Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

Ook ik, Tertius

donderdag, 11 oktober, 2018

Romeinen 16:17-27

17 Ik spoor u aan, broeders en zusters, op te passen voor degenen die tweedracht zaaien en anderen in de weg staan, en die daarmee ingaan tegen alles wat u hebt geleerd. Ga hun uit de weg, 18  want zulke mensen dienen niet Christus, onze Heer, maar alleen hun eigen lusten, en door fraaie en welluidende woorden misleiden ze argeloze mensen. 19  Uw gehoorzaamheid is overal bekend geworden; ik ben dus vol blijdschap over u en zou graag zien dat u de wijsheid hebt om het goede te doen en dat u standhoudt tegen het kwaad. 20  De God van de vrede zal Satan nu spoedig vertrappen en aan u onderwerpen. De genade van onze Heer Jezus zij met u. 21 Timoteüs, mijn medewerker, laat u groeten, evenals Lucius, Jason en Sosipatrus, mijn volksgenoten. 22  Ook ik, Tertius, die deze brief heb opgeschreven, groet u als iemand die in de Heer met u verbonden is. 23  Gajus, die mijn gastheer is en die zijn huis voor de hele gemeente openstelt, laat u groeten. Erastus, die de gelden van de stad beheert, en mijn broeder Quartus laten u groeten. 24 25 Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, 26  maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen 27  aan hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen. (NBV)

Wees gewaarschuwd. Er zijn altijd godsdienstige leiders, voorgangers, praiseleiders die hun opvattingen tot absolute waarheid verheffen. Ze kunnen mooi praten. En het lijkt zo fraai Christelijk, dat je door het bloed van Christus gered bent en dat je de beloning daarvan krijgt in een leven na de dood. Kijk uit zegt Paulus over zulke predikers. Ze misleiden argeloze mensen. Bij hen gaat het niet over het te eten geven van de hongerenden, het laven van de dorstigen, het kleden van de naakten, het bezoeken van de gevangenen en het begraven van de doden. Bij hen gaat het over de offers die gelovigen aan hen moeten brengen. Hoe meer ze geven hoe meer het woord van de voorganger verspreid kan worden.

De waarschuwing tegen het afdwalen van de woorden van Christus klinkt door de hele brief aan de Romeinen heen. Paulus heeft het over het voortdurend en geheel gericht zijn op de liefde van Christus die zich vertaald in de liefde voor de naaste. Liefde voor jezelf of zelfs voor je eigen gemeente is er niet bij. Je vreugde haal je uit de vreugde van mensen die tot hun recht komen, die weer mee kunnen doen aan de samenleving als zelfstandige mensen. Dat lukt niet altijd. Paulus zegt wel duizend keer op een dag dood te gaan om ook duizend keer met Christus op te staan.

Die eigenliefde en het scheppen van een eigen wereldje voeren tot de dood, van jezelf en je gemeenschap gaat niets meer uit dan fraai zingen, geen arme wordt geholpen, geen zieke  verzorgd. Alleen door het navolgen van Jezus in zijn liefde voor het  zwakke brengt weer leven. Paulus maakt ook duidelijk dat hij niet alleen is bij het schrijven van de brief. Het zijn geen woorden van een studeerkamergeleerde. Nee het zijn de opvattingen van de gemeente waar Paulus in verblijft. Die opvattingen heeft hij op al zijn reizen gegeven. Hij was er trots op dat hij in eigen onderhoud voorzag. Hij hoefde niemand naar de mond te praten om zijn maag te vullen. Hij heeft de brief gedicteerd. Hij had een secretaris die het voor hem opschreef maar kennelijk ook zelf een inbreng had, net als al die mensen om hem heen. Laten ook wij met Christus opstaan en zijn liefde voor de naaste verspreiden.

Mijn medewerkers

woensdag, 10 oktober, 2018

Romeinen 16:1-16

1 Ik beveel onze zuster Febe bij u aan, die in dienst staat van de gemeente in Kenchreeën. 2  Ontvang haar in de naam van de Heer, op een wijze die bij de heiligen past. En sta haar bij wanneer ze uw hulp ergens voor nodig heeft, want ze is velen tot steun geweest, ook mij. 3  Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, 4  die voor mij hun leven op het spel hebben gezet. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle gemeenten van de heidenen. 5  Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. Groet mijn geliefde Epenetus, die als eerste in Asia tot het geloof in Christus is gekomen. 6  Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost. 7  Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden. 8  Groet mijn geliefde Ampliatus, die in de Heer gelooft. 9  Groet Urbanus, onze medewerker in de dienst aan Christus, en groet mijn geliefde Stachys. 10  Groet Apelles, wiens trouw aan Christus beproefd is. Groet de huisgenoten van Aristobulus. 11  Groet Herodion, mijn volksgenoot. Groet de huisgenoten van Narcissus die in de Heer geloven. 12  Groet Tryfena en Tryfosa, die zich hebben ingespannen voor de dienst aan de Heer. Groet onze geliefde Persis, ook zij heeft zich ingespannen voor de dienst aan de Heer. 13  Groet Rufus, die door de Heer is uitgekozen, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. 14  Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen. 15  Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas en alle heiligen die bij hen samenkomen. 16  Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van Christus laten u groeten. (NBV)

