Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2008

Open onze ogen

zaterdag, 20 september, 2008

Matteüs 20:29-34

De eerste stad die van het volk Israel werd toen ze uit de woestijn het beloofde land introkken was Jericho. Het verhaal van de inname van die stad is overbekend. Het volk trok er zeven maal zwijgend om heen en toen het na de zevende maal de tromptetten liet klinken en een groot gejuich aanhief storten de muren van de stad ineen. Geweldloos werd de stad ingenomen. Jeruzalem was de stad van Koning David, die had de vrede in Israel gebracht, na veel oorlog en strijd overigens, en was de grote koning van Israel geworden. Na hem had zijn zoon Salomo de Tempel gebouwd waar de Wet werd bewaard. Jezus van Nazareth nu gaat in dit verhaal van Jericho naar Jeruzalem. Dat staat er niet zomaar. Die weg is een Koninklijke weg. Zo ga je als je het gehele land Kanaän in bezit wilt nemen en daar je rijk wil vestigen. En hij had er het recht toe vertelt het verhaal, hij was uit het huis en het geslacht van David, een rechtstreekse afstammeling zo had ook Matteüs al direct bij het begin van zijn boek opgeschreven. Dan zitten er twee blinden langs de kant van de weg. Bedelaars die niet kunnen zien wat er zich in de wereld afspeelt. Ze kunnen roepen naar de mensen die voorbij komen: “heb medelijden met ons” Maar deze blinden zien meer dan we denken. Dat geroep is natuurlijk irritant, zeker als er een hoop mensen bij zijn dan is geschreeuw al snel een teken dat er een relletje is. Maar deze blinden roepen niet alleen om medelijden, ze weten best dat Jezus van Nazareth er aan komt en ze roepen hem uit tot Koning van Israel. “Heer, Zoon van David”, zo spreken ze hem aan. Daarom vraagt Jezus van Nazareth wat ze daarmee willen. En blinden willen zien, willen de ogen geopend hebben. Voor gelovigen gaat het hier in dit verhaal niet om het letterlijke zien, maar om het zien zitten, snappen wat er aan de hand is. De vraag is dus of Jezus van Nazareth die Koning is of niet? Eigenlijk blijft het antwoord verborgen. Jezus van Nazareth kreeg medelijden met hen. Als ze zo graag een koning wilden dan krijgen ze er een en hij opende hen de ogen en terstond volgden ze hem. Hoe dat Koningschap van Jezus van Nazareth er uit zou komen te zien zouden ze merken als ze in Jeruzalem kwamen. Hier is dus niet een Koning die een mooi pak aantrekt. Een gebedsgenezer op een groot podium met een koor en orkest achter zich om de genezingen met passende muziek te begeleiden. Gewoon langs de kant van de weg, op weg van Jericho naar Jeruzalem, reageren op geschreeuw dat de aandacht trekt. Terloops vindt er een genezing plaats. Als we Jezus van Nazareth willen volgen dan hoort onze aandacht dus niet bij de grote podia, de glitter en het klatergoud, maar naar de kant van de weg waar de mensen zitten die alleen nog irritant kunnen schreeuwen. En die mensen zijn er ook vandaag nog volop. Laten we medelijden met ze hebben.

