Selecteer een pagina

Jesaja 41:1-7

1 Zwijg en hoor Mij aan, eilanden. Laten de volken nieuwe krachten opdoen, laten ze naderbij komen, laten ze spreken. Laten we samen een rechtsgeding voeren. 2 Wie liet in het oosten een bevrijder opstaan, wie heeft hem in dienst genomen? Wie levert volken aan hem uit en onderwerpt koningen aan hem? Zijn zwaard maakt hen tot stof, zijn boog laat hen als kaf verwaaien; 3 hij achtervolgt hen en trekt ongehinderd verder, zijn voeten raken nauwelijks de grond. 4 Wie heeft dat tot stand gebracht? Wie roept de generaties vanaf het begin? Ik, de HEER, Ik was de eerste en ook bij de laatsten zal Ik zijn. 5 De eilanden zien het met angst en beven, de einden der aarde komen sidderend naderbij. 6 De mensen schieten elkaar te hulp, de een zegt tegen de ander: ‘Houd moed!’ 7 De beeldsnijder spoort de goudsmid aan, hij die met de hamer plet, prijst hem die op het aambeeld slaat. Hij bekijkt het soldeersel, zegt: ‘Het is goed,’ en zet het beeld met spijkers vast, zodat het niet omvalt. (NBV21)

Wie de geschiedenis kent schrikt bijna van de overmoed die de profeet hier God in de mond legt. Net bevrijd van de ballingschap door Cyrus van Perzië, een werktuig in Gods hand volgens de profeet, en nu komen de eilanden aan de beurt. Welke eilanden? Niet direct de grote eilanden in de Middellandse zee, die kunnen nauwelijks een bedreiging vormen, maar wel de Griekse eilanden en Griekenland zelf. Zij zullen op den duur inderdaad Israël bezetten en dat zal grote wonden in Israël slaan. Maar de profeet heeft een andere bedoeling met deze tekst dan bij voorbaat een grote mond op te zetten tegen toekomstige tegenstanders. Voor de profeet zijn er geen andere krachten in de wereld dan de God van Israël. Als de Grieken zo sterk worden dat zij ook Israël zullen bezetten dan komt dat door de kracht van de God van Israël, dan zullen zij daarvoor de God van Israël dankbaar moeten zijn. Zijn ze dat niet dan zullen ze op hun beurt verdreven worden door weer een andere macht.

Jesaja schrijft er bij hoe het volk een dergelijke bezetter kan weerstaan. De mensen schieten elkaar te hulp. Er is niemand die zich beter vindt dan een ander. Integendeel de beeldsnijder en de goudsmid bewonderen elkaar, de ijzersmid kijkt naar de kwaliteit van het werk van de anderen en vindt het goed. Zo kan een beeld gemaakt worden. Zo’n beeld is geen god, maar zo’n beeld kan alleen maar zo mooi worden omdat mensen bereid waren met elkaar samen te werken, elkaar te vertrouwen, bewondering te hebben voor de uiteenlopende vermogens die mensen hebben. Dat is een voorbeeld dat een heel volk kan volgen. Zo beelden maken is de grootheid van de God van Israël verkondigen. Dat kan geen bezetter, dat kan geen vijand ongedaan maken en overwinnen. Wil een bezetter een dergelijk volk in haar macht krijgen dan zal ze op dezelfde manier met de mensen moeten omgaan, dan volgt ze dus de onderwijzingen, de richtlijnen voor de menselijke samenleving, zoals de God van Israël die gegeven heeft.

Het gedeelte dat we vandaag uit het boek van Jesaja hebben gelezen zegt ons dus dat we geen angst hoeven te hebben voor andere machten, voor andere machthebbers, voor andere godsdiensten, voor fanatici, als we maar de richtlijnen van de God van Israël volgen. Bij de richtlijnen hoort ook het Gij zult niet doden, bij die richtlijnen hoort de vertaling die Jezus van Nazareth daaraan gaf: Heb uw vijanden lief. Te vaak omhelzen Christenen nog de roep om geweld tegen mensen die Christenen vervolgen, te vaak kiezen ze dezelfde middelen als onder de Heidense volken gewoon is, gewoon was door de eeuwen heen. Nieuwe wegen van samen maaltijd houden worden als soft en onbruikbaar afgewezen. Maar Jezus van Nazareth heeft met zijn lijden en sterven duidelijk gemaakt dat als de dood niet meer afschrikt de liefde door gaat. Pas als je je tegen dood en geweld gaat verzetten door dood en geweld te gebruiken blijf je dat ook over jezelf afroepen. Weer op weg van  de geboorte van een bevrijder, van mensen op het veld, op de akker van David de vredevorst, mogen we blijven zoeken naar geweldloos verzet tegen onrecht en onderdrukking. Dan kan er een wereld komen waar de vrede heerst. We kunnen er vandaag nog mee beginnen.