Selecteer een pagina

Ezechiël 40:17-37

17 Toen bracht de man me naar de buitenhof. Daaromheen liep een strook plaveisel waaraan dertig zijhallen lagen. 18 Dit was de lage geplaveide omloop. Hij lag naast de poortgebouwen, en was net zo breed als de poortgebouwen diep waren. 19 De man mat de afstand vanaf de benedenpoort tot aan de buitenkant van de binnenhof, en die bedroeg 100 el, zowel naar het oosten als naar het noorden. 20 Ook van de noordelijke poort van de buitenhof mat hij de lengte en de breedte. 21 Net als de eerste poort had deze poort drie wachtvertrekken aan weerskanten, muurpijlers en een voorhal, en was hij 50 el lang en 25 el breed. 22 Ook de vensters, de voorhal en de palmetten hadden dezelfde maten als die van de oostpoort. Zeven treden leidden ernaartoe, en daartegenover bevond zich de voorhal. 23 Tegenover de noordelijke poort was er een poort naar de binnenhof, net als tegenover de oostelijke poort. Hij mat de afstand van poort tot poort, en die 100 el. 24 Toen nam de man me mee naar de zuidkant. Ook daar was een poort, op het zuiden. Hij mat de muurpijlers en de voorhal; de poort had dezelfde afmetingen als de andere poorten. 25 De poort had net zulke vensters rondom en in de voorhal als de andere poorten. Hij was 50 el lang en 25 el breed. 26 Zeven treden leidden ernaartoe, en daartegenover bevond zich de voorhal. Op de muurpijlers aan weerskanten waren palmetten aangebracht. 27 Er was ook een zuidpoort naar de binnenhof. Hij mat de afstand tussen de poorten aan de zuidkant, en die bedroeg 100 el.28 Door de zuidpoort bracht de man me naar de binnenhof. Hij mat de poort en die had dezelfde afmetingen als de andere poorten. 29 Ook de wachtvertrekken, de muurpijlers en de voorhal hadden dezelfde afmetingen. Er waren vensters rondom en in de voorhal. De poort was 50 el lang en 25 el breed. 30 Er waren voorhallen rondom, 25 el lang en 5 el breed. 31 De voorhal was aan de kant van de buitenhof, en op de muurpijlers waren palmetten aangebracht. Acht treden leidden ernaartoe. 32 De man bracht me naar de oostkant van de binnenhof. Hij mat de poort en die had dezelfde afmetingen als de andere poorten. 33 Ook de wachtvertrekken, de muurpijlers en de voorhal hadden dezelfde afmetingen. Er waren vensters rondom en in de voorhal. De poort was 50 el lang en 25 el breed. 34 De voorhal was aan de kant van de buitenhof, en op de muurpijlers aan weerskanten waren palmetten aangebracht. Acht treden leidden ernaartoe. 35 Toen bracht de man me naar de noordpoort en mat die op. Hij had dezelfde afmetingen als de andere poorten.
36 Ook waren er wachtvertrekken, muurpijlers, een voorhal en vensters rondom. De poort was 50 el lang en 25 el breed. 37 Er waren ook muurpijlers aan de kant van de buitenhof, en op die muurpijlers waren aan weerskanten palmetten aangebracht. Acht treden leidden ernaartoe. (NBV)

Dat was een forse wandeling die Ezechiël moest afleggen. De Tempel blijkt fors en robuust te zijn. De poortgebouwen die hier beschreven worden lijken veel op de vestigingen zoals die onder meer door Salomo waren gebouwd. Door de poortgebouwen heen komt Ezechiël op de voorhof van de Tempel. Rond de voorhof zijn een tal van gebouwen en kamers. Sommigen worden speciaal genoemd, bijvoorbeeld de kamers voor de schrijndragende priesters. De voorhof zelf is met kostbare tegels geplaveid. Over de voorhof loopt Ezechiël van de Noordpoort naar de Oostpoort. Net als bij de Zuidpoort die hierna komt is er een trap met 7 treden die naar het poortgebouw voert. De Zuidpoort kent dezelfde indeling als de Noordpoort en de Oostpoort. De indruk van de Tempel wordt steeds forse

Over het plein van de voorhof komt Ezechiël in de binnenste voorhof. Ook hier zijn weer drie poorten, die erg lijken op de drie poorten in de buitenring van het Tempelcomplex. Deze poortgebouwen hebben we vensters, bij de eerste poorten werden die niet genoemd. In het midden van het plein dat door de drie binnenste poortgebouwen werd begrensd lag een groot altaar. Opvallend waren de kapitelen die overal als versiering waren aangebracht. In het gedeelte dat we vandaag lezen ontrolt zich het beeld van een Tempel die bijna onneembaar lijkt. Een vierkante ringmuur waarin drie poortgebouwen. Dan een eerste voorhof die uitzien op nog eens drie poortgebouwen. Dan pas een altaar. Alles mooi versierd en symetrisch opgebouwd. Voor hen die al die maten hoorden en de beschrijving van de Tempel moet dit diepe indruk hebben gemaakt.

Hoe kan een dergelijke Tempel door een vijand verwoest zijn? Hoe veel inspanning zal het kosten om een dergelijke Tempel weer op te bouwen. En dan zijn we nog steeds niet toe aan het verblijf voor God, of voor de Ark van het verbond. Een volk in ballingschap die dit visioen hoort zal gesidderd hebben. Ezechiël mag dan de profeet van de hoop zijn, hoop op een terugkeer naar het land dat God hen geschonken had, hoop op de wederopbouw van Jeruzalem en de Tempel, Ezechiël schetst niet een gemakkelijke feestelijke intocht waarin alles al klaar is en geregeld is. Niks van volg de God van Israël en je zorgen zijn verdwenen. Nee, als je de God van Israël volgt dan begint het pas. Dan mag je een samenleving opbouwen volgens de richtlijnen die in die Tempel worden bewaard. Voor Christenen is dit net als met het geloof in Jezus van Nazareth. Dan zijn je problemen niet over, dan begint het pas, dan wordt je je bewust dat de wereld waarin je leeft geen vrede kent, dat er honger is, dorst, dat er mensen zijn zonder kleding, zonder gezondheidszorg. Onze problemen zullen pas worden opgelost als we daar wat aan hebben gedaan. Vandaag dus maar beginnen.