Dat leiders hun macht misbruiken

vrijdag, 19 september, 2008

Matteüs 20:17-28
 
Het contrast tussen wat we vandaag lezen uit de Nieuwe Bijbelvertaling en wat we zien op de derde dinsdag in september, had niet groter kunnen zijn. Niet de mensen waarvoor de machtigen in ons land zouden moeten zorgen staan op die dag centraal maar de machtigen zelf. Pracht en praal bepalen het beeld. Zwervers, verslaafden, patienten uit verpleeghuizen, gehandicapten, vluchtelingen, jongeren met veel problemen, slachtoffers van geweld en misdrijven, zie je bij de presentatie van een nieuwe begroting niet. Zij paraderen niet op het Binnenhof om te laten zien waar het om gaat. Ook het woord van Jezus dat heersers hun volk onderdrukken en leiders hun macht misbruiken klinkt niet terug in de troonrede. Er wordt nog wel eens gezeurd over de zogenaamde bede die wel of niet in de troonrede zou moeten. Het besef van volksvertegenwoordigers en regeerders dat het dienen van de zwaksten en de armsten in de samenleving op de allereerste plaats zou moeten staan zou vooraan in de troonrede moeten staan. En denk daarbij niet alleen aan de zwaksten in eigen land maar ook aan de hongerigen, de slachtoffers van geweld en uitbuiting in de rest van de wereld. Het is immers dag van de verantwoording hoe het geld dat we met z’n allen verdienen in dit land wordt verdeeld over iedereen zodat iedereen ook werkelijk deel kan hebben aan de rijkdom van ons land. Duidelijk is dat het delen met de allerarmsten in de hele wereld en het eerlijk handeldrijven daar ook bij hoort. Een dag van democratie, wat prinsjesdag toch eigenlijk is, zou toch niet moeten laten zien hoe mooi soldaten er uit kunnen zien, maar hoe goed we voor verpleegkundigen en onderwijskrachten willen zorgen. Wie echt de eersten onder ons zijn, de belangrijksten voor ieder van ons, zijn zij die willen dienen, dag en nacht en soms met gevaar voor eigen leven. Wat er op de derde dinsdag in september gebeurt in Den Haag is misschien mooi om naar te kijken, maar heeft geen enkele betekenis, het is klatergoud en leeg theater. Beter zou het zijn de bovenstaande passage uit de Bijbel voor te lezen, want daar gaat het over macht en de reactie van de machthebbers op hen die macht onderuit willen halen. Jezus van Nazareth zelf wees alle macht af. Regelmatig werd hem de titel van Koning aangeboden. Maar hij had heel goed in de gaten dat als je macht afwijst en voor de zwakken in de samenleving gaat zorgen je daarbij ook de machthebbers buitenspel zet. Liefde en zorg komen immers niet uit Den Haag maar van mensen in je directe omgeving. Machthebbers plegen zich daartegen te verzetten, daarom ook allemaal regels voor mensen die al dan niet betaald zorgen voor een ander. Jezus van Nazareth zou uiteindelijk ter dood worden gebracht net zoals veel van zijn volgelingen. Maar zijn optreden bleef door de dood heen, vandaag kunnen wij het verder dragen.

Neem dan aan wat je toekomt en ga

donderdag, 18 september, 2008

 Matteüs 20:1-16
 
Als we het verhaal van Jezus hier verder lezen leren we over rechtvaardige beloning. We weten natuurlijk wel dat de ketting net zo sterk is als de zwakste schakel. En als we goed nadenken weten we dat geen productie tot stand komt zonder de portier die de deur opendoet of de toiletjuffrouw die er voor zorgt dat de werkers niet ziek worden. Waarom dan de directeur het hoogste inkomen moet hebben en die toiletjuffrouw het laagste is niet echt duidelijk. Het heeft te maken met macht en het verkeerde geloof. Geloof in een god die succes heet maar tegelijkertijd een hoop schijn vertoont. De god van het klatergoud. Geen directeur heeft succes zonder de werkenden van het bedrijf. Ook op wereldschaal gaat dat op. Veel werk wordt nu verplaatst naar zogenaamde lage lonenlanden. De lonen zijn daar laag omdat er helemaal niets verdiend wordt en alle beetjes helpen. Alleen de producten die gemaakt worden in bedrijven die uit de rijke landen zijn verplaatst mogen ook goedkoop in die rijke landen worden ingevoerd. Produkten die uit de arme landen zelf komen worden belast met hoge invoerrechten. Als we dat om zouden draaien zou de wereld er heel anders uitzien. Jezus laat in het bovenstaande hoofdstuk zien hoe we het zouden kunnen omdraaien. We vragen bij de grens wie de producten hebben gemaakt en hoeveel ze er mee hebben verdiend. Dan heffen we een belasting die net zo hoog is als het verschil tussen het loon van onze arbeiders en wat er aan loon voor betaald is. Die heffing geven we dan aan de armen zodat het verschil in beloning weg valt. Iedereen zou zo een eerlijke beloning kunnen krijgen voor geleverde arbeid en arbeid die we hier hebben bedacht hoeft niet meer verplaatst te worden. Grondstoffen en landbouwproducten uit nu nog arme landen kunnen daar bewerkt worden en hier verkocht zonder problemen. Ook economen weten best dat iedereen er dan op vooruit zal gaan, maar de machtigen moeten dan wel het een en ander aan macht inleveren. En rijken, ja die komen in het verhaal van Jezus nu eenmaal niet echt meer voor. Maar eerlijk delen is iets wat moeilijk te begrijpen blijft voor velen. In het verhaal van Jezus van Nazareth, een gelijkenis heet dat, zijn de mensen die de hele dag in de zon hebben staan wachten op een beetje werk net zo belangrijk als de mensen die in de ochtend al waren uitgekozen en de hele dag zeker waren van voedsel voor hun gezin. Maar mensen die het goed hebben vinden het al snel oneerlijk dat mensen die het minder hebben ook wat krijgen. Wat iedereen vergeet is dat al die dingen die we produceren ook gekocht moeten worden en dat hoe meer mensen geld hebben om iets te kopen hoe meer werkgelegenheid er is, hoe meer welvaart er dus is. Leven als in het Koninkrijk van God maakt ons allemaal dus rijk, zonder uitzondering. Dat zouden we eens moeten proberen.

