De profeet Jesaja gebruikt hier, als zo vaak, een beeld uit de rechtspraak. Het volk is getuige van de God van Israël. Is die God een bevrijder uit de slavernij? Heeft die God, als eerste en enige God beloofd het volk weer thuis te brengen uit de ballingschap? Het zijn vragen die een beschuldiging inhouden. Als je nee zegt op die beide vragen dan is die God van Israël geen God die anders is dan de andere Goden. En alleen het volk kan getuigen van het werkelijke antwoord. Zoals getuigen voor een rechtbank vertellen wie de verdachte is en kan zijn, omdat ze hem kennen of omdat ze hem wetenschappelijk hebben onderzocht. In dit geval gaat het om getuigen die het aan den lijve hebben ervaren. Ook al volgen ze de Tora niet, zijn ze dus doof en blind voor de God van Israël, toch mochten ze terugkeren naar Jeruzalem om daar de Stad en de Tempel weer op te bouwen. Die belofte hadden ze vanaf het begin van de ballingschap. Door die belofte konden ze vasthouden aan de leefregels die ze van de God van Israël hadden gekregen, de voedselvoorschriften, de besnijdenis van de jongetjes, het houden van de Sabbat.

Eigenlijk is het volgen van de Tora de beste getuigenis van de macht en de grootheid van de God van Israël. Jezus van Nazareth zal daarom het volk houden dat het niet gaat om te roepen Here, Here, maar om het doen van de wil van de Vader. Ook Baäl betekent “Heer” in het Hebreeuws en dus alleen “Heer” roepen alsof je de God van Israël eert kan in werkelijkheid het nalopen van andere goden zijn. Pas in het liefhebben van de naaste als jezelf wordt duidelijk hoe sterk de God van Israël eigenlijk is. In dat liefhebben krijgt geen vijand, geen macht of kracht werkelijk greep op jou. Zelfs de dood is geen prikkel dat je gedrag zal kunnen bepalen. De God van Israël is en blijft jouw God. Jacobus zal aan de eerste Christelijke gemeenten schrijven dat geloof zonder lief te hebben, zonder de werken zal hij dat noemen, een dood geloof is. Tegenwoordig zeggen we dan een God is dood geloof. Het is geen geloof waar je zelf beter van wordt. Gelovigen die zich inzetten voor de bevrijding van slaven in welke vorm dan ook lopen de kans gevangen te worden gezet, gemarteld te worden en zelfs gedood te worden. Maar ze weten eindelijk mens te zijn zoals God dat bedoeld heeft en niet de marionet die de machten en krachten in de wereld van mensen maken. Elke dag opnieuw kunnen we in deze bevrijding gaan delen, ook vandaag weer, door de Weg van het liefhebben van de zwakste te volgen.

 

Je bent van mij!

zondag, 14 december, 2014

Jesaja 43:1-7

1 ¶ Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël: Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! 2 Moet je door het water gaan-ik ben bij je; of door rivieren-je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan-het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien. 3 Want ik, de HEER, ben je God, de Heilige van Israël, je redder. Voor jou geef ik Egypte als losgeld, Nubië en Seba ruil ik in tegen jou. 4 Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je dat ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden. 5 Wees niet bang, want ik ben bij je. Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug, uit het westen breng ik jullie bijeen. 6 Tegen het noorden zeg ik: Geef hier! Het zuiden gebied ik: Laat los! Breng mijn zonen terug van verre, mijn dochters van de einden der aarde, 7 allen over wie mijn naam is uitgeroepen, en die ik omwille van mijn majesteit geschapen heb, gemaakt en gevormd.(NBV)

Wat is er toch zo bijzonder aan dat Bijbelse volk Israël, niet te verwarren met de inwoners van de huidige staat Israël. Dat Bijbelse volk Israël laat zich kennen als een slavenvolk, voortdurend wordt het onderdrukt, in slavernij en in ballingschap gehouden en bedreigd door grootmachten en buurvolken. Daarmee verschilt het eigenlijk niet met vele andere volken. Tot op vandaag de dag zijn er overal op de wereld volken aan te wijzen die wel zelfstandig een eigen land in vrede zouden willen besturen maar daar de kans niet voor krijgen. Een aantal van die volken zijn zelfs verenigd in een alternatieve Verenigde Naties, die bij de echte Verenigde Naties aandacht proberen te vragen voor hun recht op zelfbeschikking. Het unieke van het Bijbelse volk Israël is dus niet dat slavenbestaan, die bedreigingen door grootmachten en buurvolken. Het unieke van dat volk is dat het hoorde van een God heeft die zegt: “Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!”

