Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor mei, 2012

Vertrouw niet elke geest

zondag, 13 mei, 2012

1 Johannes 4:1-10
 
Vandaag lezen we verder in de brief die Johannes schreef aan de mensen in Turkeije die met dat nieuwe geloof in dat verhaal van Jezus van Nazareth op weg waren gegaan. We zoeken de lezingen niet zelf uit maar volgen het rooster dat door de kerken in Nederland is opgesteld en dat U kunt vinden op de internetpagina van de PKN. Toch hebben we al eens eerder vastgesteld dat die lezingen onverwachte doorkijkjes bieden op de actualiteit van alle dag. Zo begint de lezing van vandaag, zo net in de aanloop naar nieuwe verkiezingen, met de oproep om niet elke geest te vertrouwen, er zijn een heleboel valse profeten.  Johannes schrijft dat overigens ook in het gedeelte van vandaag.

Jezus kwam als mens ter wereld, als roedbloedige mens gemaakt uit bloedrode aarde zoals elk mens sinds die tijd geschapen is,  lazen we in het boek Genesis. Maar die mens is gemaakt naar het beeld en gelijkenis van God. En waar wij andere mensen met de kennis van goed en kwaad voortdurend andere goden nalopen bleef die Jezus van Nazareth zijn opdracht als zoon van God trouw en hield hij tot het bittere einde toe dat beeld van die God van liefde vol. De liefde voor mensen, wat ze je ook aandoen, staat daarbij centraal. Zo moeten ook wij elkaar liefhebben schrijft Johannes dan. Wij kunnen in dat spoor van Jezus onze bestemming als kinderen van God ook vinden.

De nieuwe verkiezingen geven ons nieuwe kansen om onze samenleving weer een beetje meer in overeenstemming te brengen met de droom die de Bijbel ons voorhoudt. Ook het boek Openbaring werd door een Johannes geschreven en vaak wordt aangenomen dat het dezelfde is als de briefschrijver wiens brief we vandaag weer ter hand hebben genomen. In dat boek wordt die droom nog eens opgeschreven, een droom waarin alle tranen gedroogd zijn, waarin alle volken gaan behoren tot het Koninkrijk van God, waar het vrede is en iedereen tot zijn recht komt. Niet het grauwe midden van orde en geen verschillen maken, maar het goede nastreven omdat het nu eenmaal het goede is. Zorgen dat de armen voorop staan, dat de zwakken beschermd worden, dat vrede gezocht wordt waar nog strijd is, dat we niet oordelen over mensen maar ze opnemen en mee laten doen in het goede, waar vreemdelingen welkom zijn en meedelen aan de tafel die we samen aanrichten. Dat zijn de werken van de Geest van God, daar mogen we elke Geest aan toetsen en onze keuze op baseren. Vandaag kunnen we daar nog mee beginnen.

Wie niet liefheeft blijft in de dood

zaterdag, 12 mei, 2012

1 Johannes 3:11-24
 
Het lijkt er bijna op dat Johannes een pamflet heeft geschreven tegen de haatmails van tegenwoordig. De concurentiestrijd tussen mensen is dus van alle tijden. Het bijbelverhaal laat de moord door de ene mens op de andere zelfs al bij het begin van de geschiedenis beginnen. Kaïn vermoorde Abel. De haatmails en kogelbrieven van tegenwoordig zijn dus zo vreemd nog niet. Dat we moeten reageren met opsluiten in plaats van oplossen is echter wel vreemd. We hebben immers het recept van de liefde voor de mensen. Dat is geen zacht recept. Toepassen van liefde op de maatschappelijke problemen vraagt nogal wat. Dat vraagt in de eerste plaats een ander soort samenleving. Gewone mensen hebben er meestal weinig in te brengen. Geen wonder dus dat ze groepen gaan vormen om hun eigenwaarde tot uiting te brengen.