Een lange lijst met mensen uit de gemeente in Rome die de groeten moeten hebben van Paulus. Is dat nu een Bijbelse boodschap? Is dit nu het woord van God? Dat je de groeten moet hebben? Om te beginnen leren we er van dat we binnen de gemeente van Jezus van Nazareth om elkaar moeten denken. Verder is die brief aan de Romeinen niet aan een uitverkoren klasse van mensen gericht maar aan gewone mensen die Paulus ontmoet had, waar hij van gehoord had of die hij speciaal wilde aanbevelen op grond van hun werk en belang voor de gemeente. Dat begint al met zuster Febe. In de Nieuwe Bijbelvertaling is ze in dienst van een gemeente, maar volgens alle andere vertalingen was ze ambtsdraagster, diacones, een collega van Stephanus. In de Naardense Bijbel is dat correct vertaald. In die hele lijst die Paulus groet staan overigens opvallend veel vrouwen, zo belangrijk zijn ze en in de dagen van Paulus vervulden ze dus kennelijk ook gewoon kerkelijke ambten, waar mannen ze later van uitgesloten hebben.

Die Febe was niet onbelangrijk volgens het verhaal van de Handelingen. Kenchrea was een havenstad waar Paulus doorheen was getrokken en zijn hoofd had laten kaalscheren op grond van een gelofte. Febe was dus ook getuige van de betrouwbaarheid van Paulus, als hij een belofte deed dan hield hij die ook. Prisca en Aquila had hij vlak daarvoor in Korinthe ontmoet. Zij waren uit Rome verdreven op een Keizerlijk bevel. We hadden al eerder gezien dat Paulus de brief aan de Romeinen heeft geschreven toen de verdreven Joden en Joodse Christenen weer naar Rome hadden mogen terugkeren. Daar hoorden dus ook Prisca en Aquila kennelijk bij. Het gaat te ver om de hele lijst hier te behandelen, we weten ook niet van iedereen wat mee te delen, Maar duidelijk is dat het hier gaat om Joden en Heidenen, mannen en vrouwen, slaven en vrijen, armen en rijken, Grieken en Romeinen, kortom een dwarsdoorsnede uit de gemeente zoals Paulus overal in het Romeinse Rijk gemeenten had gesticht.

In die Christelijke gemeenten waren de etiketten waar wij zo graag onderscheid mee maken verdwenen. Het waren broeders en zusters in Christus en onderscheid werd er niet gemaakt. Natuurlijk de een kon iets anders dan de ander, elk had eigen unieke eigenschappen. Maar Paulus had ze vergeleken met een lichaam. Daar kon de hand ook iets anders dan de voet maar zonder de hand was de voet niks en zonder voet de hand niet. Handicaps moeten altijd gecompenseerd worden en herinneren ons aan de gewenste eenheid tussen mensen met verschillende eigenschappen. Zo is een op het oog saaie lijst met onbekende namen ineens een les geworden waar we ook vandaag uit mogen leven. Samen het goede doen, samen gebruik maken van elkaars verschillende kwaliteiten, want samen aan de nieuwe wereld van God bouwen mogen we elke dag, ook vandaag weer.

 

In het bergland

dinsdag, 9 oktober, 2018

Rechters 12:8-15

 8 Na Jefta was Ibsan uit Bet-Lechem rechter over Israël. 9  Hij had dertig zonen. Zijn dertig dochters huwelijkte hij buiten zijn eigen familie uit, en ook voor zijn zonen koos hij dertig bruiden van buiten de familie. Zeven jaar leidde hij Israël. 10  Toen stierf hij en werd begraven in Bet-Lechem. 11  Na hem was Elon uit de stam Zebulon rechter over Israël. Tien jaar leidde hij het land. 12  Toen stierf hij en werd begraven in Ajjalon in Zebulon. 13  Na hem was Abdon, de zoon van Hillel, uit Piraton rechter over Israël. 14  Hij had veertig zonen en dertig kleinzonen, die allemaal een ezelshengst als rijdier hadden. Acht jaar leidde hij Israël. 15  Toen stierf hij en werd begraven in Piraton in Efraïm, in het bergland dat ooit aan de Amalekieten had toebehoord. (NBV)

Waarschijnlijk heeft U nog nooit van  Ibsan, Elan en Abdon gehoord. En als U er wel van gehoord heeft bent U of theoloog of een heel trouwe bijbellezer die al heel lang nauwgezet de Bijbel bestudeerd heeft. Drie rechters van Israel van wie eigenlijk alleen bekend is hoeveel kinderen ze hadden. Van de laatste wordt dan vol trots verteld dat hij begraven werd in het Bergland dat eens tot de vijand had behoord. De drie markeren in de geschiedenis van Israel kennelijk ook een culturele overgang. Toen het volk pas het beloofde land was binnengetrokken was het land verdeeld volgens de familielijnen van de verschillende stammen. Je vindt dat terug in het boek Jozua. Deze drie Rechters verlaten de beslotenheid van hun familie en laten hun kinderen buiten de familie trouwen. Daarmee wordt het bezit versnipperd, of gedeeld zoals U wilt.

In onze tijd wordt vandaag de naamdag gevierd van iemand die ook uit een tijd kwam waarin het delen van bezit opnieuw present moest worden gesteld. Het is immers de naamdag van Frans van Assisi uit de dertiende eeuw. Hij hechtte zo aan alle leven dat zijn liefde voor de dieren heel erg bekend werd. Vandaag is het voor veel mensen dus ook dierendag. Maar dat hij ook naar de Kalief ging om vrede te bepleiten in de oorlogen tussen Arabieren en Europeanen wordt vandaag de dag minder snel verteld. Toch was er ook in de Arabische wereld een groot respect voor Frans en zijn volgelingen. We zouden daar vandaag de dag nog wel eens wat van kunnen leren. Wij houden het op 4 oktober liever op de dieren.  Die liefde voor dieren gaat misschien nog, maar om nou een jongen na de volgen die op het marktplein zijn kostbare representatieve kleding uittrok en in een ruwharen kleed en blootsvoets verder door het leven ging.

