Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor april, 2015

Volg dan het spoor van de kudde.

donderdag, 30 april, 2015

Hooglied 1:8-17

8 Als je mij niet vinden kunt, mooiste van alle vrouwen, volg dan het spoor van de kudde, weid je geiten waar de herders schuilen. 9 Vriendin van mij, met een merrie voor farao’s wagen vergelijk ik jou! 10 Hoe lieflijk zijn je wangen en je ringen, hoe sierlijk zijn je hals en je ketting. 11 Laten we een gouden sieraad voor je maken, bezaaid met zilveren stipjes. 12 ¶ Nu mijn koning op zijn rustbed ligt, geurt mijn nardus zoet. 13 Mijn lief is mij een bundel mirre, hij slaapt tussen mijn borsten. 14 Mijn lief is mij een hennatros in de wijngaarden van Engedi. 15 Je bent zo mooi, vriendin van mij, je bent zo mooi! Je ogen zijn duiven. 16 Wat ben je mooi, mijn lief, wat ben je bekoorlijk. Het groen is ons bed, 17 de balken van ons huis zijn ceders, de binten zijn cipressen. (NBV)

De geliefde in het Hooglied is te vinden bij zijn of haar werk. Daar waar je de sporen van dat werk vindt kom je uit bij de persoon die je zoekt. Aan de vruchten herkent men de boom zou Jezus later zeggen. We zien dat bijvoorbeeld bij Willem Alexander, opgeleid tot Koning. Het zou een beetje zielig voor hem zijn als we hadden besloten dat we een republiek zouden willen worden. Natuurlijk ligt dat wel voor de hand. Er is immers maar één Heer en een Koning die ons aangereikt wordt door de geschiedenis hebben we niet nodig. Integendeel want zo’n koning zou ons af kunnen houden van het dienen van de ene Koning die we al hebben. Gelukkig maar dat onze ministers verantwoordelijk zijn, die kunnen we naar huis sturen. Ondertussen moet de Koning zich bezig houden met werk waaraan noch de armen noch de rijken zich kunnen storen.

Op advies zijn vader koos hij als Prins ooit voor waterbeheer. De rijken kregen daardoor toegang tot baggerprojecten, havenaanleg en riviersaneringen over de hele wereld. En de armen kunnen zich herkennen in het streven goed drinkwater te brengen aan alle mensen op aarde, ook de allerarmsten. Beide doelstellingen lijken elkaar niet al te zeer te bijten. De conferenties spelen zich meestal ook zover weg af dat de details ons ontgaan. Dat de aanleg van kunstmatige eilanden voor de kust van Dubai heel wat harder opschiet dan het aanleggen van dijken en waterwerken in Banglah Desh merken we alleen als twee maal per jaar de armen in dat laatste land weer worden opgeschrikt door overstromingen. En voor een hele goede verstaander blijkt het uit het aantal dode arbeiders die in Dubai werden geteld. Beide projecten worden wel degelijk door Nederlandse bedrijven uitgevoerd en de Nederlandse regering is er mede verantwoordelijk voor en de Nederlandse Kroonprins heeft er de deur voor geopend.

Deze Koning was als Kroonprins dus niet te vinden als je het spoor van een kudde volgt, maar ook niet als je de loop van het water zou volgen. Die kudde en dat water trekken zich niks aan van grenzen die mensen getrokken hebben. Die Prins was wel een symbool van de grenzen die mensen getrokken hebben, zijn werk met al die handelsdelegaties vertegenwoordigt ook het nationalisme. Op de Olympische Spelen, die hij eens bestuurde, zijn het niet de mensen die zich met elkaar meten, maar de landen. Landen kunnen worden uitgesloten. Een aantal jaren geleden heeft de Wereldraad van Kerken na uitvoerige bestudering van de Bijbel gezegd dat Nationalisme eigenlijk een zonde is. Wij maken immers deel uit van een koninkrijk zonder grenzen waar iedereen mee kan doen. Het versterken van wereldlijke, nationale identiteiten brengt mensen in grote problemen. Het sluit eerder mensen uit dan in. Het roept de behoefte aan verdediging tegen buitenwerelden op, geweld dus. Zelfs de allerarmste landen hebben over het algemeen een militair apparaat. Wij houden ons misschien toch maar beter bezig met de liefde, te vinden in het werk en bij de loop van het water, daar waar mensen zijn namelijk.

 

Jouw liefde is zoeter dan wijn.

woensdag, 29 april, 2015

Hooglied 1:1-7

1 ¶ Hooglied, van Salomo. 2 ¶ Laat hij mij kussen, laat zijn mond mij kussen! Jouw liefde is zoeter dan wijn, 3 zoet is de geur van je huid, je naam is een kostbaar parfum. Daarom houden de meisjes van jou. 4 Neem mij met je mee. Laten we rennen! Mijn koning brengt mij in zijn kamers. Laten we juichen en zingen om jou! Laten we jouw liefde prijzen, meer nog dan wijn. Natuurlijk houden de meisjes van jou! 5 Meisjes van Jeruzalem, donker ben ik, en mooi, als de tenten van Kedar, als het doek van Salomo’s tenten. 6 Kijk niet op mij neer omdat ik donker ben, omdat de zon mij heeft gebrand. Mijn moeders zonen waren hard voor mij: ik moest hun wijngaarden bewaken. Mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt. 7 ¶ Zeg mij toch, mijn allerliefste, waar laat jij je kudde weiden, waar laat jij die ‘s middags rusten? Laat me toch niet dwalend langs de kudden van je vrienden gaan. (NBV)

