Selecteer een pagina

Ezechiël 42:1-12

1 Toen nam de man me mee naar het noordelijke deel van de buitenhof en bracht me naar de zijhallen bij het achtergebouw, aan de noordkant van het plein. 2 Ze hadden een lengte van 100 el, met een breedte van 50 el en met de ingang op het noorden. 3 Galerijen in drie verdiepingen lagen langs de 20 el brede binnenhof en langs de geplaveide omloop van de buitenhof. 4 Voor de zijhallen was een gang van 10 el breed; naar het binnenste was een doorgang van 1 el, en de toegangen waren op het noorden. 5 De bovenste zijhallen waren kleiner, want de galerijen namen daar meer ruimte in beslag dan bij de onderste en de middelste hallen van het gebouw. 6 Ze vormden drie verdiepingen en hadden in tegenstelling tot de voorhoven geen zuilen; daarom waren de bovenste kleiner dan de onderste en de middelste. 7 In de richting van de buitenhof liep langs de zijhallen een muur; hij was 50 el lang. 8 De lengte van de zijhallen aan de kant van de buitenhof was 50 el, en tegenover de grote zaal was dat 100 el. 9 Onder deze zijhallen was op het oosten een ingang voor wie er vanuit de buitenhof naar binnen wilde. 10 Over de breedte van de muur van de hof naar het oosten, bij het plein en bij het achtergebouw waren ook zijhallen 11 met een pad erlangs. Ze zagen er net zo uit als de zijhallen op het noorden, net zo lang en net zo breed, met dezelfde uitgangen, inrichting en toegangen. 12 Ook de zijhallen op het zuiden hadden zulke ingangen. Voor wie binnen wilde gaan, lagen alle ingangen aan het begin van het pad dat langs de beschermmuur naar het oosten liep. (NBV)

We lezen verder over het visioen dat de profeet Ezechiël had over een nieuwe Tempel die zou komen als de ballingschap voorbij zou zijn. Een robuuste Tempel, met een voorhof, een binnenhof, poorten als vestingpoorten, gebouwen voor priesters om zich op hun dienst voor te bereiden, kamers om de offerdieren te slachten. En natuurlijk de eigenlijke Tempel met het Heilige en het allerheiligste. Maar Priesters waren dag en nacht nodig. En daarvoor lag aan de noordzijde nog een gebouw van drie verdiepingen hoog. Ook dat gebouw wordt aan Ezechiël nauwkeurig beschreven. Het gebouw kent geen pilaren de verdiepingen waren daarom niet even groot maar sprongen in, het leken op afstand of ze trappen vormden. In dit gebouw waren kamers. We kennen de maten die in het verhaal van Ezechiël worden genoemd niet precies maar deskundigen schatten de kamers ongeveer op 4 bij 4. Er staat in elk geval dat er vierkante kamers zijn en als je de maten optelt kom je inderdaad op een dergelijke constructie uit.

Ook hier vormen de muren een robuust geheel. Als je dit gebouw met militaire macht zou willen veroveren dan is dat niet gemakkelijk. Rond het hele Tempelcomplex liep een muur, de buitenmuur met de poorten en de poortgebouwen. Als je daardoor binnenkwam dan kwam je eerste in de buitenste voorhof. Het Priestergebouw waar we vandaag over lezen grensde aan de buitenste voorhof. Er was dan ook een ingang waardoor de Priesters van de buitenste voorhof direct naar het Priestergebouw konden gaan, zonder dus de binnenste voorhof te hoeven betreden. Als we de beschrijving van de Tempel uit dit visioen lezen dan krijg je bijna de indruk dat het een doolhof is van deuren, poorten, pleinen en gebouwen. Maar dat is niet zo. De Tempel van de God van Israël is gebouwd volgens een vast plan waarin niemand kan verdwalen.

Alle ingangen van het Priestergebouw liggen aan één pad. Als je dat pad inslaat kun je kiezen uit de ingang die je wil nemen maar je kunt er niet mee verdwalen. Het is en blijft een visioen. Het verhaal is bestemd voor ballingen die dagelijks geconfronteerd worden met de prachtige Tempels van Babel. Sommige hadden zelfs hangende tuinen. Wat konden de arme en zwakke ballingen verwachten van een God die volgens hun omgeving was verslagen, die geen macht meer had. Ezechiël vertelde ze dat ze een robuuste Tempel konden verwachten, fraai versierd en met duidelijke functies. Geen stiekume achterkamertjes maar helderheid en openheid. En ook wij mogen dat van God verwachten. Het nieuwe Testament maakt ons Christenen duidelijk dat die God van Israël inderdaad geen geheime rituelen nodig heeft maar dat iedereen getuige mag zijn van zijn liefde en macht.