Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2010

Huil niet langer, droog je tranen.

dinsdag, 21 december, 2010

Jeremia 31:15-22

Het beeld van de stammoeder van Israël die uit haar graf opstaat om de vermoorde kinderen van het volk Israël te bewenen wordt later ook door de schrijver van het evangelie naar Matteüs gebruikt. Die gebruikt het na de moord op de kinderen van Bethlehem op last van Herodes. Jeremia heeft het nog over een Rama dat de meest zuidelijke grensplaats van het noordelijke rijk Israël is, hier het rijk van Efraïm genoemd. In de Bijbel komen wel acht plaatsen voor die Rama worden genoemd en aangeduid worden als de plaats waar Rachel werd begraven. De liefde tussen Jacob en Rachel was spreekwoordelijk geworden en een beeld voor de liefde tussen God en zijn volk. Als Rachel opstond om weer te wenen kon de God van Israël niet werkeloos blijven toezien. En zo is het hier ook. De ballingschap en de oorlog met zeer vele slachtoffers die daaraan vooraf ging was niet het blijvende oordeel over het volk van Israël. Rachel mag ophouden met treuren want Efraïm heeft begrepen waar het fout ging. Het nalopen van andere goden was zo dom, meedoen met de mode van de omringende volken, niet meer de Weg gaan van de God van Israël was als jeugdige onbezonnenheid, kwajongenswerk staat er eigenlijk. En zo ziet God ze graag. Daarom moet God zich wel ontfermen en kunnen de ballingen terugkeren. Niet zomaar, er moeten bakens en mijlpalen opgericht worden die de Weg aanduiden. Daarmee worden altijd de Wetten van de God van Israël aangeduid. De richtlijnen die in de woestijn waren gegeven om het volk te brengen naar een land van recht en vrede, overvloeiende van melk en honing. Een land waar de weduwe en de wees werden gestut, waar de arme recht werd gedaan en de vreemdeling die bij je werkt opgenomen wordt als één van je eigen volk. Langs die bakens en die mijlpalen mag vrouwe Israël zich haasten naar haar eigen steden. Al die overbodige kwalijke gewoonten van de vruchtbaarheidsgoden moeten worden afgelegd. Geen andere goden nalopen, niet de goden van winst en profijt, niet de goden die geluk en vruchtbaarheid moeten worden afgesmeekt maar de God van Israël, de God die bij de zwaksten in de samenleving te vinden is. Op de manier van de God van Israël een samenleving maken is iets wat zelfs in onze dagen nog geheel nieuw is. Het verhaal van de Bijbel laat voortdurend zien dat mensen worden opgeroepen daaraan te gaan werken, niet te aarzelen, maar die samenleving te beginnen. Dat geldt ook voor ons, ook vandaag weer mogen wij daaraan beginnen, met diezelfde mijlpalen en bakens. Zoals elke dag weer.

