Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

Vuur ons aan

donderdag, 9 augustus, 2018

Rechters 5:1-11

1 Die dag zongen Debora en Barak, de zoon van Abinoam, dit lied: 2  ‘Loof de HEER, omdat Israël zijn haren dreigend loswierp, loof de HEER, omdat Israël zich meldde voor de strijd. 3  Koningen en vorsten, luister en hoor toe hoe ik de HEER bezing,  een lied zing voor de HEER, de God van Israël. 4  HEER, de aarde beefde toen u voortschreed vanuit Seïr;  toen u optrok vanuit Edom stortte water uit de hemel en de wolken neer. 5 Voor de heerser van de Sinai wankelden de bergen, voor u, HEER, u, de God van Israël. 6  Onder Samgar, de zoon van Anat, in de tijd van Jaël, begaf geen karavaan zich nog op weg. Wie toch op reis moest, nam de kronkelpaden. 7  Aanvoerders ontbraken, het land kende geen leiding totdat jij, Debora, kwam en Israël tot leidsvrouw werd. 8  Verkoos men andere goden, dan stond de vijand voor de poorten; ons leger telde veertigduizend man, maar van schild of speer geen spoor. 9  Loof de HEER ! Ik dank hen die niet aarzelden de strijders aan te voeren. 10  Reizigers, gezeten op gezadelde ezelinnen, en ook jullie die te voet moeten gaan, 11  overstem met je verhalen het geklets bij de bronnen en laat ieder bij het drenken zingen van de HEER die overwon, van de overwinning door zijn aanvoerders voor Israël behaald. Daar trok het volk van de HEER ten strijde, voorwaarts vanuit de steden. (NBV)

De strijd van Debora en Barak en het optreden van Jaël lopen uit op een lied. Er zijn geleerden die zeggen dat het lied van Deborah en Barak het oudste stuk uit de Bijbel is. Al het andere is later opgeschreven, maar dit lied was zo populair dat het de eeuwen heeft doorstaan. In de Islam gelooft men dat de Koran is  gedicteerd aan de profeet Mohamed. De Bijbel niet, die is in een eeuwenlang proces ontstaan. Bijbel betekent dan ook bibliotheek en zoals een verzamelaar gedurende lange tijd zijn meest kostbare boeken bijeen zoekt, zo hebben ook de gelovigen van Israel en later van de kerk hun boeken bijeengezocht en daar een aantal eeuwen over gedaan. Dat alles begon met dit lied van Deborah. Dat lied mogen we vandaag de dag nog meezingen, want bevrijding blijft altijd nodig.

Het lied  van Debora  gaat over de richtlijnen die in de woestijn aan het volk gegeven werden. Iedere keer als het volk er vanaf week kregen de vijanden voet aan de grond, maar iedere keer als de Wet werd gevolgd, van “heb je naaste lief als jezelf” nietwaar, werd het volk onverslaanbaar. De laatste generaal die het probeerde was Sisera met zijn strijdwagens. Die strijdwagens liepen vast in de regen en de modder net als ooit de strijdwagens van de Farao, toen het volk door de Rode Zee trok. Ook toen klonk aan het eind van de strijd een vrouwenlied ter overwinning, het lied van Mirjam de zuster van Mozes. Met het lied van Deborah wordt ook dit verhaal een verhaal van bevrijding. Bevrijding van onderdrukking en slavernij en zonder de persoon van Deborah had dat niet gekund zegt het lied.

Barak en Deborah leerden ons dat vrouwen ons ook in de strijd kunnen voorgaan  en zonder Deborah was het waarachtig niet gegaan. Van alle liederen en verhalen die in de vroegste tijden zijn ontstaan hield haar lied het, als getuigenis van geloof, het langste vol. Soms vraagt een volk leiderschap. In het couplet van het lied van Deborah hierboven wordt het leiderschap gevraagd van Deborah, de rechter. Haar kenden ze want zij sprak recht als mensen haar rechtsgeschillen voorlegde. Eerlijkheid en onafhankelijkheid waren kennelijk de eigenschappen die men zocht in een leider. En onafhankelijkheid betekent een garantie voor de armen, ook zij zullen tot hun recht komen. Net als de vreemdelingen, ook al lijken die het tegendeel te doen. Dat leren we uit het verhaal van Jaël, die gaf de tegenstander geen water maar melk, die zette haar vrouwelijke eigenschappen in, maar bleek uiteindelijk de meest betrouwbare bondgenoot. Zulke bondgenoten kun je krijgen als je bereid bent je land met vreemdelingen te delen. Daar kunnen wij ook nog wel wat van leren, en vandaag nog in de praktijk brengen.

