Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Zet een wacht voor mijn mond

december 8, 2016

Psalm 141

1 ¶  Een psalm van David. HEER, u roep ik aan, kom mij te hulp, luister naar mij nu ik tot u roep. 2  Laat mijn gebed voor u zijn als reukwerk, mijn geheven handen als een avondoffer. 3  Zet een wacht voor mijn mond, HEER,  een post voor de deur van mijn lippen. 4  Houd mijn hart ver van het kwaad, verleid het niet tot goddeloze daden met hen die onrecht bedrijven, laat mij niet eten van hun overvloed. 5 ¶  Zou een rechtvaardige mij slaan, het was mij een weldaad, zou hij mij straffen, het was balsem op mijn hoofd. Zou ik lijden onder de kwaden, dan nog bleef ik bidden, 6  en werden hun leiders van de rotsen geworpen, van mij hoorden ze woorden van deernis. 7  Verspreid als de aarde, geploegd en omgewoeld, ligt ons gebeente bij de muil van het dodenrijk. 8  Maar HEER, mijn God: naar u zijn mijn ogen gericht, bij u schuil ik, giet mijn leven niet weg als water. 9  Behoed mij voor de strik die zij hebben gespannen, voor de valkuil van hen die onrecht doen. 10  Laat de goddelozen in hun eigen netten raken en mij alleen ontkomen. (NBV)

Vandaag een Psalm voor de mopperkonten. We horen ze tegenwoordig ook vaak. Rechters deugen niet als ze niet zeggen wat wij willen horen. De regering deugt niet als ze niet doet wat wij zeggen of de problemen oplossen waarvan wij horen. De politie deugt niet omdat er door al die politiemensen ergens wel eens iemand is die een foutje maakt, foutjes van politiemensen kunnen grote gevolgen hebben. Al die buitenlanders deugen niet omdat we ze niet verstaan en ons vragen stellen over onze cultuur waarop we niet zitten te wachten, wij zijn toch de beste van de wereld. Dat gemopper is van alle tijden en alle plaatsen. En wij hebben het nog gemakkelijker omdat we ook nog over Europa en Brussel kunnen mopperen, onze regering maakt daar samen met andere regeringen de spelregels die iedereen gelijke kansen geven, maar als wij ons benadeeld voelen dan mopperen we niet op mensen maar op instituten.

Het is geen wonder dat de psalmdichter vraagt om een wachter voor zijn mond. Je zou anders ook tegen God, of zelfs op God, gaan mopperen en een gebed tot God moet zijn als reukwerk, kostbare parfum die de wereld mooier maakt. In onze Protestantse traditie vouwen wij de handen bij het gebed en sluiten we de ogen. Het werk komt stil te liggen en we richten ons niet meer op wat er om ons heen in de wereld is maar we richten ons op God en wat die van ons wil. In oudere tradities heffen de bidders hun handen omhoog naar God gericht. Want van God komt het goede en we vragen God om ons, om de wereld, het goede te geven. Wij staan klaar om het goede te ontvangen. Bidden met gebalde vuisten heeft meestal weinig zin, al mogen we best onze ellende tot God uit te schreeuwen.

Behoren die mopperaars de vrijheid te hebben hun mening te uiten? Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Het staat iedereen ook vrij om een tegenstem te zijn tegen onrecht en uitsluiting. De vrijheid van meningsuiting geeft ons ook de vrijheid de mopperaars tegen te spreken. Natuurlijk er gaat veel fout als mensen bezig zijn, niemand ontkomt daar aan. Dat wat fout gaat moet benoemd worden. Maar dat wat echt fout is blijkt pas in het licht van het goede. Als je dus moppert op dat wat verkeerd gaat geef dan ook aan wat er beter kan. Dan heeft het weinig zin op Europa te mopperen als onze  eigen regering blijft zitten. Dan heeft het weinig zin op de politie te mopperen als die ons beschermd tegen een ordeloze samenleving vol boeven. In het gebed dat Jezus van Nazareth ons heeft geleerd vragen we God om zijn wil te laten geschieden ook op de aarde. Voor onszelf vragen we slechts het dagelijks brood. En wat wij fout doen, doen waardoor anderen op ons mopperen, wordt ons vergeven op de manier waarop wij anderen vergeven. Dat moet die wachter voor onze mond zijn.