In de woestijn kreeg ik Israël lief

maandag, 20 december, 2010

Jeremia 31:2-14

Wij kunnen het ons nauwelijks voorstellen, de God van Israël merk je pas bij de loosers, de mislukten, gevluchte slaven, ontsnapte gevangenen, hongerigen, zieken, lammen en blinden. Toen een groep slaven op de loop ging voor de machtige Farao van Egypte en in de woestijn terecht kwam toen ontmoetten ze daar de God van Israël, die God maakte hen tot een volk met een machtige wet en gaf hen een land dat overvloeide van melk en honing. Sinds die tijd wordt dat slavenvolk vergezeld door de God van Israël. En nu in het verhaal van Jeremia dat volk in ballingschap wordt gevoerd wordt het daaraan herinnerd. Dat volk zal weer dansen, dat zal weer de tamboerijnen laten klinken, dat volk zal weer wijngaarden planten en druiven eten van de eerste oogst.  Voor het eten van de eerste oogst van de wijngaard moet je vijf jaar kunnen wachten en als je in ballingschap gevoerd wordt kun je je nauwelijks voorstellen dat je vijf jaar de tijd krijgt om bij je wijngaard te wachten op de eerste oogst. En na de druivenoogst gaat iedereen naar Jeruzalem, naar de Tempelberg Sion om daar het Loofhuttenfeest te vieren. Niet langer zullen Noord en Zuid gescheiden van elkaar elk naar een eigen heiligdom gaan maar samen trekt met op naar de Tempel in Jeruzalem. Daar zal weer de wet in praktijk worden gebracht en zal men samen een maaltijd aanrichten met de armen, de familie de tempeldienaars en de vreemdelingen die bij hen werken. In het noorden ligt Babel waarvandaan de ballingen terug keren, maar er waren er ook die gevlucht waren naar Egypte onder meer, ook zij zullen terugkeren. En als je dan samen de maaltijd houdt bij de Tempel dan zijn daar ook de blinden en de lammen, de zwangere vrouwen en de vrouwen in barensnood die mee kunnen delen. Niet langer hoeven ze bang of bedroefd te zijn want het land is weer het land dat overvloeit van melk en honing. Het is de Heer die het volk verlost staat er. Er is maar één Heer, de koning die het volk in ballingschap voerde heeft niet het laatste woord, heeft niet de ultieme macht. Alleen de Heer die bevel gaf te delen heeft uiteindelijk alle macht. Daarom is er dan voor iedereen koren, wijn, olijfolie, geiten, schapen, koeien. Voor iedereen is er te eten. Ook in onze dagen lijken we te vergeten dat we alleen van delen rijker worden. Bij ons worden de rijken beschermd door van de armen te nemen ook wat ze net nog hebben. Wij zullen moeten beseffen dat het onbijbels is, dat het strijdig is met het volgen van de God van Israël, dat je dat nooit Christelijk kunt noemen en zeker geen Christen Democratie. Het gedachtengoed van de Bijbel staat haaks op de praktijken van onze regering. Gelukkig mogen gelovigen elke dag weer laten zien dat het anders kan en dat het anders moet. Dat mogen we ook vandaag weer laten zien.

En hij gaf hem de naam Jezus.

zondag, 19 december, 2010

Matteüs 1:18-25

Vandaag lezen we het kerstverhaal van Matteüs. Geen volkstelling, geen reis naar Bethlehem, geen stal, geen herders en engeltjes. Het verhaal over de afkomst van Jezus de bevrijder, de Messias, de Christus. Nu wordt er vertaald met “afkomst” in vorige vertalingen wordt vertaald met “geboorte” Eigenlijk staat er “genesis”, wording, het antwoord op de vraag hoe het allemaal zo gekomen is dat die Jezus de Messias, de Christus werd. Dat begin is niet vanzelfsprekend, daar was al wat mee, niet iets om blij over te worden misschien. Maar het verhaal over een dubieuze zwangerschap. Over een jonge vrouw die al verloofd is maar dan zwanger blijkt van een ander. Dat kind moet echter in liefde verwekt zijn anders kan het toch niet. Dat is de boodschap waarvan Jozef droomt en die hem doet besluiten Maria toch tot vrouw te nemen. En die liefde gaat verder dan de liefde tussen twee mensen. In zijn droom hoort Jozef weer de woorden van de profeet Jesaja. In het diepste duister van een belegering van Jeruzalem had die tegen de koning gezegd dat zijn favoriete bijvrouw een kind zou krijgen dat “God met ons” zou heten. Dat moet je maar durven, kinderen krijgen als demonstratie van vrede en gerechtigheid. Ook Jezus betekent “God met ons”, en die naam krijgt een bijzondere lading door de manier waarop Jozef de zwangerschap van zijn vrouw benaderd. Dat Jezus dan ook nog de Messias, Christus wordt genoemd gebeurt pas door de lezers van het verhaal, de gemeente die het evangelie van Matteüs leest. In dat verhaal moet het bevrijdende dus al opgesloten zijn. En dat komt doordat Jozef een droom heeft. Een droom die gaat over een wereld die wij ons allemaal wel zouden wensen. Hoeveel sympatie krijgen alleenstaande moeders wel niet rond de kerstdagen. Ze moeten opgevangen worden, er worden kerstpakketten voor ingezameld er worden voorlichtingsprogramma’s opgestart om te voorkomen dat er nog meer alleenstaande moeders komen. Jozef droomt van een wereld waar dat niet meer nodig is. Een wereld waar elke vrouw zelf de beslissing kan nemen om een kind op de wereld te zetten zonder bang te zijn voor de gevolgen of de toekomst. Een wereld waar mensen handen en voeten van God zijn geworden en voor elkaar zorgen, elkaar lief hebben en elkaar niet veroordelen of etiketten van goed en kwaad opplakken. Die droom wordt hier door Matteüs aan ons verteld en op die droom mogen wij antwoord geven. Een antwoord dat kan zijn dat ook wij die Jezus, God met ons, als bevrijder als Messias, Christus gaan erkennen, die ons bevrijd heeft van angst voor andere mensen, die ons geleerd heeft in liefde voor elkaar te leven. Dat is de nieuwe aarde waarvan Jesaja droomde, waarvan Jozef droomde en waar wij elke dag weer aan mogen werken, ook vandaag weer.