Voetbalclubs lenen zich daar vanouds voor.Clubkleuren, clubliederen, uniformen maken dat je ergens bij hoort, herkenbaar wordt, weer wat in te brengen hebt. Je deelt mee in de kracht van je club. Wee degene dus die je club te na komt. De reactie op dit maatschappelijk proces is niet de behoefte aan macht en invloed vast te leggen, te kanaliseren. Welnee, ook de voetbalclubs zijn in handen van de rijken. Zij handelen er mee, beleven er plezier aan en verdienen er aan. De supporters mogen veel geld neerleggen voor de toegang tot de stadions, en dan kan de club ook nog verdienen aan de sjaaltjes, de shirts, de hoedjes en de petjes en alles waar het symbool van de club op staat. Als de supporters per ongeluk eens ergens hun groepsgevoel uiten in geweld zijn de machtige en rijke clubbestuurders ineens niet thuis. Dan is opsluiten weer beter dan oplossen. En omdat er veel mensen getrokken moeten worden om het circus draaiende te houden moeten ook bij de bestrijding van excessen de goeden lijden onder de kwaden.

Wie dit hoofdstuk uit de brief van Johannes eens doorleest is niet meer verbaasd over haatmails en kogelbrieven. Als mensen niet meer tot hun recht mogen komen, als er voor liefde geen plaats meer is, dan gaat rechteloosheid en goddeloosheid heersten. Terugkeren naar een samenleving waarin liefde de toon zet is niet eenvoudig. Het geweld en de haat is in onze samenleving  diep doorgedrongen. Volksvertenwoordigers vertegenwoordigen het volk door ook beveiligd te worden. Zij die geweld prediken roepen geweld op kennelijk. Een politieapperaat dat elke burger in de gaten kan houden en elke onbevoegde uiting van geldingsdrang voor kan zijn is het antwoord. Uitbreiding van de democratie door verkleining van de gemeentegrenzen, toepassing van directe democratie en uitbanning van de commercie uit de meningsvorming is niet aan de orde. Johannes roept ons op elkaar te blijven liefhebben. Het is het hart van de Wet van de Woestijn en met die wetgeving komt uiteindelijk alles in orde. De predikers van opsluiten in plaats van oplossen zullen de mensen van de wet van liefde haten zegt Johannes. We moeten ons er niet door van de wijs laten brengen, maar blijven kiezen voor het leven, ook vandaag weer.

Wij zijn kinderen van God

vrijdag, 11 mei, 2012

1 Johannes 3:1-10
 
We hebben aan het begin van de Bijbel het lied van de schepping gelezen uit Genesis 1. We hebben toen geleerd dat wij mensen geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis. En God zag dat het goed was klonk het in het refrein, ook nadat de mensen geschapen waren. Mensen die dus het goede doen en niets dan het goede lijken dus op God, de appels vallen niet ver van de boom zeggen we dan, het zijn dus de kinderen van God. De liefde straalt je tegemoet als je die mensen tegenkomt. Ze zijn te vinden in wereldwinkels, in asielzoekerscentra, bij de wake voor het uitwijscentrum naast het Oude Schiphol, in de bezoekgroepen van onze gevangenissen, in de schrijfgroepen van Amnesty International, in Kerk en Vrede, bij de Voedselbanken en hulpgroepen voor de minima, en in tal van groepen en organisaties in onze samenleving waar mensen zich inzetten voor de armsten, de vreemdelingen en de onderkant van de samenleving. Dat ze niet herkend worden als kinderen van God komt volgens Johannes omdat zoveel mensen God niet kennen. God is liefde volgens Johannes en wie de liefde niet kent kent God niet en herkent de kinderen van God niet.

Johannes zegt ook iets over een begrip uit de kerken dat eeuwenlang, en ook vandaag de dag, ernstig misbruikt is. Dat is de zonde. De duistere kant van de mens. In sommige kerken klinkt het dat je je zonde moet kennen en dat je de hele dag bezig moet zijn je af te vragen hoe zondig je wel niet bent. Johannes bevrijdt ons van die somberpredikers. Zonde dat is de wet niet volgen. En die Wet van de Woestijn kennen we onderhand. Houd van je naaste zoals je van jezelf houdt. En als je jezelf niet liefhebt omdat je jezelf zo’n zondig mens vindt kun je ook je naaste niet liefhebben. God heeft Gods kinderen lief, en wie de wet doen zijn Gods kinderen. Je mag jezelf liefhebben. Je weet natuurlijk ook wel dat het absolute liefhebben zoals Jezus dat voorleefde voor ons niet is weggelegd. Jezelf bewust maken waar je dat verhaal van Jezus niet volgt, wat uit jouw leven niet past in het verhaal van Jezus, kan je een beter kind van God maken als je dat wil veranderen. God geeft dat je iedere keer, ja iedere minuut opnieuw mag beginnen. Johannes noemt dat “in Jezus zijn”. Dat is dus minder geestelijk en abstract als het in sommige gemeenten en groepen klinkt. Het is heel concreet.

