Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Geef mij kinderen

september 29, 2016

Genesis 30:1-21

1 ¶  Omdat Rachel geen kinderen van Jakob kreeg, was ze jaloers op haar zuster. ‘Geef mij kinderen, ‘zei ze tegen Jakob, ‘anders ga ik dood!’2  Jakob werd kwaad en antwoordde: ‘Ik ben toch zeker God niet? Híj onthoudt jou het moederschap!’ 3  ‘Neem mijn slavin Bilha dan, ‘zei ze, ‘en slaap met haar. Als zij kinderen baart, zal ik die op mijn knieën nemen; dan krijg ik door haar toch nakomelingen.’ 4  Dus gaf ze hem haar slavin Bilha tot vrouw en Jakob sliep met haar. 5  Bilha werd zwanger en baarde Jakob een zoon. 6  Toen zei Rachel: ‘God heeft mij recht gedaan: hij heeft mij verhoord en mij een zoon gegeven.’ Daarom noemde ze hem Dan. 7  Opnieuw werd haar slavin Bilha zwanger, en ze baarde Jakob nog een zoon. 8  ‘Ik heb een zware strijd met mijn zuster gevoerd, ‘zei Rachel, ‘maar ik heb gewonnen.’ Ze noemde het kind Naftali. 9  Omdat Lea geen kinderen meer kreeg, gaf zij Jakob haar slavin Zilpa tot vrouw. 10  En Zilpa, de slavin van Lea, baarde Jakob een zoon. 11  ‘Het geluk is met mij!’ zei Lea, en ze noemde hem Gad. 12  Toen haar slavin Zilpa Jakob een tweede zoon baarde, 13  zei Lea: ‘Wat ben ik nu gelukkig! Alle vrouwen zullen mij gelukkig prijzen.’ Ze noemde het kind Aser. 14 ¶  In de tijd van de tarweoogst vond Ruben buiten in het veld liefdesappels, die hij aan zijn moeder Lea gaf. ‘Geef mij ook eens wat van die liefdesappels van je zoon, ‘vroeg Rachel haar. 15  Maar Lea antwoordde: ‘Is het soms niet genoeg dat je mijn man hebt afgepakt? Wil je nu ook nog de liefdesappels van mijn zoon?’ Rachel zei: ‘In ruil voor de liefdesappels van je zoon mag Jakob vannacht met jou slapen.’ 16  Toen Jakob ‘s avonds thuiskwam uit het veld, ging Lea hem tegemoet en zei: ‘Je moet met mij slapen, ik heb je gehuurd voor de liefdesappels van mijn zoon.’ Dus sliep hij die nacht met haar, 17  en God verhoorde Lea: ze werd zwanger en baarde Jakob voor de vijfde maal een zoon. 18  ‘God heeft mij beloond omdat ik mijn slavin aan mijn man heb gegeven, ‘zei ze, en ze noemde het kind Issachar. 19  Opnieuw werd ze zwanger en ze baarde Jakob een zesde zoon. 20  ‘God heeft mij een mooi geschenk gegeven, ‘zei ze, ‘mijn man zal mij op handen dragen nu ik hem zes zonen heb gebaard.’ Ze noemde het kind Zebulon. 21  Daarna bracht ze een dochter ter wereld, die ze Dina noemde. (NBV)

Twee vrouwen, zusters nog wel, die elk ook nog een slavin hebben, en een groot volk moet het doel zijn. Dat moet wel concurentie tot gevolg hebben. De mooie Rachel moet wel heel lang wachten op een kind, Lea heeft het gemakkelijker. Uiteindelijk wordt een slavin ingeschakeld, zoals ook Sara had gedaan, en jawel, Rachel krijgt een kind van de draagmoeder. Maar ook Lea kent de truc en heeft een slavin. Zo krijgt Jacob de ene na de andere zoon. Jacob lijkt in het verhaal wel een fokstier. De een na de andere vrouw krijgt hij om te bevruchten. Onderling voeren de vrouwen een wedstrijdje en maken samen de dienst uit wie Jacob in haar bed krijgt. De Bijbel lijkt soms uiterst vulgaire verhalen te hebben. Een mooi verhaal over liefde is dit uiteindelijk niet. Jacob mag dan Rachel als zijn favoriete vrouw beschouwen maar dat verandert niets aan de situatie. De drie andere vrouwen met wie hij het bed moet delen blijven in beeld en blijven hem kinderen schenken. Er is een mooie naam voor de middelen die de lust opwekken, afrodisiaca, mensen denken ze nodig te hebben om kinderen te kunnen verwekken. Toen Rachel steeds maar zonder kinderen bleef en Lea het ene kind naar het andere baarde dacht ook Rachel baat te hebben bij zulke middelen.

En dan is het zuur als juist de oudste zoon van Lea de liefdesappelen vindt. Een nacht met Jacob is dan een goede prijs voor de begeerde middelen. Maar ook deze helpen niet. Lea krijgt nog een paar kinderen en uiteindelijk ook een dochter. Het verhaal van vandaag beschrijft nauwkeurig de volgorde van de broers die geboren worden. Dat is niet zonder belang voor de toekomst. Zonder kinderen loopt een weduwe een nog grotere kans  tot armoede te vervallen maar Jacob was zeer buitengewoon rijk zodat de kans voor de vrouwen arm te worden op zich klijn was. Maar uit de zonen van Jacob zouden de stammen van het volk Israël voortkomen. En van die zonen zou niet Ruben de belangrijkste worden maar Juda. Volgens Deuteronomium had Ruben recht op een twee maal zo groot aandeel in de erfenis als de andere zonen. Voor mensen die later het verhaal hoorden werd duidelijk dat zelfs bij de zonen van Jacob niet automatisch de oudste zoon de belangrijkste is. God kiest zelf wie hij nodig heeft voor zijn eigen geschiedenis. Voor mannen lijkt het of het verhaal over Jacob gaat. Die kreeg van zijn oom Laban op  slinkse wijze twee vrouwen terwijl hij toch duidelijk gevraagd had om Rachel. En als de vruchtbaarheid van Rachel en Lea hapert krijgt hij er nog twee slavinnen bij.