Dwars door zijn hoofd

woensdag, 8 augustus, 2018

Rechters 4:17-24

17 Sisera vluchtte te voet naar de tent van Jaël, de vrouw van de Keniet Cheber, want hij wist dat er een bondgenootschap bestond tussen de familie van Cheber en koning Jabin van Hasor. 18  Jaël kwam hem tegemoet en zei: ‘Kom binnen, heer, kom binnen. Wees niet bevreesd.’ Hij ging bij haar de tent binnen en zij verborg hem onder een deken. 19  ‘Geef me wat water te drinken, ‘vroeg hij, ‘ik heb zo’n dorst.’ Jaël opende een melkzak, gaf hem te drinken en dekte hem weer toe. 20  Toen zei hij: ‘Ga in de tentopening staan. Als er dan iemand komt vragen of er een man bij u is, moet u zeggen: “Nee, er is hier niemand.”’ 21  Jaël nam een tentpin en een hamer en sloop de tent binnen. Ze sloeg, terwijl hij daar uitgeput in slaap lag, de tentpin dwars door zijn hoofd de grond in, zodat hij stierf.
22  Op dat moment kwam Barak eraan, op jacht naar Sisera. Jaël ging hem tegemoet en zei: ‘Kom, ik zal u de man laten zien die u zoekt.’ Barak ging met haar naar binnen-en daar lag Sisera, dood, met de tentpin door zijn hoofd.23  Zo bracht God koning Jabin van Kanaän in zijn strijd met de Israëlieten een zware nederlaag toe. 24  Daarna wist Israël koning Jabin steeds verder terug te dringen, totdat ze hem hadden vernietigd.

Tienduizenden Nederlanders hebben het wel eens in een zomer gedaan. Tentharingen de grond ingeslagen, op campings, overal in Europa. En straks wordt het 1 september en is de “grote vakantie” weer voorbij. Rond die datum gaan de laatste kinderen weer naar school en neemt het gewone leven weer de overhand. Maar hier lezen we in de Bijbel nog een keer over tentharingen. Over de tentharing van Jaël. Dat was nog familie van de vrouw van Mozes. Die was immers getrouwd met de dochter van de priester van Midian, toen hij uit Egypte was gevlucht, nadat hij een Egyptenaar had doodgeslagen. De schoonfamilie van Mozes, dat waren dus eigenlijk vreemdelingen,  Maar ze hadden zich gevoegd bij het volk Israel toen dat het beloofde land was binnengetrokken en hadden een verbond met Jabin gesloten, de koning waar Barak en Deborah tegen ten strijde waren getrokken. Aan welke kant zou de familie staan?  Aan welke kant staan de vreemdelingen die met je meegegaan zijn?

Aan de goede kant dus want de zorg van een vrouw zegt niet alles. Die Jaël mag water schenken en op de uitkijk staan, maar aan haar wordt niet gevraagd welke kant ze kiest. Mannen vergeten vrouwen naar waarde te schatten, je naaste liefhebben als jezelf betekent voor mannen dat vrouwen als gelijkwaardig dienen te worden behandeld. Jaël laat dat zien want vroeger zouden ze zeggen dat ze haar mannetje staat, tegenwoordig hebben we de Bijbel toch wat nauwkeurige leren lezen en weten we dat ze gewoon aan de goede kant is gaan staan. Want die “tentpin” is in de oorspronkelijke tekst vrouwelijk en betekent iets als “doorboorde” het wordt ook wel voor “vrouw” zelf gebruikt. Die Jaël gooit haar vrouwelijke wapens in de strijd en niet tevergeefs. Jaël wordt daarmee het scharnierpunt in de strijd tegen koning Jabin en uiteindelijk weet Israel deze koning te verslaan.

En Israel heeft nog steeds geen koning en geen regering. Barak is er met een leger op uit, gestuurd door Deborah, die rechter was en gewoon spreekuur hield waar de mensen haar rechtsgeschillen kwamen voorleggen. Geen glazen plafond dat de beide vrouwen weerhield van het spelen van een hoofdrol in de geschiedenis. Vrouwen hebben tegenwoordig nog wel eens het gevoel tegen een glazen plafond aan te lopen. Dat is dus niet nodig, een tentharing en een hamer zijn voldoende om dat glazen plafond te doorbreken. En dat wantrouwen in vreemdelingen? Als ze met je meetrekken, als ze zich als medeburger gedragen dan is dat wantrouwen beschamend. Nog steeds wordt het opsluiten van Amerikaanse burgers van Japanse afkomst na de aanval op Pearl Harbour als een schandaal beschouwd. We moeten ons dus hoeden voor het oordelen en veroordelen alleen op grond van afkomst, een goede bondgenote zou gemakkelijk verspeeld kunnen worden.

