Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor de 'Column' categorie

Ik woon bij Beraad

woensdag, 5 juni, 2019

Spreuken 8:12-21

12 Ik, Wijsheid, ik woon bij Beraad, door overpeinzing vind ik kennis. 13 Wie ontzag heeft voor de HEER haat het kwaad. Ik verafschuw trots en hoogmoed, leugens en het kwaad. 14 Bij mij vind je beraad en overleg, ik heb inzicht, ik heb kracht. 15 Door mij regeren koningen, bepalen heersers wat rechtvaardig is. 16 Vorsten heersen dankzij mij, ik laat leiders rechtvaardig regeren. 17 Wie mij liefheeft, heb ik ook lief, wie mij zoekt, zal mij vinden. 18 Rijkdom en eer zijn mijn bezit, duurzame weelde en gerechtigheid. 19 Wat ik je geef is kostbaarder dan het zuiverste goud, ik bied iets dat meer is dan het fijnste zilver. 20 Ik ga de weg van de rechtvaardigheid, ik volg de paden van het recht 21 om rijk te maken wie mij liefheeft, om zijn schatkamers te vullen. (NBV)

Wijze moeders hebben vaak wijze uitspraken. Zo zeiden wijze moeders vaak tegen hun opgroeiende kinderen dat voordat ze wilden reageren op een kwade tong ze eerst eens tot tien moesten tellen. Kregen ze eerst de gelegenheid goed na te denken over de manier waarop ze zouden reageren. Niet dat die kinderen dat in hun latere leven in de praktijk brachten. Wie de sociale media volgt weet dat spontane reacties vaak worden bepaald door emoties en onderbuik gevoelens. In de Bijbel gaat het om veranderen. Als er kwaad geschied mag je dat niet alleen benoemen, dat moet zelfs. Ook trots en hoogmoed moet aan de kaak worden gesteld. Het lijkt er op dat iedereen wordt opgeroepen over alles maar een oordeel te vellen.

Volgens dit hoofdstuk uit Spreuken is niets minder waar. Wil je tot redelijke oplossingen komen voor problemen zul je moeten luisteren, naar het Woord van God, lezen in de Tora dus. Lezen in de goddelijke richtlijnen voor de menselijke samenleving. Maar ook luisteren naar anderen die geluisterd hebben naar het Woord van God. Zoals Vader, Zoon en Heilige Geest een familie vormen zo is Wijsheid alleen familiaal te verkrijgen. Er zijn in het gedeelte van vandaag een paar gedeelten waar we voor uit moeten kijken. Misverstanden zijn snel geboren. Als je de paden van het recht volgt zou je rijk kunnen worden zou je er in kunnen lezen. Maar wat is rijkdom? Jezus van Nazareth zei eens tegen zijn leerlingen dat ze geen schatten op aarde moesten verzamelen maar schatten in de hemel. Het volgen van de Wijsheid maakt geen mensen rijk maar maakt God rijk, rijk aan eer, rijk aan aanbidding.

Wie deze Spreuken in het Hebreeuws kan lezen zal het opvallen dat vers 11 begint met HEER en vers 21 eindigt met mens. Daartussen ligt de bedoeling van dit gedeelte. Het gaat over de verhouding tussen God en mens. En in die verhouding doet God de mensen recht als mensen elkaar recht doen. En bij recht doen aan mensen hoort geen hooghartigheid, hoort geen trots, horen geen leugens en kwaad. De Wijsheid laat daarom ook koningen en machthebbers regeren. Als ze werkelijk hun onderdanen tot hun recht weten te laten komen dan krijgen ze de vrede van God. Als ze de minsten en de kanslozen wegstoppen in verwaarloosde wijken waar ze weinig kans hebben op werk, opleiding en een toekomst voor de kinderen dan krijgen ze opstand en geweld. Voor we handelen moeten we dus eerst bij de Wijsheid te rade gaan.

Niets is vals en krom

dinsdag, 4 juni, 2019

Spreuken 8:1-11

1 Roept Wijsheid niet, laat Inzicht haar stem niet horen? 2 Wijsheid heeft zich opgesteld op een heuvel langs de weg, bij het kruispunt van de wegen. 3 Bij de poorten van de stad, bij de ingang, bij de toegangswegen klinkt haar stem: 4 ‘Mensen, tot jullie roep ik, ik richt mij tot iedereen. 5 Onnozele mensen, word toch eens verstandig, dwazen, denk eens na! 6 Luister, ik vertel je waardevolle dingen, mijn woorden zijn oprecht. 7 Mijn mond verkondigt slechts de waarheid, mijn lippen haten onbetrouwbaarheid. 8 Op mijn uitspraken kun je vertrouwen, niets is vals en krom. 9 Wie inzicht heeft vindt ze duidelijk, ze zijn eenvoudig voor wie kennis heeft verworven. 10 Stel mijn lessen boven zilver, mijn kennis boven zuiver goud. 11 Wijsheid is kostbaarder dan edelstenen, alles wat je ooit zou kunnen wensen valt bij wijsheid in het niet.’ (NBV)

Uren kun je zoeken naar de oplossing van een probleem, plotseling dringt die oplossing zich op en je realiseert je dat de oplossing eigenlijk al die tijd al voor de hand heeft gelegen. Het roept je als het ware toe. Hoe heb je zo stom kunnen zijn dat je het voor de hand liggende niet hebt gezien. Het overkomt ons allemaal wel eens. De dichter van het Bijbelboek Spreuken wijst ons er nog eens op. De wijsheid roept het uit op het kruispunt van de wegen, bij de poorten van de stad. Je zou er bijna over struikelen. En wat roept de wijsheid dan wel niet? Dat God liefhebben boven alles gelijk is aan je naaste liefhebben als je zelf. En dat het dus eigenlijk heel eenvoudig is om heel veel ellende tussen mensen te voorkomen. “De poorten van de stad” staat er overigens niet zomaar als trefpunt van veel mensen, het was ook de plaats waar recht werd gesproken.