We lezen uit het Lied der Liederen, de “Sjier Hasjierim”, het allermooiste lied dat er bestaat. Luther vertaalde dat met het “Hohe Lied” en zo is het in ons taalgebruik het Hooglied geworden. God komt in dit Bijbelboek niet voor. Dat klinkt misschien een beetje raar, het is per slot van rekening een Bijbelboek. Maar dit boek gaat over de liefde, en liefhebben is het hart van ons geloof. Liefhebben van andere mensen, van je naaste. Het mooiste dat we ons daarbij kunnen voorstellen is de liefde tussen twee mensen die elkaar hun hele leven trouw willen blijven, die volledig in elkaar willen opgaan. Dat brengt dit lied op een bijzondere manier onder woorden. Oorspronkelijk werd dit lied gezongen op bruiloften en omdat van Salomo wordt gezegd dat hij wel duizend liederen dichtte werd het aan Koning Salomo toegeschreven. Oud is het in elk geval wel.

In het Joodse volk staat de liefde tussen de twee mensen uit dit boek symbool voor de liefde tussen het volk en God, en in het Christendom wordt het vaak uitgelegd als voorbeeld van de liefde tussen God en de gelovigen. Maar lees gerust wat er staat, de liefde tussen twee mensen. De eerste vraag die je mag stellen is of je vanavond je geliefde zo mag toezingen als in dit eerste hoofdstuk. Of je nu vrouw of man bent beiden kun je het zingen, en of je partner nu van hetzelfde of het andere geslacht is, aan elke partner kan het worden toegezongen. En kun je werkelijk zingen dat de liefde van je partner je zoeter smaakt dan wijn? Of is in de loop van een persoonlijke geschiedenis de wijn verzuurd en moet je eigenlijk nieuwe wijn laten rijpen. Dat kan natuurlijk, ook in elke relatie kun je steeds opnieuw beginnen, steeds opnieuw van elkaar gaan houden. Meestal verdiept een relatie zich dan, maar je moet er wel bewust aan werken en niet langzaam de wijn van je liefde laten bezinken, het bezinksel is een smerig goedje en de wijn wordt echt zuur.

Hoe je er uit ziet moet er niet toe doen. Hard werken kan een mens tekenen maar eigenlijk maakt dat een mens alleen maar mooier. De zangeres uit dit eerste stuk is donker gebrand van de zon, er moesten wijngaarden worden bewaakt. De liefde doet haar niet verlangen naar een make-over, ze is mooi zoals ze is. Ze houdt van zichzelf zoals ze is en dat is haar genoeg voor haar geliefde. Zoveel ze van zichzelf houdt kan ze ook van haar geliefde houden. Kijk zelf eens in een spiegel en zie of je net zo naar jezelf kan kijken als deze zangeres naar zichzelf kijkt. En dan tot slot van het stuk van vandaag zoekt de zangeres alleen haar eigen geliefde. Natuurlijk zijn er vrienden, maar dat dwalend langs hun kudden gaan wordt meestal vertaald met gesluierd op zoek gaan. Gesluierd heeft bij ons geen betekenis meer. De Islam dwingt ons nu wel de betekenis opnieuw te doordenken. De zangeres van het Hooglied drukt uit dat zij haar schoonheid reserveert voor haar geliefde alleen. Het is niet voor Jan en alleman. bestemd.

 

Langs veilige paden

dinsdag, 28 april, 2015

Psalm 23

1 ¶ Een psalm van David. De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. 2 Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water, 3 hij geeft mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden tot eer van zijn naam. 4 Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed. 5 U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, u zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over. 6 Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven, ik keer terug in het huis van de HEER tot in lengte van dagen. (NBV)

De voorstelling van een god als een herder vindt je in het hele oude Nabije Oosten terug. Het Hebreeuwse woord voor Herder is een werkwoord. Daar zit het begrip “weiden” in. Het gaat over een God die voortdurend er op bedacht is je het goede te bezorgen. En daar gaat dit overbekende lied dan ook over. Alleen de vertaling van het tweede deel van vers 3 heeft in de Nieuwe Vertaling toch veel van haar betekenis verloren. Natuurlijk, voor een gelovige zijn de “veilige paden”, paden die je gaat met die God. Ofwel het zijn keuzes in je leven die in overeenstemming zijn met de Wet van heb je naaste lief als jezelf. Maar het was vroeger wat eenvoudiger te verstaan toen er nog vertaald werd wat er wordt bedoeld, namelijk “paden der gerechtigheid”. Het Hebreeuwse woord “tsadiq” dat hier gebruikt wordt is in een groot deel van de Bijbel vertaald met gerechtigheid of rechtvaardige. En dat de manier waarop je wil leven recht wil doen aan de mensen die je tegenkomt dat spreekt vanzelf.