Dat Bijbelse volk Israël was gekozen om te laten zien hoe machtig die bijzondere God van Israël eigenlijk was. Het was een bevrijdende God. De machtige volken en de buurvolken die het bedreigden vergingen, daar liep het slecht mee af maar dat Bijbelse volk Israël zou blijven en daarmee zou het goed gaan. Ook al was dat volk over de wereld verspreid geraakt die God zou er voor zorgen dat het volk weer bij elkaar zou kunnen wonen en een eenheid kunnen vormen. Als dat zou gebeuren dan zouden alle volken op de wereld daar geweldig van schrikken en zo’n bewondering voor krijgen dat ze net zo zouden gaan leven als dat Bijbelse volk zou doen. Iedereen zou dan de God van Israël eren als de God die echt vrede op de wereld had gebracht en die alle ellende die mensen elkaar kunnen aandoen tot een verleden had gebracht. Dat zou een heel mooie nieuwe wereld hebben voortgebracht.

Er was echter wel een voorwaarde voor een dergelijke afloop van de geschiedenis. Dat was dat het Bijbelse volk Israël de samenleving zou inrichten volgens de richtlijnen die het volk bij de bevrijding uit de slavernij in Egypte midden in de woestijn had gekregen. Het verhaal over dat Bijbelse volk Israël vertelt dat het bijna nog helemaal geen volk was toen ze die richtlijnen in de woestijn kregen. Ze waren gewend aan goden waar je mooie beelden van maakt, maar daar had die God van Israël een geweldige hekel aan. Ze waren gewend dat er meesters en knechten waren, maar voor de God van Israël was iedereen gelijk. Ze waren gewend aan koningen die belastingen oplegden om mooi te kunnen leven en oorlogen te kunnen voeren, maar de God van Israël dulde alleen koningen die dienaren van hun volk waren en vrede brachten, uiteindelijk was David een dergelijke koning. Het is natuurlijk nooit gelukt ook dat volk te worden dat God voor ogen stond. Maar dat verhaal heeft de eeuwen overleefd. Het is de hoop geworden van alle mensen die naar bevrijding van dood en ellende snakken. Door Jezus van Nazareth werd duidelijk dat de dood niet het laatste woord heeft, maar het begin kan zijn van die bevrijding die de God van Israël had beloofd. Zijn volgelingen proberen nu elke samenleving zo in te richten als in die richtlijnen staat, samengevat als heb je naaste lief als jezelf. Iedereen mag daaraan meedoen, elke dag opnieuw, ook vandaag.

 

Doven luister!

zaterdag, 13 december, 2014

Jesaja 42:14-25

14 Al zo lang heb ik niets gezegd, ik heb gezwegen, me beheerst. Nu schreeuw ik het uit als een barende vrouw, ik zucht en ik zwoeg tegelijk. 15 Bergen en heuvels laat ik uitdrogen en alles wat er groeit verdorren, in rivieren laat ik eilanden ontstaan, meren vallen droog. 16 Blinden laat ik gaan over onbekende wegen, op paden die ze niet kennen voer ik hen. Duisternis verander ik in licht, ruig land maak ik vlak. Ja, deze dingen zal ik doen, niets daarvan zal ik nalaten. 17 Wie op afgodsbeelden vertrouwt, tegen een godenbeeld zegt: ‘U bent onze god, zal terugdeinzen en zich diep schamen. 18 ¶ Doven, luister! Blinden, open je ogen en zie! 19 Is er iemand zo blind als mijn dienaar, zo doof als de bode die ik zend? Is er iemand zo blind als dit gestrafte volk, blind als de dienaar van de HEER? 20 Het ziet veel, maar onthoudt niets, het heeft zijn oren open, maar hoort niets. 21 Eens schepte de HEER er behagen in om de kracht van zijn onderricht te tonen omwille van zijn rechtvaardigheid. 22 Maar nu is het volk beroofd en geplunderd, zijn jonge strijders zijn geketend en in de gevangenis gegooid. Een prooi zijn zij geworden, en niemand die hen redt; ze zijn buitgemaakt, en niemand die zegt: ‘Geef terug!’ 23 Is er iemand onder jullie die dit hoort, die aandachtig luistert en begrijpt wat er nu volgt? 24 Wie heeft Jakob tot buit gemaakt, Israël uitgeleverd aan plunderaars? Is het niet de HEER, hij tegen wie wij hebben gezondigd? Zij wilden niet de weg gaan die hij wees, niet luisteren naar zijn onderricht. 25 Hij stortte zijn brandende toorn over hen uit in allesverterend krijgsgeweld. Ze waren omringd door vlammen, maar zagen niet in waarom, ze stonden in brand, maar trokken er geen lering uit.(NBV)