Waarna hij overigens in de bergen een vervallen kerkje ging opknappen. Een jongen die zijn volgelingen opriep alleen nog een houten nap te bezitten. Als iemand de nap wilde vullen hadden ze te eten, maar zelf hielden ze zich bezig met de zorg voor de armen en de zieken.  Zo radicaal delen we vandaag de dag zeker de rijkdom niet. Zoals we al uit de Bijbel kunnen leren vernieuwd de Weg van de God van Israël zich steeds weer. Telkens worden nieuwe kansen geboden vrede en vriendschap te sluiten met mensen die niet bij je eigen volk horen. Telkens weer kiezen mensen eerder voor afstand en soms zelfs voor oorlog. Maar ook blijkt iedere keer weer dat als je werkelijk samen doet, als je samen oog hebt voor de minsten, dat het dan beter gaat met het volk. Dat is tot op de dag van vandaag een les die we mogen leren. Het leven van Frans uit Assisi inspireert nog heel veel mensen over de hele wereld. Zij wensen iedereen en elkaar vrede en alle goeds. En dat mogen we elkaar elke dag toe wensen.

Zonder ons erbij te betrekken

maandag, 8 oktober, 2018

Rechters 12:1-7

1 De Efraïmieten brachten een leger op de been en staken de Jordaan over naar Safon. ‘Waarom bent u tegen de Ammonieten opgetrokken zonder ons erbij te betrekken?’ wilden ze van Jefta weten. ‘We zullen u met huis en al verbranden!’ 2  Jefta antwoordde hun: ‘Toen mijn volk en ik in oorlog waren met de Ammonieten heb ik u opgeroepen, maar u bent me niet te hulp gekomen. 3  Dus toen ik merkte dat er van uw kant geen hulp te verwachten was, ben ik met gevaar voor eigen leven zelf tegen de Ammonieten ten strijde getrokken, en de HEER heeft ze aan mij uitgeleverd. Waarom valt u mij nu dan aan?’ 4  Daarop riep hij alle mannen van Gilead op, bond de strijd aan met de Efraïmieten en versloeg hen. De Efraïmieten hadden namelijk gezegd: ‘Jullie zijn niets anders dan een stel gevluchte Efraïmieten. Gilead hoort bij Manasse, en dus evengoed bij Efraïm!’ 5  Daarna bezetten de Gileadieten de oversteekplaatsen van de Jordaan om de Efraïmieten de terugtocht te beletten. Wanneer een Efraïmiet die wilde vluchten vroeg of hij de rivier mocht oversteken, vroegen ze hem: ‘Kom jij uit Efraïm?’ Dat ontkende hij natuurlijk, 6  maar dan vroegen ze: ‘Zeg eens: “sjibbolet.”’ Als hij dan ‘sibbolet’ zei, en het woord dus niet goed uitsprak, grepen ze hem en doodden ze hem ter plekke. Op die dag sneuvelden al met al tweeënveertigduizend Efraïmieten. 7  Zes jaar was de Gileadiet Jefta rechter over Israël. Toen stierf hij en werd begraven in zijn woonplaats in Gilead. (NBV)

 

Toen de Duitsers ons land binnen vielen gingen er snel geruchten dat ze zich verkleed hadden als Nederlandse soldaten of Nederlandse burgers. Achteraf bleken die geruchten ook op waarheid te berusten. Het wachtwoord in die dagen werd Scheveningen want de uitspraak van de Sch is iets typisch voor het Nederlands. Iets dergelijks speelde zich ook af in de dagen van Jefta, of Jiftach zoals het ook wel vertaald wordt. Nadat Jefta gewonnen had voelden de mensen van Efraïm zich gepasseerd en begonnen een oorlog. Toen Jefta ze had opgeroepen voor een oorlog waren ze niet thuis geweest, maar ja. Nadat het volk Israel uit de woestijn gekomen was, was er in de 300 jaar die er sindsdien verstreken was ook een soort vervreemding opgetreden. Die vervreemding was te horen aan de oever van de Jordaan, de grensrivier tussen beloofde land en woestijn. Het woord stroom, sjibbolet, werd door de mensen van Efraïm uitgesproken zonder de sj klank, dus als Siebolt en daarmee hebben ze zichzelf blootgegeven.

Vervreemding tussen volken, ook als ze vlak bij elkaar wonen, maakt dat de taal gaat verschillen. Soms kan dat zelfs binnen één land, de taal van de straat wordt dan zo anders dan de taal van de huiskamer en de TV dat men elkaar niet echt meer kan verstaan en dat kan gevaarlijke situaties opleveren. De verschillen in Israel tussen Efraïm en de rest werden gebruikt net als in Nederland later bij de Duitsers werd gedaan die de Sch niet uit konden spreken. Niet dat dat in Nederland hielp overigens, we werden evengoed wel bezet. Ook in onze geschiedenis kennen we de partijen die zich hardnekkig buiten de oorlog wilden houden. In de Tweede Wereldoorlog waren dat de brave burgers die langzaam meegezogen werden in de onmenselijke maatregelen van de Duitse bezetters.  Die brave burgers die niet mee gaan in de strijd tegen geweld en onderdrukking maar zich aanpassen aan de heersende machten weigeren over het algemeen ook te delen met de armen.