Arme Jacob. En veel mannen zullen glimlachen bij die uitdrukking, mannen die vrouwen als lustobjecten zien zouden graag wat meer vrouwen beminnen en zien daar vaak van af omdat het leven dan wel heel ingewikkeld zou worden. Jacob leeft in een cultuur waarin het hebben  van meer vrouwen niet ongewoon is. Ook zijn grootvader had zijn slavinnen gehad die hem kinderen hadden geschonken. De broer van Jacob, Esau, had zelfs een kleindochter van een zoon van Abraham getrouwd. Maar het verhaal gaat over vrouwen. Vier vrouwen komen er in het verhaal voor. Vier vrouwen die voor hun toekomst niet afhankelijk zijn van de gelijkheid van hun echtgenoot maar van de hoeveelheid kinderen die ze voortbrengen. Vier vrouwen dus die met hun ijver kinderen te krijgen bewijzen dat de Tora het niet zo verkeerd had toen die stelde dat de plicht om te zorgen voor de weduwe en de wees voorop hoort te staan. Als een samenleving de zorg voor de arme voorop stelt wordt kennelijk een heleboel onrust voorkomen. Daar moeten we ook tegenwoordig nog wel eens over nadenken. De vanzelfsprekendheid waarmee vrouwen een zelfstandige economische positie verworven hebben is dan maar een eerste stap.

Geef me nu mijn vrouw

september 28, 2016

Genesis 29:21-35

21  Toen zei Jakob tegen Laban: ‘De termijn is om. Geef me nu mijn vrouw, ik wil met haar slapen.’ 22  Laban nodigde alle inwoners van de stad uit en gaf een feest. 23  Toen de avond was gevallen bracht hij zijn dochter Lea bij Jakob, en Jakob sliep met haar. 24  Ook gaf Laban haar een van zijn slavinnen mee, Zilpa. 25  ‘s Morgens ontdekte Jakob dat het Lea was met wie hij had geslapen. ‘Hoe hebt u mij dit kunnen aandoen!’ wierp hij Laban voor. ‘Ik heb toch om Rachel bij u gewerkt? Waarom hebt u me zo bedrogen!’ 26  Laban antwoordde: ‘Het is hier niet de gewoonte om de jongste voor de oudste uit te huwelijken. 27  Wacht daarom tot de bruiloftsweek met de een voorbij is, dan krijg je ook de ander, op voorwaarde dat je nog eens zeven jaar voor me werkt.’ 28  Jakob stemde toe en wachtte tot de week om was; daarna gaf Laban hem zijn dochter Rachel tot vrouw. 29  Ook gaf Laban haar een van zijn slavinnen mee, Bilha. 30  Toen sliep Jakob ook met Rachel, en van Rachel hield hij echt, meer dan van Lea. En hij werkte nog eens zeven jaar bij Laban. 31 ¶  Toen de HEER zag dat Jakob minder van Lea hield, opende hij haar moederschoot, terwijl Rachel kinderloos bleef. 32  Lea werd zwanger en bracht een zoon ter wereld, die ze Ruben noemde, ‘want, ‘zei ze, ‘de HEER heeft gezien wat ik te verduren heb. Nu zal mijn man van mij houden.’ 33  Ze werd opnieuw zwanger en bracht nog een zoon ter wereld. ‘De HEER heeft gehoord hoe weinig mijn man van me houdt; daarom heeft hij mij er nog een zoon bij gegeven, ‘zei ze, en ze noemde hem Simeon. 34  En weer werd ze zwanger en bracht ze een zoon ter wereld. ‘Nu ik hem drie zonen heb gebaard, zal mijn man zich eindelijk aan mij hechten, ‘zei ze. Daarom werd hij Levi genoemd. 35  En nog een keer werd ze zwanger en bracht ze een zoon ter wereld. ‘Nu zal ik de HEER loven!’ riep ze uit, en ze noemde hem Juda. Hierna kreeg ze geen kinderen. (NBV)

Jacob moet nog heel veel leren over de godsdienst die zijn grootvader Abraham had ontdekt. Die godsdienst moet leiden tot een groot volk, talrijk als de sterren aan de hemel. Moet je dan de mooiste van de dochters van Laban nemen? Of neem je dan de vruchtbaarste. Waar hier staat dat de ogen van Lea geen glans hadden, en anderen vertalen hier met flets, had de Statenvertaling het over “tedere ogen” Ogen zijn de spiegel van de ziel zegt men en wellicht was het zo dat Rachel een zeer fraai uiterlijk had maar dat Lea eigenlijk veel mooier van binnen was. Later zou blijken dat Lea in elk geval meer kinderen zou krijgen dan Rachel. Jacob krijgt zijn bruiden overigens niet zomaar maar moet er een volle tijd voor werken. De zeven jaar zouden een sabbatsperiode worden, zoals de week zeven dagen telt met een rustdag als laatste, zo werd het land, de dieren en de mensen elk zevende jaar rust gegund. De slaven werden vrijgelaten en de schulden kwijt gescholden. Voor Jacob levert dat een bruid en een geliefde op.

Twee vrouwen, zusters nog wel, die elk ook nog een slavin hebben, en een groot volk moet het doel zijn. Dat moet wel concurrentie tot gevolg hebben. De mooie Rachel moet wel heel lang wachten op een kind, Lea heeft het gemakkelijker. Uiteindelijk krijgt Jacob de ene na de andere zoon. Die hebben overigens namen die ook wat te betekenen hebben in het verhaal. Ruben betekent “zie een zoon”. Concurrentie is dus kennelijk vruchtbaar. Wij zitten nog wel even tegen de positie van de vrouwen in dit verhaal aan te kijken. Rachel had bij de ontmoeting met Jacob nog dezelfde positie als alle mannen in het verhaal, zij hoedde zelfstandig een kudde schapen. Maar nu lijken de vrouwen teruggebracht tot broedkippen, zonen baren mogen ze en verder niet. Dat “verder niet” komen we later in het verhaal nog wel tegen en door steeds die kleine stukjes te lezen kun je gemakkelijk de verkeerde indruk krijgen.  Dit verhaal gaat over de droom van Abraham, en Jacob gaat beseffen dat die droom niet is af te dwingen. Dat zijn geliefde Rachel geen kinderen krijgt ligt niet aan haar en niet aan hem. De liefde is groot genoeg.