Ik zal met U meegaan

dinsdag, 7 augustus, 2018

Rechters 4:1-16

1 Na de dood van Ehud deden de Israëlieten weer wat slecht is in de ogen van de HEER. 2  Daarom leverde de HEER hen uit aan koning Jabin van Kanaän, die regeerde in Hasor. Diens legeraanvoerder heette Sisera; hij had zijn legerkamp in Charoset-Haggojim. 3  Jabin beschikte over negenhonderd ijzeren strijdwagens en heerste met harde hand over Israël, wel twintig jaar lang. Daarom riepen de Israëlieten de HEER te hulp. 4 In die tijd was een zekere Debora rechter over Israël. Deze Debora, de vrouw van Lappidot, was profetes. 5  Ze hield zitting onder de Deborapalm tussen Rama en Betel, in het bergland van Efraïm, en daar kwamen de Israëlieten haar hun rechtsgeschillen voorleggen. 6  Debora liet Barak, de zoon van Abinoam, afkomstig uit Kedes in Naftali, bij zich komen en zei tegen hem: ‘De HEER, de God van Israël, gebiedt u: “Trek met tienduizend man uit de stammen Naftali en Zebulon op naar de Tabor. 7  Dan zal ik Jabins legeraanvoerder Sisera met al zijn strijdwagens en soldaten laten optrekken tot in het dal van de Kison en hem aan je uitleveren.”’ 8  ‘Als u meegaat, zal ik gaan, ‘antwoordde Barak, ‘maar als u niet meegaat, ga ik niet.’ 9  ‘Goed, ‘zei Debora, ‘ik zal met u meegaan. Maar let wel, u zult geen eer behalen aan deze veldtocht, want de HEER zal Sisera uitleveren aan een vrouw.’ Zo besloot Debora met Barak mee te gaan op zijn veldtocht naar Kedes. 10 Barak riep de mannen van Zebulon en Naftali onder de wapenen en trok aan het hoofd van tienduizend man naar Kedes op. Debora ging met hem mee. 11  In de buurt van Kedes had een zekere Cheber zijn tenten opgeslagen bij de eik in Saänannim. Deze Cheber was een Keniet die zich had afgescheiden van zijn stamgenoten, nakomelingen van Mozes’ schoonvader Chobab. 12  Sisera kreeg bericht dat Barak de Tabor was opgegaan. 13  Daarom riep hij zijn soldaten onder de wapenen en trok met al zijn negenhonderd ijzeren strijdwagens en zijn hele leger vanuit Charoset-Haggojim op naar het dal van de Kison. 14  Debora spoorde Barak aan: ‘Vooruit! Vandaag levert de HEER Sisera aan u uit. Hij zal voor u uit gaan.’ Toen kwam Barak de Tabor af met tienduizend man achter zich aan. 15  Op het moment dat de manschappen van Sisera Barak zagen verschijnen, zaaide de HEER paniek onder hen en ontstond er grote verwarring. Sisera sprong van zijn wagen en maakte zich uit de voeten. 16  Barak achtervolgde de strijdwagens en de soldaten tot in Charoset-Haggojim. Alle soldaten van Sisera sneuvelden; niet een bleef er in leven. (NBV)

Na de dood van Ehud was Deborah de volgende rechter zegt hoofdstuk vier van het boek Rechters. Echte Bijbelkenners weten dat we nu een Rechter vergeten. Samgar, die sloeg zeshonderd Filistijnen dood met een osseprik. Een boer die aan het ploegen was en de ossen aanspoorde met een puntige stok. Met diezelfde puntige stok bevrijdde hij het volk van een machtige roversbende. Een verhaal dat maar één vers in de Bijbel kreeg, Rechters 3:31, want de Bijbel houdt nu eenmaal niet van mannetjesputters. Wel van vrouwen in dit soort verhalen. Lang is er beweerd dat de Bijbelse orde zou zijn dat mannen werken en regeren en de macht hebben en dat vrouwen thuis zitten en voor man en kinderen zorgen. Niets is minder waar. Die orde is uitermate on-Bijbels. Bijbels is Deborah de zingende vrouw die Rechter was toen Jabin met zijn 900 strijdwagens het volk onderdrukte.

Barak mocht met een leger uit de stammen van Naftali en Zebulon er tegen ten strijde trekken, maar Barak kenden de Bijbelse orde en keek wel uit, zonder Deborah ging hij niet op pad. Zij wees de richting aan en hij en zijn mannen hadden maar te volgen. En jawel het hele leger van krijgsoverste Sisera werd verslagen. Waarom tot op vandaag de dag mannen doen alsof vrouwen niet als zij aan de samenleving zouden kunnen deelnemen is een raadsel. Er zijn kerken, protestantse en natuurlijk ook de Rooms Katholieke zogenaamde kerk, die vrouwen zeker niet als moderne rechters, of richters, als dominees of pastoors zouden toelaten. Bij hen geen Paus, Bisschop, ouderling of Predikant die tegen een door God gezonden Deborah zouden zeggen, we gaan niet zonder U. Het is tegen de natuurlijke orde zou een kardinaal zeggen. Natuurlijk is dat tegen de natuurlijke orde, het is volgens Gods orde, die is uiteindelijk niet van deze wereld maar van een andere wereld, een heel andere orde dus.

Die bevrijdende orde, die mensen bevrijd van onderdrukking moet nog steeds bevochten worden. Zeker zolang vrouwen worden buitengesloten, onderdrukt, thuis opgesloten, met eerwraak bedreigd en niet mee mogen doen aan de samenleving en de democratie. Zich zelfs niet mogen kleden zoals ze willen, als ze tenminste hun gezicht willen bedekken. Denk niet dat alleen binnen de Islam minderheden vrouwen onderdrukken en als voorwerp beschouwen. Dat komt binnen de Rooms Katholieke en Gereformeerde traditie net zo goed voor. Ook in de economie staan vrouwen nog te veel en te vaak op het tweede plan, kunnen ze de echte top niet bereiken. De twee stammen van Zebulon en Naftali waren niet genoeg voor een blijvende bevrijding. Maar er zijn door de hele geschiedenis, tot op de dag van vandaag, meer vrouwen als Deborah, Goddank.

Gegrondvest in de liefde blijven.

maandag, 6 augustus, 2018

Efeziërs 3:14-21

14 Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, 15  die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. 16  Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17  zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. 18  Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, 19  ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid. 20  Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, 21  aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen. (NBV)

Alles wat je doet laten bepalen door de liefde. Dat is het centrale thema in de boodschap van Paulus. Niet door angst, niet door hebzucht, niet door een zucht naar macht, maar alleen door liefde moet je je laten regeren. Dat is moeilijker dan het lijkt. Wij laten ons nog wel eens leiden door wat anderen van ons zeggen. Wij houden meestal ook niet zoveel van onszelf zodat we ook niet veel van anderen kunnen houden. En dan zijn er nog gewoonten die ons gedrag bepalen, cultuur ook. Ook regels en wetjes van een overheid kunnen ons sturen. En het gevoel van onmacht, wie pakt grote instellingen en bedrijven aan, laat staan regeringen. Maar Paulus zegt ons in dit gedeelte dat de macht van de liefde in staat is oneindig meer te doen dan wij vragen of denken. Bij alles wat de liefde van ons vraagt en wat we niet doen moeten we ons dus afvragen wat ons in vredesnaam tegenhoud.