Ook ik, Tertius

december 7, 2016

Romeinen 16:17-27

17 ¶  Ik spoor u aan, broeders en zusters, op te passen voor degenen die tweedracht zaaien en anderen in de weg staan, en die daarmee ingaan tegen alles wat u hebt geleerd. Ga hun uit de weg, 18  want zulke mensen dienen niet Christus, onze Heer, maar alleen hun eigen lusten, en door fraaie en welluidende woorden misleiden ze argeloze mensen. 19  Uw gehoorzaamheid is overal bekend geworden; ik ben dus vol blijdschap over u en zou graag zien dat u de wijsheid hebt om het goede te doen en dat u standhoudt tegen het kwaad. 20  De God van de vrede zal Satan nu spoedig vertrappen en aan u onderwerpen. De genade van onze Heer Jezus zij met u. 21 ¶  Timoteüs, mijn medewerker, laat u groeten, evenals Lucius, Jason en Sosipatrus, mijn volksgenoten. 22  Ook ik, Tertius, die deze brief heb opgeschreven, groet u als iemand die in de Heer met u verbonden is. 23  Gajus, die mijn gastheer is en die zijn huis voor de hele gemeente openstelt, laat u groeten. Erastus, die de gelden van de stad beheert, en mijn broeder Quartus laten u groeten. 24 25 ¶  Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, 26  maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen27  aan hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen. (NBV)

Mijn medewerkers

december 6, 2016

Romeinen 16:1-16

1 ¶  Ik beveel onze zuster Febe bij u aan, die in dienst staat van de gemeente in Kenchreeën.2  Ontvang haar in de naam van de Heer, op een wijze die bij de heiligen past. En sta haar bij wanneer ze uw hulp ergens voor nodig heeft, want ze is velen tot steun geweest, ook mij. 3  Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, 4  die voor mij hun leven op het spel hebben gezet. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle gemeenten van de heidenen. 5  Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. Groet mijn geliefde Epenetus, die als eerste in Asia tot het geloof in Christus is gekomen. 6  Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost. 7  Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden. 8  Groet mijn geliefde Ampliatus, die in de Heer gelooft. 9  Groet Urbanus, onze medewerker in de dienst aan Christus, en groet mijn geliefde Stachys. 10  Groet Apelles, wiens trouw aan Christus beproefd is. Groet de huisgenoten van Aristobulus. 11  Groet Herodion, mijn volksgenoot. Groet de huisgenoten van Narcissus die in de Heer geloven. 12  Groet Tryfena en Tryfosa, die zich hebben ingespannen voor de dienst aan de Heer. Groet onze geliefde Persis, ook zij heeft zich ingespannen voor de dienst aan de Heer. 13  Groet Rufus, die door de Heer is uitgekozen, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. 14  Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen. 15  Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas en alle heiligen die bij hen samenkomen. 16  Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van Christus laten u groeten. (NBV)

Een lange lijst met mensen uit de gemeente in Rome die de groeten moeten hebben van Paulus. Is dat nu een Bijbelse boodschap? Is dit nu het woord van God? Dat je de groeten moet hebben? Om te beginnen leren we er van dat we binnen de gemeente van Jezus van Nazareth om elkaar moeten denken. Verder is die brief aan de Romeinen niet aan een uitverkoren klasse van mensen gericht maar aan gewone mensen die Paulus ontmoet had, waar hij van gehoord had of die hij speciaal wilde aanbevelen op grond van hun werk en belang voor de gemeente. Dat begint al met zuster Febe. In de Nieuwe Bijbelvertaling is ze in dienst van een gemeente, maar volgens alle andere vertalingen was ze ambtsdraagster, diacones, een collega van Stephanus. In de Naardense Bijbel is dat correct vertaald. In die hele lijst die Paulus groet staan overigens opvallend veel vrouwen, zo belangrijk zijn ze en in de dagen van Paulus vervulden ze dus kennelijk ook gewoon kerkelijke ambten, waar mannen ze later van uitgesloten hebben.

Die Febe was niet onbelangrijk volgens het verhaal van de Handelingen. Kenchrea was een havenstad waar Paulus doorheen was getrokken en zijn hoofd had laten kaalscheren op grond van een gelofte. Febe was dus ook getuige van de betrouwbaarheid van Paulus, als hij een belofte deed dan hield hij die ook. Prisca en Aquila had hij vlak daarvoor in Korinthe ontmoet. Zij waren uit Rome verdreven op een Keizerlijk bevel. We hadden al eerder gezien dat Paulus de brief aan de Romeinen heeft geschreven toen de verdreven Joden en Joodse Christenen weer naar Rome hadden mogen terugkeren. Daar hoorden dus ook Prisca en Aquila kennelijk bij. Het gaat te ver om de hele lijst hier te behandelen, we weten ook niet van iedereen wat mee te delen, Maar duidelijk is dat het hier gaat om Joden en Heidenen, mannen en vrouwen, slaven en vrijen, armen en rijken, Grieken en Romeinen, kortom een dwarsdoorsnede uit de gemeente zoals Paulus overal in het Romeinse Rijk gemeenten had gesticht.

In die Christelijke gemeenten waren de etiketten waar wij zo graag onderscheid mee maken verdwenen. Het waren broeders en zusters in Christus en onderscheid werd er niet gemaakt. Natuurlijk de een kon iets anders dan de ander, elk had eigen unieke eigenschappen. Maar Paulus had ze vergeleken met een lichaam. Daar kon de hand ook iets anders dan de voet maar zonder de hand was de voet niks en zonder voet de hand niet. Handicaps moeten altijd gecompenseerd worden en herinneren ons aan de gewenste eenheid tussen mensen met verschillende eigenschappen. Zo is een op het oog saaie lijst met onbekende namen ineens een les geworden waar we ook vandaag uit mogen leven. Samen het goede doen, samen gebruik maken van elkaars verschillende kwaliteiten, want samen aan de nieuwe wereld van God bouwen mogen we elke dag, ook vandaag weer.