Het mag kennelijk niet zo zijn. Geloof in de God van Abraham, Izaak en Jacob betekent helemaal niet dat alles lukt wat je wilt, dat je krijgt wat je denkt nodig te hebben. Vruchtbaarheid, gezondheid, succes in het leven zijn zaken die je of wel of niet krijgt maar waarop je nauwelijks of geen invloed hoeft te hebben. Dat geldt voor iedereen en daarom is het slecht als op de armen, de zieken, de niet succesvollen wordt neergekeken. Integendeel, het verhaal van de Bijbel roept voortdurend op om te letten op hen die het minder hebben getroffen en daarmee te delen. Dat is pas echte rechtvaardigheid. Daar is die God van Abraham, Izaak en Jacob pas echt mee bezig, ons ervan te overtuigen en te leren aan die rechtvaardigheid mee te doen. Lea, Rachel  gaan ons voor in die levenslessen. Dit verhaal gaat daarom niet over broedkippen, maar over ons, over de vraag hoe vruchtbaar wij kunnen zijn  Of willen we alleen letten op het mooie, het succesvolle, het gezonde, of dat we andere waarden en normen hebben.

Zoveel hield hij van haar

september 27, 2016

Genesis 29:1-20

1 ¶  Jakob vervolgde zijn reis naar het land waar de volken van het oosten wonen. 2  Op een dag zag hij ergens in het open veld een put waar drie kudden schapen omheen lagen; de dieren kregen altijd uit die put te drinken. Over de opening van de put lag een grote steen. 3  Als alle kudden daar bijeen waren gedreven, werd de steen van de opening gerold en kreeg het vee te drinken. Daarna werd de steen op de put teruggelegd. 4  Jakob vroeg de herders: ‘Waar komen jullie vandaan, vrienden?’ ‘Uit Charan, ‘antwoordden ze.5  ‘Kennen jullie dan misschien Laban, de kleinzoon van Nachor?’ ‘Jazeker, ‘zeiden ze. 6  ‘Hoe maakt hij het?’ vroeg hij. ‘Goed, ‘antwoordden ze. ‘Kijk, daar komt zijn dochter Rachel juist aan met de schapen.’ 7  ‘Maar het is nog volop dag, ‘zei Jakob, ‘het is toch nog geen tijd om het vee bijeen te drijven? Jullie kunnen de dieren toch te drinken geven en ze daarna weer laten grazen?’8  ‘Nee, ‘zeiden ze, ‘dat kan niet. Pas als alle kudden bijeen zijn gedreven, rollen we de steen van de put en geven we het vee te drinken.’ 9 ¶  Terwijl hij nog met hen stond te praten, kwam Rachel eraan met de schapen van haar vader; zij was herderin. 10  Zodra Jakob Rachel zag, de dochter van zijn moeders broer Laban, met Labans vee, liep hij naar de put, rolde de steen van de opening en gaf de dieren van zijn oom te drinken. 11  Daarna kuste hij Rachel, terwijl hij zijn tranen de vrije loop liet.12  Zodra hij Rachel had verteld dat hij familie van haar vader was, een zoon van Rebekka, rende ze naar haar vader en vertelde het hem. 13  Nauwelijks had Laban het nieuws over Jakob, de zoon van zijn zuster, gehoord of hij snelde hem tegemoet, omhelsde hem, kuste hem hartelijk en nam hem mee naar zijn huis. Daar vertelde Jakob zijn hele geschiedenis aan Laban. 14  ‘Het is duidelijk, ‘zei Laban, ‘dat je familie van me bent!’ Jakob was een volle maand bij Laban in huis 15 ¶  toen deze tegen hem zei: ‘Het is niet nodig dat je voor niets voor mij werkt, alleen omdat je familie van me bent. Zeg me maar wat je loon moet zijn.’ 16  Nu had Laban twee dochters; de oudste heette Lea, de jongste Rachel. 17  Lea’s ogen hadden geen glans, maar Rachel was mooi en aantrekkelijk.18  Jakob was verliefd op Rachel, daarom zei hij tegen Laban: ‘Ik zal zeven jaar voor u werken om Rachel, uw jongste dochter.’ 19  Laban antwoordde: ‘Ik kan haar beter aan jou geven dan aan een ander. Je kunt dus blijven.’ 20  Zo werkte Jakob zeven jaar om Rachel, maar voor zijn gevoel waren het maar een paar dagen, zoveel hield hij van haar. (NBV)

De herders rond de put van Jacob hadden begrepen dat je de vruchtbaarheid alleen kunt verdienen door samen te werken. Alleen samen krijg je de steen van de put. Het was de liefde voor Rachel die Jacob te kracht gaf de steen zelf van de put te halen. Het verhaal verteld dan ook niet meer dat de steen weer teruggelegd werd, en voor christenen klinkt het alsof de steen van een graf werd gehaald. Samenwerking is goed, zeker als echt iedereen mee mag doen. Maar samenwerking, zorg voor de naaste is niets zonder de Liefde. Juist de liefde maakt dat er meer mogelijk is. Paulus zal in zijn beroemde lied over de liefde zingen dat al dat goede zonder de liefde is als schallend koper, het klinkt goed maar er zit geen muziek in. Pas de Liefde zal werkelijke vrede en welvaart brengen, dat geldt ook voor ons.

Jacob moet nog heel veel leren over de godsdienst die zijn grootvader Abraham had ontdekt. Die godsdienst moet leiden tot een groot volk, talrijk als de sterren aan de hemel. Moet je dan de mooiste van de dochters van Laban nemen? Of neem je dan de vruchtbaarste. Waar hier staat dat de ogen van Lea geen glans hadden, en anderen vertalen hier met flets, had de Statenvertaling het over “tedere ogen” Ogen zijn de spiegel van de ziel zegt men en wellicht was het zo dat Rachel een zeer fraai uiterlijk had maar dat Lea eigenlijk veel mooier van binnen was. Later zou blijken dat Lea in elk geval meer kinderen zou krijgen dan Rachel. Jacob krijgt zijn bruiden overigens niet zomaar maar moet er een volle tijd voor werken. De zeven jaar zouden een sabbatsperiode worden, zoals de week zeven dagen telt met een rustdag als laatste, zo werd het land, de dieren en de mensen elk zevende jaar rust gegund. De slaven werden vrijgelaten en de schulden kwijt gescholden. Voor Jacob levert dat een bruid en een geliefde op.