Om regeringen aan te pakken zijn er toch organisaties als politieke partijen en Amnesty International. Om handelsverhoudingen te veranderen zijn er toch organisaties als Fair Trade, Max Havelaar en wereldwinkels. Om respect en liefde voor dieren te bevorderen zijn er toch organisaties als Wakker Dier en de dierenbescherming. Zo zijn er organisaties die kinderarbeid aan de kaak stellen en bestrijden, die onrechtvaardige huisvestingssituaties in Nederland aan de kaak stellen, die zelfs huizen bouwen in arme landen, die artsen sturen daar waar niemand meer durft te gaan, die voor onderwijs aan kinderen zorgen waar iedereen het af laat weten. Al die zaken van armen en verdrukten die we eigenlijk zouden willen veranderen kennen organisaties en bewegingen van mensen die er tegen te hoop lopen en de bevrijding brengen die het Evangelie ons belooft. We moeten ons alleen bij die messiaanse bewegingen durven aansluiten.

We moeten ons ook niet laten afschrikken door tegenslagen en tegenkrachten. Gegrondvest blijven in de liefde noemt Paulus dat. Paulus beroept zich op de opgestane Heer. Het geloof dat Jezus van Nazareth na zijn kruisdood opstond uit het graf is voor Paulus de grootste drijfveer om de Liefde vast te houden. Je moet het geloven. Maar kijk eens om je heen, als je die opstanding gelooft dan kun eigenlijk gemakkelijk geloven dat die aarde waar alle tranen verdwenen zijn er ook komt. Dat ooit al het leed dat je raakt verdwenen zal zijn en dat iedereen mag meedoen. Het mooiste is dat we er elke dag en elk moment weer opnieuw mee aan mogen beginnen te bouwen. Aan het begin van elke nieuwe dag kunnen we alles weer eens op een rijtje te zetten en kiezen bij welk stroompje van de brede messiaanse beweging we ons opnieuw zullen aansluiten. Maak een keuze en ga aan de slag.

 

Dat de heidenvolkeren mede-erfgenamen zijn

zondag, 5 augustus, 2018

Efeziërs 3:1-13

1  Daarom is het dat ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u, heidenen, bid. 2  U moet toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u geschonken is. 3  Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven. 4  Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus. 5  Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: 6  de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie. 7  Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt. 8  Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen, 9  en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van het al, werkelijkheid wordt. 10  Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen, 11  naar het eeuwenoude plan dat hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer, 12  in wie wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in hem. 13  Ik vraag u dan ook de moed niet te verliezen wanneer ik lijd omwille van u, want daaraan kunt u eer ontlenen. (NBV)

Wij lezen vandaag nog eens hoe Paulus benadrukt dat het verhaal van de bevrijding, zoals Israël dat door de woestijn heen had beleefd, ook voor de Heidenen geldt. Ook wij Heidenen worden uitgenodigd om, door mee te gaan in het verhaal van Jezus van Nazareth, aan die bevrijding deel te gaan nemen. Zodat uiteindelijk alle volken op aarde mee gaan doen aan dat geweldige verhaal van eerlijk delen. Een verhaal waarin alle mensen gelijk kunnen meedoen, waar geen onderdrukking meer is, waar geen sprake is van arm of rijk, maar iedereen deelt, waar geen sprake is van machtig of onderdrukt, maar iedereen ook de macht en verantwoordelijkheid deelt. We weten het uit het kerstverhaal, dan is er vrede op aarde en in mensen een welbehagen. Dat lied wat Lukas toeschrijft aan de engelen klinkt ook in deze brief van Paulus door. Paulus schrijft deze brief overigens in gevangenschap. Dat brengt in zijn boodschap geen verandering. Jezus van Nazareth ging immers door de dood heen en dat bracht de beweging alleen nog maar meer op gang.

Die gevangenschap van Paulus waar hij hier mee begint moet je dan ook dubbelzinnig lezen. Hij zou kunnen bedoelen dat hij in de gevangenis zit, en dat was Paulus al een aantal keren overkomen, ook in Efeze wisten ze daarvan mee te praten, maar hij zou ook kunnen bedoelen dat hij gevangene is van Jezus de Christus. En die laatste gevangenschap is bevrijdend. Mensen kunnen je in een cel stoppen, je martelen, je doden, maar mensen kunnen nooit je geloof afnemen, dat kun je alleen zelf loslaten. Het sterkste geloof is het geloof in de overwinning van Christus op de dood. De kans dat we dood gaan is geen reden meer om bang te zijn en dus ook geen reden meer om onze mond te houden en niet langer op te komen tegen onrecht en aandacht te vragen voor de mensen in de wereld aan wie geen recht wordt gedaan. Dat is het geheim van de onverzettelijkheid van Paulus. Hij blijft maar doorgaan. Zelfs al moest hij, zoals in Efeze gebeurd was, met een mand over de stadsmuur geholpen worden zodat hij kon ontsnappen, de gemeente in Efeze wordt door hem niet in de steek gelaten. Die stad moet voor Christus gewonnen worden, daar moet recht worden gedaan aan armen, aan slaven, aan de zwaksten en de minsten.