Nu de werken van Lou de Jong op internet staan en daardoor voor iedereen weer te lezen is kunnen we ons weer eens realiseren hoe actueel een boek als Rechters ook voor onze dagen kan zijn. In onze tijd wordt op de vierde oktober de naamdag gevierd van iemand die ook uit een tijd kwam waarin het delen van bezit opnieuw present moest worden gesteld. Het is de naamdag van Frans van Assisi, die leefde in de dertiende eeuw. Hij hechtte zo aan alle leven dat zijn liefde voor de dieren heel erg bekend werd. Daarom is het voor veel mensen op vier oktober dus ook dierendag. Maar dat hij ook naar de Kalief ging om vrede te bepleiten in de oorlogen tussen Arabieren en Europeanen, tussen Moslims en Christenen, wordt vandaag de dag minder snel verteld. Toch was er ook in de Arabische wereld een groot respect voor Frans en zijn volgelingen. We zouden daar vandaag de dag nog wel eens wat van kunnen leren.

Vele eersten zullen de laatsten zijn

zondag, 7 oktober, 2018

Marcus 10:17-31

17 Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 18  Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. 19  U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 20  Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ 21  Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’ 22  Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. 23  Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 24  De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: 25  het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 26  Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 27  Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’ 28  Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om u te volgen!’ 29  Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, 30  zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven. 31  Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’ (NBV)

Als Jezus van Nazareth God was hoe kon hij dan zeggen dat hij niet goed is? Dat hij geen “goede meester” genoemd wil worden? Wij kunnen het ons bijna niet voorstellen dat we eretitels en vleiende benamingen zullen afwijzen. Maar in dat Koninkrijk van God is niemand meer dan een ander, alleen God gaat alles en iedereen te boven. De mens Jezus van Nazareth schaart zich daar ook onder en dat maakt hem goddelijk, dat te kunnen volhouden, een menigte mensen achter je aan, het halve volk aan je lippen, lammen laten lopen en blinden laten zien, boze geesten uitdrijven bij de vleet, en dan nog zeggen dat je niet meer bent dan een ander. De meesten van ons zouden dat niet kunnen en als we het kunnen hebben we daarvoor voorbeelden als Jezus van Nazareth nodig. En wat we moeten doen om bij die beweging te horen? Heel eenvoudig, geen moord plegen, niet je eigen partner of een ander als voorwerp voor je eigen genot beschouwen, niet een rechter bedriegen zodat er onrecht ontstaat, niet je afkomst vergeten of ontkennen.

Fatsoenlijke mensen hebben dat eigenlijk altijd al wel gedaan en weldenkende mensen halen het niet in hun hoofd om iets anders te doen. Zijn ze er dan, hebben ze het toegangsbewijs voor het Koninkrijk in handen? In het verhaal dat we vandaag lezen ontbreekt er nog één ding: Afstand doen van alle rijkdom. Dat is niet eenvoudig. Zomaar alles wat je bij elkaar gespaard en verdiend hebt wegdoen om Jezus van Nazareth te volgen. Mogen er dan geen rijken zijn? Worden rijken veroordeeld? Nee, maar volgens Jezus van Nazareth mogen er geen armen zijn. Zo lang er nog mensen zijn die honger lijden, zo lang er nog slachtoffers van aardbevingen zijn die geen huizen hebben, zolang er nog mensen dood gaan aan ziekten waarvoor wij medicijnen hebben, zolang er nog leed en ellende is zullen we ons met voorbijzien van onszelf moeten inzetten. En vele laatsten zullen de eersten zijn. In het verhaal van vandaag lopen we eigenlijk aan tegen het gebruik van losse teksten. Over het algemeen rukken die het verhaal van de Bijbel uit hun verband en verbergen ze de werkelijke boodschap van de Bijbel.

Er zijn dan ook een boel kerkelijke leiders die met hartstocht het gebruik van losse teksten bevorderen. Ze schrijven daarmee hun eigen Bijbel en hebben daardoor een maximale invloed op hun volgelingen. We kennen de bekende teksten uit het verhaal van vandaag natuurlijk. Het is moeilijker voor een rijke het koninkrijk van God binnen te komen dan een kameel gaat door het oog van de naald.  Maar had U wel bedacht dat die teksten bij één verhaal horen? En dat die laatste tekst een troost is voor de discipelen omdat ze nogal schrokken van het harde oordeel over de rijken? Het is moeilijk om onze gewoonlijke kijk op de wereld zo radicaal te veranderen als Jezus van Nazareth wil. Voor de armen, de zwakken, de mensen die het niet goed hebben gered in het leven, betekent het Koninkrijk van God alles. Daar zijn alle tranen gewist, daar heeft niemand meer honger, daar is de toekomst van alle kinderen verzekerd, daar mag iedereen mee doen. Wat voor de rijken bereikbaar was is nu ook voor de armen bereikbaar. Daarvoor is het nodig dat mensen huis en haard verlaten, hun gehechtheid aan eigen bezit en kapitaal opgeven en de Weg van Jezus van Nazareth volgen. Op die Weg kun je vandaag nog de reis beginnen.