Over ieder mens is een verhaal te vertellen. In dat verhaal klinkt de liefde voor de zwakste, voor de weduwe en de wees, voor de zieke, de gevangene en de vreemdeling in ons midden door. Of niet natuurlijk, en als dat niet doorklinkt, of maar een heel klein beetje, dan mag jezelf beginnen met een nieuw verhaal. En  laat je niet misleiden door vragen naar valse zekerheid en zo, wie rechtvaardig leeft is rechtvaardig zegt Johannes. Zeker als we elke dag een stukje van dit verhaal lezen en elke dag ons eigen verhaal daar naast leggen dan zetten we stappen op de weg waarop Jezus ons is voorgegaan. Dan zien we in onze wereld ook steeds meer waar God ontbreekt. Dan zien we ook waar we zelf actief kunnen worden om God een beetje meer in deze wereld te brengen. Door mee te doen met een van de vele organisaties, door onze boodschappen op een eerlijke manier te doen, door mensen aan te spreken op hun gedrag, door velen te vertellen over de wet van recht en rechtvaardigheid en hoe ver we daarvan af leven. Dan kan deze week uitlopen op een feest.

Nu al treden er veel antichristen op

donderdag, 10 mei, 2012

1 Johannes 2:18-29
 
Ooit betreurde iemand in een reactie het dat je hier door de week al een zondagse preek kreeg. Die had nog niet door dat we hier elke dag een stukje uit de Bijbel lezen en het licht daarvan laten schijnen op de samenleving om ons heen. De afkeer van preken is echter wel begrijpelijk. Vanaf de dagen van Johannes zijn er mensen die zichzelf liever horen dan de Bijbel en zich voorstaan op hun ambt, hun zogenaamde roeping. De boodschap van de Bijbel, de gevolgen daarvan voor hun toehoorders, zijn dan niet zo heel erg belangrijk. Een gift voor hun kerk, of voor hun onderhoud, het aanschaffen van het laatste door hen geschreven boek, het betalen van de kerkbelasting of een grote gift op de zilveren collecteschaal, zijn zogenaamd genoeg om het heil te verwerven. Wat dat heil dan ook moge zijn. Omlijst met mooie muziek die de toehoorders graag horen en wat vrome woorden, soms zelfs in het Latijn of een andere onverstaanbare kerktaal, en de zondagse plicht is weer vervuld.

Enig effect op de wereld heeft het niet en dat wordt dan verdedigd met het citaat dat we ook bij Johannes hebben kunnen lezen: “we zijn niet van deze wereld.” Maar dat de boodschap juist effect moet hebben op de huidige wereld omdat we niet doen zoals het in de wereld toegaat lezen we vandaag bij Johannes. Niemand, ook in de kerken niet, moet naar de ogen worden gezien. De mooipraters, de vrome praatjesmakers worden door Johannes als antichristenen betiteld. We hebben al eens eerder geschreven dat scheldpartijen in de Bijbel heel gewoon zijn, Jezus kon er wat van en ook Johannes laat zich niet onbetuigd. Leraren, predikers en priesters die met elkaar concureren om het beste gevonden te worden hebben we volgens Johannes niet nodig. De boodschap hebben we immers al. Doe wel en zie niet om, heette dat ergens anders, ofwel in de oude woorden waar Johannes naar verwijst, heb Uw naaste lief als uzelf. In de wereld vindt men  overigens vaak het gevolg van de daden minder belangrijk dan hoe die daad  er uit ziet.