Efeze was een bedevaart centrum en een handelscentrum. In het boek van de Handelingen der Apostelen wordt verteld over het verblijf van Paulus in die stad. Hij kreeg ruzie met de makers van religieuze voorwerpen. Zilveren tempeltjes met de afbeelding van de jachtgodin Diana waren een belangrijke bron van inkomsten. Dat scherpe religieuze karakter van een dergelijke stad trok, en trekt, mensen van allerlei slag. Ook mensen die geloven dat je de geesten en krachten die bovennatuurlijk zijn tevreden moet stellen. Paulus zegt hier dat hij dat prima vindt. Als je dat wil geloven dan moet je dat maar doen. Maar de gemeente van Jezus van Nazareth laat zien, in het dagelijks leven, dat de Christus ook de baas is van al die bovennatuurlijke machten en krachten en dat je je daar dus niet mee bezig hoeft te houden. Als die gemeente een gemeente is waar geen verschil meer is tussen arme en rijk, tussen slaaf en vrije, tussen Jood en Heiden, dan bloeit er een nieuw soort gemeenschap op waar heel de wereld beter van wordt. Dat is waar het om draait. Wij weten inmiddels dat je er elke dag weer opnieuw mee moet beginnen. Dat veel mensen de moed opgeven maar dat door de eeuwen heen ook steeds weer mensen de fakkel overnemen en onvoorwaardelijk voor hun naaste gaan zorgen.

Het land had 80 jaar rust

zaterdag, 4 augustus, 2018

Rechters 3:12-31

12  Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom zette de HEER koning Eglon van Moab aan om de wapens tegen Israël op te nemen. 13  Eglon wist ook de Ammonieten en de Amalekieten op zijn hand te krijgen. In een gezamenlijke aanval versloegen ze Israël en maakten zich meester van de Palmstad. 14  Achttien jaar moesten de Israëlieten koning Eglon van Moab dienen. 15  Toen riepen ze de HEER te hulp, en de HEER zond iemand om hen te bevrijden: Ehud, de zoon van Gera uit de stam Benjamin, een linkshandige. Deze Ehud ging namens de Israëlieten schatting afdragen aan koning Eglon. 16  Maar eerst liet hij zich een kort tweesnijdend zwaard maken dat hij onder zijn kleding verborg, op zijn rechterheup. 17  Nadat hij de schatting aan de vadsig dikke koning Eglon had aangeboden, 18  deed hij zijn dragers uitgeleide, 19  maar zelf maakte hij bij de stenen beelden bij Gilgal rechtsomkeert. Hij liet zich bij de koning aandienen met de mededeling dat hij een geheime boodschap voor hem had. Op een wenk van de koning verlieten alle aanwezigen de zaal. 20  Ehud ging naar de koning, die zich had teruggetrokken in de koelte van zijn bovenvertrek, en zei: ‘Ik heb voor u een boodschap van God.’ Toen de koning opstond van zijn troon, 21  trok Ehud met zijn linkerhand het zwaard van zijn rechterheup en stak het in Eglons buik. 22  De kling verdween tussen de vetkwabben, die zich daarna ook om het gevest sloten, want Ehud trok het zwaard niet terug maar liep snel de kamer uit, 23  de galerij op, nadat hij de deuren van het vertrek van binnenuit vergrendeld had. 24  Hij was nog niet weg, of de dienaren van de koning kwamen de zaal weer binnen. Ze merkten dat de deuren van het bovenvertrek waren vergrendeld en zeiden tegen elkaar: ‘Hij heeft zich zeker weer afgezonderd om zijn behoefte te doen.’ 25  Ze wachtten een hele tijd, maar de deuren van het vertrek werden niet geopend. Ten slotte haalden ze een sleutel en openden de deur van buitenaf-en daar lag hun heer, dood op de grond. 26  Ehud had van hun getalm gebruikgemaakt om te ontsnappen. Hij passeerde de stenen beelden en ontkwam naar Seïra. 27  Bij zijn aankomst in het bergland van Efraïm blies hij op de ramshoorn. Onder zijn aanvoering kwamen de Israëlieten uit de bergen. 28  Hij zei tegen hen: ‘Volg mij, want de HEER heeft uw vijanden, de Moabieten, aan u uitgeleverd.’ Ze volgden hem en bezetten de oversteekplaatsen in de Jordaan, zodat er geen Moabiet meer langs kon. 29  De Israëlieten versloegen ongeveer tienduizend Moabieten. Hoewel het stuk voor stuk stevige, strijdbare mannen waren, ontkwam er niet een. 30  Moab moest die dag buigen voor Israël, en het land had tachtig jaar rust. 31 Na Ehud kwam Samgar, de zoon van Anat. Hij doodde zeshonderd Filistijnen met een ossenprik. Zo bevrijdde ook hij Israël. (NBV)

Bij Othniël, de rechter waarover we gisteren lazen, was het nog 40 jaar vrede en rust, maar bij de volgende rechter die wordt genoemd, Ehud, was het succes al twee maal zo lang. Nu zou je denken dat die Ehud toch wel een geweldenaar zou moeten zijn. Een legeraanvoerder met strategisch inzicht. Een sterke atleet die zijn manschappen in de strijd zou kunnen voorgaan. Niets is minder waar. Dat soort mannetjesputters is niet het soort waar Bijbelverhalen op vertrouwen. Ehud was een gehandicapte. Het blijft jammer dat vertalers geen namen vertalen, zoals vroeger in Indianenboeken wel gebeurde. Ehud is iemand die gehandicapt is aan zijn rechterhand, de zoon van Handige Rechterarm.