Ze zeggen wel eens dat je de Bijbel niet letterlijk moet nemen maar geestelijk moet verstaan. Voor veel mensen is dat onbegrijpelijk, als je het letterlijk neemt dan ligt de tijd waarin de woorden van de Bijbel werden opgeschreven wel heel erg ver achter ons en wat is geestelijk dan. Is dat de Bijbel zo lezen dat je er zelf beter van wordt? De boodschap is toch vaak dat je er helemaal niet beter van wordt, dat je het lijden op je moet nemen en niet bang moet zijn voor de dood. Het antwoord is dat je de Bijbel serieus moet nemen. Natuurlijk is het opgeschreven in een tijd die ver achter ons ligt. Maar de achterliggende boodschap is nog steeds niet veranderd. Nog steeds zijn er oorlogen en is er onderdrukking, nog steeds zijn er rijken en armen, nog steeds wordt op de wereld honger geleden. We maken alleen geen goden meer van hout en steen die we versieren met goud en diamanten. In de 16de eeuw waren er in veel kerken nog van die beelden te vinden. Die moest je vragen om je te helpen in moeilijke tijden en aan hen moest je het dan maar overlaten. Toen de mensen zelf leerden lezen en de drukpers haar intrede had gedaan snapten ze dat je om de Geest van God moet vragen en zelf de ellende de wereld uit moest helpen in die Geest. We kregen dan ook een beeldenstorm.

Tegenwoordig hebben we dus geen beelden maar hebben we opvattingen. De vrije markt, alles moet in het kader van de vrije markt. De militaire paraatheid, ook zo’n begrip, als we militair verzwakken dan zullen we als land ook economisch verzwakken. De lasten die verminderd moeten worden. Als onze gezamenlijke zorg voor bejaarden, zieken en gehandicapten meer geld gaat kosten dan wordt de last te groot en moeten ze meer voor zichzelf gaan zorgen, of maar in een hoekje van een kamer langzaam doodgaan. Het zijn de afgoden van onze dagen, verpakt een fraaie toespraken, partijprogramma’s van zogenaamde vrijheidslievende partijen en opgeluisterd met onleesbare maar mooi uitziende boeken. Het stukje dat we vandaag uit het boek van de profeet Jesaja lezen zou vandaag zo omgeschreven kunnen worden op onze vrije markteconomie. De vrije markteconomie is er overigens alleen voor de rijken. Gewone mensen hebben nog maar één brievenbus om de post te versturen, gewone mensen onderhandelen niet met zorgverleners en ziekenhuizen over de kwaliteit en de prijs van de zorg, gewone mensen hebben echt nog maar één firma die gas en elektriciteit in huis brengt. De vrije markteconomie is een afgod die niets doet voor de armen, de zieken, de gehandicapten, de mensen die buiten de maatschappij zijn komen te staan.

Die aanbidding van economie en vrije markt komt ook door ons verlangen de toekomst te beheersen. Alles willen we in onze dagen zelf in de hand houden. Voor een oproep als we vandaag in het eerste deel van de passage uit het boek van de profeet Jesaja lezen dat het volk Israël als een blinde door de woestijn zal worden geleid zijn wij doof. Wij kijken wel uit ons als een blinde te laten leiden. Wij vinden liever apparaten uit om blinden auto te laten rijden dan voor een goede scholing, begeleiding en medische behandeling van blinden te zorgen. Wij blijven blind voor de gevolgen van ons handelen. In het tweede deel van het Bijbelgedeelte van vandaag worden we dan ook opgeroepen onze eigen blindheid af te werpen en onze oren te openen voor de boodschap van de God van Israël. Alleen door de Liefde krijgen we een betere wereld. Alleen als we het kunnen opbrengen zelfs onze vijanden lief te hebben kunnen we de vrede bereiken die ons is beloofd. Alleen door de liefde voor de naaste als voor onszelf kunnen we de hongerigen voeden, wie wil nu honger hebben, kunnen we de bedroefden troosten, de blinden echt laten zien en de lammen laten huppelen. Dat kan niet af en toe als er weer eens een actie op de televisie is, hoe goed die actie ook is, maar het moet en het mag elke dag opnieuw, dag in dag uit, tot het eind van de geschiedenis, ook vandaag dus.