Als je een brood steelt om de honger van je gezin te stillen kan dat gerechtvaardigd zijn als er geen enkele andere weg is om wat voor het gezin te doen. Om te voorkomen dat mensen tot diefstal gedwongen worden zijn de voedselbanken opgericht. In de achttiende eeuw betoogde een Franse filosoof dat eigendom eigenlijk diefstal was. Wie zich beriep op het recht op eigendom was kennelijk niet bereid dat te delen en beroofde daarmee de naaste van het recht op leven. Zo ver durven we tegenwoordig niet meer te gaan, maar dat eerlijk delen, rechtvaardige handelsverhoudingen en het zorgen dat iedereen mee kan doen, een betere samenleving oplevert dan ieder voor zich, het heilig verklaren van bezit en het uitsluiten van hen die je niet welgevallig zijn, is een zaak die vaststaat. Volgens Johannes leeft de liefde eeuwig, en met die liefde kunnen we dus ook vandaag weer aan het werk voor het Koninkrijk van God.

 

Mijn lief was weggegaan

woensdag, 9 mei, 2012

Hooglied 5:2-8
 
Scheiden doet lijden, afscheid doet pijn zegt een oud Nederlands liedje. En het hoofdstuk dat we vandaag uit het Hooglied lezen gaat over het plotselinge vertrek van de geliefde. Er is een Christelijke feestdag die gaat over afscheid nemen. Want pas als je op eigen benen weet te staan kun je immers je overtuiging uitdragen. Dan kun je de liefdesrelatie aangaan die in het verhaal van Jezus van Nazareth aan de volgelingen gevraagd wordt. Het was volgens het verhaal dat in het boek Handelingen is opgetekend, zo veertig dagen na de kruisiging, wel duidelijk dat Jezus door de dood was heengegaan en dat hij, maar vooral zijn verhaal en zijn liefde, konden voortleven en dat hij voortdurend kon verschijnen aan zijn volgelingen. Die 40 dagen waren er natuurlijk niet zo maar. Het slavenvolk Israel had na de bevrijding uit Egypte 40 jaar door de woestijn gezworven en Jezus zelf had zich voor zijn optreden 40 dagen teruggetrokken in de woestijn om zich voor te bereiden.

Nu waren er weer 40 dagen verstreken en voor de laatste maal verscheen Jezus aan hen. Ze moeten het verhaal van Jezus tot aan de einden der aarde aan iedereen gaan vertellen. En dat betekent het afscheid van de Jezus die ze zolang hadden gevolgd. Jezus werd voor hun ogen opgenomen staat er dan. Wij zijn dat in de loop van de geschiedenis Hemelvaart gaan noemen. Dat opnemen is niet zo uniek als het vaak in het Christendom wordt gebracht. Henoch, van wie aan het begin van het boek Genesis wordt verteld dat hij met God wandelde werd opgenomen, Mozes werd opgenomen vlak voor het volk het beloofde land binnentrok en van de profeet Elia wordt zelfs verteld dat hij werd opgenomen op een vurige wagen. Je kunt je voorstellen dat de volgelingen van Jezus nogal verbaasd waren maar de vraag wat ze toch naar omhoog stonden te staren bracht ze met beide voeten op de grond.

Ze gingen terug naar Jeruzalem, naar het hart van hun geloof, de Tempel waar de Wet van de woestijn werd bewaard.
De gemeente van Jezus van Nazareth was op zichzelf aangewezen. Net als het volk Israël op zichzelf aangewezen was na de intocht in het beloofde land. In de woestijn was er overdag een wolk die voor hen uitging en in de nacht nog een vuurkolom die hen beschermde. Maar in het land waren ze op zichzelf aangewezen en werden ze aangevallen door buurvolken. Niet alleen door rovers maar ook door de verleidingen van mooie godsdiensten. De bruid uit het Hooglied klaagt over de wachters van de stad die haar sloegen, haar verwonden en haar tot vrouw namen. Dat is de betekenis van het afrukken van de sluier, dat mag alleen de bruidegom doen, een vrouw is immers geen bezit maar partner. Maar de bruid uit het Hooglied zoekt bondgenoten, de meisjes van Jeruzalem, partners in de stad die op zoek zijn naar hun geliefde. Zo bleven de leerlingen van Jezus van Nazareth eendrachtig samen in gebed en bezochten ze de Tempel. Zo kunnen wij zondag aan zondag naar onze eigen kerk om ons daar samen te laven aan het woord van God dat ons een licht is voor de week die komt, daar is iedereen welkom, ook de komende zondag weer.