Dat sabbatsjaar was een heel bijzonder jaar. Het werd beschreven lang nadat Jacob gestorven was. Het werd beschreven toen dat volk dat zich als nakomelingen van Abraham, Izaak en Jacob beschouwde bevrijd was uit de slavernij in Egypte en door de woestijn trok op weg naar het land dat ook al aan Jacob was beloofd. In dat zevende jaar moest dat volk leven van hetgeen zomaar op de akker wilde groeien. Alles en iedereen kreeg rust, zelfs het vee, zelfs de aarde. Voor Jacob was het een periode waarna er eindelijk plaats zou zijn voor liefde, zijn liefde voor Rachel, haar liefde voor Jacob. Voor het volk was dat jaar van rust een bevrijding van de verslaving aan arbeid. Elke week hadden ze al een dag waarop ze de bevrijding van de slavernij van de arbeid konden vieren, maar een jaar lang leek wel een eeuwigheid en een eeuwige bevrijding van de slavernij van de arbeid is wat alle mensen wacht. Wij schaffen zelfs die ene dag in de week gemakkelijk af. Slavernij van de arbeid wordt weer heel gewoon. We leven in een economie van dag en nacht heet het dan. Maar in werkelijkheid is er alleen de nacht. De dag  van vrijheid  voor heel een volk kennen we niet meer. Het ideaal van Jacob de liefde te laten heersen en daar kracht uit te putten vergaat in onze tijd.

Dit moet de poort van de hemel zijn

september 26, 2016

Genesis 28:10-22

10 ¶  Jakob verliet dus Berseba en ging op weg naar Charan. 11  Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. 12  Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen. 13  Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven. 14  Je zult zoveel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. 15  Ikzelf sta je ter zijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’ 16 ¶  Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is zeker, ‘zei hij, ‘op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.’ 17  Eerbied vervulde hem. ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit, ‘zei hij, ‘dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!’ 18  De volgende morgen vroeg zette Jakob de steen die hij als hoofdsteun had gebruikt rechtop, en wijdde hem door er olie over uit te gieten. 19  Hij gaf die plaats de naam Betel; vroeger heette het daar Luz. 20  Daarna legde hij een gelofte af: ‘Als God mij ter zijde staat en mij op deze reis beschermt, als hij mij brood te eten geeft en kleren aan mijn lichaam, 21  en als ik veilig terugkom bij mijn verwanten, dan zal de HEER mijn God zijn. 22  Deze steen die ik gewijd heb, zal dan een huis van God worden-en ik beloof dat ik u dan een tiende deel zal afstaan van alles wat u mij geeft.’ (NBV)

Godsdienst gaat vanouds gepaard met beelden van de God die moet worden aanbeden. Wij zijn dat niet meer gewend, maar wie op vakantie naar Italië, Griekenland of Egypte gaat komt daar nog beelden in overvloed tegen die vroeger als goden werden aanbeden. We kunnen ons eigenlijk ook niet voorstellen dat iedereen beelden aanbidt en beelden bezit, mooie en simpele, en waar jij dan een uitzondering bent. Aanpassen aan de heersende gewoonten is toch heel natuurlijk, vooral als de overheid het ook nog voorschrijft. Jacob heeft niet van die beelden van zijn God. Izaak had ze niet en Abraham had ze al helemaal niet. Als Jacob dan ook alleen op reis gaat is de droom over de belofte die zijn familie voortdurend op reis stuurde het beeld dat je zou moeten hebben van God. Die God is niet op een stuk grond dat van jou is en door die God vruchtbaar gehouden moet worden, die God gaat met je mee waarheen je ook gaat.

Het huis van die God is de steen die je als kussen gebruikt, want in je slaap komen de dromen van een betere wereld, van het grote volk waarvan jij de stamvader of stammoeder mag zijn. Iedereen die kinderen heeft mag het zich realiseren, je bent stamvader of stammoeder van een groot volk. Alleen kunnen jouw kinderen ook op die nieuwe manier verder gaan. De manier van eerlijk delen, van een deel van hun vermogen steken in die onbekende onzichtbare God die wil dat je je naast liefhebt. Jacob besluit er zijn godservaring mee. Wij blijven zitten met mensen die ook vandaag nog met gesloten ogen en koude harten de overheid navolgen en wetten uitvoeren. Toen politieagenten in 1942 Joodse medeburgers naar Amsterdam begeleiden wisten die niet dat die medeburgers vermoord zouden worden, ze zouden moeten werken voor de overheid. Daarom is het uitzetten van onze broers en zusters nu niet daarmee te vergelijken vinden ze.

Toch zijn er veel mensen dat het uitzetten van mensen ons aan het denken moet zetten over onze eigen medemenselijkheid. Bij Schiphol is een gevangenis waarin mensen worden opgesloten die eigenlijk zouden moeten worden uitgezet naar het land waar ze vandaan komen. Maar dat lukt niet en dan worden ze opgesloten. Sommigen zitten daar soms meer dan een jaar. Anderen worden er voor een aantal maanden opgesloten om dan op straat te worden gezet en na een tijdje weer terug te komen. Elke maand komen er groepen samen rond die gevangenis om te laten weten dat die gevangenen niet vergeten worden. Die mensen worden immers gevangen gehouden zonder dat ze een misdrijf hebben gepleegd. Hun enige fout is dat niemand ze wil hebben. Medemenselijkheid zou hun ladder naar de hemel moeten zijn. Ook kinderen die hier zijn geboren en naar school zijn geweest, niet anders kennen als Nederland en het Nederlands, dreigen ons land te worden uitgezet. Vooral veel Christenen vragen zich af waar het zit met onze medemenselijkheid. Zouden ook wij in een land kunnen wonen waar het anders gaat dan in de rest van de wereld? Hoe zouden we dat voor elkaar kunnen krijgen?

