Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Gelukkig hij die wraak zal nemen

Psalm 137

Vandaag een Psalm die niet van David kan zijn. Koning David had geen weet van de ballingschap in Babel en ging de ballingen niet voor in een lied. En deze psalm is een droevig lied van de Israëlieten die naar Babel waren weggevoerd. We lezen daarover onder meer bij de profeten Jesaja en Jeremia. Die ballingschap greep diep in. Ooit had het volk Israël geloofd dat daar tussen de rivieren van Babel, de Eufraat en de Tigris het paradijs had gelegen, waar God had gewandeld met Adam en Eva. Maar waar deze ballingen terecht gekomen waren was het tegendeel van het paradijs. Hier viel niets meer te zingen. Ja, ter vermaak van de bewakers, maar niet meer ter ere van de God van Israël. De lier werd in de wilgen gehangen. Tot op vandaag de dag de uitdrukking voor mensen die er mee opgehouden zijn, in het meest gunstige geval als ze met pensioen gaan maar veel vaker als mensen uit wanhoop er mee stoppen.. Die wanhoop klinkt in de woorden van deze psalm maar al te zeer door. Toch kent bijna iedereen deze psalm in een zeer vrolijke uitvoering. “By the rivers of Babylon” van Boney M. was een wereldhit die we ook vandaag de dag nog kunnen horen. Het lied was geënt op een spiritual van de slaven in de Verenigde Staten. Die legden niet zozeer de nadruk op het begin van de psalm, treurig ter neer zitten bij de rivieren, maar veel meer op het vervolg. Aan Jeruzalem blijven denken. Daar had immers het woord van bevrijding geklonken, de belofte van terugkeer. De Psalm eindigt dan ook met de droom van de wraak, al dat leed dat de ballingen is aangedaan zal gewroken worden. En vanuit die bevrijding mogen wij de psalm ook vandaag nog meezingen. Want al denken wij in een land van vrijheid te wonen, we weten natuurlijk dat we in de wetten van productie en consumptie gevangen zitten, dat we gedwongen worden de goden van winst en profijt mee te aanbidden. Daarom worden we ook bang gemaakt voor een godsdienst als de Islam, want we zouden weer eens gaan nadenken over de grondwaarden van ons eigen geloof. We zouden weer eens ontdekken dat het gaat om de hulp aan de naaste, om te delen van wat we hebben met degene die niets heeft. We zouden eens ontdekken dat we het gedrag van een ieder moeten afmeten aan het vermogen om te delen in plaats van aan het vermogen om winst te maken. We zouden ons weer eens bewust worden van het feit dat je van delen rijker wordt dan van oppotten. De ballingen zongen dat ze Jeruzalem niet moesten vergeten. Daar lag de Wet van de woestijn opgeborgen in de Tempel van de God van Israël. Die Wet zegt dat je je naaste lief moet hebben als jezelf, de Wet van Compassie zeggen we tegenwoordig. Die Wet delen ook wij met zeer veel mensen over de hele wereld. Die Wet mogen we dag in dag uit en elke dag opnieuw weer in praktijk brengen, ook vandaag weer.

Laat een Reaktie achter