En echt recht sluit mensen in en niet uit. Vrouwe Wijsheid roept uit dat we juist de mensen moeten liefhebben. We zullen vandaag daarom aan een inclusieve samenleving moeten werken, waar mensen gekend, gezien en gewaardeerd worden. De Wijsheid is hier vrouwelijk. De Wijsheid is altijd vrouwelijk, de wijsheid zorgt er immers voor dat de zorg voor de minsten voorop kunt staan. Elders in de Bijbel heet dan handelen in de Geest van God, in het Nieuwe Testament is het handelen in de Geest van Jezus van Nazareth. Die Geest is vrouwelijk. Mannen hebben in de geschiedenis altijd de illusie weten te wekken dat het gelijk altijd aan hun kant staat. Dat is dus niet zo.

God is net zo goed vrouwelijk als mannelijk en wat wij in het dagelijks leven van God merken, zeker als we ons leven door God laten sturen, dat is de vrouwelijke kant van God. Dit gedeelte van Spreuken doorbreekt ook de gedachte dat je al filosoferend zelf wel tot de waarheid kan komen, je eigen menselijke rede zou de meest verstandige oplossingen bieden. Niets is minder waar. Pas als het Woord van God een lamp op je pad is kom je de waarheid tegen. En Wijsheid is immers kostbaarder dan edelstenen, kostbaarder nog dan de blauwe Oppenheimer, en ze is voor iedereen beschikbaar, elke dag weer.

Noem Inzicht je vriendin.

maandag, 3 juni, 2019

Spreuken 7:1-27

1 Mijn zoon, denk altijd aan mijn uitspraken, vergeet mijn woorden niet, 2 denk altijd aan wat ik je leer, dan zul je blijven leven. Koester mijn lessen als het licht in je ogen, 3 draag mijn woorden als een ring aan je vinger, schrijf ze in je hart. 4 Zeg tegen Wijsheid: ‘Je bent mijn zuster, ‘noem Inzicht je vriendin. 5 Ze behoeden je voor lichtzinnige vrouwen, voor afgedwaalde vrouwen met hun vleierij. 6 Ik stond eens bij het raam van mijn huis, en keek uit het venster naar buiten. 7 Ik zag daar onervaren jongens; een van hen, ontdekte ik, was zonder verstand. 8 Hij liep door de straat, kwam bij de hoek waar zo’n vrouw woont, hij was vlak bij haar huis. 9 Het was in de schemering, de avond viel, de nacht brak aan, duisternis verspreidde zich. 10 En kijk, daar komt die vrouw op hem af, gekleed als een hoer, een listig karakter. 11 Ongedurig en losbandig, als iemand die in huis geen rust vindt, 12 loopt ze nu eens in de straten, dan weer op de pleinen, op elke straathoek staat ze op de loer. 13 Ze grijpt de jongen vast en kust hem, schaamteloos kijkt ze hem aan. 14 Ze zegt: ‘Ik moest een vredeoffer brengen, vandaag heb ik mijn geloften ingelost. 15 Daarom ben ik de deur uit gegaan, ik ging op zoek naar jou, nu heb ik je gevonden. 16 Ik heb mijn bed al opgemaakt met kostbaar linnen, met bontgekleurde dekens uit Egypte. 17 Ik heb het besprenkeld met mirre, met aloë en kaneel.18 Kom, laten we dronken worden van de liefde, laten we genieten van het minnespel tot in de morgen. 19 Mijn man is niet thuis, hij is ver weg, hij is op reis 20 en heeft meer dan voldoende geld bij zich. Hij komt pas terug wanneer het vollemaan is.’ 21 Zo wist ze hem te paaien met haar vleierij, ze haalde hem over met allerlei lokkende woorden, 22 en zonder na te denken liep hij achter haar aan. Zoals een os die naar de slachtbank gaat bleef die dwaas aan haar geketend-23 totdat een pijl zijn lever doorboorde, zoals een vogel in het net vliegt en niet merkt dat het hem zijn leven kost. 24 Nu dan, mijn zonen, luister naar mij, schenk aandacht aan mijn woorden. 25 Volg de wegen van zo’n vrouw niet, dwaal niet op haar paden. 26 Veel slachtoffers heeft zij gemaakt, talloos velen zijn door haar geveld. 27 Haar woning is de toegang tot het dodenrijk, van daar daal je af tot in de kamers van de dood. (NBV)