Het land waar je nu nog als vreemdeling woont

september 25, 2016

Genesis 27:30–28:9

30 ¶  Toen Isaak Jakob gezegend had en Jakob nog maar net bij zijn vader was weggegaan, kwam zijn broer Esau thuis van de jacht. 31  Ook hij maakte een smakelijk gerecht klaar, bracht het zijn vader en zei tegen hem: ‘Ga overeind zitten, vader, en eet van wat uw zoon heeft geschoten; dat zal u de kracht geven om mij te zegenen.’ 32  ‘Wie ben jij?’ vroeg zijn vader Isaak hem. ‘Ik ben het, Esau, uw zoon, uw eerstgeborene.’ 33  Toen schrok Isaak hevig en zei: ‘Maar wie was het dan die mij net een stuk wild heeft gebracht dat hij geschoten had? Ik heb ervan gegeten voordat jij kwam en ik heb hem gezegend. En die zegen zal op hem blijven rusten!’ 34  Toen Esau dat van zijn vader hoorde, slaakte hij een wilde, wanhopige kreet en hij smeekte zijn vader: ‘Zegen mij, zegen ook mij, vader!’ 35  Maar Isaak antwoordde: ‘Je broer is me komen bedriegen en is er met jouw zegen vandoor gegaan.’ 36  Toen zei Esau: ‘Niet voor niets heet hij Jakob: hij heeft me nu al twee keer beetgenomen. Eerst heeft hij me mijn eerstgeboorterecht afgenomen en nu ook nog mijn zegen!’ Daarna vroeg hij: ‘Hebt u dan geen zegen meer over voor mij?’ 37  Isaak antwoordde hem: ‘Ik heb hem heer en meester over je gemaakt, hem al zijn broers als dienaar gegeven, en hem voorzien van koren en wijn. Wat zou ik dan nog voor jou kunnen doen, mijn zoon?’ 38  ‘Hebt u dan maar één zegen, vader?’ vroeg Esau hem. ‘Zegen mij, zegen ook mij, vader!’ En hij barstte in tranen uit. 39  Zijn vader Isaak antwoordde hierop:  ‘Ver van de vette grond zul je wonen, ver van de hemelse dauw. 40  Je zult leven van je zwaard en dienstbaar zijn aan je broer. Maar heb je je eenmaal losgerukt, dan werp je zijn juk van je nek.’41 ¶  Van toen af haatte Esau zijn broer omdat zijn vader hem had gezegend, en hij zei bij zichzelf: Het duurt niet lang meer of de dagen van rouw om mijn vader breken aan, dan vermoord ik Jakob. 42  Toen Rebekka vernam wat haar oudste zoon Esau van plan was, liet ze haar jongste zoon Jakob bij zich komen. ‘Luister, ‘zei ze, ‘je broer Esau zint op wraak, hij wil je vermoorden. 43  Doe daarom wat ik zeg, mijn zoon: vlucht onmiddellijk naar mijn broer Laban in Charan. 44  Blijf voorlopig bij hem, totdat de woede van je broer bedaard is. 45  Ik zal je laten terughalen als zijn woede bekoeld is en hij vergeten is wat je hem hebt aangedaan. Waarom zou ik me op een en dezelfde dag van jullie beiden laten beroven?’ 46  Daarna zei Rebekka tegen Isaak: ‘Ik kan die Hethitische vrouwen niet meer luchten of zien. Stel je voor dat Jakob ook trouwt met zo’n Hethitische, zo’n meisje van hier, wat heeft het leven mij dan nog te bieden?’ 1 ¶  Toen liet Isaak Jakob roepen, zegende hem en hield hem voor: ‘Trouw in geen geval een meisje uit Kanaän. 2  Vertrek van hier, ga naar Paddan-Aram, naar de familie van Betuël, de vader van je moeder, en trouw met een van de dochters van Laban, je moeders broer. 3  God, de Ontzagwekkende, moge je zegenen, je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven, zodat er een groot aantal volken uit je voortkomt. 4  Moge hij jou en je nakomelingen de zegen van Abraham geven, zodat je het land waar je nu nog als vreemdeling woont en dat God aan Abraham heeft gegeven, in bezit krijgt.’ 5  Zo stuurde Isaak Jakob weg, en hij vertrok naar Paddan-Aram, naar Laban, die een zoon was van de Arameeër Betuël en een broer van Rebekka, de moeder van Jakob en Esau. 6 ¶  Esau kwam te weten dat Isaak Jakob had gezegend en hem naar Paddan-Aram had gestuurd om daar een vrouw te gaan zoeken, en dat hij hem bij het geven van zijn zegen verboden had met een meisje uit Kanaän te trouwen; 7  ook merkte hij dat Jakob naar zijn vader en moeder had geluisterd en inderdaad naar Paddan-Aram was gegaan. 8  Hij zag wel in dat de Kanaänitische vrouwen in de ogen van zijn vader Isaak niet deugden. 9  Daarom ging hij naar Abrahams zoon Ismaël en trouwde hij, naast de vrouwen die hij al had, Machalat; zij was een dochter van Ismaël, een zuster van Nebajot. (NBV)

We willen allemaal de eerste de beste zijn en het doet pijn als we er achter komen dat dat niet altijd gaat. Esau was er zich in ons verhaal goed van bewust dat hij zijn eerstgeboorterecht aan Jacob had verkocht en desondanks deed hij tegen zijn vader of er niks aan de hand was. Ook hij wilde gezegend worden, maar of hij tot zegen wilde zijn is een heel andere vraag. De eerste worden, de baas zijn, de geschiedenis bepalen is nog altijd de droom van menig politicus. Verbannen worden ver van de vette aarde naar de plekken waar gewerkt en gezweet moet worden wil eigenlijk niemand, maar er wonen wel de meeste mensen. Tegenwoordig moeten die mensen kiezen en ze zijn hardleers. Wij weten dat jongeren radicaliseren als ze het gevoel hebben niet bij onze samenleving te mogen horen, geen respect te krijgen. Maar bij ons roepen politici dat het geloof van hun voorvaderen geweld oproept en als ze eindelijk doen wat alle jongeren doen en altijd al delen, in groepen hangen en grote mensen pesten, zegt een politicus niet meer dan Pleurt op. Zijn wij net zo hardleers als Esau, of weten we straks bij de verkiezingen ook een halt aan deze politiek toe te roepen.