Hij leert echter zijn linkerarm gebruiken en dat werkt. Als je kijkt of iemand een zwaard bij zich heeft dan kijk je links, daar hangt een zwaard voor Handige Rechterarm, maar voor Kreupele Rechterhand, diens zoon, hangt het zwaard rechts en dat blijft onopgemerkt. Zo wordt de wrede vadsig dikke koning doodgestoken, en zo staat er in de oorspronkelijke tekst, hij kon in de stront zakken. Zoiets vertalen onze keurige Bijbelvertalers niet. Jammer want een verhaal als dit maakt dat gehandicapten bemoedigd worden in opstand te komen tegen hun onderdrukkers. Wij kijken immers ook vaak naar gehandicapten en benoemen dan wat ze niet kunnen. Maar ten onrechte, iemand die niet kan lopen kan vaak wel in een rolstoel zich verplaatsen, iemand die blind is, kan heel goed horen en zo kun je een hele lange lijst maken.

In onze democratie hoeven gehandicapten misschien niet direct met geweld tegen de samenleving op te staan. Zeer veel gehandicapten betalen forse bedragen aan eigen risico in de gezondheidszorg. Het maximum is dan nog maar het begin. Regelmatig komt het voor dat de dokter medicijnen voorschrijft waarvoor je ook nog apart een eigen bijdrage moet betalen. Het wettelijk maximum voor gehandicapten en chronisch zieken wordt daardoor veel groter. Alsof je als gehandicapte of chronisch zieke iets anders kan doen aan de vermindering van die kosten dan dood te gaan. Het idee is dat mensen moeten door krijgen wat hun zorg kost. Maar waarom als je er niets aan kunt veranderen? Het wordt tijd het Malieveld vol te zetten met rolstoelers, die geholpen worden door blinden, doven, hartpatiënten en iedereen die chronisch ziek of gehandicapt is.

Veertig jaar had het land rust

vrijdag, 3 augustus, 2018

Rechters 3:7-11

7  De Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER: ze vergaten de HEER, hun God, en dienden de Baäls en de Asjera’s. 8 De HEER werd woedend op de Israëlieten en leverde ze uit aan Kusan-Risataïm, de koning van Aram-Naharaïm; acht jaar moesten ze hem dienen. 9  De Israëlieten riepen de HEER te hulp, en de HEER zond iemand om hen te bevrijden: Otniël, een zoon van Kalebs jongere broer Kenaz. 10  Gedreven door de geest van de HEER trad hij op als rechter over Israël. Hij trok ten strijde, en de HEER leverde koning Kusan-Risataïm van Aram aan hem uit, zodat hij hem een zware nederlaag kon toebrengen. 11  Veertig jaar had het land rust. Toen stierf Otniël. (NBV)

Dat is nogal wat als je geen regering hebt en geen koning en toch rust. Bij Israel was daar wel een rechter voor nodig, iemand die voortdurend de mensen bij de richtlijnen uit de woestijn hield. Want het kan dus wel, Israëlieten die doen wat slecht is in de ogen van God, de Bijbel zegt het. Tegenwoordig heb je zogenaamde Christenen die beweren dat het helemaal niet kan en dat er dus een onvoorwaardelijke steun voor Israël moet zijn. Maar volgens de Bijbel zou dat discriminatie zijn. Wie andere goden naloopt hoort niet meer bij de God van Israël en als je je zelf tot afgod hebt verklaard en jezelf de beste vindt dan doe je dus wat slecht is in de ogen van de Heer. Het boek Rechters vertelt ons dus ook dat er steeds weer iemand moest opstaan die namens de God van Israël vrede en rust bracht. Er waren al een aantal van die rechters geweest maar de eerste die bij name genoemd wordt is Othniël, nog famillie van Kaleb die samen met Jozua het land overvloeiende van melk en honing had verkend en enthousiast was teruggekeerd.

Nu waren ze onder de heerschappij gekomen van een van de koningen die een stad regeerden in Kanaän. De namen die er staan zeggen ons niet zoveel, en namen vertaal je nu eenmaal niet. Als we zouden praten over minister Kerkziek kijk je toch vreemd op, het is de vertaling van Churchill. Dat niet vertalen van namen is hier wel jammer want de Bijbel noemt die koning “Koning vreemde dubbelschoft” of zoiets en dat zou je in de Bijbel toch niet direct verwachten. Nu was dat voor Othniël niet zo vreemd. Die koning was koning en had zich verheven boven de mensen om hem heen. En in plaats van als wijs bestuurder de mensen te dienen hield hij slaven en moesten de Israëlieten acht jaar voor hem werken. Toen hadden ze weer door dat de wet van je naaste liefhebben als jezelf toch zo gek niet was. Nou moeten we toch nog even wennen aan het geweld dat in het boek Rechters wordt toegepast.