In onze wereld worden we immers overspoeld met waarschuwingen over onveiligheid. Ook al lopen onze gevangenissen leeg, omdat het aantal misdrijven afneemt, als je sommige politici hoort is het in ons land nog nooit zo onveilig geweest. Een onveiligheid die zou worden veroorzaakt door broeders en zusters die ergens anders geboren zijn, of waarvan de ouders ergens anders geboren zijn en die op een andere manier geloven dan vroeger in Nederland gebruikelijk was. Maar we zijn niet allemaal slachtoffer van een misdrijf, de meeste Nederlanders niet. Alleen juweliers moeten bijzondere veiligheidsmaatregelen nemen om zich te beschermen. Daar kunnen we allemaal bij helpen maar in een samenleving van ieder voor zich laten we ook hen soms maar al te veel aanmodderen. Alleen voor de echte slachtoffers van een misdrijf is er tegenwoordig iets van hulp en dat was ook wel eens anders. Recht doen aan mensen is een verantwoordelijkheid voor ons allemaal en kan dus ook betekenen onveilige situaties in kaart brengen en samen werken aan oplossingen voor de reële onveiligheid die er is.

Bang voor gevaar hoeven we op die manier niet meer te zijn. Want die geest van zorg voor elkaar, de Geest van God, geeft moed, dat brengt de nodige zorg voor elkaar als de stok en de staf van de Herder. Daarom kun je ook rustig zingen dat je achtervolgt wordt door Geluk en Genade. Dat klinkt des te beter als je bedenkt dat dit lied een pelgrimslied is. Het werd gezongen door de mensen die op gingen naar Jeruzalem om daar een van de jaarfeesten te vieren. Met een stok in de hand liep men soms dagenlang om de Tempel te bereiken en daar een maaltijd te houden met de armen, de tempeldienaars en de vreemdelingen. Dat was het offer aan de God die met hen mee trok en die in het huis van de Heer, de bewaarplaats van de Wet, een plaats had uitgekozen. Religie is juist in deze Psalm niet iets van aanbidden en afwachten maar de zekerheid dat je beker zal overvloeien. Omdat je het samen doet, omdat je deelt, omdat je zelf herder bent voor de minsten.

 

Dat we elkaar moeten liefhebben

maandag, 27 april, 2015

1 Johannes 3:11-24

11 ¶ Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben 12 en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig. 13 Wees niet verbaasd, broeders en zusters, als de wereld u haat. 14 ¶ Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet liefheeft blijft in de dood. 15 Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar, en u weet dat een moordenaar het eeuwige leven niet blijvend in zich heeft. 16 Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters. 17 Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden? 18 Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden. 19 Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een gerust hart voor God staan. 20 ¶ En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, hij weet alles. 21 Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden 22 en ontvangen we van hem wat we maar vragen, omdat we ons aan zijn geboden houden en doen wat hij wil. 23 ¶ Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals hij ons heeft opgedragen. 24 Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in hem. Dat hij in ons blijft, weten we door de Geest die hij ons heeft gegeven. (NBV)

Welk begin zal de briefschrijver in de eerste regel bedoeld hebben? Ondanks het feit dat hij over Kaïn begint te schrijven nemen we over het algemeen aan dat hij bedoelt met het begin van het optreden van Jezus van Nazareth. Dat optreden is een verkondiging op zich. Niet alleen in woorden maar vooral ook in daden. En op die daden komt het aan. Niet de daden van Kaïn, die sloeg zijn broer dood. De briefschrijver merkt op dat Kaïn uit het kwaad zelf voortkwam, maar lees het verhaal van Kaïn en Abel nog eens nauwkeurig door, het staat aan het begin van het boek Genesis. Kaïn was een zoon van Adam en Eva wordt verteld, net als zijn broer Abel. Kaïn was jaloers op zijn broer en zijn handelingen kwamen uit die jaloezie voort. Daar komt geen duivel aan te pas, dat is iets dat we onszelf toestaan, jaloers te zijn op hen die het beter hebben of op hen die meer succes hebben dan wij. Daarom hoef je niet verbaasd te zijn als de mensen die succes en winst voorop stellen een geweldige hekel hebben aan mensen die de zorg voor de minsten voorop stellen, als de wereld je dus haat.

Want niet meedoen aan de Idols race, de wedstrijd om de eerste de beste te zijn betekent dat je onverslaanbaar bent geworden in de ogen van hen die dit soort wedstrijden de zin van het leven vinden. Je zal wel uitkijken om je te laten verleiden mee te doen in een wedstrijd om de beste te zijn. Dat heeft geen enkele zin, dat is leeg, dat leidt tot de dood. Je hand uitsteken naar de minsten op aarde, het geluk zien in de ogen van iemand die werkelijk geholpen wordt, dat is pas leven, dat vergeet je ook je hele leven niet. Daar hoef je geen dank je wel voor te horen, daar hoef je niet mee in de krant of op de televisie, dat een ander mens weer verder kan in het leven, weer kan opstaan en de zon weer ziet daar gaat niets boven. Je afsnijden van een ander mens, je broeder of zuster, is die kans vermoorden, is dus bijna die mens zelf vermoorden. Daarom staat er dat wie zijn broeder of zuster haat een moordenaar is.