Het oog van een naald

woensdag, 17 september, 2008

Matteüs 19:23-30
 
Jongeren zullen bijna niet meer weten waar je het over hebt als je het over het oog van een naald hebt. Zoveel sokken worden er niet meer gestopt. Als bij ons iets stuk is, zeker als er een gat in een sok zit, gooien we het weg. Zelfs als de knopen van een overhemd springen dan gooien we die maar weg. Gelukkig zijn er af en toe allochtonen die nog weten hoe kleding gerepareerd moet worden. Zij beginnen dan een kledingreparatiewinkel waar je een opengesprongen broeknaad of een ander lekker zittend kledingstuk kunt laten repareren. Maar naalden in huis hebben nee, vroeger wel. Ze leken op de spelden die je in een nieuw overhemd kunt vinden, maar dan iets groter en op de plaats waar die platte kop zit zat een oogje waar je met veel moeite een draad doorheen kon doen. De naald uit het verhaal van Jezus van Jezus van Nazareth, dat Matteüs hier verteld, zou trouwens een klein poortje geweest zijn. Klein om er voor te zorgen dat er geen grote lastdieren doorheen konden. Zo konden roversbenden de stad niet in en moesten belastingplichtige handelaren de grote en bewaakte poort nemen.  Kamelen konden dus al helemaal niet door dat kleine poortje. Rijken horen niet zomaar in het Koninkrijk van God als rijken, armen wel. precies het tegenovergestelde van ons Koninkrijk van tegenwoordig. Hier moeten de armen meebetalen om de positie van de rijken veilig te stellen. Hier moeten grootouders meebetalen aan de opvang van hun kleinkinderen zodat hun gescheiden dochters de plicht om te gaan werken na kunnen komen. Hier moeten chronisch zieken en gehandicapten een groter deel van de zorg die ze nodig hebben zelf gaan betalen omdat er te veel wordt uitgegeven aan de AWBZ. Hier wordt nog steeds meer uitgegeven aan de aftrek van hypotheekrente dan aan huursubsidie en is wel de beperking van de aftrek van hypotheekrente onbespreekbaar maar niet een vermindering van de huursubsidie. Zelfs als het gaat om verdeling van een belastingheffing, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, gaan mensen met de laagste inkomens in koopkracht er op achteruit en de mensen met de hoogste inkomens er op vooruit. Ook op het bewust maken van mensen in ons land van het grote verschil in rijkdom tussen landen op het Noordelijk halfrond en landen rond het zuidelijk halfrond dreigt fors bezuinigd te worden, we zouden eens door kunnen krijgen dat we eerlijk moeten delen. In ons Koninkrijk worden de armen op de allerlaatste plaats gezet.  In het Koninkrijk van God komen ze op de eerste plaats. Sommigen vinden het in ons land  dan ook tijd worden voor een echt Christelijk beleid. Een beleid waar iedereen meetelt en niet alleen de rijken. Het CNV had er al voor gewaarschuwd dat mensen met een bescheiden inkomen mee zouden moeten betalen aan het veilig stellen van de toekomst voor de rijken. Ze hadden kennelijk nog niet door dat bescherming van de rijken de kerntaak van het CDA is. Het wordt dus tijd meer mensen er van te overtuigen dat een politiek dat het Koninkrijk van God dichterbij brengt begint met eerlijk delen tussen arm en rijk, anders blijven we steken voor het oog van de naald.