 

Bij het begin van de schepping

zaterdag, 6 oktober, 2018

Marcus 10:1-16

1 Hij vertrok uit Kafarnaüm naar Judea en het gebied aan de overkant van de Jordaan, en de mensen verzamelden zich weer in groten getale om hem heen; hij onderwees hen zoals hij gewoon was te doen. 2  Er kwamen ook Farizeeën op hem af. Ze vroegen hem of een man zijn vrouw mag verstoten. Zo wilden ze hem op de proef stellen. 3  Hij vroeg hun: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’ 4  Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’ 5  Jezus zei tegen hen: ‘Hij heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent. 6  Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; 7  daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, 8  en die twee zullen één worden, ze zijn dan niet langer twee, maar één. 9  Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ 10  In huis stelden de leerlingen hem hier weer vragen over. 11  Hij zei tegen hen: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; 12  en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.’ 13 De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. 14  Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. 15  Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ 16  Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. (NBV)

Mag je nu wel of niet scheiden? Dat mag best maar daar geeft dit Bijbelstuk eigenlijk geen antwoord op. Jezus van Nazareth begint zijn antwoord op de strikvraag van de Farizeeën bij de leer van Mozes. Een man mag volgens de leer van Mozes een vrouw een scheidingsbrief meegeven. Niet omdat het een voorrecht voor een man is, maar omdat die man nu eenmaal een mens is die fouten kan maken en zaken stuk kan laten lopen. God heeft de mens geschapen naar zijn beeld, vrouwelijk en mannelijk schiep God de mens. Pas als twee mensen intens van elkaar houden en één vlees worden en dat weten vol te houden, zoals God nooit verlaat het werk dat zijn hand begon, wordt dat beeld zijn duidelijk voor de mensen. In het boek Hooglied in de Bijbel wordt die Goddelijke liefde tussen twee mensen op prachtige wijze bezongen. We hebben overigens ontdekt dat mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen ook op kan gaan voor twee mannen of twee vrouwen.

Heel uitdrukkelijk zegt Jezus van Nazareth dat je van buiten af nooit mag stoken in de liefde tussen twee mensen. Ouders die het niet eens zijn met de partnerkeuze van hun kinderen, een kerk die waarschuwt voor anders gelovigen als partners, een staat die eisen stelt aan de partnerkeuze van haar inwoners, ze houden zich niet aan het gebod van Jezus van Nazareth om mensen in vrijheid hun levenslange relatie van liefde aan te laten gaan. En al die scheidingen dan? Mensen hertrouwen toch vaak na een scheiding? De richtlijn van Mozes om een scheidingsbrief te geven was al een verbetering ten opzichte van de gewoonte een echtgenote die niet meer te beviel te verkopen of te vermoorden. Jezus van Nazareth waarschuwt er tegen om je partner te beschouwen als een bron voor je persoonlijke genot en als je er niet meer van geniet dan zoek je maar een ander. Let op dat die regel in dit verhaal zowel geldt voor mannen als voor vrouwen. Paulus heeft later eens geschreven dat de liefde zichzelf niet zoekt, het gaat ook in een huwelijksrelatie om de ander en niet om jezelf.

Natuurlijk kun je dan uit elkaar groeien. Soms is het goed om elk een andere weg te gaan, dat kan zelfs uit liefde besloten worden. De spanningen die er zijn, verschillende verwachtingen, verschillende karakters of culturen kunnen zich oplossen in een scheiding zodat er voor kinderen weer vrede en rust aanbreekt. Als kinderen zien dat gescheiden ouders elkaar weten te respecteren en voor de kinderen ook samen in de bres weten te springen dan leren ze misschien wel beter wat er met de goddelijke liefde wordt bedoeld dan van ouders die omwille van het fatsoen bij elkaar blijven maar elkaar niets meer te bieden hebben. We zijn met de regels uit de Bijbel op weg naar een ideale samenleving, een samenleving waarin alle tranen gewist zijn en waarin iedereen mag meedoen. We zijn nog niet in die hemel op aarde aangekomen. Zolang moeten we rekenen met zaken die mislopen, ook tussen mensen die van elkaar houden. Niemand van buiten mag een dergelijke breuk veroorzaken of bevorderen dat is in elk geval duidelijk. Ook van binnenuit kan een dergelijke breuk nooit lichtvaardig tot stand komen. Maar als die eenmaal vastgesteld is dan zullen we die moeten respecteren. Dan pas ook kan een nieuwe poging gewaagd worden de relatie op te bouwen tussen twee mensen die God bij de schepping heeft bedoeld. En zo worden ook de woorden van Jezus van Nazareth wegwijzers op de weg naar het mensenland van God, wegwijzers die we ook vandaag nog nodig hebben.

 