Daarom was ooit gezegd dat je niet zou moeten doden. Daarom grijpt oorlog en geweld ons zo aan, daar gaan teveel mensen aan dood, want elk mensenleven telt voor ons even zwaar. Daarom schrikken we iedere keer als er een boot omslaat op de Middellandse Zee en vrouwen, kinderen en jonge mannen verdrinken. Daarom is de oorlog in de Gazastrook voor ons ook verkeerd, welke argumenten er ook voor worden gegeven. Wij hebben immers het voorbeeld van Jezus van Nazareth die zich naar het kruis liet leiden als een schaap naar de slachtbank. Hij werd gehaat omdat hij het goede en niets dan het goede zocht, hij liet zich vermoorden omdat hij geloofde dat het verhaal van hem met zijn God het ook door de dood heen zou moeten kunnen uithouden. Daarom kunnen we niet anders dan delen van wat we hebben, en vrede zoeken. Iedere dag opnieuw, ook vandaag weer.

 

 

Wij zijn nu al kinderen van God

zondag, 26 april, 2015

1 Johannes 3:1-10

 

1 ¶ Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld hem niet kent. 2 Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is. 3 Ieder die dit vol vertrouwen van hem verwacht maakt zich rein, zoals ook Jezus rein is. 4 ¶ Ieder die zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden. 5 U weet dat Jezus verschenen is om de zonden weg te nemen; er is in hem geen zonde. 6 Ieder die in hem blijft, zondigt niet. Ieder die zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet. 7 Kinderen, laat niemand u misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, 8 en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. 9 Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren. 10 Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft. (NBV)

Vanuit Perzië kwam bijna tegelijk met het Christendom de leer van Zarathustra op. Die leerde dat er een eeuwige strijd is tussen goed en kwaad en dat je partij moet kiezen in die strijd. Christenen verwerpen eigenlijk die leer. God heeft de macht immers vanaf het begin, de Liefde van God overwint alles maar omdat mensen gelijk aan God willen zijn en alles voor zichzelf willen hebben komt het kwaad in de wereld. Maar als je toch over goed en kwaad als zelfstandige machten zou willen praten, in de filosofie zou dat kunnen, dan leert de briefschrijver van de eerste brief van Johannes ons hier dat Jezus de verpersoonlijking van het goede is die de duivel als verpersoonlijking van het kwade heeft overwonnen. De strijd is dan ook gestreden en wie zegt dat die strijd er nog steeds is komt voort uit de duivel. Wie immers handelt in de Geest van Jezus van Nazareth is bezig de andere mensen lief te hebben als zichzelf en voortdurend oog te hebben voor de minsten in de samenleving.

Rechtvaardig leven noemt de briefschrijver dat. Wie niet rechtvaardig leeft hoort bij de verliezers, komt voort uit de duivel zou je kunnen zeggen. Wie zijn broeder en zuster niet liefheeft hoort bij de verliezers, komt voort uit de duivel. Daaraan kun je dus ook de kinderen van God herkennen. Dat is niet een partij in een strijd die ze gekozen hebben maar een licht dat hen is opgegaan, een liefde die ze hebben leren kennen. Voor hen is het bijvoorbeeld onvoorstelbaar dat homosexualiteit wordt veroordeelt en dat homosexuelen minder rechten in een samenleving hebben als zijzelf. Voor hen is het onvoorstelbaar dat je mensen zonder zorg over straat laat zwerven en dat burgerlijke gemeenten een boete krijgen voor medemenselijkheid. Leraren die zich in de plaats van Christus stellen en roepen dat homosexualiteit veroordeeld moet worden werden eerder al in deze brief van Johannes anti-christenen genoemd.

Dat geldt natuurlijk ook voor iedereen die een ander discrimineert, want jezelf uitnemender of beter achten dan een ander betekent dat je de ander niet liefhebt als jezelf en dus zondigt. In de Geest van Jezus van Nazareth is zoiets onbestaanbaar. Iemand die discrimineert als voorkomende uit de duivel bestempelen klinkt misschien wel heel hard, maar het staat hier wel in de Bijbel. Zo hard moeten we dus in de eerste plaats voor onszelf zijn. Als wij in alle mensen onze broeders en zusters herkennen dan is wat hen wordt aangedaan ook pijnlijk voor ons. Het bestuur van de Protestantse Kerk Nederland schreef dat aan de Christenen in Israël en Palestina. Dat wat mensen wordt aangedaan in de Gazastrook en Israël treft ook ons. De Protestantse Kerk Nederland stapte naar de Europeese rechter om zorg te bepleiten voor de zwervende vreemdelingen in ons land. In onze vreedzame westerse samenleving geldt echter tegelijkertijd dat hetgeen homosexuelen, anders gelovigen en zwervende vreemdelingen wordt aangedaan ook ons treft. Zij zijn onze broeders en zusters en tegen dat wat hen wordt aangedaan hebben wij ons te verzetten. Wij immers willen niet bij de verliezers gaan horen.

