Selecteer een pagina

Psalm 8

1 Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Een psalm van David. 2 HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde. U die aan de hemel uw luister toont- 3 met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken. 4 Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, 5 wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet? 6 U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, 8 hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd: 8 schapen, geiten, al het vee, en ook de dieren van het veld, 9 de vogels aan de hemel, de vissen in de zee en alles wat trekt over de wegen der zeeën. 10 HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.(NBV)

In veel kerken wordt ieder jaar op de eerste zondag na Pinksteren een feest gevierd dat een moeilijk theologisch thema heeft. In het Latijn heet het Zondag Trinitatis en het gaat over de drie-eenheid waarin veel christenen geloven. De God van Abraham, Izaäk en Jacob, Jezus van Nazareth en de Heilige Geest die op het Pinksterfeest werd uitgestort zijn één en dezelfde God. Er was immers volgens het verhaal van Israel en volgens het verhaal van Jezus van Nazareth maar één God. Ja die God wilde zelfs geen andere goden naast zich hebben. Het kerkelijke leerstuk van de drie-eenheid is een van de meest ingewikkelde. Want hoe breng je iets onder woorden wat je wel vermoed, maar dat helemaal niet kan. Er is maar één God of er zijn er drie. God is toch geen mens, en God is zeker niet de geest die ons mensen drijft.

Gelukkig hoeven gelovigen in het dagelijks leven niet zo veel met de theorie, het gaat immers om de praktijk. En daar begrijpen we ineens veel meer van die drie-eenheid. In het verhaal van Israel heette het dat mensen geschapen waren naar het beeld van God, bijna een god gemaakt heet het in de psalm die we vandaag zingen. Die God had mensen onvoorwaardelijk lief en wilde het steeds opnieuw met die mensen wagen, steeds weer met die mensen op weg gaan. Je lijkt dus het meest op God als je inderdaad je naaste liefhebt als jezelf. Jezus van Nazareth deed dat tot aan het kruis toe. Hij bleef van de mensen houden wat hem ook overkwam. Hij noemde zich de zoon des mensen maar hij leefde als de zoon van God, zo leek hij op die God van Liefde. Zelf zei hij daarover volgens het verhaal dat mensen die het niet zo snapten maar naar hem moesten kijken want zoals hij het deed moest het vast bedoeld zijn.

En daar komt die Geest ook van pas, want pas in de geest van Jezus, zoals hij het deed dus, kun je echt onvoorwaardelijk en onbaatzuchtig van de armsten in de wereld gaan houden, alles wat je hebt delen met hen die het nodig hebben. Wie hen bevrijdt van de armoede zal de armen een zorg zijn, als het maar gebeurt. Wij gewone gelovigen weten dat we, zonder dat verhaal over die God en zonder de ervaring dat die God in dat verhaal altijd weer met je meegaat, nooit aan de liefde voor de naaste zouden zijn begonnen. Het is dus die God die redt. En in die ervaring vallen God, Jezus van Nazareth en de Heilige Geest samen. Ze vallen samen in de Liefde voor de mensen, niet in een theorie dus maar in de praktijk van alle dag. In het voeden van hongerigen, het kleden van de naakten, het bezoeken van de gevangenen, het verzorgen van de zieken, in het brengen van recht en gerechtigheid. In dan is die God inderdaad de machtigste op de hele aarde, die kracht wil Hij delen met alle mensen, van elke tong en taal heet het dan. Elke dag opnieuw, ook dit nieuwe jaar. Veel heil en zegen dus toegewenst.