 

Een God welgevallig offer

december 5, 2016

Romeinen 15:14-33

14 ¶  Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt en dat het u niet aan kennis ontbreekt, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen. 15  Ik heb u hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om u te herinneren aan wat u al weet. Ik doe dat vanwege de genade die God mij geschonken heeft: 16  ik moet in volledige toewijding aan zijn evangelie een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen zijn, zodat zij een God welgevallig offer kunnen worden, geheiligd door de heilige Geest. 17 ¶  Dat ik trots kan zijn op mijn werk voor God, dank ik aan Christus Jezus. 18  Ik zal over niets anders spreken dan wat Christus door mij tot stand brengt om de heidenen tot gehoorzaamheid te brengen: door wat ik zeg en doe, 19  door zijn macht waarmee ik tekenen en wonderen verricht door de macht van Gods Geest. Zo heb ik vanuit Jeruzalem en helemaal tot aan Illyrië het evangelie van Christus verspreid, 20  maar ik heb er een eer in gesteld het niet op plaatsen te verkondigen waar Christus al bekend was. Ik wilde niet op het fundament van een ander bouwen, 21  want er staat geschreven: ‘Zij aan wie hij niet verkondigd is, zullen zien; zij die niet over hem hebben gehoord, zullen tot inzicht komen.’ 22 ¶  Het is dan ook om deze reden dat het mij nog niet is gelukt u te bezoeken. 23  Maar ik heb mijn taak in deze streken nu beëindigd; en omdat ik er zo naar verlang om na al die jaren naar u toe te komen, 24  hoop ik dat te doen wanneer ik naar Spanje ga. Ik hoop u op weg daarheen te ontmoeten om mijn reis daarna met uw hulp voort te zetten, maar niet voordat ik enige tijd van uw gezelschap genoten heb. 25  Nu sta ik echter op het punt naar Jeruzalem te gaan om de heiligen daar bijstand te verlenen, 26  want Macedonië en Achaje hebben voor de armen onder hen een collecte gehouden. 27  Ze hebben daartoe vrijwillig besloten, maar ze staan dan ook bij hen in de schuld. Immers, omdat de heidenen deel hebben gekregen aan wat de heiligen in Jeruzalem in geestelijk opzicht geschonken hebben, zijn ze ertoe verplicht hen bij te staan in materiële zaken. 28  Nadat ik mij van deze taak gekweten heb, en de opbrengst van de collecte officieel aan hen heb overhandigd, zal ik u op doorreis naar Spanje bezoeken. 29  En ik weet dat wanneer ik kom, ik met de volle zegen van Christus kom. 30 ¶  Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus en met een beroep op de liefde van de Geest, vraag ik u dringend om samen met mij vurig tot God te bidden. 31  Bid voor mij dat ik zal worden gered van de ongelovigen in Judea en dat mijn hulp door de heiligen in Jeruzalem zal worden gewaardeerd. 32  Dan kan ik, indien God het wil, vol vreugde naar u toe komen om in uw gezelschap nieuwe kracht op te doen. 33  De God van de vrede zij met u allen. Amen. (NBV)

In de brieven van Paulus kom je soms van die zeer persoonlijke stukjes tegen. Ze lijken dan ook op historische verhalen. Vaak zijn ze echter in de geschreven geschiedenis niet te plaatsen. Ook kloppen ze niet altijd met op historische feiten lijkende gedeelten uit andere Bijbelboeken. Vandaag lezen we weer zo’n stukje. Of Paulus ooit in Spanje is geweest weten we niet. Vele geleerden nemen het aan maar het staat in elk geval niet in de Bijbel, wel dat hij er heen wilde. En in het boek Handelingen lezen we dat hij in Rome gevangen heeft gezeten. Duidelijk is wel dat toen hij de brief aan de Romeinen schreef hij nog niet in Rome was geweest. Dit soort persoonlijke stukjes bepalen ons wel bij het feit dat de brief geschreven is door een mens met een opvoeding, een achtergrond en een eigen geschiedenis. Die mens Paulus sprak een taal die wij niet meer verstaan.  Hij woonde in een Keizerrijk waar wij slechts na veel studie een heel klein beetje van kunnen gaan begrijpen.

Het is dan ook heel gevaarlijk om kleine stukjes tekst uit de brief te isoleren en dan de wereld in te slingeren als “het Woord van God” meestal zijn de kleine stukjes tekst die je zo leest de boodschap van degene die ze uit de brief heeft geïsoleerd en zeggen ze meer van die mens dan van de Bijbelse boodschap. Belangrijk is de algemene boodschap. Die wordt vandaag verwoord in zinnen als “de heidenen tot gehoorzaamheid brengen” en van hen “een God welgevallig offer” maken. Als je vandaag zou zeggen dat je een volk tot gehoorzaamheid wil brengen dan wordt je gelijk gevraagd welk leger je daarvoor klaar hebt, of welke populistische strategie je wil hanteren om ze jou tot hun leider te laten kiezen. Bij Paulus gaat het om heel andere dingen.