Een gesloten tuin

dinsdag, 8 mei, 2012

Hooglied 4:12-5:1
 
Je kunt het rond de Middellandse Zee nog wel tegenkomen, tuinen die omringt zijn door een hoge muur opgetrokken uit, schijnbaar lukraak opgestapelde, keien. Daar durf je zelfs niet overheen te klimmen. Een zeer effectieve afscheiding. Sommige handschriften noemen die gesloten tuin dan ook een gesloten steenhoop. Intimiteit op z’n best. Twee mensen die alles, maar dan ook helemaal alles met elkaar willen delen, maar dan ook alleen met elkaar. Daar hoort niemand tussen te komen en daar hoort al helemaal niemand misbruik van te maken. Zo af en toe hoor je van kerkelijke voorgangers die op grond van hun positie in de kerk mensen wijs maken dat intiem contact er bij zou horen, een teken van geloof zou zijn. Het is telkens weer schrikken als je dat hoort, het is misbruik van het ergste soort en mensen die het overkomt doen er goed aan het aan de grote klok te hangen. Mensen die er tegen bestand waren en het afwezen dienen het te rapporteren aan de kerkelijke autoriteiten, mensen die er voor bezweken zijn dienen aangifte te doen bij de politie.

Het seksueel kleuren van godsdienst is het tegendeel van wat hier in het Hooglied verkondigd wordt. Dat twee mensen zo geweldig van elkaar kunnen genieten staat niet voor niets in de Bijbel. In het boek Hooglied wordt God niet genoemd want als mensen zo intens lief kunnen hebben dan hoeft God niet meer, die mensen gaan als het ware vanzelf op in God die immers liefde is. Als kerkelijke vertegenwoordigers kinderen wijs maken dat seksueel contact bij hun kerkelijk vertegenwoordiger zijn of het geloof van de kinderen hoort is elke grens van het christelijk geloof overschreden. Dat er kerkgenootschappen zijn die dergelijke vertegenwoordigers als kerkelijke autoriteiten handhaven is onbegrijpelijk, in het licht van het Hooglied eigenlijk Godslasterlijk. Ieder mens verdient een nieuwe kans, elke dag en elk moment, en elk kerkgenootschap mag haar vertegenwoor-digers best helpen als die hun gerechte straf hebben ondergaan.

Maar er zijn banen genoeg waarin je de samenleving van dienst kan zijn. Het is ook een onderdeel van verkondiging van het verhaal van de Bijbel dat er ver afstand wordt genomen van het misbruik maken van mensen die aan kerkelijke vertegenwoordigers zijn toevertrouwd. Zij immers nemen een positie als pastor in en pastor betekent hier herder. De herders uit de Bijbel hadden zo’n ommuurde tuin tot hun beschikking, ze dreven er de schapen in en gingen gewapend met een stok in de enige ingang liggen slapen. Een verdediging tegen wilde dieren en rovers. Met hun eigen leven verdedigden die herders hun schapen tegen de gevaren van buiten. Wie zelf een bedreiging van de schapen is kan geen herder blijven. Mensen hebben het recht de aansporing van de meisjes uit het Hooglied in vrijheid op te volgen: “Wordt dronken van liefde”, alle mensen hebben dat recht, wij ook.