U echter bent gezalfd

zaterdag, 25 april, 2015

1 Johannes 2:18-29

 

18 ¶ Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. 19 Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. 20 ¶ U echter bent gezalfd door de Heilige, u allen weet dat. 21 Ik schrijf u niet omdat u de waarheid niet zou kennen, maar juist omdat u die kent en omdat uit de waarheid nooit een leugen voortkomt. 22 Bestaat er een grotere leugenaar dan iemand die ontkent dat Jezus de christus is? De antichrist is ieder die de Vader en de Zoon niet erkent. 23 Ieder die de Zoon niet erkent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader. 24 Wat uzelf betreft: wat u vanaf het begin hebt gehoord, laat dat in u blijven. Als in u blijft wat u vanaf het begin hebt gehoord, zult u in de Zoon en in de Vader blijven. 25 En dit is wat hij ons heeft beloofd: het eeuwige leven. 26 Dit wilde ik u schrijven over hen die proberen u te misleiden.27 Wat uzelf betreft: de zalving die u van hem ontvangen hebt is blijvend, u hebt geen leraar nodig. Zijn zalving leert u alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in hem, zoals zijn zalving u geleerd heeft. 28 ¶ Blijf dus in hem, kinderen. Dan kunnen we vol vertrouwen zijn wanneer hij verschijnt en hoeven we ons niet te schamen bij zijn komst. 29 U weet dat hij rechtvaardig is, en u moet daarom wel inzien dat ieder die rechtvaardig leeft uit God geboren is.(NBV)

Verrassend, de briefschrijver van de eerste brief van Johannes schrijft aan alle gelovigen dat ze Priester zijn. Ze hebben geen leraren meer nodig. Hoe ouder het Christendom werd hoe meer er mensen bij kwamen die de macht over de gemeenten wilden grijpen. Niet Jezus van Nazareth was de bevrijder, de Christus, maar zijzelf. Zo werden zij anti-christenen, mensen die de Christus opzij schoven en zelf de leiding van de gemeenten op zich wilden nemen. Dat proces was zo hardnekkig dat we het in kerken en gemeenten al lang niet meer merken. We vinden het heel gewoon dat er leraren zijn die de leiding op zich nemen en vertellen wat er wel en niet mag. Paulus spreekt in de Bijbel wel over een gemeente die bekleed is met een koninklijk priesterschap en Johannes schrijft dat we allemaal gezalfd zijn, dus priester zijn, maar buiten de Bijbel in onze kerkelijke werkelijkheid leeft dat niet.

Maar de leiders die Jezus van Nazareth aan de kant schuiven beperken het geloof, het christendom zeggen we tegenwoordig, vaak tot binnen de kerkmuren. Daar moet de overgave aan God plaatsvinden. Die overgave drukt zich uit in de hoeveelheid geld die je op tafel kunt leggen. Als het bedrag groot genoeg is mag je soms een beetje meedelen in de macht. Het blijft staan dat de schrijver van de eerste brief van Johannes dit soort leiders anti-christenen noemt. Iedere gelovige is Priester en leraar. De offers die worden gebracht zijn de offers die ten goede komen aan de minsten onder ons. Dat wat we elkaar leren is hoe onze naaste lief te hebben als ons zelf. We volgen daarbij de Weg van Jezus van Nazareth, daar hebben we niemand bij nodig, niemand staat tussen God en onszelf als we de Weg van Jezus van Nazareth volgen, die leerde ons bidden, die leerde ons dat alle geboden samengevat kunnen worden in het “Hebt God lief boven alles en het tweede daaraan gelijk is heb Uw naaste lief als Uzelf”.

Die richtlijn volgen als de basis van je handelen gaat niet om onszelf, zulke liefde de wereld in brengen betekent dat het eeuwig blijft leven, alleen door die liefde blijft er immers leven in de wereld. Alleen door Jezus van Nazareth zelf zijn we gezalfd. Hij stuurde ons op weg en zijn verhaal, dat door de dood heen ging, houdt ons op die weg en doet ons keer op keer ons naar die weg toekeren. Elke dag opnieuw mogen we daar weer opnieuw mee beginnen, in Christelijke en kerkelijke termen heet dat genade, Dat betekent ook strijd met de anti-christenen. Niet binnen de kerkmuren of in de zalen vindt de godsdienst van Jezus van Nazareth plaats, maar daar waar mensen in nood zijn, daar waar oorlog is, waar honger geleden wordt, waar ziekte heerst, waar mensen gevangen zijn, waar geweld en onderdrukking zijn, daar waar mensen uit nood gaan zwerven op de straten van de rijke landen, daar zijn de mensen van de Weg. Dat betekent leven alsof elk uur onze Messias kan verschijnen, opdat hij ons vindt waar we horen te zijn., ook vandaag weer.