Vandaag lezen we een bijzonder Bijbelgedeelte. In deze vorm wordt de boodschap van de Bijbel maar heel zelden verteld. We lezen namelijk een vertelling in de vorm van een gedicht. Het is ook nog een vertelling met een dubbele bodem, misschien wel een vertelling met een heleboel lagen. Het is in elk geval een vertelling die in onze samenleving een heleboel mannen en vrouwen tot nadenken moet stemmen. Het gaat om te beginnen over de verhouding tussen mannen en vrouwen. God, de almachtige, wordt als man afgeschilderd. Onze Vader, die in de hemel is, beschermt de gelovigen en zorgt als een Vader voor recht en gerechtigheid. Zo is het beeld dat wij graag van God maken. Dat beeld wordt nog versterkt als we de nadruk gaan leggen op zijn Zoon Jezus van Nazareth. Ook een man die rondtrok en voortdurend mensen genas. Een dorpsdokter die ook nog wonderen kon doen. Het lijkt dan of de wereld bepaald wordt door mannen. In het hoofdstuk dat we vandaag uit Spreuken lezen blijkt het tegendeel. Inzicht in de Bijbel en wat God van mensen wil is vrouwelijk. De Wijsheid is een zuster, Inzicht een vriendin. Niks mannelijks, als je werkelijk wil geloven en je als gelovige in de God van Israël wil gedragen dan zal je je als vrouw moeten gedragen.

De Bijbel verzet zich nog al sterk tegen het objectkarakter dat vaak de verhouding tussen mannen en vrouwen kleurt. Dat begint al met het begin van het eigenlijke verhaal van vandaag. Een jonge man komt ’s avonds thuis en ziet een verleidelijk geklede vrouw. Die vrouw trekt de aandacht waar hij ook kijkt hij ziet haar, wie als jonge man bewust heeft geleefd herkent het beeld. De fraaie vormen van vrouwen die zich bloot geven en haar vormen willen accentueren kunnen je als jonge onervaren man mateloos boeien. Sommige jonge mannen merken tot hun verbazing overigens dat ze veel meer geboeid raken door de fraaie vormen van andere jonge mannen en sommige jonge vrouwen merken dat ze net zo opgewonden kunnen raken van de vormen van jonge vrouwen als hun mannelijke leeftijdgenoten. Tot zover is er nog niks mis, het is een fase in je ontwikkeling. Het wordt pas mis als het in dit verhaal tot een ontmoeting komt. De vrouw moest een vredesoffer brengen en heeft kennelijk haar offerdier gevonden. De man wordt verleid met het spel van genot dat een man en een vrouw, dat twee mensen, met elkaar kunnen spelen. Ze noemt dat het spel van de liefde, maar tegelijk biecht ze op dat ze al een geliefde heeft waar ze trouw aan heeft beloofd, een man die echter op reis is.

De jonge man in het verhaal blijft naamloos, blijft ook karakterloos, wie hij is, wat hij doet, waar hij in uitblinkt, het zijn allemaal onbelangrijke zaken. Hij is een offerdier, een lam, een stier, een rund geworden, geofferd door een vrouw om haar god, haar lust, te bevredigen. Ze zou een priesteres kunnen zijn van een vreemde afgod, een laag in het verhaal. Maar het verlagen van een mens tot een dier, zelfs tot een voorwerp om je lusten te bevredigen is een gruwel in de ogen van de God van Israël. Een dergelijke verleiding maakt je dood, je bent niet meer dan het fraaie bord waarop de maaltijd wordt opgediend. Het is geen eigenschap van vrouwen om mannen zo te verleiden. Dat misverstand heeft dit verhaal ook wel opgeroepen. Daar gaat het niet over. Als je naar de verhouding tussen de jonge man en de verleidelijke vrouw kijkt door de ogen van een vrouw dan zie je het dodelijke van de verhouding. Vrouwen willen weten wie die man is, wat die doet, wat voor mens hij is, vrouwen willen dat de man haar persoon waardeert, samen met haar kookt, naar haar opvattingen luistert, van haar inzichten geniet. Mannen en vrouwen zijn in het verhaal gelijk, voor beiden geld dat niet de buitenkant, niet de verpakking doorslaggevend is, maar de inhoud, de binnenkant, de bereidheid te delen, de opofferingsgezindheid. Je hebt de keus tussen leven en dood zegt de Bijbel ook hier, kies dan het leven.

Hij zal door smaad worden getroffen

zondag, 2 juni, 2019

Spreuken 6:20-35

20 Mijn zoon, houd vast aan wat je vader je opdraagt, verwerp de lessen van je moeder niet. 21 Bind hun onderricht voor altijd op je hart, wind het om je hals. 22 Moge het je leiden op de wegen die je gaat, moge het over je waken als je slaapt, moge het je raden als je wakker wordt. 23 Want de lessen van je vader en je moeder zijn een lamp, een licht dat je vermaant en de weg wijst naar het leven. 24 Hun onderricht beschermt je tegen lichtzinnige vrouwen, tegen de gladde woorden van een afgedwaalde vrouw. 25 Zet nooit je zinnen op haar schoonheid, laat haar ogen je niet strikken. 26 Een hoer kost je niet meer dan een brood, maar de vrouw van een ander jaagt op je kostbare leven. 27 Als een man vuur in een plooi van zijn mantel steekt, vat zijn mantel dan geen vlam? 28 Als hij over gloeiende kolen loopt, brandt hij dan zijn voeten niet? 29 Zo vergaat het een man die de vrouw van een ander omhelst, wie zich met haar inlaat blijft niet ongestraft. 30 Een dief die steelt omdat hij honger heeft, steelt uit noodzaak. Men veracht hem niet, 31 al moet hij het gestolene ook zevenvoudig terugbetalen als hij wordt betrapt, al kost het hem ook alles wat hij heeft. 32 Maar pleeg je overspel, dan heb je geen verstand, wie zoiets doet richt zichzelf te gronde. 33 Hij zal door smaad worden getroffen en zijn schande zal niet worden uitgewist. 34 Want door jaloezie ontsteekt een man in woede, als hij wraak kan nemen, doet hij dat meedogenloos. 35 Hij accepteert geen zwijggeld, blijft onverbiddelijk, ook als je de afkoopsom verhoogt. (NBV)