We hebben nog wel eens het gevoel dat de Bijbel geweld absoluut veroordeeld. Dat is toch niet helemaal het geval. In navolging van de profeten spreekt Jezus nog wel eens over het uittrekken en verbranden van onkruid en daarmee worden mensen en machten aangeduid die mensen verstikken. Dat gold dus ook voor deze koning die niet wilde delen maar alleen profiteren. Dat gold zeker in de Tweede Wereldoorlog toen ook het gewelddadig verzet en de oorlog tegen de Nazi’s volgens de Bijbel uitermate gerechtvaardigd was. Ook nu nog zou gebruik van geweld door de Verenigde Naties na besluiten van de Veiligheidsraad in een aantal gevallen zeer gerechtvaardigd zijn. Als een land bijvoorbeeld de leiders van de oppositie opsluit zonder zich aan geneefse conventies te houden of zonder ze binnen afzienbare tijd voor de rechter te brengen. Nederland zal niet om sancties vragen want ze is meestal is te zeer bevriend met zo’n land.

Geen vreemdelingen of gasten meer

donderdag, 2 augustus, 2018

Efeziërs 2:11-22

11 Bedenk daarom dat u-u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn 12  bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13  Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14 Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken 15  en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede 16  en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17  Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18  dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader. 19  Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20  gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 21  Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, 22  in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.

Hoe gaan Heidenen en Joden samen in het Romeinse Rijk een nieuwe gemeenschap vormen die uiteindelijk het Heidense afgodenrijk van de Romeinen omver zal werpen? Dat is de vraag die Paulus ons in de lezing van vandaag stelt. Een vraag die ook vandaag niet onbelangrijk is. Wij willen immers de hele bewoonde wereld tot een Keizerrijk voor de God van Israël maken waar Jezus van Nazareth door zijn geest regeert? De Joden hadden lang gedacht dat de besnijdenis het enige teken was waardoor je er bij kon horen. Maar in de dagen van Abraham had die nog de voorhuiden van Filistijnen kunnen afsnijden als teken van overwinning en zijn eigen volk kunnen besnijden als teken van onoverwinnelijkheid van zijn God, maar dat ging al lang niet meer op. Natuurlijk, Joden moeten Joden blijven en zich laten besnijden maar voor Paulus was er geen enkele reden om dat van iedereen te gaan vragen. Het gaat immers niet om uiterlijkheden maar om wat je doet.

De profeet Jesaja had het ooit al over een vredevorst gehad die zou komen om blijvende vrede op de wereld te brengen en waar alle volken zich achter zouden scharen. Voor Paulus is die vredevorst gekomen in Jezus van Nazareth, de bevrijder, de gezalfde, Messias in het Hebreeuws, Christus in het Grieks. Dat hij de meest wrede slavendood aan het kruis op zich had genomen, genade voor zijn vervolgers had gevraagd, gezorgd had vanaf het kruis voor zijn nabestaanden en zijn medegekruisigden getroost, maakte dat iedereen de liefde van de God van Israël volledig kon volhouden en mee mocht maken. Jood en Heiden werden één kracht in Jezus van Nazareth. Als je die Weg volgt dan hoor je er onlosmakelijk bij, ook vandaag nog dus. Als alle vijandschap gedood is dan blijft de liefde over en kan er eindelijk leven zijn in overvloed.

Dat de Joden die niet meewilden met de Weg van Jezus van Nazareth, de Heidenen bleven uitschelden voor onbesnedenen deed er voor Paulus niet toe. Dat gelovigen in Jezus van Nazareth vandaag de dag uitgemaakt worden voor luchtfietsers doet er ook niet toe. Wie hongerigen voedt, de voedselbanken helpt bevoorraden, wie gevangenen bezoekt, schrijft met Amnesty International, wie de armen hoop geeft, werkt in een Fair Trade winkel of wie op welke manier zich ook inzet voor armen en behoeftigen, die weet dat het effect van dat werk blijvend is. Wie immers één mens redt heeft een heel volk gered, de hele wereld zelfs wordt gezegd. Wie onderwijs verzorgt voor kinderen, zelf of door steun, zorgt voor de toekomst van de wereld. Het resultaat is tastbaar en zichtbaar voor je. Daarom mogen we ook vandaag weer werken aan het Koninkrijk van de God van Israël, met alles wat in ons is.

U was dood

woensdag, 1 augustus, 2018

Efeziërs 2:1-10

1 U was dood door de misstappen en zonden 2  waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. 3  Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4 Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 5  heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. 6  Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. 7  Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus. 8  Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God 9  en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. 10  Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt. (NBV)

“U was dood”, “U bent gered van de dood”, het zijn van die zinnetjes in de Bijbel waarvan je je kunt afvragen wat die onzin te betekenen heeft. Je slaakt een diepe zucht en je merkt dat je wel degelijk leeft. Je kijkt eens om je heen en je ziet geen enkele reden waarom je nou direct dood zou gaan. Wat een flauwekul, als je gewoon thuis zit te lezen dan hoef je toch niet en nergens van gered te worden. En daar heb je natuurlijk helemaal gelijk in. Dat staat er dus ook niet in de Bijbel. Het gaat hier om het nalopen van de god van deze wereld, de heerster over machten in de lucht en de geest die werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. Het gaat om het aanbidden van de god van de kater, de god die je koppijn bezorgd in plaats van vreugde, de god die je alcohol en drugs aansmeert om het gezellig te kunnen hebben met andere mensen. De god van carrière die je beloont met een burn out of werkloosheid als je je maar lang genoeg door je baas hebt laten afbeulen. De god die je wijsgemaakt heeft dat alles in het leven draait om ikke, ikke , ikke en de rest kan stikken en als je dan eens hulp nodig hebt laat merken dat je er helemaal alleen voor staat.