 

U hebt het kwaad overwonnen.

vrijdag, 24 april, 2015

1 Johannes 2:12-17

12 ¶ Kinderen, ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van zijn naam. 13 Ik schrijf u, ouderen: u kent hem die er is vanaf het begin. Ik schrijf u, jongeren: u hebt hem die het kwaad zelf is overwonnen. 14 Kinderen, ik schrijf u dus dat u de Vader kent. Ouderen, u schrijf ik: u kent hem die er is vanaf het begin. Jongeren, u schrijf ik: u bent sterk, het woord van God blijft in u, en u hebt het kwaad overwonnen. 15 Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem, 16 want alles wat in de wereld is-zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht-, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld. 17 De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid. (NBV)

Dat is mooi, dat we het kwade overwonnen kunnen hebben. Dat is dus niet met je hoofd in de wolken gaan lopen, zo van ons kan niks meer overkomen want wij hebben het kwade overwonnen. Je komt die mensen zo af en toe wel eens tegen. Ze zijn in Jezus en kunnen dus geen kwaad meer doen. Ze zijn eigenlijk zielig, want ze hebben het niet begrepen. In deze brief stond toch ook dat wie zegt geen zonde te hebben juist zondigt. De vraag is dus niet of je in Jezus bent maar of Jezus, of de geest van Jezus van Nazareth in jou is. Hetzelfde geldt ook een beetje voor het houden van de wereld. Als Jezus van Nazareth je handel en wandel bepaalt, als je in zijn geest handelt, dan hou je van de wereld, dan zijn alle mensen je broers en zusters en is elk leven op de wereld je alles waard.

Hoe dat zich rijmt met wat er over in deze brief staat? Nou, naadloos, want in onze wereld wordt echt niet van mensen gehouden. Mensen zijn arbeiders, of consumenten, of stemvee, of kannonenvoer, of zwervende profiteurs, of vijand, maar geliefde broeders en zusters zijn ze niet. Dat elk leven van elk mens in deze wereld alles waard is kun je ook niet direct zeggen. Als er niks aan te verdienen valt dan kunnen ze sterven van de honger, als ze een ander geloof of een andere politieke opvatting hebben dan mag je ze ook doodschieten of oorlog met ze voeren, of elke handel met hen verhinderen. Dat is de manier zoals het in de wereld gaat, de rijken worden rijker en de armen worden armer, wie sterk is telt mee, wie zwak is telt niet. Wat Johannes dus bedoeld is dat wie het wel goed vindt zoals het in de wereld gaat die moet dus eigenlijk niks van God weten. De brief noemt het ook allemaal keurig op: zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht. Sla de krant open, kijk naar de televisie, luister naar een radiostation en je leest, ziet en hoort al die zaken aanprijzen die deze eerste brief van Johannes zo duidelijk verwerpt.

De brief verwerpt dus niet leuke muziek, samen dansen, plezier maken, toneel spelen, een mooie film, wandelen in de natuur of al die andere dingen die in onze samenleving of in onze wereld mensen plezier kunnen geven. Maar al die plezierige en waardevolle zaken moet je kunnen en willen delen met elkaar. Voordat je geniet moet je er eigenlijk ook voor zorgen dat iedereen kan genieten, dat iedereen mee kan doen met onze samenleving. Dat iedereen dus te eten heeft gehad, een dak boven het hoofd heeft, gekleed is, warmte heeft en veiligheid. Die iedereen zijn dus ook de zwervende vreemdelingen die we eigenlijk hier niet willen zien. Als het genieten alleen maar voor jezelf is en ten koste van anderen gaat dan hoort het bij de manier van de wereld en hoort het niet bij de manier waarop mensen willen leven die mee willen gaan op de weg van Jezus van Nazareth. Maar als je het kunt delen, als je samen kunt genieten, dan hoort het er echt wel bij. Laten we dus samen er aan werken dat ook iedereen werkelijk mee kan doen.

Dat oude gebod

donderdag, 23 april, 2015

1 Johannes 2:1-11

 

1 ¶ Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. 2 Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld. 3 ¶ Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. 4 Wie zegt: ‘Ik ken hem, ‘maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5 In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn. 6 Wie zegt in hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. 7 ¶ Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. 8 Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven. 9 Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis. 10 Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val, 11 maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt. (NBV)

Wat moet je nu met dat oude gebod zullen veel mensen vragen. Eeuwenlang hebben mensen geroepen dat je je naaste lief moet hebben als jezelf maar kijk eens om je heen. Doe je ogen eens open. Er is toch niemand meer die de naaste lief heeft als zichzelf. Er is toch geen volk dat zich daaraan nog houdt? Een volk als Israël valt de Gazastrook binnen omdat de mensen daar niet boos mogen worden dat er een maanden durende blokkade van alles is geweest. Die Israëli hadden toch zeker met liefde moeten reageren op de woede van hun arme naasten? Hoe gaan wij om met mensen die onvoldoende papieren hebben om of aan te tonen dat ze vervolgd zijn of onvoldoende papieren hebben om terug naar hun land te kunnen keren? Het deel van de brief dat we vandaag lezen laat zien dat de vragen terecht zijn. Als de vragen gesteld worden aan de mensen die hun naasten niet lief hebben. Als je er maar van uit gaat dat dat oude gebod het enige is dat de wereld aan vrede kan helpen, dat het echt gaat om in mensen een welbehagen te hebben.

