Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Wie het goede gedaan heeft

Johannes 5:24-29

Er wordt in de Bijbel en vooral in het nieuwe Testament, op twee manieren gesproken over “doden”. Meestal gaat het niet over gestorven en begraven mensen maar over mensen die in zo’n onderdrukte situatie zijn dat er niets meer van hun eigen persoonlijkheid over is en dat ze dus net zo goed dood kunnen zijn. Denk daarbij aan slaven, gevangenen, gehandicapten, hongerigen en slachtoffers van geweld. Die komt Jezus van Nazareth in overvloed tegen en daartegen heeft hij de boodschap: “Sta op” en ze staan op. Johannes heeft daarom net hiervoor dat verhaal vertelt van die man die al bijna 40 jaar op een matje lag. “Zo zijn er heel veel mensen” zegt Jezus van Nazareth, “die mij zullen horen en zullen opstaan”. Maar er is nog een andere manier om over de opstanding van doden te spreken. Daarbij gaat het wel degelijk over het opstaan van mensen die dood en begraven zijn. Die manier van spreken is ontstaan in de tijd van de bezetting van Israël door de Grieken. In Rooms-Katholieke Bijbels kom je wel het boek Makkabeeën tegen en dat verhaal weerspiegeld heel goed hoe dat denken over opstaan van doden gegroeid is. In dat verhaal gaat het over mensen die vast hielden aan de wetten van Mozes, ze weigerden varkensvlees te eten. Omwille van dat geloof werden ze vreselijk gemarteltd, levend werden ze gevild voordat ze gedood werden. Het gaat daarbij om een moeder en haar zonen, eerst werden de zonen gemarteld en gedood en daarna de moeder. In het Joodse denken sloop daarna de opvatting dat het toch wel heel onrechtvaardig zou zijn als de beulen vrijuit zouden gaan en de slachtoffers niet beloond zouden worden voor hun geloof. Dat zou een God van Israël toch niet laten passeren. De opvatting van een leven na de dood en van een oordeel aan het eind van de geschiedenis vindt hier haar oorsprong. Zo wordt het hier ook door Jezus van Nazareth verteld. De mensen die het goede gedaan hebben staan op om te leven en de mensen die niet dat goede gedaan hebben worden veroordeeld. De beelden uit de godsdienst van de Grieken over een hiernamaals waar straffen werden uitgedeeld en paradijselijke velden waar je eeuwig gelukkig kon zijn helpen natuurlijk ook bij deze gedachtevorming. In de dagen van Jezus van Nazareth was de onderdrukking door de Romeinen zo wreed dat aanhaken bij deze Joodse opvatting hem geholpen zal hebben. In de dagen dat Johannes zijn Evangelie geschreven heeft waren de eerste vervolgingen van Christenen geweest en de jonge gemeenten zullen hier troost aan hebben ontleend. Ook in onze dagen kan een beeld als hier bedoeld troostend werken. Maar we mogen nooit de eerste manier van spreken over “dood”en leven vergeten. Mensen die nu al zitten in een situatie waarin ze net zo goed dood zouden kunnen zijn moeten de boodschap “sta op” te horen krijgen, moeten worden bevrijdt van de dood. Daar kunnen wij levenden aan werken, elke dag weer, ook vandaag.

Laat een Reaktie achter