Esau is woest op zijn broer, hij kan hem wel vermoorden. Is het om de erfenis die hij misloopt, of om de aantasting van zijn eer? Het verhaal laat het in het midden. Ruzies in de familie gaan vaak om zaken die later niet meer helemaal te reconstrueren zijn, ze vreten zich evengoed jaren en jaren door en soms kost het de omstanders en betrokkenen zeer veel moeite de verhoudingen weer te herstellen. Het is overigens altijd de moeite waard om breuken in een famillie? proberen te helen. Rebekka is ook nu de wijste en besluit Jacob naar haar eigen famillie te sturen, ook nog famillie van Izaak overigens. Nu ziet Izaak in waar het allemaal om gaat. Esau toont zich onverschillig voor het ideaal van Abraham en zijn moeder een volk te stichten dat het anders zou doen dan de volken om hen heen. Rebekka houdt aan dat ideaal vast en Jacob gaat daarin mee. Dat is dan ook de boodschap die Jacob meekrijgt als hij naar zijn oom Laban wordt gestuurd. Ook Jacob moet zorgen voor een paar importbruiden.

Ook Esau begint te begrijpen waar het allemaal om begonnen is en trouwt uiteindelijk ook nog met een meisje dat uit de familie van Abraham afkomstig is. Dat die tak van de familie zelf een volk moest stichten ontgaat hem kennelijk, op de bekende oppervlakkige manier van Esau probeert hij zich aan te passen. Van een echt andere, nieuwe benadering is geen sprake. Zulke lapmiddelen zien we vandaag de dag ook. We horen dan dat we geen tegenstellingen moeten scheppen maar de verboden van religieuze uitingen en importpartners blijven. De commissie gelijke behandeling is dan alleen maar lastig in het opzetten van bevolkingsgroepen tegen elkaar en moet daarom van de goddelozen afgeschaft worden. Een werkelijk gesprek over onze samenleving en de verrijkingen die mogelijk zijn door nieuwe perspectieven blijft uit. Maar ook Jacob zou nog een zwaar gevecht moeten leveren voordat hij in de voetsporen van Abraham kan treden.

Zij waren een bron van voortdurende ergernis

september 24, 2016

Genesis 26:34–27:29

34 ¶  Toen Esau veertig jaar was trouwde hij met Jehudit, die een dochter was van de Hethiet Beëri, en met Basemat, een dochter van de Hethiet Elon. 35  Zij waren een bron van voortdurende ergernis voor Isaak en Rebekka. 1 ¶  Toen Isaak oud geworden was en zijn ogen zo zwak waren geworden dat hij niet meer kon zien, riep hij Esau bij zich, zijn oudste zoon. ‘Mijn zoon, ‘zei hij. ‘Wat wilt u mij zeggen?’ vroeg Esau. 2  Toen zei Isaak: ‘Luister, ik ben oud, iedere dag kan voor mij de laatste zijn. 3  Neem daarom je jachtgerei, je pijlkoker en je boog, ga het veld in en schiet een stuk wild voor me. 4  Maak dat voor me klaar zoals ik het lekker vind en breng me dat te eten; het zal mij de kracht geven om je te zegenen voordat ik sterf.’ 5  Rebekka had gehoord wat Isaak tegen zijn zoon Esau zei, en nadat Esau erop uit was getrokken om een stuk wild voor zijn vader te schieten, 6 ¶  zei ze tegen haar zoon Jakob: ‘Luister, ik hoorde je vader tegen je broer zeggen: 7  “Maak een lekker maal van wildbraad voor me klaar en breng me dat te eten, want ik wil je voor mijn dood zegenen met de HEER als getuige.” 8  Doe jij nu precies wat ik je zeg, mijn zoon. 9  Ga naar de kudde en zoek twee malse bokjes voor me uit. Die maak ik dan voor je vader klaar zoals hij het lekker vindt. 10  Daarna breng jij ze je vader te eten, en dan zal hij jou voor zijn dood zegenen.’ 11  Jakob wierp tegen: ‘Maar Esau is toch helemaal behaard, terwijl ik juist een gladde huid heb! 12  Misschien raakt vader me aan, dan zal hij me een bedrieger vinden en breng ik een vloek over me in plaats van zegen.’ 13  Maar zijn moeder zei: ‘Die vloek moet mij dan maar treffen, mijn zoon. Doe nu wat ik zeg en ga die bokjes voor me halen.’ 14  Dus ging hij ze halen en bracht ze naar zijn moeder, en zij maakte ze klaar zoals zijn vader het lekker vond. 15  Toen pakte Rebekka kleren van haar oudste zoon Esau, de kostbaarste die ze kon vinden, en die liet ze haar jongste zoon Jakob aantrekken. 16  En over zijn handen en over zijn gladde hals trok ze het vel van de bokjes. 17  Hierna overhandigde ze Jakob het smakelijke gerecht dat ze had klaargemaakt, met brood erbij. 18 ¶  Zo ging hij naar zijn vader. ‘Vader, ‘zei hij. ‘Ja, mijn zoon, ‘zei Isaak, ‘wie ben je?’ 19  Jakob antwoordde zijn vader: ‘Ik ben Esau, uw eerstgeboren zoon. Ik heb gedaan wat u me hebt gevraagd. Kom, ga overeind zitten en eet van wat ik heb geschoten; dat zal u de kracht geven om mij te zegenen.’ 20  ‘Hoe heb je zo snel iets kunnen vinden, mijn zoon!’ zei Isaak. En hij antwoordde: ‘Doordat de HEER, uw God, alles zo gunstig voor me liet verlopen.’ 21  Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens wat dichterbij, mijn zoon, zodat ik kan voelen of je inderdaad mijn zoon Esau bent of niet.’ 22  Jakob kwam dichter bij zijn vader staan en deze betastte hem. Het is Jakobs stem, dacht hij, maar het zijn Esaus handen. 23  Omdat Jakobs handen even behaard waren als die van zijn broer Esau, herkende Isaak hem niet en dus zegende hij hem. 24  ‘Ben je echt mijn zoon Esau?’ vroeg hij nog. ‘Ja, ‘antwoordde Jakob. 25  Toen zei hij: ‘Zet het wildbraad dan dichter bij me, zodat ik ervan kan eten, mijn zoon, en de kracht vind om je te zegenen.’ Jakob zette het dichter bij hem en Isaak at ervan. Ook bracht hij hem wijn, en hij dronk ervan. 26  Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens dichterbij, mijn zoon, en kus me.’ 27  Hij kwam dicht bij hem staan en kuste hem. Toen Isaak zijn kleren rook, sprak hij deze zegen over hem uit: ‘De geur van mijn zoon is de geur van het veld,  het veld dat de HEER heeft gezegend. 28  God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn. 29  Volken zullen je dienen, naties zich voor je buigen. Je zult heer zijn over je broers, macht hebben over je moeders zonen. Vervloekt wie jou vervloekt, gezegend wie jou zegent.’(NBV)