De steden zullen uit de as herrijzen

zaterdag, 18 december, 2010

Jeremia 30:18-31:1

Heel subtiel geeft de schrijver van het boek van de profeet Jesaja aan dat het volk Israël bestond uit nomaden. Zelfs hun woningen kun je aanduiden als tenten. Maar die woningen zullen weer in oude luister worden hersteld, de steden zullen uit hun as herrijzen en paleizen in oude pracht hersteld. Voor de mensen die in ballingschap waren en net alles verloren hadden moet dit een prachtige droom zijn geweest. Ze kunnen zich direct voorstellen dat mensen dan dansend de straten zullen bevolken. Als het volk in aantal toeneemt dan zal de God van Israël zeker niet worden veracht want dan heeft die God iets gedaan wat geen God tevoren nog had gedaan, een overwonnen volk weer opnieuw naar het eigen land laten terugkeren en opnieuw tot een volk van aanzien brengen. Bescherming van een God die dat kan zal iedereen zich wel wensen. Maar Israël was verdeeld geraakt. Een Noordelijk en een Zuidelijk rijk hadden elkaar zelfs van tijd tot tijd bevochten. Elk zich beroepend op dezelfde God van Israël, maar allebei ook even zo vrolijk andere goden nalopend. Elk deden ze op hun tijd mee met de heersende mode. Dat had uiteindelijk tot de ondergang geleid. Weg Rijk van David, de koning die het Rijk juist tot een eenheid had gesmeed en zoveel indruk op de omringende volken had gemaakt dat geen van hen Israël meer had durven aanvallen. In de belofte die de profeet nu doet zit opnieuw dat ene rijk Israël geborgen, met een heerser als opvolger van David. Juist in deze dagen vragen velen zich af hoe we in het licht van wat de profeet zegt de huidige politieke situatie van Israël moeten beoordelen. Of je de staat Israël kunt beoordelen volgens de Bijbelse maatstaven is maar helemaal de vraag. Orthodoxe Joden, die zo streng en nauwgezet mogelijk volgens de Joodse Wet willen leven hebben vaak de staat Israël als opvolger van het Rijk van David afgewezen. De God van Israël zou op een heel andere manier het volk van Israël weer tot zijn volk maken dan via een stemming in de Verenigde Naties en een opstand van Zionisten. Zij verzetten zich nog steeds tegen de pretentie dat de huidige staat Israël de opvolger zou zijn van het Rijk van David. En die staat heeft daar ook weinig weg van. David had vrede gebracht. In de tijd van David was de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf het centrum van het land geworden. Vreemdelingen werden daar behandeld als eigen burgers. Israël was bereid te delen met hen die hongerden, met slachtoffers van oorlog en vervolging. Vrede sluiten en delen van land en voedsel is er nu bij de Staat Israël helemaal niet meer bij. En toch zal vrede sluiten, afzien van geweld, de enige manier zijn voor Israël om een veilig land te worden. Voor hun buren geld dat het de enige manier is om een welvarend land te krijgen. Wij moeten misschien duidelijker laten zien dat de profeten uit de Hebreeuwse Bijbel duidelijk hebben laten zien dat vrede en delen met elkaar de enige weg is. Wij mogen daarmee ook meewerken aan de komst van het Rijk van Koning David, het Koninkrijk van God, ook vandaag weer.