Door je sluier heen

maandag, 7 mei, 2012

Hooglied 4:1-11
 
Heerlijk als een man zo zijn geliefde kan bezingen als in dit hoofdstuk uit het Hooglied. Maar wat moet die sluier er in. Mag een vrouw haar schoonheid niet vol trots tonen aan iedereen, of er mee te koop lopen? En daar gaat het nu om. Is een vrouw bezit van de man? In dit hoofdstuk uit het Hooglied klinkt het alsof ze gelijke is, klinkt respect en bewondering door, gaat het duidelijk om meer dan alleen het uiterlijk. Maar mannen zijn bezitterig. Toen enige jaren geleden op Televisie een man gevraagd werd wat hij liever had zijn geliefde auto of zijn vrouw koos hij voor zijn auto, die was wel zo verschrikkelijk mooi vond hij. De vrouw liet zich scheiden en daar hadden veel mensen begrip voor. Veel mannen bekijken vrouwen toch nog als voorwerpen, alsof het inderdaad auto’s zijn die je op kunt poetsen, en grappend zeggen ze tegen elkaar dat je ze net als auto’s regelmatig moet inruilen voor een nieuwer bouwjaar.

Het is dan ook geen wonder dat in sommige godsdiensten vrouwen tegen die mentaliteit in bescherming worden genomen. De sluier om het schoons aan verkeerde blikken van mannen te onttrekken is daarbij een effectief wapen. In Nederland kennen we kerkelijke stromingen die vrouwen voorschrijven het hoofd bedekt te houden, vooral als ze naar de kerk gaan. Het mannelijk deel van de kerkgangers zou eens afgeleid kunnen worden door het schoons dat de vrouwen meebrengen, die mannen zouden eens aan andere dingen kunnen gaan denken dan aan hetgeen in de preek wordt verteld. Nu wordt in die preken zelden uit het Hooglied gelezen. In de Moslimcultuur kennen we vergelijkbare voorschriften over hoofddoeken en sluiers, tot complete bedekkingen in zogenaamde burka’s toe. Ze gaan gepaard met geboden voor mannen respect voor de vrouwen te hebben en goed voor ze te zorgen.

Daar leggen mannen eer mee in maar oh wee als de vrouwen niet gediend zijn van die zorg en hun eigen weg kiezen. Dan moet die eer, soms gewelddadig, hersteld worden. Het is dan jammer dat er niet meer open over de verhouding tussen man en vrouw wordt gesproken. Wie het Hooglied leest ontdekt dat man en vrouw als gelijken worden neergezet. Afgezien van commentaar dat door anderen geleverd wordt, komen “zij” en “hij” gelijk aan het woord, en zo hoort het ook, geliefden zijn immers elkaar tot hulp en steun geschapen en tussen geliefden hoor je niet te komen. De strijd tegen sluiers en andere bedekkingen van vrouwen begint dus eigenlijk met een strijd tegen de bezitterigheid van mannen, tegen dat gedrag waarin vrouwen als auto’s, als voorwerpen worden bekeken en behandeld. En hoewel de strijd tegen hoofddoeken en sluiers hardnekkig wordt gevoerd hoor je over de strijd tegen dat zogenaamd mannelijk gedrag maar heel erg weinig, das jammer. Het Hooglied is mooier.

Als een zuil van rook

zondag, 6 mei, 2012

Hooglied 3:6-11
 
Een feestlied over hoe het allemaal begonnen is. Het slavenvolk trekt zwervend door de woestijn het beloofde land binnen. In het Hooglied lopen de beelden van de twee geliefden en het beeld van het volk Israel als bruid van de Ene soms door elkaar. De meisjes hier geven weer commentaar en doen net of de bruidsstoet is samengesteld door de rijkste en meest wijze koning die Israel heeft gehad, Salomo. En was volgens Salomo het begin van alle wijsheid niet het ontzag voor de Wet van de Woestijn? Juist, en daar komt die bruid vandaan, van de Wet van de liefde. Prachtige beelden zijn het. Toch moeten we er ook mee oppassen. We moeten de beelden niet in rook doen opgaan. Het verhaal van Israel en het verhaal van Jezus van Nazareth moet, als we ze na vertellen, of als we er in mee willen doen, te maken blijven hebben met de werkelijkheid van alle dag.