Er is in de vrouwenbeweging op dit moment een stroming tegen ongewenste intimiteiten. Nafluiten, roepen van schunnigheden, billen knijpen, borsten strelen, vrouwen zijn het zat om overal waar zij komen er rekening mee te moeten houden dat er mannen zijn die hen als seksobject verwelkomen. Er is zelfs een wetsontwerp in de maak om dit soort gedrag tot een overtreding te maken zodat de daders er een boete voor krijgen. Wellicht dat er weinig boetes uitgedeeld zullen worden omdat de bewijsvoering lastig wordt maar het signaal dat je andere mensen niet als voorwerp voor je eigen lustbeleving moet behandelen is natuurlijk zeer nuttig. Ook de Bijbel verwerpt dit soort gedrag. In de 10 woorden die op stenen platen werden gegrift staat al dat je niet moet begeren de vrouw van je naaste, ze is niet zijn eigendom en kan ook niet jouw eigendom worden. Jezus van Nazareth leek nog een stap verder te gaan toen hij zei dat er weliswaar staat dat je niet moet echtbreken maar dat iedereen die een vrouw aanziet om haar te begeren reeds echtbreuk heeft gepleegd. Het wordt nog wel eens opgevat als een radicalisering van een Bijbels gebod, een soort tegenstelling, maar het gedeelte dat we vandaag uit het boek Spreuken lezen laat zien dat Jezus gewoon de hele Bijbel toepast.

Het is overigens de vraag of het in dit gedeelte heel concreet over de verleiding door een verleidelijke vrouw gaat. De meest vergaande vertaling uit het Hebreeuws heeft het over de werking van verleidelijke wimpers en in de filmindustrie worden die wimpers, vaak kunstmatig verlengd, vaak gebruikt om verleiding aan te geven. Maar vrouwen waren in vreemde godsdiensten als tempelprostituee ook de symbolen van vruchtbaarheid. Via de priesteres je zaad doneren aan een vreemde god zou als beloning wel eens vruchtbaarheid voor je gezin, of vruchtbaarheid voor je akker en je zaken kunnen opleveren. Het zal duidelijk zijn dat dit een afwijking zal zijn van het pad dat je gewezen is door je vader en je moeder, waar dit gedeelte ook overspreekt, en het licht dat je op je pad wil laten schijnen. Volgens de dichter van Psalm 119 is immers het Woord van God een licht op je pad. In het Woord van God zijn mannen en vrouwen gelijk, de lessen krijg je dan ook van je vader en van je moeder, heel uitdrukkelijk in dit gedeelte genoemd, waar eerder sprak was van lessen van je vader alleen.

Het zijn geen strenge regels op zich waar gelovigen ook voor ongelovigen een samenleving naar hun hand proberen te zetten. Het gaat er om respect voor alle mensen te krijgen. Iedereen mag meedoen in de samenleving en voor ieder is er een plaats als mens, niet als object. Het is ook te zien aan het gedeelte over de dief die brood steelt omdat hij honger heeft. Toen de Rooms Katholieke Bisschop Muskens riep dat iemand die een brood steelt om zijn gezin te eten te geven volgens de kerk niet schuldig is viel heel Nederland over hem heen. Hij was echter nog heel voorzichtig. In dit gedeelte uit het boek Spreuken wordt de dief zelfs onschuldig als hij zelf honger heeft en vanwege de honger uit stelen moet gaan. Een samenleving die niet wil delen met mensen die niets hebben is zelf schuldig aan misdaden tegenover God. Dat moet in onze dagen ook onze houding bepalen tegenover mensen die hier van de overheid niet mogen blijven maar ook geen mogelijkheid hebben ergens heen te gaan. Zij hebben in een Christelijke samenleving, een samenleving die zich beroept op de Joods-Christelijke-Humanistische traditie van ons land, recht op een voorziening voor een bed, een bad en brood, uiteraard ook op medische verzorging. Respect voor armen, vrouwen en vreemdelingen, het is het hart van onze Bijbel en we mogen er elke dag weer mee werken, ook vandaag.