Als vrouwen het heft in handen nemen dan moet het wel goed komen. Abraham had nog zijn knecht terug naar Charan gestuurd om een bruid voor zijn zoon te zoeken die een klein beetje zou passen bij de zich ontwikkelende godsdienst van Abraham en Sara. Rebekka had bewezen daar inderdaad bij te horen. Nu was het moment gekomen om dat ideaal door te geven aan de zonen van Izaak en Rebekka, maar welke van de twee zonen zou de droom van Abraham kunnen dragen. Esau had zich al eens totaal onverschillig getoond en nu bovendien een vrouw gekozen uit de Hethieten, een woest krijgersvolk uit Kanaän dat te paard de omringende volken onderdrukte. Niet een volk dat leek op dat van Abraham en zeker niet het volk waarvan Abraham had gedroomd. Izaak ergerde zich er wel aan maar vond zich kennelijk te oud en te zwak om er iets aan te kunnen doen. Er zijn ook Bijbeluitleggers die zeggen dat Izaak op deze manier zelf een conflict met Esau uit de weg ging. Hij maakte ruimte en tijd voor Rebekka om een list te verzinnen zodat Jacob de schuld zou krijgen. Andere Bijbeluitleggers zeggen dat God vaak het kwade van de mensen omkeert en verandert in het goede van God.

Hoe het ook zei het is Jacob die door Rebekka het eerst met heerlijk eten bij zijn vader binnengaat. List en bedrog zijn ook vandaag nog de middelen waarmee regeringen en volken in beweging worden gezet. In de eerste Golfoorlog waren dat kinderen in Koeweit die uit hun couveuses zouden zijn gehaald, een verhaal dat totaal verzonnen was. Bij de oorlog in Irak waren het de massavernietigingswapens die er niet waren en een verzonnen verhaal over uraniumaankopen in Afrika. Ook ons worden lammeren als wildbraad voorgeschoteld rond de verkiezingen. Wij hoeven niet zo blind te zijn als Izaak, over ons is het licht opgegaan zodat we zouden kunnen zien. Maar we moeten wel uit de duisternis stappen en in het licht op weg gaan.

Met de zegen van Izaak verwerft Jacob de opvolging. Maar wat krijgt hij er eigenlijk voor?? We komen daar nog wel op terug als we de afloop van het verhaal lezen. Nu vragen we ons af wat “zegen” eigenlijk is. Elke kerkdienst wordt afgesloten met het geven van de zegen en als iemand iets goeds is overkomen dan zeggen we dat die gezegend is. Als een onderneming niet lukt dan zeggen we snel dat er geen zegen op rust. Zegen lijkt iets magisch, iets toverachtigs, je spreekt wat magische woorden uit en het verandert. In het geval van zegen verandert het kwade in het goede. En zo is het ook wel een beetje bedoeld. In het geval van Jacob en Izaak gaat het om de opvolging van Izaak, om de erfenis. Die bestond uit kudden van verschillende dieren, een heleboel slaven en slavinnen en bedienden, knechten en kapitaal. Een grote onderneming derhalve en het was van belang dat die bij elkaar zou blijven, want de droom van de familie was nog steeds dat het een groot en belangrijk volk zou worden.

Een volk dat vrede zou nastreven en gastvrijheid zou betonen. Een volk dat op een andere manier zou leven als de volken waartussen ze leefden, die gebruikten mensen om vruchtbaarheid bij talloze goden af te dwingen. Dat goede, die droom werd via de zegen overgebracht. Wij kennen dat eigenlijk alleen nog via het oppervlakkig taalgebruik. Alleen in de kerk zou het nog iets van de oude betekenis kunnen hebben bewaard. Daar voelen veel mensen het als een soort beloning, je gaat gezegend weer huiswaarts. Maar de bedoeling is dat je zelf tot zegen wordt, de rest van de week iets goeds zult betekenen voor de mensen die je tegenkomt. Op die manier kun je ook je kinderen en kleinkinderen zegenen, laat ze maar leven met de opdracht, de roeping om iets goeds te betekenen voor de wereld. En zo is er ineens niets magisch meer aan, niets toverachtigs maar betekent zegenen en gezegend worden, werken aan de Weg van de Liefde. Daar hoort geen bedrog bij en voordat Jacob als gezegende in het land van zijn vader mag wonen moet er dus nog een heleboel gebeuren.