Ongeneeslijk zijn je wonden.

vrijdag, 17 december, 2010

Jeremia 30:12-17

Op het eerste gezicht lezen we vandaag een verwarrend Bijbelgedeelte. Gaat het hier nu om een zieke, of gewonde, of om een misdadiger die met ziekte is gestraft? Of is het een zieke wiens kwaal tot uiting komt in ernstige wandaden? Het is op het eerste gezicht niet duidelijk. Tot we gaan zien dat het plegen van wandaden, ernstige misdaden, je tot een ziek mens maakt, tot we zien dat je je zelf door het plegen van wandaden ernstige wonden toebrengt. En natuurlijk zullen anderen daarvan willen profiteren en jou op hun beurt wandaden aandoen. Maar wees getroost, als je weer op het rechte pad komt kun je genezen. De anderen die jou het een en ander hebben aangedaan zullen daarvan dan ook zelf de gevolgen ondervinden. Het is dus ook een waarschuwing om hen die wandaden gepleegd hebben niet ook nog onrechtvaardig te behandelen en te kwetsen. Het oordeel is bij ons aan de onafhankelijke rechter die ook de straf zal uitspreken. Want als we de betekenis van dit Bijbelgedeelte tot ons door laten dringen herkennen we veel van de discussie die ook in onze samenleving doorklinkt. Hoe ziek moet iemand zijn om walgelijke misdrijven te begaan met zeer jonge kinderen. Dat we zo iemand ziek vinden komt dus ook omdat we de misdrijven zo vreselijk walgelijk vinden, als stinkende zweren waarvan de lucht alleen al misselijk maakt. Gelukkig maar dat we er zo van walgen want de afkeer van dit soort daden zal in de praktijk zeer vele kinderen beschermen. Maar zij die de grens over gaan en zelfs kinderen beschouwen en gebruiken als voorwerpen om hun eigen lust te bevredigen maken zich daardoor zelf tot zieke misdadigers. Als je het boek van Jeremia leest is het niet vreemd dat de gedachten uitgaan naar kinderen als het om wandaden gaat. De ergste wandaden die het volk Israël had begaan volgens dit boek was het offeren van kinderen aan de God Moloch, een vruchtbaarheidsgod waarvoor kinderen levend in een vuur werden geworpen. Wij mogen onze kinderopvangplaatsen niet beschouwen als offerplaatsen aan onze goden van winst en profijt, maar we mogen ons wel afvragen welke eisen we stellen aan de inrichting van dergelijke centra en de manier waarop er met onze kinderen wordt omgegaan en hoe we die eisen controleren en handhaven. Als we niet voorzichtig genoeg zijn dan geven we onze kinderen in handen van hen die van ze willen profiteren om ons eigen inkomen te vergroten en dat zou net zo walgelijk zijn als het plegen van die misdaden. Voor we dus beschuldigend de vinger heffen moeten we ook even naar onszelf kijken, waar zitten de zweertjes op onze eigen huid. Ook voor ons geldt dat we bevrijd kunnen worden van dit kwaad als we de liefde opbrengen die God ons voorgehouden heeft. Want werken vanuit Sion, de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf brengt ons dagelijks op de goede weg, ook vandaag weer.

