Selecteer een pagina

Daniël 3:13-23

13 Nebukadnessar barstte in woede uit en beval Sadrach, Mesach en Abednego bij hem te brengen. Toen de mannen voor de koning waren geleid, 14 voer Nebukadnessar uit: ‘Is het waar, Sadrach, Mesach en Abednego, dat jullie mijn goden niet vereren en niet willen neerknielen voor het gouden beeld dat ik heb opgericht? 15 Luister goed, als jullie je bereid tonen om, zodra je de muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, citer, dubbelfluit en andere instrumenten hoort, op je knieën te vallen en in aanbidding te buigen voor het beeld dat ik gemaakt Heb…maar weigeren jullie te buigen, dan worden jullie onmiddellijk in een brandende oven gegooid. En welke god zal jullie dan uit mijn handen kunnen redden?’ 16 Sadrach, Mesach en Abednego zeiden hierop tegen de koning: ‘Wij vinden het niet nodig, Nebukadnessar, uw vraag te beantwoorden,17 want als de God die wij vereren ons uit een brandende oven en uit uw handen kan redden, zal hij ons redden. 18 Maar ook al redt hij ons niet, majesteit, weet dan dat wij uw goden niet zullen vereren, noch zullen buigen voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.’ 19 Nebukadnessar werd razend, en met een van woede vertrokken gezicht keek hij Sadrach, Mesach en Abednego aan. Hij gaf opdracht de oven zevenmaal heter op te stoken dan men gewoonlijk deed. 20 En hij beval enkele van de sterkste mannen uit zijn leger om Sadrach, Mesach en Abednego te knevelen en in de brandende oven te gooien. 21 De mannen werden gekneveld en met kleren en al, met jassen, broeken en mutsen, in de brandende oven gegooid. 22 Omdat het bevel van de koning strikt was opgevolgd en de oven uitzonderlijk heet was gestookt, werden de mannen die Sadrach, Mesach en Abednego naar boven brachten door de uitslaande vlammen gedood. 23 De drie, Sadrach, Mesach en Abednego, vielen gekneveld in de laaiende oven. (NBV)

Spannende verhalen uit het boek Daniël. Was in het vorige verhaal Daniël de droomuitlegger die wees op de God van Israël als mogelijke redder van de Koning en zijn rijk in dit verhaal staan de drie vrienden van Daniël centraal. De Koning heeft kennelijk weinig van de les geleerd die Daniël hem had voorgehouden. In plaats van zijn onderdanen op te roepen de God van Israël te gaan aanbidden riep hij alle bestuurders en invloedrijke personen bij elkaar om een door hem gemaakt gouden beeld te aanbidden. Die deden dat op feestelijke wijze. Toen de muziek klonk vielen ze allemaal op hun knieën om de Koning te aanbidden . Allemaal behalve de drie vrienden van Daniël. Nu had Daniël een wedstrijdje droomuitleggen gewonnen van de Chaldeën. Daarmee had hij ook hun leven gered maar de concurrentie maakt velen blind.

De Koning werd dan ook woest toen juist die Chaldeeën hem influisterden dan die drie hoge beambten uit Juda, de bestuurders van de hoofdstad Babel zelf, weigerden te knielen voor het gouden beeld. Ze gingen liever het Koninklijke vuur in dan te knielen voor het gouden beeld van de Koning. Een houding die ook wij moeten aannemen? Het is uit dit verhaal duidelijk dat de drie zelf niet zoeken martelaar te worden, Daniël is volgens sommige geleerden kennelijk zelfs al het land uitgegaan om vervolging te voorkomen. In elk geval wordt de macht van de koning gezet tegenover de macht van de God van Israël. Zelfs als je niks van die God merkt zeggen de drie mannen dan nog laten wij die God niet in de steek.

Wat leren wij van die drie vrienden en hun koppigheid? Ook wij moeten zeggen wat we te zeggen hebben. Ook al zijn er groepen die de vrijheid van meningsuiting willen inperken en niet meer willen hebben dat we ook onze moslim broeders en zusters als broeders en zusters benaderen. Die niet willen horen dat de God van Israël ons opdraagt maaltijd te houden met de vreemdelingen die in ons midden zijn. Juist in deze dagen zullen gelovigen moeten spreken en handelen, opdat het verhaal niet verloren gaat. Wij zijn niet in ballingschap, wij worden nog niet gedwongen iets anders te geloven en een andere naam aan te nemen. Maar willen we dat voorkomen zullen we elke dag weer opnieuw aan dat komende Koninkrijk van God moeten werken, ook vandaag weer. Als troost moeten we maar bedenken dat zij die ons in het vuur willen gooien daar zelf door verbrand worden.