Een pelgrimslied.

zaterdag, 1 juni, 2019

Psalm 120

1 Een pelgrimslied. Roep ik in mijn nood tot de HEER, hij geeft mij antwoord. 2 Bevrijd mijn ziel, HEER, van lippen die liegen, van de tong die bedriegt. 3 Wat zal je straf zijn, bedrieglijke tong, en wat je straf nog verzwaren? 4 Pijlen, gescherpt voor de strijd, en dan gloeiend houtskool van brem! 5 Ach, dat ik moet wonen in Mesech, ver van huis bij de tenten van Kedar. 6 Te lang al woont mijn ziel bij mensen die vrede haten. 7 Spreek ik woorden van vrede, zij willen oorlog. (NBV)

Vandaag zingen we mee met mensen die op weg zijn gegaan om God te zoeken. En het is geen vrolijk lied. Ze geloven wel dat God antwoord zal geven. Maar de leugenaars zijn om hen heen, wat zal de straf zijn voor de leugenaars is de vraag, met pijlen gescherpt voor de strijd en gloeiend gemaakt met houtskool moeten ze bestookt worden. Deze pelgrims waren verdreven naar de volken die ten noorden van Israel woonden, in Mesech, of naar de landen van de volken van de nakomelingen van Ismael, bij de tenten van Kedar. Ze moesten wonen bij de mensen die de vrede haten. Zo kennen we vluchtelingen. Ze wonen nog in hun eigen land, zoals in de kampen in Banglah Desh, waar ze nu worden verdreven door militairen die net willen doen of er geen volkerenmoord was. Of ze wonen in Tjaad waar ze achtervolgd worden door dezelfde rebellen die hen uit Darfur hadden verdreven, ze wonen in Zuid-Afrika waar ze verjaagd worden door armen die zich ook uitgebuit en onderdrukt voelen.

Zolang we niet in staat zijn vluchtelingen een blijvende en veilige plek op aarde te geven zullen onze broeders en zusters in ellende blijven, hun hoop vestigen op politici die leugens verspreiden. En daarmee zijn we in ons eigen land terug. Want ook hier hebben we politici die leugens verspreiden. Die mensen hoop geven die in angst leven. Want wie vrouwen heeft zien sterven aan borstkanker in eigen familie kan zich de angst voorstellen van vrouwen om dochters te krijgen die hetzelfde te wachten kan staan. Wie gunt nu haar kinderen het uitzicht op ondraaglijk lijden, op verminking en vernedering. Kennelijk sommige van onze zogenaamde christelijke partijen. Nu de techniek vrouwen met erfelijk borstkanker gezonde kinderen kan brengen en hen kan bevrijden van de angst voor de dood van hun nageslacht wordt hen door deze zogenaamde christenen deze hoop op gezond nageslacht ontzegd. Is dat niet hetzelfde als vluchtelingen verdrijven uit veilig gewaande kampen?

De IVF procedure is voor niemand een plezier, het plezier is er pas als je weet dat er een kind zal worden geboren, een kind dat gezond zal zijn en gezond zal blijven, als je weet dat je daar alles aan gedaan hebt. Net zomin is een vlucht een plezier, gedwongen te zijn te wonen in de tenten temidden van een vreemd volk, bang te moeten zijn dat dat volk zich tegen je zal keren. Het is afschuwelijk angst tot een gewoonte in je leven maken. Wij kunnen ze daarvan bevrijden. Wij zijn in staat vreemdelingen een volwaardige plaats in onze samenleving te geven, waarom doen wij het niet? Wij hebben militairen naar Tjaad gestuurd en hulpverleners naar Birma. Maar waarom laten wij vrouwen in de steek en dwingen ze tot angst voor hun nageslacht? We kunnen ze bevrijden.

Zijn dienende taak te verrichten

vrijdag, 31 mei, 2019

Handelingen 1:15-26

15 In die dagen stond Petrus op te midden van de leerlingen-er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen-en zei: 16 ‘Broeders en zusters, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan. 17 Judas was een van ons en had deel aan onze dienende taak. 18 Van de beloning voor zijn schanddaad kocht hij een stuk grond, maar bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. 19 Alle inwoners van Jeruzalem hebben van deze gebeurtenis gehoord, en daarom noemen ze dat stuk grond in hun eigen taal Akeldama, wat ‘bloedgrond’ betekent. 20 In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.” 21 Daarom moet een van de mannen die steeds bij ons waren toen de Heer Jezus onder ons verkeerde, 22 vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.’ 23 Ze stelden twee kandidaten voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. 24 Daarna baden ze als volgt: ‘U, Heer, doorgrondt ieders gedachten. Wijs van deze beide mannen degene aan die u gekozen hebt 25 om als apostel zijn dienende taak te verrichten en de plaats in te nemen van Judas, die zijn ondergang tegemoet is gegaan.’ 26 Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd. (NBV)

Gisteren hebben we al gelezen dat de 11 apostelen samen met de vrouwen, de moeder van Jezus van Nazareth en diens broers, bij elkaar waren in Jeruzalem. Dat was bij elkaar een gezelschap van 120 personen lezen we vandaag. Dat is niet niks zo na de dood van Jezus van Nazareth en de vondst van een leeg graf en verhalen over zijn verschijning. Er waren echter oorspronkelijk 12 apostelen. Judas had Jezus verraden, had de bloedakker van Jesaja willen kopen maar was daarbij omgekomen. In een ander bijbelgedeelte staat dat hij heen ging en zich verhing maar Petrus vertelt ons hier dat hij ten val was gekomen. Er waren niet voor niets 12 apostelen gekozen. Er waren immers ook 12 stammen van Israel geweest, voor elke stam van Israel een zendeling. Er moest dus een nieuwe komen. Dat ging pas echt democratisch, je zoekt er twee goede uit en loot dan tussen die twee. Er wordt nog wel eens gedaan of die 12 het bestuur van de nieuwe beweging vormden, de baas zouden zijn. Maar dat staat er niet. Ze waren dienaren van de gemeenschap.