Ik hoor geschreeuw van ontzetting

donderdag, 16 december, 2010

Jeremia 30:1-11

Om te begrijpen wat we vandaag ook al weer lezen, moeten we de situatie van Jeremia samenvatten zoals dat uit het boek van de profeet Jeremia naar voren komt. Jeremia had een secretaris die voor hem opschreef wat de God van Israël te profeteren gaf. Samen waren ze, met een aantal landgenoten, naar Egypte gevlucht. Daar leefden ze in betrekkelijke vrijheid. Een groot deel van het volk was in ballingschap weggevoerd. Niet alleen uit het Noordelijke rijk Israël maar ook uit het zuidelijke Rijk, hier aangeduid als Jacob. De geluiden van ontzetting en pijn die dat voor het volk betekende bereikten ook Jeremia en daarover moest hij schrijven. Wat zou het vervolg zijn. Zou de God van Israël zijn volk in de steek laten nu ze niet meer in Israël woonden? In de dagen van Jeremia geloofden vele volken dat hun God hen zou helpen als ze bij het land blijven waarover die God ging. Aangezien de Tempel van de God van Israël in Jeruzalem stond was het dus niet zo vreemd dat ze dachten dat de God van Israël ging over de mensen die in het land Israël woonden, het noorden en het zuiden. In het Noorden was overigens een eigen tempel waar men die God van Israël kon aanbidden. Dat juist de God van Israël een God van mensen is en met mensen meegaat was vergeten. Het volk had naast de God van Israël ook de vruchtbaarheidsgoden van de volken rondom hen aanbeden. De beelden van Baäl stonden op de hoeken van de straten en in de velden waren de palen van Asjera in de bodem geslagen. Eigen grond, eigen God en eigen volk eerst waren de gedachten van de meeste mensen. Als je die drieëenheid in ere hield dan was je veilig en kreeg je voorspoed. Het lijkt een beetje op de overtuiging die in ons land de meerderheid krijgt. Ook daar speelt het eigen volk en de eigen godsdienst op de eigen grond de hoofdrol. Dat de God van Israël, de Vader van Jezus van Nazareth, de God wil zijn van alle mensen op aarde wordt daarbij vergeten. Een godsdienst van eerlijk delen, van alle mensen tot hun recht laten komen is er al helemaal niet bij. Dan is het te begrijpen dat elke tegenslag een onoverkomelijke bedreiging gaat vormen. Dat fanatieke schreeuwers met een andere opvatting al snel sterker lijken dan jij bent. Jeremia weet zijn volk gerust te stellen. Het volk zal bevrijd worden en weer de Heer zijn God gaan dienen, het zal weer het volk van delen worden, onder de koning van vrede met de stad waar recht en gerechtigheid heersen. Zo’n volk zouden wij ook kunnen zijn. Als wij onze angst voor het vreemde opzij zouden durven zetten en weer gaan vertrouwen op het Woord van de God van Israël. Als we mensen weer tot hun recht laten komen, de vreemdelingen als gelijken beschouwen, de hongerigen voeden, de gevangenen bevrijden en weduwe en wees, de armen, eerlijk behandelen. Daar mogen wij elke dag weer aan werken, ook vandaag weer.