Natuurlijk zijn er overal in de wereld mensen die dat oude gebod houden. Je hoort ze vaak niet want ze staan er zich niet op voor. Maar in onze steden zijn voedselbanken opgekomen, zijn Fair Trade winkels te vinden. Daar werken vrijwilligers in ziekenhuizen en verpleegtehuizen, bij burenhulp, voor vreemdelingen met en zonder papieren, in buurthuizen en wijkcentra, bij scoutinggroepen en sportverenigingen. Maar ook bij Amnesty International, Unesco en Unicef en bij allerlei organisaties die werken voor projecten in arme landen. Bijna de helft van de mensen in ons land is op de een of andere manier bezig van onze samenleving een betere samenleving te maken. Dat is wat dat oude gebod ons voorschrijft. En als we daarin af en toe de minsten overslaan, of de grote monden voorrang geven is dat niet goed maar houdt dat ons ook niet af van het einddoel. Juist met het zicht op Jezus van Nazareth, die het oude gebod door de dood heen volhield en zelfs aan het kruis vergeving vroeg voor hen die hem de dood in stuurden, weten we dat we elk moment weer opnieuw mogen beginnen met dat oude gebod en dat dat oude gebod weer een nieuw gebod kan worden zoals Johannes in deze brief schrijft.

De schrijver van de eerste brief van Johannes spreekt over de bemiddelaar, maar het Griekse woord dat hij gebruikt wordt ook gebruikt voor de Heilige Geest, de Geest waarin we ons handelen mogen verrichten, de Geest van liefde. Dus als je zegt het goede te willen maar het kwade doet heb je het nog niet door, loop je nog steeds in het duister zegt de brief. Met oorlog bereik je geen vrede weten we uit de geschiedenis. Zelfs aan het eind van Tweede Wereldoorlog was duidelijk dat economische hulp van rijke landen aan de verwoeste landen in Europa uiteindelijk pas echte blijvende vrede zou brengen. Zo zullen ook wij nu moeten willen delen met de slachtoffers van geweld in de wereld. De bezuinigingen die de regering aan wil brengen op het budget voor ontwikkelingssamenwerking roepen niet voor niets weerstand op. Wij willen niet langer dat mensen dood gaan van honger en armoede. Wij willen niet langer dat mensen gedwongen worden te vluchten om te overleven. Delen en toekomst geven daar gaat het om. Dat brengt pas echte vrede. Maar met dat delen moeten we nog beginnen.

 

Het Woord dat leven is

woensdag, 22 april, 2015

1 Johannes 1:1-10

1 ¶ Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is. 2 Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen u het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. 3 Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan u, opdat ook u met ons verbonden bent. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus. 4 We schrijven u deze brief om onze vreugde volkomen te maken. 5 ¶ Dit is wat wij hem hebben horen verkondigen en wat we u verkondigen: God is licht, er is in hem geen spoor van duisternis. 6 Als we zeggen dat we met hem verbonden zijn terwijl we onze weg in het duister gaan, liegen we en leven we niet volgens de waarheid. 7 Maar gaan we onze weg in het licht, zoals hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde. 8 ¶ Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. 9 Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. 10 Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we hem tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons.(NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in de eerste brief van Johannes. Door de lengte en hoeveelheid van de brieven van Paulus zijn de andere brieven van het Nieuwe Testament soms een beetje verwaarloosd. Ze zijn het echter niet minder waard om te lezen. Welke Johannes de brieven geschreven heeft, er zijn drie brieven op zijn naam, dat weten we niet precies. In elk geval sluit de inhoud van de brieven en de manier waarop ze geschreven zijn aan bij het Evangelie van Johannes. Vanaf het begin van de kerk wordt aangenomen dat de schrijver dezelfde is geweest die het Evangelie van Johannes heeft geschreven. In het begin van deze eerste brief, het gedeelte dat we vandaag lezen, komen we al een soort conflict tegen dat we ook bij het lezen van het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Johannes tegen kwamen.

De brieven en het evangelie zijn geschreven na honderd jaar na het begin van de jaartelling. Leven, sterven en opstanding van Jezus van Nazareth waren toen al geruime tijd geleden. Het Christendom had zich over het Romeinse Rijk verspreid en allerlei mensen aangetrokken, rijken, armen, geleerden, slaven, arbeiders, noem maar op. Het is dan ook niet vreemd dat invloeden van andere culturen en godsdiensten binnenslopen in dat vroege christendom. Johannes is de naam die verbonden is met het verzet tegen die intellectuele en culturele invloeden. Daarom begint deze brief met de verzekering dat het Woord van God geen abstracte zaak is waar je vrij over kunt filosoferen maar dat het heeft geleefd en dat mensen het hebben beleefd, gezien en gehoord, ja zelfs aangeraakt. Voor de Rabbijnen waren er twee getuigen nodig om iets waar te verklaren en die moesten dat dan ook met twee zintuigen hebben waargenomen, horen en zien dus in dit geval. Dat Woord was Jezus van Nazareth, de manier waarop hij leefde, de boodschap die hij verkondigde en de manier waarop hij met mensen omging was het Woord van God dat gedaan moet worden.