Zij immers hadden met Jezus van Nazareth opgetrokken en zij hadden gehoord wat hij verteld had. Dat verhaal, die boodschap van bevrijding moesten ze doorgeven. Doorgeven door te vertellen over wat ze gehoord en beleefd hadden en doorgeven door het met de anderen te leven. In een gemeenschap waar de een zich niet beter zou achten dan de ander. Dat is niet eenvoudig. Je ziet het aan elke regering, elk bestuur. De laatste jaren het meest duidelijk aan besturen van banken. Zij vinden zich zo veel beter dan de gemeenschap, het bedrijf, dat ze dienen dat ze buitengewone extra beloningen eisen, of zichzelf toerekenen. In de bankwereld zal dat hun ondergang worden. Bankiers die niet meer dienend naar medewerkenden en klanten kunnen optreden worden uitgespuugd. Maar dienaren van onze samenleving worden niet altijd gewaardeerd om wat ze doen. Neem politiemensen die al jaren geen loonsverhoging kregen. Neem de thuiszorgenden die ontslagen worden omdat ze wegens bezuinigingen ook wel in een andere positie hetzelfde werk kunnen doen tegen een lagere beloning.

Dat managers van zorginstellingen en ziekenhuizen ontslagen worden als ze veel meer verdienen dan een gemiddeld kamerlid hoor je eigenlijk nooit. Over de beloning van apostelen is veel te doen geweest in onze geschiedenis. Predikanten en kerkelijk werkers krijgen een salaris volgens CAO, los van de bijdragen van de gemeenten. Een apostel als Paulus vond zulke beloningen niet onterecht maar was er trots op zelf in zijn onderhoud te kunnen voorzien. Wij zullen bestuurders, leiders dus moeten beoordelen op hun dienstbaarheid, hun beloning kan niet anders geregeld zijn dan die van de medewerkenden van de gemeenschap. Zo zetten wij tekens van dat komende Koninkrijk. Dienend voor de zwaksten in de wereld, voor de armsten, de hongerigen en de naakten, de ontrechten en de slachtoffers van geweld. Voor zover we die nog niet hebben gehoord of gesproken zullen we hen stem moeten geven. Als apostelen moeten we blijven vertellen over de bevrijding die er gekomen is en proberen voor te leven hoe het nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth er uit zou kunnen zien.

Wat staan jullie naar de hemel te kijken?

donderdag, 30 mei, 2019

Handelingen 1:9-14

9 Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. 10 Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. 11 Ze zeiden: “Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan. 12 Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand. 13Â Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers. (NBV)

Hemelvaart. Een algemeen erkende Christelijke feestdag. En is het u wel eens opgevallen dat niemand deze vrije dag ter discussie stelt? Want wat is die hemelvaart eigenlijk. Lucas vertelt twee dingen. Jezus werd opgenomen, dat moet wel in een wolk geweest zijn want ze zagen hem niet meer. En dan komen er twee mannen in witte gewaden bij hen die hen vertellen dat Jezus weer terug komt zoals hij is heengegaan. Direct moet je dan denken aan dat verhaal uit het boek van de profeet Daniël waar de zoon des mensen aankomt op een wolk bij alle mensen die ooit te lijden hebben gehad en de macht krijgt om te oordelen over hen die het lijden hebben veroorzaakt. De leerlingen is de Heilige Geest beloofd om getuige te zijn van de liefde van Jezus, zijn werk en zijn dood en opstanding. Ze zullen ontdekken waar ze de kracht vandaan kunnen halen om dat verhaal uit te dragen over heel de wereld. Daarvoor moeten ze in elk geval niet naar de hemel blijven staren.
De hemel moet op aarde komen en daarvoor zullen zij, en wij dus ook, de aarde gereed moeten maken.

In Jeruzalem komen ze dus bij elkaar in een zaal waar ze volgens het verhaal van Lucas ook het laatste Paasmaal met Jezus hadden gehouden. De 11 apostelen worden met name genoemd maar in één adem worden ook de vrouwen genoemd en Maria de moeder van Jezus en zijn broers. Jezus van Nazareth wordt vaak afgeschilderd als enig kind maar dat was hij zeker niet. Hij had broers en zusters en zijn broer Jacobus zou uiteindelijk het hoofd van de gemeente in Jeruzalem worden. Het was een heel gezelschap dat bij elkaar was, biddend en de psalmen zingend. Eensgezind staat er nog uitdrukkelijk bij want alleen als je echt samen probeert een gemeenschap te vormen dan kan zo’n klein gezelschap de hele wereld van de boodschap van Liefde en vrede doordringen.En dat je dat samen moet blijven doen is duidelijk. Die Christelijke beweging lijkt uiteindelijk te versplinteren. In onze dagen zijn er vele kerkgenootschappen en religieuze groeperingen die proberen mensen bij de beweging van de Weg te betrekken.