Zij zullen veilig wonen

woensdag, 15 december, 2010

Micha  5:1-8
 
Het verhaal van de profeet Micha uit het 12profetenboek is geliefd bij Christenen omdat een kind uit Bethlehem de vrede zou brengen om dan met zeven herders de vijand te verslaan. Dat lijkt wel op het kerstverhaal zoals Lucas ons dat vertelt. Nu is dat niet zo heel vreemd want Lucas kende het boek van Micha natuurlijk heel goed. En dat verhaal over een meisje dat een kind durfde krijgen temidden van de meest zwarte dreiging was ook al door Jesaja verteld. Die Jesaja had er trouwens nog een eeuwig misverstand mee geschapen want zijn woord voor meisje kon ook met het Oud Hollandse maagd worden vertaald, zoals dienstmeisje ook dienstmaagd kan heten. Dat heeft niks te maken met een meisje dat nog geen omgang met een man had gehad. Sommige kerkleiders hebben daarmee de sex uit het verhaal gehaald denken ze. Het enige dat ze er mee bereiken is dat ze tot in de slaapkamer macht over hun volgelingen kunnen uitoefenen, en dat is nu net wat de Bijbel verbiedt. Maar goed, wij lezen de profeet Micha en die heeft het over vertrouwen. Een heel goed teken van vertrouwen is inderdaad de jonge moeder die het aandurft kinderen te krijgen. We hebben een tijd gehad dat ook in ons land de dreiging van een atoomoorlog zo groot was dat mensen het niet meer aandurfden een gezin met kinderen te stichten. Dat is nu minder erg, maar in landen waar onderdrukking en armoede heersen geldt het nog steeds. Als vrouwen te veel en te zwaar onder stress gezet worden kan de eisprong zelfs uitblijven en worden ze door de onderdrukking, de armoede of het geweld zelfs onvruchtbaar. Als mensen hun liefde het laten winnen van hun angst dan begint de bevrijding willen Micha en Jesaja zeggen. En dat verhaal wordt later ook op die manier door Lucas verteld. Als er dan ook nog herders zijn die zich druk maken over de bescherming van al die zwakke mensen dan moet het echt wel goed komen. En herders waren er in Bethlehem. Micha herinnert aan de geschiedenis van David en zijn zeven broers. Uit het kleinste dorpje van de kleinste stam kwam de grootste koning, de eerste koning die Israel aanzien gaf en uiteindelijk na een lange tijd van oorlogen onder de Rechters ook vrede bracht. Zulke herders heb je nodig. Zulke herders zijn er nog steeds. Jan Pronk was ooit zo’n herder die het heeft geprobeerd in Darfur. Hij wees de internationale gemeenschap de weg. Toen hij uit Sudan werd uitgewezen was dat het signaal om eindelijk een echt mandaat voor een echte vredesmacht te ontwerpen. Voor ons blijft het opletten en stem geven aan de slachtoffers in Darfur. Van hen moeten we echt nog kunnen gaan zeggen dat zij veilig zullen wonen. Dat is een belofte die we hen met alle landen van de wereld zullen moeten durven doen. Anders kunnen we straks wel kerst vieren, maar wordt het nooit het kerstfeest waar Micha van droomde en waar Lucas van vertelde, ook voor ons niet.

Wij zullen ervan genieten!

dinsdag, 14 december, 2010

Micha  4:9-14

Bitter zijn de tijden waarin tegenslag en rampspoed het volk treffen. In de dagen van Micha stond de ballingschap voor de deur. Heel dat mooie land dat ooit overvloeide van melk en honing ging verloren. En waarom? Omdat het volk liever de vruchtbaarheidsgoden van de omringende volken naliep dan te letten op wat de God van Israël had geboden. In onze dagen moet er bezuinigd worden omdat hebzucht en lust tot aanzien mensen verleid hebben tot leugens en bedrog waardoor miljarden als sneeuw voor de zon konden verdwijnen. Het kwaad daalt daarbij bijna nooit neer op de mensen die het kwaad hebben gesticht. Niet in de dagen van Micha, toen een groot deel huis en haard in de steek moest laten en een klein deel berooid achterbleef en niet in onze dagen. In onze dagen moeten de mensen met de laagste inkomens het gelag betalen. Mensen die al vanaf hun geboorte zo gehandicapt zijn dat ze niet mee kunnen in het gewone bedrijfsleven maar aangewezen zijn op een beschermde werkplek waar de eisen voor werknemers een stuk lager liggen. Op hen moet worden bezuinigd en zij dreigen dus hun werkplek te verliezen. Ook op hun uitkering wordt nog verder bezuinigd. In de dagen van Micha klonk er een belofte van hoop. Het volk zou wel naar Babel moeten maar daar bevrijd worden uit de handen van de vijanden. Natuurlijk, eerst lopen de volken te hoop tegen de Tempel, tegen Sion, de berg waarop de Tempel stond, van het ontwijden zullen ze genieten. Zo lopen nu massa’s te hoop tegen onze dromen van een rechtvaardige samenleving. De afbraak ervan doet hun de vingers aflikken. Maar de volken die tegen Israël optrokken waren zich niet bewust van wat er stond te gebeuren. Die mooie goudgele graankorrels die ze dachten te zijn, hard en onaantastbaar zouden worden geplet op de dorsvloer en van hun prachtige vel ontdaan, om vermalen te worden tot het meel dat nodig is om brood te bakken voor de hongerigen. Vermorzeld moesten ze worden onder gerechtigheid en recht.  Zover is het nog niet in het gedeelte dat we vandaag lezen. Het is een klank van hoop die door de belegering heen dringt. Want nu kun je alleen de poorten opendoen voor je vijanden, de Koning krijgt de ene blamage na de andere. Ook in onze dagen worden protesten tegen bezuinigingen op WSW’ers en Wajongers weggelachen, de laagste pensioenen het meest gekort, loopt de ontwikkelingssamenwerking de grootste schade op. Maar als wij de roep volgen van Micha om daar tegen op te staan, om ons weer te richten op gerechtigheid voor de armen, dan zal ook voor ons de dag komen dat de hongerigen worden gevoed en de bedroefden getroost. En dat opstaan mag voor ons elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