Ze vergelden goed met kwaad

vrijdag, 5 oktober, 2018

Psalm 35:11-28

11 Valse getuigen staan tegen mij op en vragen mij naar wat ik niet weet. 12  Ze vergelden goed met kwaad, ik voel mij van ieder verlaten. 13  Waren zij ziek, ik trok een boetekleed aan, en bleef mijn gebed onverhoord, ik pijnigde mij door te vasten. 14  Ik liep rond als waren zij vrienden, broers, ik ging in het zwart gehuld en liep gebogen als iemand die rouwt om zijn moeder. 15  Maar toen ik dreigde te vallen, verheugden zij zich, ze liepen te hoop en sloegen me onverwachts neer, ze hadden me willen verscheuren, 16  die bende godvergeten spotters met een grijns op hun gezicht. 17 Heer, hoe lang nog blijft u toezien? Behoed mij voor hun moordlust, red mijn kostbaar leven van die leeuwen. 18  Dan zal ik u prijzen in de gemeenschap, u loven waar heel uw volk bijeen is. 19  Gun mijn vijanden, die valsaards, geen leedvermaak, mijn redeloze haters geen blik van triomf, 20  want het woord vrede kennen zij niet, en tegen de weerlozen in het land smeden zij bedrieglijke plannen. 21  Ze roepen spottend, hun mond wijd open:
‘Zie hém daar!’ 22  U hebt het gezien, HEER, zwijg dan niet, mijn Heer, houd u niet ver van mij. 23  Verhef u, ontwaak, mijn God en mijn Heer, verdedig mij, vecht voor mijn zaak. 24  Doe mij recht, HEER, mijn God, u bent rechtvaardig, sta niet toe dat ze zich om mij vermaken, 25  laat hen niet kunnen denken: ‘Dit is wat we wilden.’ Laat hen niet kunnen zeggen: ‘We hebben hem verslonden.’ 26  Dat beschaamd staan en vernederd wie zich verheugen op mijn ondergang. Dat met schaamte en schande bedekt worden
wie zich boven mij verheffen. 27  Dat van vreugde juichen wie willen dat mij recht wordt gedaan. Laat hen gedurig mogen zeggen:
‘Groot is de HEER, vrede wil hij voor zijn dienaar.’ 28  Van uw gerechtigheid zal mijn tong spreken, van uw roem wil ik zingen, dag aan dag. (NBV)

Het is uiteindelijk de God van Israël die de armen bevrijdt van hun onderdrukkers zingt de psalmdichter. Dat is niet een knip met de vingers, dat is niet met een bliksem uit donkere wolken of met een grote aardbeving die ineens alle uitbuiters in de grond doet zakken. Verhalen in de Bijbel lijken dat nog wel eens te vertellen maar zelfs degenen die ze door vertelden lachten er bij en vertelden dat het in de werkelijkheid zo niet zal gaan. Het zal gaan door de wetten en regels nauwkeurig te volgen. Niet omdat het nu eenmaal moet, niet omdat dode letters en verstofte regels beter zijn als het gevoel van levende mensen. Maar omdat we van elkaar houden.

We houden zelfs van een moordenaar die zijn straf heeft ondergaan, wat hij ook gedaan heeft. We willen een samenleving zonder moordenaars, een samenleving waar iedereen een aandeel in heeft, waar we met elkaar op zoek zijn naar de beste weg. Dan moeten we ook bereid zijn om moordenaars weer terug te brengen op die weg. Dan zullen de armen werkelijk bevrijdt xijn van hun uitbuiters. Daarbij moeten we oppassen voor fake nieuws zegt de psalm. Ook een veroordeelde moordenaar beschuldigen een misdadiger te blijven na het uitzitten van zijn straf is fake nieuws. Zolang hij geen nieuwe misdaad pleegt is hij een burger net als alle anderen.

De  Psalm vraagt om gerechtigheid. Niet dat van wij zijn beter omdat we niemand hebben vermoord, maar dat van wij zijn blij dat mensen weer een nieuwe kans krijgen. Een nieuwe kans om de weg van de God van Israël te gaan. Een nieuwe kans om elkaar lief te hebben en een positieve bijdrage te leveren aan de samenleving. Het is immers de God van Israël die ons de weg wijst naar liefde, vrede en gerechtigheid. Telkens als wij ons laten regeren door angst, door woede, door afschuw dan wijken we van de weg af. Wie slecht doet moet gestraft worden. Maar wie de straf heeft ondergaan moet de kans krijgen op een nieuwe, goede, manier met de samenleving om te gaan. Elke dag opnieuw mogen we aan die samenleving werken, ook vandaag weer.

 

Vecht tegen wie mij bevechten

vrijdag, 5 oktober, 2018

Psalm 35:1-10

1 Van David. Bestrijd, HEER, wie mij bestrijden, vecht tegen wie mij bevechten, 2  wapen u, grijp het schild, sta op om mij te helpen! 3  Zwaai met uw speer en strijdbijl en werp ze naar mijn achtervolgers. Zeg tegen mij: ‘Ik ben het die je redt.’ 4  Dat beschaamd en vernederd worden wie mij naar het leven staan, dat eerloos terugdeinzen wie mij kwaad willen doen. 5  Laten zij verwaaien als kaf in de wind wanneer de engel van de HEER hen opjaagt, 6  laat hun weg donker en glad zijn wanneer de engel van de HEER hen vervolgt. 7  Zonder reden hebben ze een net gespannen, zonder reden een kuil voor mij gegraven. 8  Laat hen ten onder gaan voor zij het weten, verstrikt raken in hun eigen netten en zelf de ondergang tegemoet gaan. 9  Dan zal ik juichen om de HEER,  mij verheugen over de redding die hij brengt. 10  Uit de grond van mijn hart zal ik zeggen: ‘HEER, wie is aan u gelijk? U bevrijdt de zwakken van hun onderdrukkers, de zwakken en de armen van hun uitbuiters.’ (NBV)

De vraag die hier boven staat is gericht aan de God van Israël. Het lied dat we vandaag met de kerk meezingen begint er mee. En wat is dat voor slap gedoe, kun je zelf niet meer vechten? De Psalm wordt aan David toegeschreven, komt in elk geval uit een bundel liederen die bij de Tempel werden gezongen en de titel David droeg. En die koning David was een geduchte vechtersbaas, terwijl de koning van zijn dagen de vijanden per duizenden versloeg deed David dat per tienduizenden. Toch vraagt die David aan zijn God om zijn vijanden te bestrijden. Dat is niet zo vreemd als het lijkt. Volgens het verhaal dat in de Bijbel over David wordt verteld heeft hij weet van het verbond dat de God van Israël met zijn volk heeft gesloten.

