Selecteer een pagina

Exodus 25:31-40

31 Maak een lampenstandaard van zuiver goud. De voet, de schacht, de kelken, knoppen en bloemen moeten uit één stuk worden gedreven. 32 De schacht moet zes zijarmen hebben: drie aan de ene kant en drie aan de andere kant. 33  Deze armen moeten versierd worden met amandelbloesem; breng op elke arm drie kelken aan met een knop en bloemblaadjes, telkens op dezelfde manier. 34 Ook de schacht moet versierd worden met amandelbloesem: vier kelken, elk met een knop en bloemblaadjes. 35 Waar de armen uit de schacht komen, moeten eveneens knoppen worden aangebracht: één onder het eerste paar armen, één onder het tweede paar en één onder het derde paar. 36 De hele standaard, met de zes armen en de knoppen, moet uit één stuk zuiver goud gedreven worden. 37 Maak er zeven lampen voor en zet die er zo op dat het licht naar voren valt. 38 De snuiters en bakjes moeten ook van zuiver goud zijn. 39 Gebruik voor de lampenstandaard en voor de bijbehorende voorwerpen een talent zuiver goud. 40 Houd je bij het maken ervan aan het ontwerp dat je hier op de berg getoond is. (NBV)

Elke dag is er licht. Dat licht is geen godheid op zich. veel volken aanbaden de zon of de maan. Die moesten dan gesmeekt worden om na de nacht weer terug te komen. Het volk Israël geloofde dat hun God die zon en die maan had gemaakt en aan de hemel had gehangen. Die zon en die maan bleven daar. Ook de scheiding tussen licht en donker, tussen dag en nacht was door die God aangebracht. Je hoeft dat dus niet te aanbidden, je hoeft er dus ook niet bang voor te zijn. Het verhaal over het licht wordt nog eens verteld in de Tent der Ontmoeting. Eén kandelaar heeft de God koning van Israël nodig. Maar die ene kandelaar geeft voor de zeven dagen van de week licht.

De ene kandelaar die in de Tabernakel staat heeft vier knoppen in de vorm van amandelknoppen. Niet zo vreemd want de eerste bloem die bloeit in het voorjaar is de amandelboom. Die boom neemt dus een aparte plaats in. Op de eerste knoop wordt een licht geplaatst. Op de drie knopen daaronder steeds twee armen, links en rechts. Zo zou je de hele aarde kunnen verlichten maar dat is niet de bedoeling. We hebben immers een scheiding tussen licht en donker. Daarom moeten de olielampen op de kandelaar en de armen zo gericht zijn dat het licht naar één kant valt. Daarmee heeft de kandelaar een lichte en een donkere kant, zoals elke dag dat heeft. Als je nu zegt dat er een licht is voor elke dag dan steekt de zevende daar boven uit, dat is de kandelaar, de andere dagen zijn de armen.

Hoe die eerste kandelaar uit de Tabernakel er uiteindelijk heeft uitgezien weten we niet. Hoe hoog, hoe wijdt en of er een lampvoet onder zat het is ons onbekend. We weten wel dat het uiterlijk van de kandelaar in de loop van de eeuwen een ontwikkeling heeft doorgemaakt. De profeet Zacharia geeft een beschrijving die toch niet helemaal overeenkomt met de beschrijving die we hier lezen. Toen de Romeinen de oorlog met Israël hadden gewonnen en de Tempel verwoest was richtte keizer Titus een triomfboog op in Rome waarop een zevenarmige kandelaar staat. Maar ook die lijkt niet helemaal niet op die uit Genesis. Tegenwoordig zie je veel zevenarmige koperen kandelaars waarin kaarsen worden gezet. Ook die zijn dus anders. Maar die mogen ons doen herinneren dat God voor iedereen het licht laat schijnen en dat wij het bestaan van iedereen, vooral de armen en de minsten mogen verlichten. Elke dag opnieuw.