De beweging van die apostelen en andere volgelingen van Jezus van Nazareth, die daar samen in Jeruzalem bij elkaar gekomen waren, zouden de mensen van de Weg genoemd worden. Bij de kruisiging was er een keuze geweest. De Weg van vrede en het vermijden van een opstand en een oorlog zoals Jezus van Nazareth gegaan was. Hij had zijn leger van 120 man de zwaarden weer in de schede laten steken, en de weg van Bar Abbas die al een opstand geleid had tegen de Romeinen waar veel bloed had gevloeid. Die keuze tussen opstand en de lange weg van gemeenschappen zou blijven tot in het jaar 70. Toen liep de weg van opstand en geweld uit op de verwoesting van de Tempel en het verspreiden van het volk over het Romeinse Rijk. Christelijk wordt de beweging pas genoemd na de bekering van Saulus van Tarsus tot Paulus. Die versplintering was er al vanaf het begin, ieder zou de boodschap in de eigen taal verstaan, maar die eigen taal hoefde je niet op te geven. Waar je toe geroepen wordt is het scheppen en vormgeven van een samenleving, een wereld, gebaseerd op de Liefde, en die roep klinkt ook vandaag nog. Die samenleving komt van ons mensen, niet van God in de hemel.

Tot aan de uiteinden van de aarde.

woensdag, 29 mei, 2019

Handelingen 1:1-8

1 In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven, 2 vanaf het begin tot aan de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, nadat hij de apostelen die hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was. 3 Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God. 4 Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. 5 Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’ 6 Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ 7 Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. 8 Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ (NBV)

Vandaag gaan we in de aanloop naar het verhaal van Pinksteren opnieuw beginnen in het boek van de Handelingen van de Apostelen. Net als het Evangelie van Lucas is ook dit boek opgedragen aan Theofilus, Latijns voor de zoon van God, maar zo zou een Romein heel goed hebben kunnen heten, ze hadden vele goden. Dit boek vertelt hoe de boodschap van Jezus van Nazareth verspreid werd tot aan de einden der aarde. Het begint in Jeruzalem en het zal eindigen in Rome, in het hart van het Rijk. Het begint dan ook met de vraag of het Koningschap van David in Israel hersteld zal worden. Het antwoord is dat we dus niet weten wanneer het de jongste dag wordt, de dag van God waarop de aarde wordt vernieuwd en alle leed geleden zal zijn.

Handelingen eindigt er mee dat iedereen in de hele wereld de boodschap van Jezus kon horen. Wij weten dat uiteindelijk heel dat machtige Rijk van Rome ten onder zou gaan en dat een van de laatste keizers geen andere uitweg meer zou zien dan zich ook bij die beweging van de mensen van Jezus van Nazareth aan te sluiten. Zo ver zijn we nog niet. Eerst neemt Jezus afscheid van zijn leerlingen. Ze zullen ontdekken waar ze de kracht vandaan kunnen halen om dat verhaal uit te dragen over heel de wereld. Tot aan de einden der aarde zelfs. Heeft de aarde dan einden? In de tijd van Jezus geloofde men nog wel. De aarde was plat en had dus ook randen. Dat geloof heeft zich tot in de Middeleeuwen gehandhaafd. De bemanning van de schepen van Columbus in 1492 was er nog bang voor dat ze over de rand van de aarde zouden vallen.

Tegenwoordig beweren wetenschappers dat de aarde rond is. Daar hebben ze goede gronden voor en weldenkende mensen zullen dat ook niet betwisten. Alleen een handje vol zogenaamde Christenen die de Bijbel wil lezen als handboek voor de wetenschap blijven beweren dat de aarde plat is. Wij verstaan onder die einden der aarde tegenwoordig wat anders. Het gaat in de Bijbel immers om mensen. Het zijn de mensen van de hele aarde aan wie de blijde boodschap verkondigd mag worden dat als ze hun naaste lief hebben als zichzelf op den duur alle leed geleden zal zijn en de aarde zo mooi zal worden dat God hier zelf zal willen wonen. Gods Geest geeft ons de kracht die taak van verkondiging op ons te nemen.

De Heer zal hem laten opstaan.

dinsdag, 28 mei, 2019

Jakobus 5:13-20

15 Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. Wanneer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden. 16 Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet. 17 Elia was een mens als wij, en nadat hij vurig had gebeden dat het niet zou regenen, is er drieënhalf jaar lang geen regen gevallen op het land. 18 Toen bad hij opnieuw, en de hemel gaf regen, en het land bracht zijn vrucht weer voort. 19 Broeders en zusters, als een van u afdwaalt van de waarheid en een ander laat hem daarheen terugkeren, 20 dan mag hij weten: wie een zondaar van het dwaalspoor terugbrengt, redt hem van de dood en wist tal van zonden uit. (NBV)

We geloven zo graag in wonderen. Dokters in witte jassen lukt het beter hun patienten te genezen dan dokters in trui en spijkerbroek. Toch roept Jacobus ons in het gedeelte van vandaag op om af te zien van alle poespas en hocus pocus rond ziekte en gebrek. Medicijnmannen hebben vanouds tal van rituelen tot hun beschikking om goden te verzoeken de zieke te genezen. Niks ervan roept Jacobus. Een eenvoudige verlichting met olie, dat koelt het koortsige voorhoofd af, is meer dan voldoende. De rest moet je aan de God van Israël overlaten. Ziek in de termen van de Christelijke godsdienst is niet lichamelijk ziek maar zondig. Niet meer kijken naar de minsten, de zwaksten in je samenleving maar alleen voor jezelf zorgen, dat is ziek. Daarom begint Jacobus mensen die het moeilijk hebben op te roepen te bidden. Dan kom je vanzelf uit bij het voorbeeldgebed dat Jezus van Nazareth ons heeft geleerd.