Bij dat verbond horen de richtlijnen voor de menselijke samenleving en de hoofdlijnen daarvan stonden op stenen platen. Wat daar stond klinkt tot op vandaag door in onze wereld. “Gij zult niet doden” is een overbekende richtlijn en hoe kun je je vijanden bestrijden als je niet doden mag. David heeft in zijn leven ondervonden dat je soms vaker je vijanden moet doden dan je lief is. Zelfs al zou je niet geloven in de God van Israël dan dood je toch niet iedereen die je voor de voeten loopt. Iedereen die het niet met jou eens is. Iedereen waardoor jij je bedreigd voelt. Er zijn mensen die dat recht in eigen hand nemen. Zo voelde iemand zich bedreigd door Pim Fortuijn en schoot hem dood. Dat is in onze samenleving gelukkig een zwaar misdrijf.

Wij hebben wetten en regels om opvattingen te bestrijden en het tot gelding brengen van volgens ons foute opvattingen te voorkomen. Dat systeem werkt niet altijd feilloos, het is immers ook maar een menselijk bouwsel, maar het is wel het enige dat we hebben en dat we dus moeten koesteren. Daarom is die moordenaar ook onderworpen aan de regels van het strafrecht en volgens die regels door een rechter veroordeeld tot de straf die hij gekregen heeft. Daarom moet die straf ook uitgevoerd worden volgens de regels die er voor staan, juist omdat die moord zo verkeerd was. Afwijken van die regels omdat je het niet met de moordenaar eens bent brengt je op hetzelfde verkeerde spoor als die moordenaar heeft bewandeld.

Vecht tegen wie mij bevechten

donderdag, 4 oktober, 2018

Psalm 35:1-10

1 Van David. Bestrijd, HEER, wie mij bestrijden, vecht tegen wie mij bevechten, 2  wapen u, grijp het schild, sta op om mij te helpen! 3  Zwaai met uw speer en strijdbijl en werp ze naar mijn achtervolgers. Zeg tegen mij: ‘Ik ben het die je redt.’ 4  Dat beschaamd en vernederd worden wie mij naar het leven staan, dat eerloos terugdeinzen wie mij kwaad willen doen. 5  Laten zij verwaaien als kaf in de wind wanneer de engel van de HEER hen opjaagt, 6  laat hun weg donker en glad zijn wanneer de engel van de HEER hen vervolgt. 7  Zonder reden hebben ze een net gespannen, zonder reden een kuil voor mij gegraven. 8  Laat hen ten onder gaan voor zij het weten, verstrikt raken in hun eigen netten en zelf de ondergang tegemoet gaan. 9  Dan zal ik juichen om de HEER,  mij verheugen over de redding die hij brengt. 10  Uit de grond van mijn hart zal ik zeggen: ‘HEER, wie is aan u gelijk? U bevrijdt de zwakken van hun onderdrukkers, de zwakken en de armen van hun uitbuiters.’ (NBV)

De vraag die hier boven staat is gericht aan de God van Israël. Het lied dat we vandaag met de kerk meezingen begint er mee. En wat is dat voor slap gedoe, kun je zelf niet meer vechten? De Psalm wordt aan David toegeschreven, komt in elk geval uit een bundel liederen die bij de Tempel werden gezongen en de titel David droeg. En die koning David was een geduchte vechtersbaas, terwijl de koning van zijn dagen de vijanden per duizenden versloeg deed David dat per tienduizenden. Toch vraagt die David aan zijn God om zijn vijanden te bestrijden. Dat is niet zo vreemd als het lijkt. Volgens het verhaal dat in de Bijbel over David wordt verteld heeft hij weet van het verbond dat de God van Israël met zijn volk heeft gesloten.

Bij dat verbond horen de richtlijnen voor de menselijke samenleving en de hoofdlijnen daarvan stonden op stenen platen. Wat daar stond klinkt tot op vandaag door in onze wereld. “Gij zult niet doden” is een overbekende richtlijn en hoe kun je je vijanden bestrijden als je niet doden mag. David heeft in zijn leven ondervonden dat je soms vaker je vijanden moet doden dan je lief is. Zelfs al zou je niet geloven in de God van Israël dan dood je toch niet iedereen die je voor de voeten loopt. Iedereen die het niet met jou eens is. Iedereen waardoor jij je bedreigd voelt. Er zijn mensen die dat recht in eigen hand nemen. Zo voelde iemand zich bedreigd door Pim Fortuijn en schoot hem dood. Dat is in onze samenleving gelukkig een zwaar misdrijf.

Wij hebben wetten en regels om opvattingen te bestrijden en het tot gelding brengen van volgens ons foute opvattingen te voorkomen. Dat systeem werkt niet altijd feilloos, het is immers ook maar een menselijk bouwsel, maar het is wel het enige dat we hebben en dat we dus moeten koesteren. Daarom is die moordenaar ook onderworpen aan de regels van het strafrecht en volgens die regels door een rechter veroordeeld tot de straf die hij gekregen heeft. Daarom moet die straf ook uitgevoerd worden volgens de regels die er voor staan, juist omdat die moord zo verkeerd was. Afwijken van die regels omdat je het niet met de moordenaar eens bent brengt je op hetzelfde verkeerde spoor als die moordenaar heeft bewandeld.