De gehoorzaamheid is de gehoorzaamheid aan het gebod je naaste lief te hebben als zichzelf. En daar waar alle eigenbelang in dat gebod over boord gezet wordt offer je jezelf als het ware op, een offer aan de God van Israël gebracht. Niet wat jouw belang is telt voortaan maar het belang van de God van Israël die dat belang laat uitkomen in dat wat er met de minsten van de mensen gebeurd. Daar heeft Paulus het over en daar heeft hij zich voor ingezet. Dat er dan gemeenten ontstaan, mensen te hoop lopen om zich met dat liefdesgebod bezig te houden is een wonder. Vooral als je ziet dat slaven en slavenhouders, rijken en armen, allochtonen en autochtonen, mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, elkaar als gelijken gaan zien  en elkaar wederzijds steunen en tot bloei proberen te brengen. Dat is het wonder dat van Paulus wordt beschreven maar dat ook wij tot stand mogen brengen. Een wonder waar we elke dag opnieuw toe worden opgeroepen, ook vandaag weer.

De sterken moeten de zwakken helpen

december 4, 2016

Romeinen 15:1-13

1 ¶  Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen. 2  Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. 3  Ook Christus zocht niet zijn eigen belang; integendeel, er staat geschreven: ‘De smaad van wie u smaadt, is op mij neergekomen.’ 4  Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. 5 ¶  Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. 6  Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. 7 ¶  Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard. 8  Ik bedoel dit: Christus is een dienaar van de Joden geworden om hun te tonen dat God trouw is en om de beloften aan de aartsvaders te vervullen, 9  maar hij is ook gekomen om de heidenen in staat te stellen God te loven om zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik u prijzen onder de heidenen, psalmzingen ter ere van uw naam.’ 10  En verder staat er: ‘Verheug u, heidenen, samen met zijn volk.’ 11  En er staat ook: ‘Loof de Heer, alle heidenen; prijs hem, alle volken.’ 12  En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: hij die komt om over de heidenen te heersen; op hem zullen zij hun hoop  vestigen.’ 13 ¶  Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest. (NBV)

Vandaag een Bijbelgedeelte in ingewikkelde zinnen vervat en uitlopend op een aantal citaten uit de Hebreeuwse Bijbel. Maar een Bijbelgedeelte niet zonder betekenis en daarom de moeite waard om door de woordenbrij heen te bijten om je eigen te maken wat er eigenlijk staat. We moeten dan toch even terug in de tekst en de geschiedenis. Herinner je het verhaal over de Joden en Joodse Christenen die door de Keizer uit Rome waren verdreven. Paulus schreef aan de gemeente in Rome toen ze net weer terug mochten keren. De bevolking keek ze met de nek aan en in de Christelijke gemeenten waren ze niet meer de eersten maar een minderheid die nieuw kwam kijken. Die Joodse Christenen zijn dus de zwakken en de Heidenen met hun sterke posititie worden opgeroepen hen te helpen. En dan gebruikt Paulus een argument dat toch wel slim gevonden is.

Al die Heidense Christenen, niet Joods dus, worden opgeroepen te doen als Jezus van Nazareth, de Messias, Christus in het Grieks. Die was immers gekomen als Jood en had zijn boodschap gebracht aan het Joodse volk. Nu, samen met de Joodse Christenen kun je op zoek gaan naar wat er in de Joodse Bijbel staat en wat je daar nodig hebt zegt Paulus. Dat geldt ook voor ons. Ook wij hebben het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel nodig om te snappen wat eigenlijk de boodschap van Jezus van Nazareth voor ons geweest is. En in dat samen zoeken naar antwoorden kan ook de bron van eenheid tussen Christenen gevonden worden. Een eenheid die we nog steeds missen. Al zijn hervormden, gereformeerden en lutheranen samen in één kerk verenigd, er zijn er in de Raad van Kerken in Nederland nog een aantal die niet meegegaan zijn en buiten de Raad van Kerken zijn er nog tal van sekten en groepen die zich ook kerk noemen maar met de Kerken in Nederland nauwelijks of geen contact hebben, zij streven de eenheid waar Paulus het over heeft in elk geval niet na.

Paulus citeert een hele rij van teksten uit het Oude Testament waar de gemeente in Rome wat aan zou kunnen hebben. Hij begint met een citaat uit Psalm 18 waarin staat dat juist de Joden onder de Heidenen God moeten belijden zodat ook de Heidenen mee gaan doen. Dat stond ook al in de leer van Mozes, Paulus haalt hier een vers aan uit Deuteronomium 32. Dat de Heidenen de God van Israël moeten prijzen haalt hij uit Psalm 117. En  de wortel van Jesse waarover Jesaja sprak, Jesse is Isaï de vader van David, was in de vroege Christelijke gemeente Jezus van Nazareth zelf, geboren uit de familie van David. Dat prijzen van God is in het Oude Testament opkomen voor de armen en zwakken, recht verschaffen aan de rechtelozen en dat stond eigenlijk ook al aan het begin van het gedeelte van vandaag. Dat is iets waarin wij de God van Israël ook vandaag kunnen prijzen, hongerigen te eten geven, gevangenen bezoeken, naakten kleden, de armen recht doen. Elke dag opnieuw.

Alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig.

december 3, 2016

Romeinen 14:13-23

13  Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hun niet te ergeren. 14  Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt. 15  Als u dus uw broeder of zuster kwetst door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet. 16  Breng het goede dat God u schenkt geen schade toe, 17  want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. 18  Wie Christus zo dient, doet wat God wil en wordt door de mensen gerespecteerd. 19  Laten we daarom streven naar wat de vrede bevordert en naar wat opbouwend is voor elkaar. 20  Breek het werk van God niet af omwille van wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om iets te eten dat iemand aanstoot geeft. 21  Vlees, wijn of iets anders waaraan uw broeder of zuster aanstoot neemt, kunt u beter laten staan. 22  Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen u en God. Gelukkig is wie zich niet schuldig voelt over zijn overtuiging, 23  maar wie twijfelt of hij alles mag eten, is op het moment dat hij alles eet al veroordeeld. Want het komt niet voort uit geloof, en alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig. (NBV)

Paulus had in zijn dagen te maken met conflicten waar wij geen weet meer van hebben. Wij kennen in onze Christelijke westerse cultuur geen spijswetten. Natuurlijk hebben we weet van de Joodse spijswetten en het kosjer eten en natuurlijk kennen we ook het Islamitische Hallal, maar zelf hebben we zoiets over het algemeen niet. De Heidenen die zich tot het Christendom hadden bekeerd in de dagen van Paulus kenden dat wel. Zij kenden het vlees dat gegeten werd als offer aan bepaalde Heidense goden, met dat eten bracht je een offer. De boodschap van Paulus was: “hou daar nou eens mee op”. Die spijswetten van Israël maakten je ooit bewust van het voedsel dat je at en zorgden er voor dat je zorgvuldig met het voedsel omging, maar die tijd is geweest. Dat offervlees was in Heidense riten van betekenis maar nu je die riten achter je hebt gelaten is dat offervlees ook geen offervlees meer. Maar voor veel mensen uit de dagen van Paulus was die boodschap toch wat kort door de bocht.

Joden die Christenen waren geworden wilden toch aan hun kosjere eten vasthouden. Heidenen die Christen waren geworden wilden dat Heidense offervlees niet meer eten. En als ze dan voedsel zagen dat niet kosjer was of dat traditioneel offervlees was dan ergerden ze zich. Dat eten getuigde niet van respect voor de God van Israël, dat eten bleef je vasthouden in de wereld van afgoderij waar je van was bevrijdt. In het gedeelte dat we vandaag lezen zegt Paulus dat we met elkaar best rekening mogen houden met dergelijke gevoeligheden. Het gaat er immers niet om wat je aan regels aan een ander oplegt, of dat je jouw regels beter vindt dan de regels van een ander, jij bent toch ook niet beter of slechter dan die die ander, maar het gaat er om dat je samen een nieuwe samenleving opbouwt. In onze dagen wordt er nog wel eens een discussie gevoerd over Hallal, volgens de Islamitische regels bereid voedsel. Daar zouden Christenen dus niet van mee moeten hoeven eten.

Paulus vindt dat onzin. Voor Christenen zoals Paulus bestaat er geen Hallal of niet Hallal voedsel. Alles wat eetbaar is is geoorloofd. En dus als er mensen zijn die waarde hechten aan Hallal dan eten we daar en met hen Hallal, of Kosjer, of Surinaams, of Indonesisch. Of het nu religieus bepaald of cultureel bepaald is, het gaat er om mensen tot hun recht te laten komen. Daar werken we aan mee. En de drank? De wijn? Er zijn mensen die verslaafd waren en absoluut geen alcohol mogen drinken. Ook daar mogen we rekening mee houden. Zijn die in ons gezelschap, dan drinken ook wij geen alcohol, dan organiseren we ons eigen feest ook zonder alcohol zodat ook zij met ons feest kunnen vieren. Ook de overheid mag daar wel wat meer rekening mee houden. Mensen bestraffen omdat ze alcohol op hebben terwijl ze rijden en zelf aan het eind van de dag recepties organiseren met alcohol gaat niet altijd samen. Dat is wat Paulus bedoeld hier, denk eerst om de ander, dan pas om jezelf. Dat mogen we gelukkig elke dag opnieuw doen, ook vandaag weer.

Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen.

december 2, 2016

Romeinen 14:1-12

1 ¶  Aanvaard mensen met een zwak geloof zonder hun overtuiging te bestrijden. 2  De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten. 3  Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. 4  Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan-en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen. 5  De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen. 6  Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God. 7  Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. 8  Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. 9  Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden. 10  Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, 11  want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef-zegt de Heer-, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ 12  Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden. (NBV)

Elk jaar houden veel kerken de gebedsweek voor de eenheid van de Christenen en buiten de PKN kennen we eigenlijk niet zoveel eenheid. Zelfs in de grote Roomse Kerk zijn er veel verschillen en moeten er van tijd tot tijd mensen het zwijgen opgelegd worden om de verschillen niet al te groot te laten worden. In de Protestantse Kerken gaan de splitsingen nog door. De Romeinen aan wie Paulus deze brief schreef kenden heel andere verschillen dan wij en uit die verschillen kwamen gemakkelijk conflicten voort. In het jaar 46 waren de Joden uit de stad Rome verdreven, ook de Joden die Christen geworden waren. In het jaar 54 mochten ze weer terugkeren. De Heidenen die Christen waren geworden hadden zich inmiddels tot een hechte gemeenschap ontwikkeld en zo waren er groepen Christenen die omwille van hun geloof het een en ander hadden meegemaakt maar die grote verschillen in handelen hadden.

De Joodse spijswetten werden soms wel en soms niet gevolgd, de Joodse feestdagen werden soms wel en soms niet gevolgd en soms werden ook Romeinse feestdagen gevierd. Aan dat laatste hebben wij ons kerstfeest te danken. Paulus wijst er op dat om te beginnen elke gelovige zich moet afvragen of wat hij of zij doet overeenkomt met wat God vraagt en dat je een ander daar niet op mag beoordelen. Samen sta je maar voor één ding en dat is de naaste lief te hebben als jezelf, zorgen voor de minsten en de zwaksten in de samenleving. Daarbij zijn vraagstukken over wat je eet of welke feestdagen je viert van zeer ondergeschikt belang. In onze dagen mag je zeggen dat ook vaak de taal die je gebruikt als je het hebt over Bijbelse zaken ondergeschikt zou moeten zijn aan de gezamenlijke verantwoording voor bijvoorbeeld onze Palestijnse broeders, of de daklozen, of de hoeren in de stad.

Zelfs wat we zingen kan een bron van conflict zijn. Na het verschijnen van het Liedboek Zingen en bidden in huis en kerk voor zeven kerkgenootschappen zijn er nog minstens drie bundels verschenen om alle stromingen te bedienen. Uit het Bijbelgedeelte van vandaag leren we dat we elkaar niet alleen moeten zien te verdragen maar moeten zorgen voor de zwaksten. Zo gaat het er niet om mensen te bekeren maar, bijvoorbeeld, is het stoppen van sekstoerisme naar Thailand veel belangrijker. Daartoe mensen in beweging krijgen brengt ze al bijna op de Weg van Jezus van Nazareth. De stap naar de echte Weg is dan nog maar klein. Dat geldt voor al het goede dat we kunnen doen om het kwade te bestrijden. We stapelen vurige kolen op hoofden en of we dan op zondagmiddag naar het voetbal gaan kijken doet volstrekt niet ter zake. We nemen elkaar vaak zo de maat dat we vergeten dat God ons de maat neemt en dat wij moeten zorgen dat Gods maat voor de armen gaat werken. Maar elke dag mogen we daar weer opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

Wie reine handen heeft en een zuiver hart

december 1, 2016

Psalm 24

1 ¶  Van David, een psalm. Van de HEER is de aarde en alles wat daar leeft, de wereld en wie haar bewonen, 2  hij heeft haar op de zeeën gegrondvest, op de stromen heeft hij haar verankerd. 3 ¶  Wie mag de berg van de HEER bestijgen, wie mag staan op zijn heilige plaats? 4  Wie reine handen heeft en een zuiver hart, zich niet inlaat met leugens  en niet bedrieglijk zweert. 5  Zegen zal hij ontvangen van de HEER en recht verkrijgen van God, zijn redder. 6  Dat valt hun ten deel die u zoeken, die zich tot u wenden-het volk van Jakob. sela 7 ¶  Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, aloude ingangen: de koning vol majesteit wil binnengaan. 8  Wie is die koning vol majesteit? De HEER, machtig en heldhaftig, de HEER, heldhaftig in de strijd. 9  Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef ze, aloude ingangen: de koning vol majesteit wil binnengaan. 10  Wie is hij, die koning vol majesteit? De HEER van de hemelse machten, hij is de koning vol majesteit. sela (NBV)

Op 1 november viert de Kerk al heel lang dat er mensen zijn geweest waarvan je mag aannemen dat hun leven en hun gedrag iets vertelt over de bedoeling van Jezus van Nazareth met het Koninkrijk van God. Deze psalm hoort daarom eigenlijk bij die feestdag. De dag heet “Allerheiligen” maar de Roomse neiging tot afgoderij en mensverheerlijking heeft het begrip “Heiligen” in een verkeerd daglicht gesteld. Nog steeds hoor je in Roomse Kringen dat de zogenaamde Heiligen het gebed van de gelovigen tot God zouden kunnen versterken, dat zij voorspraak kunnen zijn voor de eenvoudige gelovigen. Zo is het niet, ze staan niet boven ons, niets staat er tussen ons en onze God. Maar er zijn altijd mensen in de geschiedenis die zich uitzonderlijk hebben gedragen. Moeder Theresa die in Calcutta de stervenden opnam in haar huis en hen verzorgde in hun laatste uren.