Het geknakte riet

vrijdag, 12 december, 2014

Jesaja 42:1-13

1 ¶ Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen. 2 Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; 3 het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen. 4 Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit. 5 ¶ Dit zegt God, de HEER, die de hemel heeft geschapen en uitgespannen, die de aarde heeft uitgehamerd met alles wat zij voortbrengt, die de mensen op aarde levensadem geeft, en levensgeest aan allen die daar verkeren: 6 In gerechtigheid heb ik, de HEER, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je tot een licht voor alle volken, 7 om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis. 8 Ik ben de HEER, dat is mijn naam. Ik deel mijn majesteit niet met een ander, noch de lof die mij toekomt met een beeld. 9 Wat eertijds werd voorzegd, is nu vervuld en ik kondig jullie nieuwe dingen aan, nog voor ze ontkiemen zal ik ze openbaren. 10 Zing voor de HEER een nieuw lied, laat zijn lof klinken van de einden der aarde, jullie die de zee bevaren, en alles wat leeft in zee, jullie, eilanden, en allen die daarop wonen. 11 Laat de woestijn en zijn steden hun stem verheffen, de tentenkampen waar de stam Kedar leeft; laat de rotsbewoners uitbarsten in gejuich, luidkeels roepen vanaf de toppen van de bergen. 12 Laten zij de HEER hulde bewijzen en zijn lof verkondigen op de eilanden. 13 ¶ De HEER zal optrekken als een krijgsheld, als een aanvoerder wakkert hij de strijdlust aan. Hij blaast alarm, hij slaakt een strijdkreet. Heldhaftig verslaat hij zijn vijanden.(NBV)

Voer voor theologen. Want over wie gaat dit Bijbelgedeelte? Als je zelf niks met het lijden in de wereld van doen wil hebben dan is die knecht die hier geroepen wordt wel heel bijzonder. Want die knecht die heeft veel op met het lijden in de wereld. Jezus van Nazareth wordt er dus gemakkelijk geroepen, Gods Zoon zelf en volgens de belijdenissen is hij God zelf en als God het als zijn eigen taak ziet dat kunnen wij kleine mensen dat nooit volbrengen. Wat we vandaag lezen is het begin van het gedeelte dat Jesaja schreef over wat is gaan heten “de lijdende knecht des Heren”. En door de eeuwen heen zijn de mensen die de Weg van de God van Israël echt willen volgen voorgehouden dat dat recht vestigen op aarde, dat blinden de ogen openen, de gevangenen bevrijden, wie in het duister zitten bevrijden, niks voor gewone gelovigen is. Die zijn immers niet vervuld met de Geest des Heren, zoals hier aan de knecht wordt beloofd. En als ze denken wel door Gods Geest gedreven te worden dan moeten ze daar ernstig aan twijfelen want dat kan net zo goed een valse geest zijn.

In de dagen dat het er op ging lijken dat de Hervormden, de Gereformeerden en de Luthersen in ons land echt één kerk gingen vormen ontstond in de Hervormde Kerk zelfs een actiegroep tegen dat proces die zich “het geknakte riet” noemde. Zielige mensen die zich slachtoffer voelden en er op rekenden dat hun ware geloof hen tot redding zou zijn. Dat Jezus had gevraagd om zijn kruis achter hem op te nemen, dat hij gevraagd had om zijn boodschap overal op de wereld te brengen en dat zijn volgelingen blijkens de verhalen uit de Bijbel inderdaad zich ontfermden over de mensen langs de kant van de weg dat waren ze vergeten. Aan de vruchten herkent men de boom en van die actiegroep is verder weinig meer vernomen. Als mensen in ons land gebukt gaan onder verdriet en ontzetting dat vinden ze die Protestantse Kerk die is ontstaan. Of nu in Apeldoorn was na de aanslag op Koninginnedag, of in Amersfoort na de ramp met de MH17 of in Alkmaar na de vondst van een dode baby in een park, of een van die vele andere zaken die mensen plaatselijk in beweging brachten, de Kerk en de leden van die Kerk en hun voorgangers boden troost en zorgden er voor dat de geknakte mensen niet braken.

De Profeet Jesaja schreef de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 40 voor de teruggekeerde en terugkerende ballingen. Zij moesten in Jeruzalem een nieuwe samenleving opbouwen. En die samenleving zou eindelijk moeten lijken op wat de God van Israël had bedoeld toen hij in de woestijn zijn richtlijnen voor een menselijke samenleving aan het volk Israël gaf. God roept jou, is de boodschap van Jesaja. En die boodschap klinkt door tot op de dag van vandaag. In onze dagen is de samenleving, zeker de wereldsamenleving, nog steeds niet een samenleving waar het lot van de minsten voorop staat. Waar geen geld meer wordt uitgegeven aan wapens, oorlog roept immers oorlog op, maar aan landbouwwerktuigen omdat honger tot plundering en verloedering voert. Waar gevangenen menselijk worden behandeld en staten niet verweten kan worden dat ze afzakken tot het bedenkelijke niveau van terroristen. Wij zijn dus ook vandaag geroepen onze samenleving te hervormen en zo te gaan inrichten dat er vrede heerst, dat er zorg is voor de minsten, dat de hongerigen gevoed worden en de bedroefden getroost. Elke dag mogen we daaraan opnieuw beginnen, ook vandaag weer.