Hij had namelijk veel bezittingen

dinsdag, 16 september, 2008

Matteüs 19:16-22

Het zijn vaak keurige mensen. Ze liegen niet, ze stelen niet, ze geven aan collectes bij de deur, ze maken jaarlijks forse bedragen over aan liefdadigheidsinstellingen, dat kun je van de belasting aftrekken nietwaar, ze spreken altijd netjes, ze schelden niet, ze gebruiken geen geweld, hun vrije tijd besteden ze in een service club en in een enkel sociaal aanvaard maatschappelijk nuttig bestuur als vrijwilliger. En toch zijn ze bedroefd als ze zich verdiepen in de boodschap van Jezus van Nazareth. Ze volgen toch al die geboden? Zelfs dat gebod van heb Uw naaste lief als Uzelf. Maar soms willen mensen volmaakt zijn. Meer doen dan het gewone. Uitblinken in het goede. En dat vraagt iets wat eigenlijk niemand zomaar op kan brengen. Alles verkopen en verdelen onder de armen. Als je zelf bijna arm bent is dat niet zo moeilijk. Je krijgt er een hoop vrienden voor terug en als je in problemen komt is er vast iemand onder die jou wil helpen. Maar als je rijk bent is het een stuk moeilijker. Met die armen heb je niet zoveel gemeen. Die gaan niet uit, dat kunnen ze niet betalen, die lezen geen literatuur, daar hebben ze niet voor doorgeleerd, die luisteren niet naar klassieke muziek, daar zijn ze niet mee opgegroeid. En hadden ze die armoede niet zelf veroorzaakt door te weinig aandacht te besteden aan hun opleiding, door teveel alcohol te drinken en hun gezondheid te verwaarlozen? Als je je oor te luisteren legt in kringen van rijke mensen hoor je net zoveel vooroordelen als je hoort bij arme mensen. Van elkaar wordt gedacht dat beiden niet hard werken, als je rijk bent hoef je dat niet en als je arm bent ben je arm omdat je te weinig werkt. Beide vooroordelen zijn onzin. Rijke mensen werken over het algemeen hard en arme mensen werken nog harder als ze de kans krijgen. Daarom legt Jezus van Nazareth de nadruk op eerlijk delen. Volmaakt worden is helemaal geen ideaal in de Bijbel. Gerechtigheid betrachten, samen delen en daarbij eerlijk blijven dat is het waar het om gaat. Wie volmaakt wil zijn streeft er naar gelijk aan God te worden, er is er immers maar één die goed is zoals door Jezus van Nazareth hier wordt opgemerkt. Werkelijk eerlijk delen is veel moeilijker dan het lijkt. Wij doen het niet. Wij durven de hypotheekrente aftrek niet zo te beperken dat iedereen evenveel steun om goed te wonen van de overheid kan krijgen. Wij durven loonstijgingen en bonussen niet zo te beperken dat niemand meer verdiend dan de Koningin, niet bij de overheid maar al helemaal niet in het bedrijfsleven. Drogredenen als zouden de rijken naar het buitenland zouden vluchten houden het tegen. Maar eigenlijk gaan de rijken die dat delen weigeren bedroefd naar huis, ze hebben veel bezittingen en die zijn belangrijker dan echt houden van hun naasten.