Zo gemakkelijk laten we ons meeslepen met de prachtige taal zoals hier in het Hooglied wordt gezongen. Stille, oude kerken, met eerbiedwaardige orgels en hun plechtige galm, willen daar ook wel eens toe verleiden. De barre, boze, wereld hoort daarin immers niet thuis. Maar het gaat wel over die barre, boze, buitenwereld en hoe die moet veranderen in de wereld waarvan God zei dat die goed was. Mensen van de kerk vergeten dat nog wel eens gemakkelijk. We hebben soms net als Judas allemaal wel eens de neiging om de komst van het goede te forceren. Het afdwingen van dat wat je goed vindt zit ons allemaal in het bloed, fundamentalistische terroristen laten dat zien en behoeden ons hopelijk om aan die verkeerde neiging toe te geven.

Aan de andere kant staat dat de samenleving wel aangesproken moet worden op datgene wat er fout gaat. Er zijn ook nu nog Christelijke gemeenten waar men schrikt als  in de kerkdienst het opgenomen wordt voor asielzoekers of asielzoekerskinderen. Als er gevraag wordt de petitie te tekenen voor een pardon voor kinderen die hier al vijf jaar of langer zijn.  Toch is het de taak van de kerk de werkelijkheid van alle dag binnen te halen en onder de kritiek van de bijbel te stellen. De scheiding van kerk en staat betekent daarbij dat je in de kerk niet zomaar kan zeggen wat in de staat niet mag, maar dat je als kerk moet zeggen wat er in de staat fout gaat. Zodat de gelovigen weten waarmee ze aan het werk kunnen gaan, recht en gerechtigheid brengen, bijvoorbeeld ook voor de vreemdelingen in ons midden. Dan krijgen we een feest zoals in het Hooglied wordt bezongen.

Wie is zij, die daar komt uit de woestijn.

zaterdag, 5 mei, 2012

Hooglied 3:1-5
 
Voor wie de Bijbel regelmatig leest zal het geen verrassing zijn waar het met dit verhaal naar toe gaat. Want in de woestijn had het volk Israel immers ontdekt dat als je het echt samen gaat doen, als je van elkaar houdt als van je zelf, als je eerlijk alles met elkaar deelt en recht en rechtvaardigheid doet, dat je dan pas een volk kan zijn dat de tocht door de woestijn kan overleven. Het is dan ook geen wonder dat de meisjes, zij geven voortdurend commentaar, in het Hooglied zingen dat de bruid uit de woestijn komt. Een bruid die echt van haar geliefde houdt kent de Wet van de woestijn en houdt zich daar aan. En juist dat loflied op die wet past bij de feestdag die bij uitstek het voorjaar siert maar die we in Nederland niet durven vieren. Tenminste de machtigen en de rijken houden ons van dat vieren al decennia af. Zelfs de Europese eenwording geeft ons niet de gelegenheid de eerste mei samen met de andere arbeiders in Europa te vieren. Wij vieren niet de eerste maar de vijfde mei, niet als een bevrijding van onderdrukking van de arbeid maar als een bevrijding van de onderdrukking van ons volk.

Terwijl het feest van de eerste mei niet in de Sovjet Unie of andere communistische staat is ontstaan maar in de Verenigde Staten. Arbeiders in Chicago hadden na lang staken bereikt dat hun werkdagen niet langer dan 8 uur zouden bedragen. Die overwinning is overal in de wereld aangegrepen voor een feestdag waarop de arbeiders vieren dat ze macht hebben en niet afhankelijk zijn van de willekeur van de werkgevers. Dat vieren is niet voor niks. Voortdurend moeten arbeiders, werknemers zeggen we tegenwoordig, zich bewust zijn dat ze alleen samen macht hebben. Prachtig klinkt het als de marionet van de werkgevers, meestal de premier, fraaie volzinnen balkt over eigen vrije keuzes en flexibiliteit maar zelfs in het CNV weet men vanouds dat alleen samenwerking van werknemers, alleen schouder aan schouder staan, de  werknemer ruimte geeft voor het volgen van het eigen geweten.