Volken zullen daar samenstromen

maandag, 13 december, 2010

Micha  4:1-8

Uiteindelijk zal het goede overwinnen. Dat “Eens zal de dag komen” zoals de Nieuwe Bijbelvertaling het Hebreeuws vertaalt, of “In het laatste der dagen” zoals de Statenvertaling en de vertaling van het Bijbelgenootschap uit 1951 vertaalden kan ook vertaald worden met “uiteindelijk”. Dan hoeven we niet meer te puzzelen over de vraag wanneer dat buiten ons om zal komen maar kunnen we er direct aan beginnen. Vertalingen zijn per slot ook niet veel anders dan mensenwerk. Het komt pas goed als alle volken zich scharen rond de Wet van de Woestijn. Dan staat de Tempel waar die Wet het hart van is rotsvast verheven boven alles wat op aarde zich verheven vindt.  Dat wat als het allerbelangrijkste werd bewaard in de Tempel in Jeruzalem zal het hart van de wereld gaan vormen. Dat is pas adventsverwachting. Een lied om luidkeels met Micha mee te zingen. De komst van de bevrijding van alle armen en onderdrukten in de hele wereld. Voor gewone eenvoudige mensen is dat toch wel wat erg veel om zomaar aan te beginnen. Maar daar heeft het kerstverhaal een prachtig antwoord op. In de tussentijd moeten we oppassen dat slimme leiders er niet met onze schijnbare onmacht vandoor gaan. Micha roept ons op naar de Berg van de Heer te gaan om ons te laten onderrichten. Op het internet kunnen we elke dag een stukje uit dat verhaal van Israël en het verhaal van Jezus van Nazareth lezen om iets te leren over hoe de wereld in elkaar zit en hoe het beter zou kunnen. Ook een dagboek om elke dag terug te keren naar de bron, het uitgangspunt, waaruit je leeft kan helpen. We weten dat de Wet van Liefde en Recht daarbij richting kan geven aan de weg die wij gaan. Het is een Wet die uiteindelijk bedoeld is je op weg te zetten. Misstappen moeten daarbij voortdurend aan de kaak worden gesteld om de rechte koers te behouden. Misstappen van de leiders van de wereld, van ons land, maar ook misstappen van organisaties en individuen die ons leven beïnvloeden en die onze zorg gestalte zouden moeten geven. Zo staan werkers in de jeugdzorg eindelijk eens ter discussie. Ze jammeren wel wat over grote werkdruk en het moeilijke van hun werk, maar er is geen geval bekend waarin ze nee zeiden omdat ze vol zaten of waarin ze hun handen af trokken van een te moeilijk geval. Er zijn te veel gevallen bekend waarin ze met oogkleppen op doorgingen op een verkeerde weg, met rampen als gevolg. Advocaten, huisartsen, algemeen maatschappelijk werkers, pleegouders en ouders kunnen vaak over die misstappen meepraten maar moeten te vaak ook hun mond houden om de privacy van slachtoffers te respecteren. Het is te hopen dat van een openbare rechtspraak en van openbare strafrechterlijke onderzoeken geleerd kan worden. Zodat de zorg voor de zwaksten in onze samenleving, de kinderen, meer gaat vanuit liefde dan vanuit de bureaucratie. We zullen stem moeten blijven geven aan de ontrechten tot het recht is verkregen, dat kan ook vandaag weer.