Martin Luther King die opstond tegen onrechtvaardige en gewelddadige discriminatie van zwarten en ondanks het geweld dat tegen hen werd gebruikt zijn volgelingen geweldloos verzet leerde bieden tot hij zelf door geweld om het leven kwam. Maar ook Nelson Mandela die ondanks een half leven in gevangenschap op Robbeneiland na zijn vrijlating vrede en verzoening bracht in een tot op het bot verscheurd en verdeeld Zuid Afrika. Jimmy Carter die zijn aanzien als ex president van de Verenigde Staten gebruikt om overal op de wereld democratische processen te begeleiden en helpt er voor te zorgen dat regeringen op vreedzame en democratische wijze aan de macht komen. Carter vraagt daarmee ook voortdurend aandacht voor de onrechtvaardige verdeling tussen arm en rijk. Het zijn de namen uit onze dagen van hen die we kennen en van hen aan wie we een voorbeeld kunnen nemen of die ons kunnen inspireren.

Majoor Boschardt was zo iemand die riep dat God dienen mensen dienen is en dat mensen dienen God dienen is. Zo zijn er nog ontelbaar veel meer van deze heiligen van wie wij de naam niet kennen. Wie reine handen heeft en een zuiver hart, zich niet inlaat met leugens en geen valse eed aflegt hoort er bij. En dan weten we wie bedoeld wordt. Eigenlijk wij dus allemaal. Want zijn we niet allemaal bezig te proberen het goede te doen en niet dan het goede. Zoeken we niet de naaste lief te hebben als onzelf en hongeren en dorsten we niet naar gerechtigheid, bij dag en bij nacht? Roepen we niet tegen het onrecht en tegen de onrechtmatige tolmuren die ons gevangen houden? Vertrouwen we er niet op dat uiteindelijk het recht zal zegevieren, dat Liefde op de aarde zal overwinnen, dat het Koninkrijk van God de aarde zal regeren? Daarom kunnen we zingen met de Psalm dat de stad van het recht de poorten mag openen om de Koning van de aarde binnen te laten. Alle Heiligen mogen daar binnen, en wij zullen volgen.

De wet vindt zijn vervulling in de liefde.

november 30, 2016

Romeinen 13:8-14

8  Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. 9  Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 10  De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde. 11 ¶  U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons meer nabij dan toen we tot geloof kwamen. 12  De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht. 13  Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag en ons onthouden van bras- en slemppartijen, ontucht en losbandigheid, tweespalt en jaloezie. 14  Omkleed u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt. (NBV)

Wat mag nu wel en wat mag nu niet? Hele boeken zijn er over volgeschreven en we nemen elkaar zo graag de maat van goed en kwaad. We hebben er zelfs een wetenschap van gemaakt: de ethiek. Maar volgens Paulus is er voor eenvoudige gelovigen een eenvoudige uitweg uit het labyrint van goed en kwaad: de liefde. Al die wetten en regels zijn vervuld als je je naaste lief hebt als jezelf. Daarom kunnen we zo vaak zeggen dat de Tempel in Jeruzalem de Tempel was van je naaste liefhebben als jezelf, en dat als er staat dat volken zich naar Jeruzalem wenden dat betekent dat ook die volken het heb je naaste lief als je zelf tot hoofdregel van het dagelijks gedrag maken. De wet vindt zijn vervulling in de liefde. Dat betekent ook dat wat op het ene moment goed is voor de een op een ander moment kwaad kan zijn voor de ander, de liefde voor de naaste bepaalt dat immers en het oordeel is niet aan mensen maar aan God.

Paulus kan dit ook schrijven want als Jood weet hij dat de eerste zonde was dat Adam en Eva wilden eten van de boom van kennis van goed en kwaad, waarmee zij gelijk aan God wilden worden. Dat kunnen wij mensen niet en dat moeten we ook niet willen nastreven. Voor ons is de liefde, het goede doen voor onze medemens, het enige dat ons te doen staat. Alle overwegingen over het kwade, over de duisternis behoren voor ons voorbij te zijn. Wij omgorden ons met de wapens van het licht. Wapens, want het is niet eenvoudig om het goede te doen. We moeten immers het kwade overwinnen door het goede. Het gedeelte van vandaag begint ook met iets aan iemand schuldig te zijn. Dat betekent dat we niemand afwijzen, nooit nee zeggen tegen een persoon, wel nee zeggen tegen een verzoek om iets te doen, maar dan duidelijk maken hoe we dat nee nodig hebben uit liefde voor die persoon. We zijn aan de ander dus altijd alleen de liefde schuldig.