Hij vergeeft u alle schuld

maandag, 15 september, 2008

Psalm 103

Het zou mooi zijn als het waar zou zijn. Maar leert de Bijbel ons ook niet anders? Over een straffende God, die wraak neemt als men God niet serieus neemt? Herinner je het verhaal over het Gouden Kalf in de woestijn, zoals het in het boek Exodus staat. Mozes is op de berg om de Wet van de Woestijn in stenen platen gegrifd te krijgen en het volk maakt zich een eigen God van goud. De God van Mozes dreigt dan het volk uit te roeien. Mozes echter pleit voor het volk, het was toch niet de bedoeling dat ze ontsnapt waren aan de Egyptenaren om te sterven in het midden van de woestijn. Toen kreeg God berouw zo wordt verteld en zag af van de wraak. Door het oog van de naald waren ze gegaan. Maar hoe zit het dan met de uitspraak in deze Psalm. Is dit goedkope propaganda? Maakt dit onderdeel van de lege liedjes die je vaak hoort? De lucht is blauw, ik blijf je trouw en hou van jou? Die liefde en trouw staan ook in deze Psalm. Zelfs schoonheid en geluk worden genoemd. Misschien moet je dit lied zingen als je hoort bij het volk na het verhaal van het Gouden Kalf. Als dat kalf is afgezworen en vernietigd. Dan mag je zingen dat je het overleefd hebt. Zoals mensen die verstandig met hun geld omgingen en geen last kregen van de kredietkrisis. En het meest verstandig was natuurlijk delen met armen. Als de de toorn om het gouden kalf hebt overleefd is er reden om te zingen dat God niet eindeloos blijft twisten, dat God recht verschaft aan de verdrukten. “Zoals de hoge hemel de aarde overspant zo welft zich zijn trouw over wie hem  vrezen”. En daar hoort dat vrezen dus zeer uitdrukkelijk bij. En dan is de uitspraak dat God alle schuld vergeeft niet een loze belofte. Daar mag je als ploeterend mensenkind op vertrouwen. Elke dag weer proberen om het Koninkrijk van God dichterbij te brengen en elke dag weer merken dat het geen stap dichterbij gekomen lijkt te zijn. Natuurlijk je kunt een arme helpen recht te krijgen, je kunt een brief schrijven aan een gevangene of een regering met Amnesty International, je kunt kopen in de Fair Trade winkel en mensen aanspreken op de discriminerende opmerkingen die ze maken, je kunt zelfs af en toe een vreemdeling in je huis uitnodigen en maaltijd met die vreemdeling houden. Maar tevens besef je dat er nog zoveel ontelbare momenten zijn dat je het goede dat je had kunnen doen nalaat, er zelfs niet bij stilstaat. Dat is de troost die de Psalm ons biedt. God weet ook wel dat we uit stof zijn gemaakt en niet bestand zijn tegen de verleidingen van alle dag. Dat we dus moeten werken om brood op de plank te krijgen en niet de hele dag kunnen mediteren over het hoe van het houden van de Wet van de Woestijn. Kinderen en kleinkinderen wordt ook recht gedaan, hoeveel te meer de mensen die oprecht proberen anderen recht te doen. Dat we van die God steeds opnieuw mogen beginnen, al is het duizend keer per dag, dat geeft reden om de die God te prijzen.

