Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Iedereen deed wat goed was in eigen ogen

Rechters 21:1-25

1 De Israëlieten hadden in Mispa gezworen dat niemand van hen zijn dochter aan een Benjaminiet tot vrouw zou geven. 2 Nadat ze met Benjamin hadden afgerekend, kwamen de Israëlieten opnieuw in Betel bij elkaar. Tot de avond viel zaten ze daar op de grond en klaagden ten overstaan van God met groot misbaar hun leed. 3 ‘HEER, God van Israël, ‘vroegen ze, ‘hoe heeft het zover met ons kunnen komen dat er nu een van de stammen van Israël ontbreekt?’ 4 De volgende morgen bouwden ze een altaar waarop ze brandoffers en vredeoffers brachten. 5 Daarna vroegen ze: ‘Wie van ons heeft er niet deelgenomen aan de volksvergadering in Mispa?’ De Israëlieten hadden namelijk plechtig gezworen dat ieder die niet naar het heiligdom van de HEER in Mispa was gekomen, ter dood zou worden gebracht. 6 Nu voelden ze zich bezwaard vanwege hun broeders, de Benjaminieten: ‘Een van de stammen van Israël is vandaag verloren gegaan, ‘zeiden ze. 7 ‘Wat kunnen we doen om de overlevenden vrouwen te bezorgen? We hebben immers bij de HEER gezworen dat wij hun onze dochters niet tot vrouw zouden geven.’ 8 Vandaar de vraag wie van hen er niet aan de volksvergadering in Mispa had deelgenomen. Het bleek dat er uit Jabes in Gilead niemand naar het heiligdom van de HEER in Mispa was gekomen: 9 toen de strijders zich meldden, was er niemand uit Jabes bij. 10 Dus stuurden de Israëlieten twaalfduizend van hun beste soldaten naar Jabes, met als opdracht: ‘Dood alle inwoners van Jabes: mannen, vrouwen en kinderen. 11 Let wel, dood alle mannen, maar van de vrouwen alleen degenen die met een man hebben geslapen.’ 12 In Jabes bleken vierhonderd jonge meisjes nog nooit met een man te hebben geslapen. Zij werden overgebracht naar de verzamelplaats in Silo in Kanaän. 13 De volksvergadering van de Israëlieten stuurde een afvaardiging naar de Benjaminieten die zich ophielden in de rotswand van Rimmon, om vrede met hen te sluiten. 14 Daarop keerden de Benjaminieten terug en de Israëlieten gaven hun de vrouwen uit Jabes die ze in leven hadden gelaten. Maar er waren er niet genoeg voor allemaal. 15 De HEER had een bres geslagen in de stammen van Israël, en daarover voelden de Israëlieten zich nu bezwaard. 16 Daarom vroegen de leiders van de volksvergadering: ‘Wat kunnen we doen om de overlevenden van de stam Benjamin vrouwen te bezorgen nu al hun vrouwen zijn gedood? 17 Het grondgebied van Benjamin moet kunnen overgaan op een volgende generatie, want er mag geen enkele stam van Israël verloren gaan. 18 Maar wij kunnen hun onze dochters niet tot vrouw geven, want we hebben onder elkaar een vloek afgeroepen over ieder die een vrouw aan Benjamin geeft.’ 19 Toen dachten ze aan het feest ter ere van de HEER dat elk jaar in Silo werd gevierd (Silo ligt ten noorden van Betel en ten zuiden van Lebona, iets ten oosten van de weg van Betel naar Sichem), 20 en ze raadden de Benjaminieten aan: ‘Ga naar Silo en houd u daar in de wijngaarden verborgen 21 tot u de meisjes uit de stad in reidansen naar buiten ziet komen. Kom dan te voorschijn en roof voor ieder van u een meisje om als vrouw mee te nemen naar uw eigen stamgebied. 22 Wanneer hun vaders of broers zich bij ons komen beklagen, zullen we zeggen: “Wees zo goed hen aan ons af te staan; niet iedereen heeft in de strijd een vrouw kunnen bemachtigen, en tenslotte hebt u hun uw dochters niet vrijwillig tot vrouw gegeven, dus u treft geen schuld.”’ 23 De Benjaminieten deden wat hun was aangeraden. Elk van hen greep een van de dansende meisjes en nam haar als vrouw mee naar zijn eigen stamgebied. Daar teruggekeerd herbouwden ze de steden en gingen er weer wonen. 24 De volksvergadering van de Israëlieten werd ontbonden. Ieder keerde terug naar zijn eigen grondgebied, elk naar zijn eigen stam en zijn eigen familie. 25 In die tijd was er geen koning in Israël; iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was. (NBV)

Met het opschrift dat hierboven staat sluit het boek rechters af. Een bijzondere uitspraak want hoe gaan wij met onze vijanden om? Met mensen die onze regels wel heel erg geschonden hebben. Nou we zorgen er niet voor dat ze behouden blijven. We zorgen er zeker niet voor dat ze weer mee mogen gaan doen. En we verzinnen al helemaal geen trucs zodat ze familie van ons worden. Moet je nagaan. Al die mensen die in Afghanistan zijn omgekomen bij al de oorlogen die daar gevoerd zijn door de Russen, de Irakezen en de Amerikanen. Natuurlijk door hun eigen krijgsheren en de Taliban ook, maar al die vreemde soldaten die daar van de wereldgemeenschap hun gang mochten gaan. Want het is nogal wat, het grootste deel van een broedervolk uitroeien. Ook al zijn het je vijanden, het blijven per slot ook je broeders. De Bijbel legt daar voortdurend de nadruk op. In veel boeken van de profeten komen scheldkanonades voor op de buurvolken van Israël, het zijn broedervolken die zich niet als broeders opstellen maar het volk Israël als willekeurige vijanden behandelen. Ook vandaag de dag mogen we de staat Israël wel oproepen de Palestijnen meer als broeders te behandelen dan als vijanden, misschien dat de Palestijnen dan inzien dat in Israël broeders en zusters wonen met wie ze in vrede moeten samenleven.

In het gedeelte dat we vandaag lezen is het eerste dat opvalt dat er na de overwinning op de stam Benjamin geen feest gevierd wordt maar wordt geweend. Ook voordat er ten strijde werd getrokken was het geween niet van de lucht geweest, maar het was duidelijk dat een verkrachting tot de dood er op volgt nooit en onder geen voorwaarde getolereerd kon worden in het beloofde land dat de God van Israël hen geschonken had. Maar hoe nu de stam Benjamin toch voort te laten bestaan. Allereerst door duidelijk te maken dat niemand ooit onverschillig mag blijven onder een verkrachting. Ook nu komt het voor dat het hulpgeroep van een jonge vrouw gemakkelijk genegeerd wordt door voorbijgangers. Ook nu lees je vol verbazing dat steden het goed vinden dat negentig procent van de raamprostituees daar gedwongen zitten en dus eigenlijk door elke klant verkracht worden. Geen mens mag daar onverschillig onder blijven. Dat hebben we moeten leren van het lot van de mensen van Jabes. Die verloren hun leven aan hun onverschilligheid. Alleen hun ongehuwde dochters mochten aan Benjamin een nieuwe kans geven.

Laat een Reaktie achter