Dat roept ons ook op de ander te wijzen op hetgeen iemand kan schaden, op fouten, op onderdrukking en uitbuiting. Daar zijn geen grenzen in, tot aan de hoogste overheid toe zijn wij immers niet dan de liefde verschuldigd en wat onze minste broeders en zusters is aangedaan is Jezus van Nazareth aangedaan en daarmee ons aangedaan. Maar wij zeggen dat uit liefde, ieder moet de kans krijgen zich anders te gaan gedragen en zich aan te sluiten bij de beweging van de liefde. Zo laten we ook onszelf gezeggen, want we mogen aannemen dat iemand die ons op onze fouten wijst dat doet uit liefde en in elk geval mogen we dankbaar zijn als we onze fouten mogen herstellen. Daarom mogen we in ons gedrag van alle dag, waarin we mensen als broeders en zusters zien en niet als objecten van lustbevrediging, waarin we altijd onszelf blijven op wie een beroep kan worden gedaan, werken aan de komst van het Koninkrijk, niet om er zelf beter van te worden, maar omdat we de ander liefhebben, ook vandaag weer.

Geef iedereen wat hem toekomt

november 29, 2016

Romeinen 13:1-7

1 ¶  Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. 2  Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God, en wie dat doet roept over zichzelf zijn veroordeling af. 3  Wie doet wat goed is heeft van de gezagsdragers niets te vrezen, alleen wie doet wat slecht is. U wilt niets van de overheid te vrezen hebben? Doe dan wat goed is en ze zal u prijzen, 4  want ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn. Maar wanneer u doet wat slecht is, kunt u haar beter vrezen: ze voert het zwaard niet voor niets, want ze staat in dienst van God, en door hem die het slechte doet zijn verdiende straf te geven, toont ze Gods toorn. 5  U moet haar gezag dus erkennen, en niet alleen uit angst voor Gods toorn, maar ook omwille van uw geweten. 6  Daarom betaalt u ook belasting en staat wie belasting int in dienst van God. 7 ¶  Geef iedereen wat hem toekomt: belasting aan wie u belasting verschuldigd bent, accijns aan wie u accijns verschuldigd bent, ontzag aan wie ontzag toekomt, eerbied aan wie eerbied toekomt. (NBV)

We moeten vandaag heel voorzichtig zijn met hetgeen we lezen. Met de verzen die vandaag op het leesrooster staan is heel wat onrecht goedgepraat en als we dat weer doen dan lezen we de Bijbel verkeerd. De Bijbel moet niet gelezen worden uit het oogpunt van de machthebbers maar uit het oogpunt van de machtelozen. Wat immers de minsten is gedaan is aan God zelf gedaan. Het ging hiervoor over de vijand en hoe je het kwade dient te overwinnen door het goede. Geldt dat dan ook voor de overheid? In het verhaal over de overheid heeft Paulus het voortdurend over God. En God was immers de enige Heer over de wereld. Een overheid is dan ook ingesteld door God. Daarmee heeft de overheid niet een eigen recht van bestaan en kan ze handelen naar eigen inzicht. Het goed of fout van de overheid wordt beoordeeld door God en dient beoordeeld te worden in het licht van God.

Het vers dat volgt op het gedeelte van vandaag zegt dat je niemand iets schuldig moet zijn dan de liefde. Dat geldt dus ook en juist voor de overheid. Want de geschiedenis van Israël leert dat een anarchistische staat niet tot vrede en gerechtigheid voert. Lees er het Bijbelboek Rechters maar eens op na. En een wereldregering zoals er eigenlijk in het Romeinse Rijk was is nodig. De handel moet beschermd worden, burgers moeten in vrede kunnen leven, bij conflicten moet er recht gesproken kunnen worden. In onze tijd hebben we het over onderwijs en zorg. En wie minder belasting wil betalen en minder files op de wegen wil moet echt thuis blijven niet naar buiten komen. Alles wat we met elkaar willen kost geld en dat moet rechtvaardig worden geïnd en rechtvaardig worden beheerd en uitgegeven. Er is niets tegen een goede overheid maar alles tegen een slechte overheid.

Het volk in de woestijn dat het gebod had gekregen de naaste lief te hebben als zichzelf kreeg ook een inrichting van een samenleving met een overheid. Groepen kozen vertegenwoordigers en Mozes had rechters aangesteld. Met die vertegenwoordigers werd overlegd en zo moest de samenleving in de woestijn kunnen functioneren. Onze democratie heeft er nog de sporen van. Maar het functioneert pas als ook de zwaksten mee kunnen doen, als groepen in de samenleving bereid zijn samen te leven en niet tegen elkaar worden opgezet. Zorg is daarom van groot belang voor het functioneren van de samenleving, net als respect voor brandweer-, ambulance- en politiepersoneel. Het gedeelte van vandaag onderwerpt de burger dus niet aan een overheid maar bevrijdt de burger van angst voor de overheid. Niemand heeft recht op een wapen, het zwaard, van de overheid, die kan ons beschermen. Aan ons om het goede te doen, de overheid het goede voor te houden en te bouwen aan een samenleving zoals de God van Israël die ons heeft voorgehouden, ook vandaag weer.