Selecteer een pagina

Jesaja 54:1-5

1 Jubel, onvruchtbare vrouw, jij die nooit een kind hebt gebaard; breek uit in gejuich en gejubel, jij die geen weeën hebt gekend. Want-zegt de HEER -,de kinderen van deze verstoten vrouw zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde. 2 Vergroot de plaats voor je tent, span het tentdoek wijder uit, zonder enige terughoudendheid. Verleng de touwen, zet de tentpinnen vast. 3 Naar alle kanten zul je je uitbreiden, je nageslacht zal de vreemde volken verdrijven en de verlaten steden bevolken. 4 Wees niet bang: je zult niet worden beschaamd; wees niet bedrukt: je zult niet worden vernederd. Je zult de schande van je jeugd vergeten, je de smaad van je weduwschap niet meer herinneren. 5 Want je maker neemt je tot vrouw, HEER van de hemelse machten is zijn naam. De Heilige van Israël zal je bevrijder zijn, men noemt hem God van de hele aarde. (NBV)

We lezen vandaag uit het boek van de profeet Jesaja over Jeruzalem. In dat boek van de profeet Jesaja wordt wel vaker gesproken over de relatie tussen Jeruzalem en de God van Israël als over de relatie tussen een vrouw en haar bruidegom. Het zou een relatie moeten zijn van liefde die leidt tot vruchtbaarheid. Het wordt niet uitgesproken maar het zaad dat de vruchtbaarheid voortbrengt is dan  de Liefde, de grondslag van de verhouding tussen God en de mensen en het “hebt Uw naaste lief als Uzelf” de grondslag van de verhouding tussen mensen. Maar die bruid was ontrouw geworden aan haar bruidegom. De vruchtbaarheid was elders gezocht, bij de vruchtbaarheidsgoden van Kanaän, Baäl en Moloch. De beelden van Baäl waren zelfs doorgedrongen tot in de Tempel van de God van Israël. Dat had tot gevolg gehad dat de God van Israël de band met zijn bruid had verbroken en het volk in ballingschap was weggevoerd. De stad was verlaten, de tempel verwoest. Maar het volk had zich tijdens die ballingschap gerealiseerd wat voor God die God van Israël eigenlijk was. Die was zelfs meegetrokken met de ballingen. Zelfs in dat vreemde, vijandige land ging de grondslag van de Liefde voor de verhouding tussen mensen en de God van Israël en tussen mensen onderling op.

Daar konden zwakke mensen het volk zelfs redden, daar konden dienaren van de God van Israël het tot hoge posities brengen. Je kunt er in de Bijbel over lezen in de boeken van Esther en Daniël. Men had in de ballingschap de oude verhalen, de oude wetboeken, de oude kronieken en boeken van profeten meegenomen en bestudeerd. Fouten waren er uitgehaald, wat niet opgeschreven stond werd opgeschreven, wat men niet uit het hoofd kon reciteren werd uit het hoofd geleerd. Zo was er een begin gemaakt met het ontstaan van de Hebreeuwse Bijbel. Veel later, na de val van Jeruzalem in het jaar 70, zouden rabbijnen bij elkaar komen en definitief vaststellen wat er ook weer tot die Hebreeuwse Bijbel behoorde. Daar doen wij het nog steeds mee. Daar mogen wij het ook mee doen omdat die God van Israël de God van de hele aarde genoemd wordt. Ook al lijkt die God afwezig. Ook al lijkt het of die God mensen in de steek heeft gelaten, de Liefde is nog steeds de grondslag voor de verhouding tussen God en mensen en tussen mensen onderling. Het heb Uw naaste lief als Uzelf kan altijd in de praktijk worden gebracht. Als je zo met elkaar omgaat dan zijn zelfs de donkerste tijden met elkaar uit te houden. Dan is zelfs de dood geen reden meer om niet op te komen voor recht en gerechtigheid.

Om het gedeelte van vandaag echt te snappen moeten we ook beseffen dat er vanouds sprake is in de Bijbel van twee Tempels. Een Tempel in de hemel en een Tempel op aarde, in Jeruzalem op de berg Sion. Van die Tempel zou de liefde voor alle mensen moeten uitgaan. Aan de maaltijden die gelovigen hielden met hun familie, de rechters, de knechten en de meiden, de slaven en slavinnen, de armen en de vreemdelingen zou de grondslag voor de menselijke samenleving voortdurend te zien zijn. In de Hemelse Tempel zou de God van Israël niet als beeld dat gevoed moet worden wonen maar als Levende God de Liefde voor de mensen gestalte geven. Visioenen als die van Daniël maar ook die van Jesaja beschrijven die Hemelse Tempel. Het volk wordt dan opgeroepen de Tempel in Jeruzalem in overeenstemming te brengen met de beschrijving, met het idee, van de Hemelse Tempel. In het Nieuwe Testament vind je dat ook in de brieven van Paulus terug, ook de uitspraak die aan Jezus wordt toegeschreven dat hij in drie dagen de Tempel zou kunnen opbouwen gaat over die Hemelse Tempel en als de brief van Petrus schrijft dat we een volk van Priesters zijn gaat dat ook over het bouwen van een samenleving die rust op de grondslag van de Liefde, het fundament van de Tempel. We leren vandaag van Jesaja dat de Liefde oneindig vruchtbaar is, pas leven vanuit de Liefde levert wat op, dan krijgt het goede de overhand op het kwade, en wie wil dat niet. Daarom wordt vandaag geroepen om te gaan bouwen, bouw toch die Hemelse Tempel en maak de aarde tot een hemelse woonplaats voor alle mensen. Elke dag mogen we daaraan werken, ook vandaag.