Een nacht zonder visioenen

zondag, 12 december, 2010

Micha 3:5-12

Dat krijg je er van als je wel over vrede praat maar oorlog maakt met hen die niet doen wat je zegt, dan gaat het op een nacht zonder visioenen lijken. Dat heb je met leiders van de samenleving die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen, zolang ze de populariteit van het volk er mee kunnen winnen. De zalvende woorden van leiders die goed klinken maar nooit in overeenstemming met hun daden zijn. Waar kennen we dat tegenwoordig nog van. Amerika die Irak binnenvalt, een kwalijke dictator verjaagt, maar dan vervolgens niet weet wat ze met dat land willen. Geen visioen hebben over een rechtvaardige samenleving. Een Amerika dat het eigen bedrijfsleven, beveiligers en het bedrijf van de vice-president bijvoorbeeld, de vrije hand geeft en dan denkt dat de welvaart vanzelf zal zorgen voor een rechtvaardige samenleving. Voor Micha is het duidelijk, als je zo praat, zelfs over het volgen van de Wet van de Woestijn, dan zal ook die Wet van je worden afgenomen. Dan kan het hart van de samenleving waarin die Wet zou moeten regeren net zo goed worden omgeploegd. Dan gaat het om het recht van de sterkste en niet meer om het recht van de arme. Dan worden de goden van Winst en Profijt gevolgd en niet meer de God van Recht en Vrede, niet meer de Wet van de Liefde. Uiteindelijk verandert de dag dan in duisternis, dan wordt die glorieuze overwinning een nachtmerrie, een kwade droom die onschuldige levens kost. Dan staan die zoet klinkende politici met de mond vol tanden. Dan helpt ook een fraai gebed op de trappen van het Capitool in Washington niet meer. De waarschuwing geldt misschien ook voor onze samenleving. Ook wij hebben politici die voortdurend het tegendeel zeggen van hetgeen ze doen. De politici van het CDA bijvoorbeeld. Het CDA geeft in ons parlement voortdurend de indruk wel te praten over de Heer die ze willen dienen maar ondertussen de rijken te willen beschermen en het samen met anderen leven te willen afwijzen. Zeker de armen in de wereld, vooral de armen in ons eigen land, lijken niet op het CDA te kunnen rekenen. Het goddeloze beleid van CDA en VVD heeft eigenlijk geen meerderheid maar het CDA is nog sterk genoeg om de onrechtvaardige inkomensverhoudingen te handhaven. Het goedkope wonen van de rijken, die een veel kleiner deel van hun inkomen aan wonen besteden, wordt beschermd door de afwijzing van elke vorm van matiging in de hypotheekrenteaftrek. Een kritisch gewetensonderzoek naar de vraag hoe we in politieke steun aan de oorlog in Irak verzeild raakten wordt afgewezen. De onrechtvaardige tolmuren rond Europa die de armsten in de wereld arm houden worden beschermd. Juist het CDA verlangt van de arme landen toegang voor de landbouwoverschotten uit het rijke westen. De zelfverrijkers uit de top van het bedrijfsleven worden dankzij de bescherming van het CDA buiten schot gelaten. Micha laat ons al zien waar we naar moeten kijken. Van Jezus van Nazareth zouden we geleerd moeten hebben er ook wat aan te doen, elke dag, ook vandaag weer.