Dan verspreidt de ontucht zich onder het volk

zondag, 14 september, 2008

Leviticus 19:29-37

Dat je je dochters niet moet dwingen in de sexindustrie te gaan werken spreekt voor de meesten van ons vanzelf. Maar dat waarzeggerij en spiritisme daarmee verwant zijn ligt misschien minder voor de hand. Toch maken ook deze vormen van vermaak misbruik van de goedgelovigheid van mensen.Op de televisie is dat inmiddels doorgeprikt. Iedereen kon in de Astro programma’s aan waarzeggerij doen en mensen wijsmaken met geesten van overledenen in contact te staan. Een paar acteurs en actrices als Char spelen dat spel zo goed dat ze er eigen televisie programma’s op na mogen houden maar het is en blijft bedrog en bedrog van de ergste soort omdat ze uiteindelijk bijdragen tot het voortduren van het verdriet om het verlies van de geliefde en mensen niet de gelegenheid geven verder te gaan en mee te bouwen aan het Koninkrijk van God. En ook uit het Bijbelgedeelte van vandaag blijkt dat het gaat om die opbouw. Respect voor oude mensen, opstaan als dat nodig is, opstaan uit respect. Opstaan en respect horen in de Bijbel dus bij elkaar. De discussie bij ons ging over respect voor rechters. En recht is waarom in de Bijbel vaak wordt gesmeekt. Misschien helpt het geven van respect, dus opstaan, de rechters wel om met nog meer zorgvuldigheid hun werk te doen. Zo niet dan moet niemand schromen het werk van individuele rechters ter discussie te stellen en dat gebeurd nog maar al te weinig misschien. Maar vreemdelingen moet je behandelen alsof ze lid zijn van ons volk. Dat is niet gemakkelijk als ze vasthouden aan rare gewoonten. In de Bijbel wordt opgeroepen dan met ze in gesprek te gaan, te ontdekken waar die rare gewoonten vandaan komen. Het volk Israel was zelf vreemdeling geweest. Ook ons volk is door de eeuwen heen gevormd uit vreemdelingen van buiten, te beginnen met de Batavieren, maar daarna zijn er vele vreemdelingen gevolgd. Hoe vreemd die gewoonten ook zijn zij moeten ons en wij hen vertrouwen. Het staat er raar, maar juist op basis van dat vertrouwen moeten we het dus niet vreemd vinden dat direct na het vreemdelingenschap de maten en gewichten volgen. Het eerste dat je immers met vreemdelingen doet is handeldrijven. Of het nu op de markt of in de winkel is, iedereen moet eten en iedereen is afhankelijk van de eerlijkheid van de handel. Een efa was daarbij de maat voor een grote hoeveelheid droge stof, ongeveer 20 liter en een hin de maat voor een kleinere hoeveelheid droge stof, ongeveer negen liter. De maten klinken Egyptisch maar precies weten we het niet meer. De geleerden houden het er op dat je dus moet zorgen dat elke maat, gewicht en inhoud, altijd eerlijk en betrouwbaar moet zijn. En mensen hebben ook inhoud en moeten dus ook eerlijk een betrouwbaar zijn.