Zijn sterven was niet het einde maar het begin en daarmee bevrijdde het de mensen aan wie deze brief geschreven werd, ons dus ook, van wat de Bijbel zonde noemt. Iedere keer als we niet leven en werken volgens de weg van Jezus van Nazareth zondigen we. Iedere keer dus als we oorlog en geweld proberen te rechtvaardigen, als we hongerigen laten hongeren, als we vervolgden en verdrukten vervolgd en verdrukt laten, dan zondigen we. Iedere keer dat we zondigen mogen we echter omkeren en opnieuw de weg opgaan van Jezus van Nazareth. Niemand heeft nooit gezondigd, dus zonde hoeft ons niet te benauwen. De mensen om wie het moet gaan moeten ons iedere keer weer in beweging brengen. Joden in Israel, Palestijnen in de Gazastrook, vluchtelingen in Afrika, hongerenden, gevangenen, uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland, kinderen in onze gevangenissen, boeren in de derde wereld. De lijst kan oneindig worden uitgebreid. Maar elke dag dat we proberen de wereld voor hen een beetje meer op de hemel te laten lijken worden ook wij gereinigd van kwaad. Ook vandaag dus maar weer aan het werk.

 

De volken oordelen naar recht en wet

dinsdag, 21 april, 2015

Psalm 98

1 ¶ Een psalm. Zing voor de HEER een nieuw lied: wonderen heeft hij verricht. Zijn rechterhand heeft overwonnen, zijn heilige arm heeft redding gebracht. 2 De HEER heeft zijn overwinning bekendgemaakt, voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld. 3 Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw voor het volk van Israël. De einden der aarde hebben het gezien: de overwinning van onze God. 4 ¶ Juich de HEER toe, heel de aarde, juich en jubel, zing het uit. 5 Zing voor de HEER bij de lier, laat bij de lier uw lied weerklinken. 6 Blaas op de ramshoorn en de trompetten, juich als de HEER, uw koning, verschijnt. 7 Laat bruisen de zee en alles wat daar leeft, laat juichen de wereld met haar bewoners. 8 Laten de rivieren in de handen klappen en samen met de bergen jubelen 9 voor de HEER, want hij is in aantocht als rechter van de aarde. Rechtvaardig zal hij de wereld berechten, de volken oordelen naar recht en wet.(NBV)

Vandaag zingen we mee met de Psalm die als enige in het boek Psalmen het opschrift Psalm draagt. Alle andere kennen een toevoeging daaraan, als leerdicht en zo. Deze niet. Het is een lied op zich dat geen nadere toelichting behoeft, dit kun je kennelijk altijd wel zingen. De Psalm zingt dan ook over bevrijding, niet alleen een bevrijding voor één iemand of voor een bepaald volk maar bevrijding voor de hele bewoonde wereld. Die bevrijding, de overwinning van God werd tot aan het einde der aarde gezien. Daarom moet je dat feest van de bevrijding ook niet alleen vieren maar met de hele aarde. Elk jaar als op 5 mei weer bevrijding wordt gevierd in ons land moeten we daar ook maar eens extra om denken. Ooit werden mensen in ons land vermoord omdat ze een bepaald geloof aanhingen. Zelfs als ze het geloof van hun ouders en grootouders niet meer aanhingen maar kinderen of kleinkinderen waren van mensen die dat geloof aangehangen hadden konden ze worden vermoord. In de strijd daartegen zijn veel mensen gedood.

Soldaten uit de hele wereld kwamen naar Europa om het kwaad, van het doden omdat je een geloof aanhangt, te bestrijden en het regiem dat die moorden pleegde te verdrijven. Dat regiem sprak van een internationale samenzwering van de aanhangers van dat geloof als rechtvaardiging om hen te bestrijden. Dat geloof zou een verderfelijk geloof zijn dat onze beschaving bedreigde. Toen we eenmaal bevrijd waren van dat regiem en de laatste slachtoffers waren bevrijd hebben de mensen elkaar beloofd dat er nooit meer een regering mocht komen, waar ook ter wereld, die een onderscheid zou maken tussen mensen op grond van hun geloof en de ene gelovige anders zou mogen behandelen dan de andere gelovige. Ook in de samenleving mochten mensen niet verschillend worden behandeld omdat ze een verschillend geloof hadden. Elk jaar op 4 mei herdenken we de slachtoffers van dat door en door foute regiem en de mensen die zich in de strijd daartegen hebben opgeofferd. Op 5 mei vieren we dan dat we vrij zijn van die overheersing.

Maar wie goed luistert naar de gesprekken op radio en televisie en wie de kranten leest weet dat we maar zo weer een regering hebben die onderscheid gaat maken tussen burgers op grond van wat ze geloven, of zelfs van wat hun ouders en grootouders hebben geloofd. De angst voor aanhangers van een bepaald geloof wordt ook ons aangepraat. Er is zelfs een politieke partij voor die in de Kamer alles mag zeggen wat ook voor de bevrijding in 1945 werd gezegd en die dreigt de grootste te worden. Als wij dan zingen over de overwinning van de ene Heer die wij erkennen en zingen dat alle volken geoordeeld worden naar de wet van heb-je-naaste-lief-als-jezelf moeten we dus onthouden dat die bevrijding niet vanzelf komt en niet van buiten komt. We zullen allemaal in verzet moeten komen tegen iedereen die ons wil wijsmaken dat aanhangers van welk geloof dan ook ons kunnen bedreigen. Onze God zal ook ons redding brengen, daarvan zingen we vandaag.