Dat we een Vader in de hemel hebben, die we dus niet hebben te verzoeken, en dat we willen dat zijn wil op aarde geschiedt net als in de hemel, dus niet dat onze wil geschiedt. Dan weten we dat we genoeg hebben aan ons dagelijks brood, dat we willen dat onze zonden vergeven worden net als wij vergeven wie ons iets schuldig zijn, dat we niet verleid willen worden om alleen aan onszelf te denken maar dat we juist bevrijdt willen worden van het kwade en dat alle macht niet aan ons, of aan welke godheid dan ook is, maar aan de God van Israël. Zo’n gebed brengt ons weer op het juiste spoor. Dat gebed maakt ons overigens ook weer aan het zingen want het bevrijdt ons van eigenwaan en angst voor de dood. Bevrijdingspastoraat is dan ook niet de bevrijding van zogenaamde demonen die over ons geen macht hebben en voor ons al helemaal niet bestaan. Wie zoiets beweerd doet aan de afgoderij die Jacobus nu juist zo graag wilde bestrijden.

Het bidden van ons is gericht op een andere samenleving, op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar alle tranen gedroogd zullen zijn. Tot die tijd moeten we samen nagaan wat we zelf nog doen om die samenleving tegen te houden, samen bespreken hoe we kunnen veranderen en het werk aan dat Koninkrijk van God weer vlot kunnen trekken en vooruit kunnen brengen. Op die manier samen bidden verandert ook echt iets, ook aan onze samenleving omdat het niet bij gebed kan blijven omdat werk en gebed een eenheid dienen te vormen. Beiden zijn altijd gericht op de positie van de armen en de zwakken in onze samenleving. En iedereen die voortaan afziet van eigenbelang en angst voor de dood en zich inzet voor die andere samenleving brengt die samenleving dichterbij. Iedereen die een ander op dat spoor weet te brengen weet ook echt iets te veranderen. Daarmee besluit Jacobus zijn brief. Wij weten dat we er elke dag opnieuw weer mee mogen beginnen, ook vandaag weer.

Heb geduld

maandag, 27 mei, 2019

Jakobus 5:7-12

7 Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt. Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen. 8 Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen. 9 Klaag niet over elkaar, broeders en zusters, want daarmee roept u het oordeel over u af. Bedenk dat de rechter voor de deur staat. 10 Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken. 11 Degenen die standhielden prijzen we gelukkig! U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig. 12 Maar bovenal, broeders en zusters, zweer geen enkele eed, niet bij de hemel, niet bij de aarde, nergens bij. Laat uw ja ja zijn, en uw nee nee, anders zult u ervoor gestraft worden. (NBV)

Wie het lijden ziet dat mensen wordt aangedaan kan zich nauwelijks voorstellen dat je geduld zult willen hebben tot het vanzelf overgaat. Daar gaat het Jacobus dan ook niet om. Maar gewelddadig verzet tegen het Romeinse Rijk werd als absoluut zinloos ervaren. Niet zomaar trouwens want de vele opstanden die het jaar 70 vooraf waren gegaan waren telkens bloedig neergeslagen. Daarbij waren ook onschuldigen het slachtoffer geworden. In navolging van Jezus van Nazareth wilden de eerste Christenen dat geweld en vooral het tegengeweld van de overheid vermijden. In het jaar 70 kregen ze dubbel gelijk toen de Tempel verwoest werd en de bevolking verspreid over het Romeinse Rijk. De eerste Christenen leefden bovendien in de stellige overtuiging dat Jezus van Nazareth snel zou terugkeren en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zou meebrengen. Zo is het na al die eeuwen niet gegaan.

Maar de voorbeelden die Jacobus aandraagt kunnen ook ons inspireren. Wij kennen mensen als Ghandi en Marten Luther King die geweldloos grote veranderingen in hun samenlevingen tot stand brachten. Ook van profeten als Jesaja en Jeremia werd verteld dat zij zich hadden verzet tegen pogingen van de kleine koninkrijkjes uit hun tijd zich te verzetten tegen wereldmachten. Het verhaal van Job is misschien nog het meest duidelijk. Ondanks het feit dat hij alles kwijt raakte, tot zijn gezondheid toe, bleef hij zich verzetten tegen het idee van zijn vrienden dat hij dat aan zichzelf te wijten had. Zo zou God niet oordelen en uiteindelijk bleek hij gelijk te hebben. Ook vandaag zijn natuurrampen en ziekten niet de schuld van hen die het overkomt maar een test in liefde. Blijven we vertrouwen op de God van Israël? Steken we bij rampen en bij ziekten de hand uit naar de slachtoffers?

Het is dus goed om te leven alsof Jezus van Nazareth elke dag terug zou kunnen komen. Als wij ons bezig houden met de zorg voor de naaste, met het onze naaste lief te hebben als onszelf, dan zijn we al bezig met die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, dan bereiden we daar als het ware de weg voor. Zo is het ook met de raad om geen eden meer te zweren. Als wij iets doen, iets beloven of iets beweren dan hebben we daar geen goden voor nodig, zelfs niet de God van Israël. Waar wij voor staan daar staan we voor, ons ja is ja en ons nee is nee. Betrouwbaarheid is een eigenschap van elke gelovige die de betrouwbare God van Israël wil navolgen, de God waarvan geschreven staat dat zijn hand nooit zal laten varen het werk dat hij is begonnen. Zo betrouwbaar zijn wij ook, temeer omdat we er elke dag opnieuw weer mee mogen beginnen. Ook vandaag weer.