Flexibiliteit bij de werkgevers betekent vandaag de dag dat de wekelijkse rustdag voor iedereen verdwijnt. Dat de 8 urendag weer een 10 urendag kan worden. Dat de samenleving gaat bestaan uit individuen en samen naar het theater, de kerk, de sportwedstrijd als een wekelijks gebeuren alleen nog weggelegd is voor de rijken. Zelfs de voorzieningen die werknemers beschermen tegen rampspoed moeten ook vandaag de dag bevochten en verdedigd worden. Bescherming tegen willekeurig ontslag, uitzicht op een loopbaan door beperking van tijdelijke arbeidscontracten en bij zware beroepen de mogelijkheid er op tijd mee op houden, een goede en betaalbare gezondheidszorg ook voor de gezinnen van werknemers. Zaken die passen in de Wet van eerlijk delen en recht en rechtvaardigheid. Zaken die ons aangewaaid zijn van dat volk uit de woestijn.  Daarom wordt het hoog tijd dat de eerste mei ook een Nederlandse Nationale feestdag wordt. Zodat we kunnen rondgaan in de stad, op de straten en de pleinen, zoals het Hooglied zo treffend bezingt. Niet voor het volk zoals het altijd al was, maar voor een land waar recht en gerechtigheid heerst.

De winter is voorbij

vrijdag, 4 mei, 2012

Hooglied 2:8-17

Als de winter voorbij is gaat de zon schijnen en worden op het platteland weer akkers ingezaaid en lammeren en kalveren geboren. De tijd dat het voedsel schaars was en je bedelend langs de deuren van de rijken moest gaan is definitief voorbij. Toch klinken er waarschuwende woorden. In het Hooglied wordt juist hier gewaarschuwd voor de vossen, ook al zijn ze misschien nog klein ze kunnen hele wijngaarden vernielen. In onze feestweek eind april en begin mei klinkt de herdenking van de doden en vervolgden uit de Tweede Wereldoorlog. Het is te hopen dat al die Nederlanders die met hun kinderen op voorjaarsvakantie gaan toch iets doen aan de herdenking van de vierde mei. Voor hen die naar Turkije gaan zal dat wel meevallen. Ze zullen zich afvragen waarom er toch zo vaak gediscrimineerd wordt terwijl het zo handig is dat veel van die werkers in de toeristenindustrie in Turkije een Europese taal hebben leren spreken. Maar voor ons is die herdenkingsdag een waarschuwing.

De vrijheid die we hebben kan zomaar verdwenen zijn. De vrijheid om te zeggen wat je gelooft. De vrijheid om te zeggen dat je een andere Koning hebt dan ons Nederlandse Staatshoofd. Mag dat wel? Of wordt je dan verdacht van terroristisch radicalisme. De vrijheid om eigen verenigingen te stichten. Blijft die vrijheid of moet je straks toestemming van de overheid vragen die ook eerst je doelstelling moet goedkeuren? En kunnen doelstellingen die de huidige verhoudingen tussen arm en rijk willen veranderen nog wel door de beugel? Kunnen verenigingen die arbeiders machtig willen maken tegenover hun werkgevers nog wel door de beugel? De overheid wil overigens ook al Uw email lezen en al Uw telefoongesprekken kunnen afluisteren en overal waar U loopt in Uw zakken kunnen kijken. Vinden we dat goed? Of kunnen journalisten die corrupte ambtenaren willen ontmaskeren straks gemakkelijker door de overheid de voet dwars worden gezet?

Kunnen advocaten en vrienden van onschuldige veroordeelden straks verhinderd worden bewijzen te verzamelen die de onschuld aantonen en de leden van het openbaar ministerie als bevooroordeeld kunnen ontmaskeren? Het inperken van burgerlijke vrijheden gaat nog maar met kleine stapjes maar het is niet voor niets dat de zangers van het Hooglied waarschuwen voor de kleine vossen. In een relatie kunnen de kleine ergernissen uitgroeien tot grote obstakels, je kunt ze maar beter vroeg uitspreken dus, in de samenleving kunnen kleine inperkingen tot grote onvrijheid leiden. Juist de aandacht voor het verloop van de bezetting tussen 40 en 45 kan ons leren dat het begint met kleine maatregelen. De maatregelen die door  het parlement gejaagd zijn in een strijd tegen een handjevol pubers dat een radicale vorm van de Islam aanhangt. We moeten zorgen dat de dag blijft ademen en het duister op de vlucht blijft, daar kan een herdenking vandaag bij helpen.