De Bijbel noemt dat de dood, het is de dood voor de levenden, zoals wij spreken over de dood in een glas champagne als alle bubbels er uit verdwenen zijn. Al de zaken die de god van de wereld ons wil aansmeren leveren niks blijvends op, niet voor ons leven, niet voor anderen en niet voor de wereld. Als je al kinderen hebt dan laat je de wereld in zijn geest niet beter achter dan je die wereld hebt aangetroffen. En daarom staat er al vroeg in het Oude Testament “kies het leven”.Want de God van Israël, die het leven geeft, heeft gemaakt dat je elke dag de god van deze wereld in de steek mag laten, ongestraft kan dat, en dat je je op zijn Weg mag begeven. Dat is dus de weg van de Liefde. Hou nou eens op alleen aan je zelf te denken en denk je eens in wat je voor een ander kan betekenen.

Luister naar de verhalen van en over Jezus van Nazareth en leer er van waar die ander die jou nu nodig heeft te vinden is. Want er zijn voor die ander, dat is pas leven, dan komt de hemel op aarde. Het verschil is geweldig, je staat er versteld van. Al het goede dat je mee mag maken, feesten zonder je beroerd te voelen de volgende morgen, mensen echt ontmoeten zonder drugs of alcohol nodig te hebben, zorgen voor een ander en te leren steeds beter te zorgen. Er komt geen eind aan wat Christenen genade noemen, je leven is niet meer leeg, maar vol, je hoeft nooit meer te zoeken naar de volgende kik, mensen die je een kik geven genoeg. De weg gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt is ons genoeg. De moeilijkheden overwinnen die op die Weg liggen, maakt ons leven rijk, het uithoudingsvermogen dat daarvoor nodig is, maakt ons sterk. En elke dag opnieuw mogen wij er weer aan beginnen, ook vandaag weer.

Ze dienden hun goden

dinsdag, 31 juli, 2018

Rechters 3:1-6

1-2 Om de Israëlieten die de strijd tegen de Kanaänieten niet hadden meegemaakt te leren hoe het er in de oorlog aan toegaat (dus alleen om de nieuwe generaties die nog geen ervaring met de strijd hadden opgedaan daarmee vertrouwd te maken), had de HEER de volgende volken in het land laten blijven: 3  de Filistijnen in hun vijf vorstendommen en verder de Kanaänieten, de Sidoniërs en de Chiwwieten die in het Libanongebergte leefden, vanaf de Baäl-Hermon tot aan Lebo-Hamat. 4  Deze volken waren overgebleven om de Israëlieten op de proef te stellen, opdat de HEER te weten zou komen of zij de geboden zouden gehoorzamen die hij hun voorouders bij monde van Mozes had opgelegd. 5  Maar toen de Israëlieten eenmaal tussen de volken van Kanaän woonden, te weten de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten, 6  namen ze hun dochters tot vrouw en gaven ze hun eigen dochters aan de zonen van die volken, en dienden hun goden. (NBV)

Het waren van die keurige mensen. Ze hadden steden, en koningen zelfs. Ze bewerkten hun land en hadden nette gezinnen, met mooie dochters. Daar wil je toch bij horen nietwaar? Je vader en moeder hadden net als je grootouders nog door de woestijn gezworven, en daarvoor waren het slaven geweest in Egypte. Nou daar kon je beter niet te veel over praten. Dan ga je er immers nooit bij horen, dan raak je nooit thuis in je nieuwe land. Mooie goden hadden ze ook, met tempels en beelden en fraaie riten. Die goden hoorden bij het land, voor elke streek hadden ze een aparte god, en soms voor elk jaargetijde zelfs ook. En machtig dat die goden zouden zijn, zonder die goden zou het graan niet groeien en zou het niet gaan regenen.

Zelf hadden ze ook wel een God maar daar was geen beeld van, en een tempel was er ook al niet, ja een mooie tent. Maar in die tent stond een kist, met een kandelaar en een tafel met brood. Daar was niks aan. Riten hadden ze ook al niet, je moest wel offeren maar dat was voor de priesters. Nee het volk Israel ontworstelde zich aan haar verleden als woestijnvolk en raakte thuis in het land van overvloed. Net als wij thuis zijn in het land van overvloed, waar keurige pakken, fraaie auto’s, mooie huizen en bovenal een perfect uiterlijk het meest belangrijke zijn. Als het niet mooi genoeg is doe je gewoon een “make over” en als het even wil kan iedereen er van meegenieten en er een voorbeeld aan nemen.

Dat die kleren gemaakt zijn door zeer jonge, maar zeer arme kinderen is jouw zaak toch niet, daar kun je niks aan veranderen. Dat je met die auto kostbare aardolie op maakt en mensen verleidt zichzelf en elkaar dood te rijden is jouw zaak niet, je vrijheid mag best wat kosten. Dat je huis energie slurpt zodat er voor je kleinkinderen al niks meer over zal zijn zal je worst zijn. Moeten ze ook maar iets uitvinden. We zijn sedert het verhaal uit het boek Rechters nog niks veranderd. We kiezen ov er het algemeen niet de partijen die staan voor eerlijk delen in de wereld, rechtvaardigheid voor alle volken en vrede, maar voor clubjes die ons eigen inkomen volgend jaar verhogen ten koste van de armen hier, en elders op de wereld. Het wordt hoog tijd voor echte Rechters.