Elk jaar vier dagen rouwklagen

woensdag, 3 oktober, 2018

Rechters 11:28-40

28  Maar de koning van de Ammonieten trok zich niets aan van de boodschap die Jefta hem had laten overbrengen. 29  Toen werd Jefta gegrepen door de geest van de HEER. Hij trok door heel Gilead en Manasse, ging daarna weer terug naar Mispa in Gilead en trok van daar op tegen de Ammonieten. 30  Hij beloofde de HEER: ‘Als u de Ammonieten aan mij uitlevert, 31  dan zal het eerste dat me bij mijn behouden thuiskomst tegemoet komt voor u zijn; dat zal ik als brandoffer aan u opdragen.’ 32  Toen trok hij op tegen de Ammonieten en bond de strijd met hen aan, en de HEER leverde ze aan hem uit. 33  Jefta sloeg hen terug van Aroër tot Minnit en Abel-Keramim en nam daarbij niet minder dan twintig steden in. Zo bracht hij een zware nederlaag toe aan de Ammonieten, die het hoofd moesten buigen voor de Israëlieten. 34  Toen Jefta terugkwam in zijn woonplaats Mispa, werd hij met reidansen en trommelspel verwelkomd. Zijn dochter ging voorop. Zij was zijn enige kind, andere zonen of dochters had hij niet. 35  Meteen toen hij haar zag scheurde hij zijn kleren en riep uit: ‘Ach mijn kind, dat jij me deze slag moet toebrengen, dat juist jij het bent die me in het ongeluk stort! Ik heb de HEER een gelofte gedaan en daar kan ik niet op terugkomen.’ 36  ‘U hebt de HEER een gelofte gedaan, vader, ‘antwoordde ze. ‘Nu hij u gewroken heeft op uw vijanden, de Ammonieten, moet u met mij doen zoals u hebt beloofd. 37  Maar dit wil ik nog vragen: gun me voordat u uw gelofte ten uitvoer brengt nog twee maanden tijd, zodat ik met mijn vriendinnen de bergen in kan trekken om erover te treuren dat ik nooit iemands vrouw zal zijn.’ 38  ‘Goed, ‘zei Jefta, en hij liet haar voor twee maanden de bergen in gaan om met haar vriendinnen om haar maagdelijkheid te treuren. 39  Toen die twee maanden voorbij waren keerde ze naar haar vader terug, en hij bracht zijn gelofte ten uitvoer. Nooit had ze met een man geslapen. Sindsdien is het in Israël de gewoonte 40  dat de jonge meisjes elk jaar vier dagen lang rouwklagen om Jefta’s dochter. (NBV)

Veel mensen vinden dit maar een raar verhaal. Die Rechter Jefta die zijn eigen dochter ter dood brengt alleen omdat hij dat nu eenmaal aan God heeft beloofd. Hoewel, hij heeft het niet letterlijk beloofd, het eerste dat hem tegemoet zou komen zou hij offeren. Amerikanen hebben voor zo iemand een zeer lelijk scheldwoord “Son of a bitch”, de Bijbel had dit scheldwoord voor Jefta al gebruikt, “zoon van een hoer” betekent zijn naam. Nou was het wel zo dat al het eerstgeborene geofferd zou moeten worden, de eerstgeboren schapen en ezels en zo. Alleen niet de eerstgeboren zoon, en over dochters wordt daar al helemaal niet gesproken. De geleerden zijn het er daarom ook niet over eens of Jefta nu echt zijn dochter heeft geofferd of dat het alleen bij wijze van spreken is geweest. Gewoonten en tradities moeten nu eenmaal ook worden verklaard nietwaar.

Bij ons komt Sinterklaas uit Spanje, omdat het Italiaanse Bari ooit onder Spaanse heerschappij viel. Een voorbeeld van een overlevering die in de loop van de geschiedenis tot verkeerde opvattingen is gaan leiden. De meisjes in het oude Israel hadden kennelijk elk jaar een rouwperiode voordat hun meisjestijd voorbij was. Een rouwperiode die toch ergens vandaan moest komen en verklaard moest worden. En al te lichtzinnige beloften moeten we ook niet doen, leren we uit dit verhaal. En de Bijbel al te letterlijk nemen ook niet. In het boek Rechters zijn een aantal zeer oude volksverhalen verwerkt maar of de letterlijke betekenis daarvan overeind is gebleven moet je je maar afvragen. De boodschap is in elk geval niet verloren gegaan. Dat we bij wetten goed moeten opletten wat er werkelijk staat is ook duidelijk.

Bij ons leven we in een klimaat waar wetten gemakkelijk alleen voor de armen geldig worden verklaard. Een minister president die dan voor het gemak ontkent dat er armen zijn en een zogenaamde Christelijke partij als partner heeft die daar op geen enkele manier tegen in het geweer komt. De voorzichtigheid die het verhaal van Jefta bij ons oproept blijkt nergens uit het regeringsbeleid. Alleen de rijken worden met voorzichtigheid behandeld. Dat je ook de armen, de onschuldigen met omzichtigheid moet behandelen en voordat je handelt als Jefta eerst drie keer moet nadenken voor wie je handelen gevolgen zou kunnen hebben ontbreekt in het huidige politieke klimaat. Er zijn nog altijd idealisten lid van het CDA, zij bedenken nog steeds niet wat voor gevolgen hun keuze heeft voor de zwaksten in onze samenleving, zij handelen als Jefta. Misschien moeten we dit verhaal wat harder vertellen om hen tot andere gedachten te brengen. Als de leden nu ook de partij verlaten veranderd er misschien wat ten goede in ons land.