Laat je niet in met waarzeggerij

zaterdag, 13 september, 2008

Leviticus 19:19-28

De regels uit het contract tussen God en zijn volk zijn nauwkeurig toegesneden op de situatie waarin dat volk verkeerde. Er zijn dan ook geen regels die te moeilijk waren om na te komen. De meeste van de regels werden in de loop van de eeuwen dan ook niet meer letterlijk genomen maar naar de bedoeling. Uiteindelijk ontstond in het Joodse volk een uitleg van de Wet die vele malen meer uitspraken telden dan de oorspronkelijke wet. Voor ons Heidenen die bekeerd zijn, niet tot het Jodendom maar tot het Christendom, gaat het er om in die Wetten te ontdekken hoe het zit met het liefhebben van de naaste. En dan is de passage van vandaag weer bijna actueel. Het eerste vers is voor de Partij voor de Dieren. We gaan in onze samenleving zo onpersoonlijk om met de dieren die we eten, waarvan we de huid gebruiken om schoenen, kleding en gebruiksvoorwerpen te maken, dat een oproep om ons meer bewust te zijn van het leven dat voor ons beëindigd wordt zeer op z’n plaats is. Dieren zijn geen speelgoed ter vermaak. Trouwens akkergewassen zijn er ook niet voor de sier, van een graanveld maak je geen siertuin. Beide regels om je bewust te maken van waar je mee bezig bent komen terug in het verbod om kleren te dragen die geweven zijn uit twee soorten garen. Maar dan! Sexueel contact tussen een man en een slavin van een ander. Keurige burgers zullen denken dat dat tegenwoordig niet meer voorkomt. We houden toch geen slaven en slavinnen meer? Nu slaven misschien in ons land niet maar er zijn wel degelijk slavinnen. In elk sexbedrijf, in elke buurt waar prostitutie bedreven wordt, komt slavernij voor. Gedwongen prostitutie, vrouwenhandel, mishandeling en dwang van vrouwen die als prostituee moeten werken. Elke schatting van de politie doet je weer schrikken, 60 tot 80 procent van de vrouwen die in ons land in de prostitutie werken doen dat niet vrijwillig maar onder dwang. Een zaak van de politie? Niet alleen. We lezen hier in de passage uit de Bijbel van vandaag dat het een zaak is van ons allen. Allereerst van de mannen die de prostituees bezoeken en die gevraagd worden elk signaal van gedwongen prostitutie serieus te nemen en door te geven aan de politie. Maar die mannen worden ook gemaand een offer te brengen in de Tempel en dat maakt dat alle gelovigen deelgenoot gemaakt worden van het feit dat er sex is bedreven met de slavin van een ander. Tijd dus om die slavin te bevrijden. Gemeenten moeten tegenwoordig vergunningen geven voor sexinrichtingen. Denk niet dat verbieden iets helpt want prostitutie bestond ook toen het verboden was. Maar de vergunningen maken het mogelijk zorgvuldig te controleren of vrouwen wel echt uit vrije wil in de industrie werken. Aan ons om ons eigen gemeentebestuur te vragen hoe serieus die controle is en of slavernij wordt voorkomen. Want anders werken we mee aan de instandhouding ervan, dat zouden de meesten van ons niet willen.

Heb je naaste lief als jezelf.

vrijdag, 12 september, 2008

Leviticus 19:11-18

We kennen natuurlijk het begrip “de tien geboden”. Daar wordt meestal aan gedacht als we het hebben over de Wetten van Mozes. De Wet van de Woestijn waar we het hier zo vaak over hebben. Maar in de eerste vijf boeken van de Bijbel, voor de Joden de Tora, staan wel 613 voorschriften, bepalingen uit het verbond dat God met het volk had gesloten. Vandaag lezen we er weer een paar. Al die voorschriften zijn eigenlijk uitwerkingen van het grote gebod “Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf.” Daarom moet je niet stelen, niet liegen en je naaste niet oplichten. Je moet niet zweren als het een leugen betreft. God voor je karretje spannen is wel het laatste wat je moet doen. Iemand beroven en afpersen kan natuurlijk ook niet. Het zijn regels die bij ons zelfs niet genoemd hoeven te worden en die zo ingegroeid zijn in onze samenleving dat ze bijna vanzelf spreken. Maar toch staan ze nauwkeurig beschreven in onze strafwet en bij overtreding kun je een forse straf oplopen. Kennelijk is het nodig en lokt ook ons streven naar meer en mooier overtredingen van deze regels uit. Dat geldt ook voor de regel over de dagloner, al past die in ons systeem van maand en weeklonen niet meer letterlijk. Maar dat iemand in loondienst wekelijks of maandelijks loon mag ontvangen spreekt weer vanzelf, al gebeurt het niet altijd en is het loon soms fors lager dan afgesproken. Een Arbeidsinspectie is er voor om toezicht te houden en, hoe oud het boek van Leviticus ook is, ze moeten nog regelmatig bekeuringen uitdelen. Pesten mag dus ook niet, een dove vervloeken en een blinde laten vallen zijn duidelijke voorbeelden. Maar rechtspreken moet gebeuren zonder aanziens des persoons zoals dat zo deftig heet. Het opstoken van mensen tegen iemand kan ook in onze dagen nog wel eens gevaarlijk zijn. Ongefundeerde beschuldigingen kunnen mensen er toe overhalen om geweld tegen iemand te gebruiken. De zucht naar sensatie in sommige nieuwsmedia lokt ook dreigmail en bedreigingen uit. Het is de lasterpraat die je niet moet doen. Als je iets tegen iemand hebt ga dan praten in plaats van geweld te gebruiken. Die regel is zo oud als de Bijbel zouden we bijna kunnen zeggen, maar kijk en luister eens om je heen en je zult beseffen dat het gebod, zoals dat heet, op grote borden als een campagne tegen zinloos geweld nog best dienst kan doen. Het gedeelte van vandaag sluit dan ook af met een samenvatting : Heb je naaste lief als jezelf. En denk nu niet dat je een van deze regels kunt laten vallen omdat je baas dat van je vraagt, of omdat het zo hoort in de groep waar je bij wil horen. Er is maar één baas staat er en dat is God en er is maar één groep waar je bij wil horen en dat is zijn Koninkrijk. Van dat Koninkrijk zijn dit de spelregels.

Laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen

donderdag, 11 september, 2008

Leviticus 19:1-10

In onze oren klinkt zo’n gedeelte uit de oude Wet van de Woestijn als een voorschrift van je moet dit en je moet dat. Daar worden wij over het algemeen niet vrolijk van. Maar dat komt omdat wij opgevoed zijn met het Romeinse denken over wetgeving. In dat denken gaat het over geboden en verboden die nauwkeurig moeten worden opgeschreven en die door een rechter beoordeeld kunnen worden. Dat is heel anders dan het denken van Israel zoals het in de Bijbel beschreven wordt. Daar gaat het om een verdrag dat voordelig is voor beide partijen.En zo mag je het ook lezen, wie wordt er beter van en waarom. De eerste regel is dat je gelijk aan God moet worden. Dat klinkt gelijk zeer hoogmoedig want wie durft nu te zeggen gelijk te zijn aan God zelf. Die regel is dan ook niet voor een individu maar voor een gemeenschap. Omdat God heilig is moet de gemeenschap ook heilig zijn. En wat is dat “heilig” dan wel. Er zit ons woord heel in. God is volmaakt en dat moet onze gemeenschap ook zijn. Zonder smet moet die gemeenschap zijn en daar kunnen we dus allemaal dag in dag uit aan werken. Daar worden we ook beter van want wie wil nu niet behoren tot een gemeenschap waar geen smetje aan kleeft. Zo is de tweede regel van het verdrag dat je je afkomst niet moet verlochenen. Zelfs al ben je van de laagste komaf dan hoef je je in die heilige gemeenschap daar niet voor te schamen. Het volk Israel zelf bestond uit slaven die uit Egypte waren ontsnapt, bepaald geen hoogstaand gezelschap dat daar door de woestijn trok. Maar zij hadden God als enige baas, de Heer, en dat maakte hun gemeenschap hoogstaand. Ook voor ons zou het wel eens voordelig kunnen zijn als niemand zich hoefde te schamen over afstamming of herkomst. Als je dan God als Heer hebt hoef je er geen idolen of afgoden op na te houden. Dat geeft pas rust geen slavenarbeid meer voor de goden van winst en profijt, niet altijd maar meer en beter, maar integendeel tenminste één dag in de week absolute rust, tijd voor jezelf en je geliefden. Een maaltijd, een vredesmaal, moet je dan ook kunnen opeten op de dag dat de maaltijd wordt bereid. Daar moet je de tijd voor hebben. En als er wat over is kun je het de volgende dag nog eten maar de derde dag kan het bedorven zijn en hoort het verbrand te worden. Als je je dat niet kunt permiteren is er armoede en is het dus helemaal geen vredesmaal. Als je van armoede bedorven vlees moet eten wordt je niet alleen ziek maar hoor je dus ook niet bij een heilige gemeenschap. Denken om de armen hoort voorop te staan. Of je nu graan oogst of druiven plukt, je moet niet zo inhalig zijn dat je alles binnen haalt. Een heilige, volmaakte gemeenschap wordt je pas als je deelt met de armen. En met de vreemdelingen natuurlijk. Van dat laatste moeten wij nog een heleboel leren, maar we zijn dan ook nog lang geen heilige gemeenschap.