Samen aten en dronken ze

september 23, 2016

Genesis 26:18-33

18  De waterputten die in de tijd van zijn vader Abraham waren gegraven en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgegooid, groef Isaak weer open, en hij gaf ze dezelfde namen als zijn vader ze had gegeven. 19  Ook Isaaks knechten gingen in het dal aan het graven en zij troffen er een bron met helder water aan. 20  Maar de herders uit Gerar maakten ruzie met Isaaks herders. ‘Dat water is van ons, ‘zeiden ze. Omdat hij daarover onenigheid met hen had gekregen, noemde hij die bron Esek. 21  Toen groeven ze een andere put en ook daarover kregen ze ruzie; hij noemde hem daarom Sitna. 22  Daarna trok hij verder, en weer groef hij een put. Hierover ontstond geen onenigheid. Hij noemde hem Rechobot, ‘want, ‘zei hij, ‘nu heeft de HEER ons ruimte gegeven in dit land en kunnen wij ons uitbreiden.’ 23  Van daar trok hij naar Berseba. 24  ‘s Nachts verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben de God van je vader Abraham. Wees niet bang want ik sta je ter zijde, en ik zal je zegenen en je veel nakomelingen geven omwille van mijn dienaar Abraham.’ 25  Toen bouwde hij op die plaats een altaar, riep er de naam van de HEER aan en sloeg er zijn tenten op; zijn knechten begonnen daar een put te graven. 26 ¶  Abimelech kwam vanuit Gerar naar hem toe, samen met zijn vertrouweling Achuzzat en zijn legeroverste Pichol.27  ‘Wat komt u hier doen?’ vroeg Isaak hun. ‘U bent mij immers vijandig gezind, u hebt mij toch weggestuurd?’ 28  Ze antwoordden: ‘Het is voor ons duidelijk dat de HEER u ter zijde staat. Daarom leek het ons goed met u een verdrag te sluiten en dit met een plechtige eed te bekrachtigen. 29  Laten we afspreken dat u ons geen kwaad zult doen, zoals wij van onze kant u geen haar hebben gekrenkt en u alleen maar goed hebben behandeld en u in vrede hebben laten gaan. De zegen van de HEER rust immers op u.’ 30  Toen maakte Isaak een maaltijd voor hen klaar, en samen aten en dronken ze. 31  De volgende morgen vroeg zwoeren ze elkaar een eed. Daarna deed Isaak hun uitgeleide, en ze gingen in vrede uiteen. 32  Diezelfde dag nog kwamen Isaaks knechten hem vertellen over de put die ze hadden gegraven. ‘We hebben water gevonden!’ zeiden ze. 33  Hij noemde die put Seba, en daarom heet de stad daar tot op de dag van vandaag Berseba.  (NBV)

Izaak neemt de gewoonten over van zijn vader Abraham. Zijn vader was een machtig man geweest. Ooit had hij samen met een aantal Koningen strijd gevoerd tegen de Filistijnen. Abraham was het die gewonnen had en de vijanden had verslagen. Abraham was een zwervende Arameër geweest in Kanaän en waterputten zijn voor rondtrekkende veehouders van groot belang. In het verhaal van Izaäk blijkt dat Abrham zeer groot gezag had, overal had hij waterputten kunnen slaan en zijn vijanden hadden die putten na de dood van Abraham snel weer dichtgegooid. Izaak probeerde, rijk als hij was, de putten weer te openen. Maar Izaak is Abraham niet. Hij kreeg het niet voor elkaar de waterputten te verdedigen. Steeds verder werd hij teruggedrongen in de richting van de woestijn. Maar een rijk man is zelf al een bedreiging. Vrede sluiten met een dergelijke herder is dan het meest verstandig. En Izaak volgt het voorbeeld van Abraham zelfs al is het met mensen waar hij eigenlijk bang voor is. Als ze op bezoek komen dan houd je een maaltijd met ze.

Samen eten en drinken neemt in de Joodse, Christelijke en Islamitische godsdiensten een belangrijke plaats in. Het is een teken van verbondenheid, gastvrijheid en het geeft de gelegenheid te delen met elkaar. Juist deze manier van leven maakt vruchtbaar. Daarom staat tegen het eind van dit verhaal over Izaak en Abimelech dat de knechten van Izaak opnieuw water hadden gevonden. Water geeft immers leven, zeker in de woestijn. De put werd daarom “eed” genoemd naar het verdrag dat Izaak en Abimelech hadden gesloten en de stad heette voortaan “bij de put van de eed” zodat het sluiten van vrede niet vergeten zou worden. Abimelech had het ondertussen ook wel geleerd. Ondanks het feit dat hij Izaak weg had gestuurd had deze de oorlog om de waterputten niet durven voortzetten.Izaak was gewoon een stukje opgeschoven naar het uiterste zuiden en opnieuw rijker geworden. Zo iemand kun je beter maar als bondgenoot hebben moet die koning gedacht hebben.

Het was de godsdienst van Abraham en nu ook van Izaak. Wat voor God dat nu precies was bleef onbekend maar de voordelen er van zijn natuurlijk altijd welkom. Izaäk was aan de grens van het beloofde land gekomen. Ooit zou dit land zich uitstrekken van Dan tot  Berseba en Berseba herinnerde dus aan de belofte van de God van Abraham en Izaak. Als je vrede sluit wordt je rijker. En zo is het nog steeds. Samen delen, samen eten en drinken maakt nog steeds rijk. De lafhartige angstige broekenpissers die Nederlanders hun gebedshuizen willen afpakken en hun verhaal over de God van Abraham willen verbranden zouden een voorbeeld moeten nemen aan de Joods Christelijke Humanistische traditie van ons land. Daarin staan kennis over vreemde volken centraal. Daar hebben we geleerd te eten met de meest vreede volken, want samen maaltijd vormen levert handel op. In ons land hebben we geleerd te houden van vreemd voedsel, niemand denkt er aan chineese restaurants te sluiten. Het wordt tijd dat we er een gewoonte van maken om maaltijd te houden met de bezoekers van Moskeeën. Zij hebben ons uitgenodigd. Ongelooflijk maar waar.

Wat hebt u ons aangedaan!

september 22, 2016

Genesis 26:1-17

1 ¶  Eens brak er in het land hongersnood uit (een andere dan de hongersnood die er vroeger was geweest, in de tijd van Abraham), en daarom ging Isaak naar Gerar, de stad van Abimelech, de koning van de Filistijnen. 2  Daar verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Reis niet verder naar Egypte maar blijf hier wonen, in het land dat ik je aanwijs. 3  Blijf voorlopig in dit land, ik zal je ter zijde staan en je zegenen: ik zal dit hele gebied aan jou en je nakomelingen geven en zo de eed gestand doen die ik je vader Abraham heb gezworen. 4  Ik zal je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en dit hele gebied aan hen geven, en alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. 5  Want Abraham heeft naar mij geluisterd en zich gehouden aan wat ik hem opdroeg, aan mijn geboden, voorschriften en regels.’ 6 ¶  Dus bleef Isaak in Gerar wonen. 7  Toen de inwoners van die stad hem vragen stelden over zijn vrouw, zei hij dat ze zijn zuster was. Hij durfde niet te zeggen dat ze zijn vrouw was, want hij dacht: Ze zouden me hier weleens kunnen vermoorden om Rebekka, omdat ze zo mooi is. 8  Maar toen hij daar al geruime tijd woonde, zag Abimelech, de koning van de Filistijnen, tot zijn verbazing vanuit zijn venster hoe Isaak Rebekka aan het liefkozen was. 9  Abimelech ontbood Isaak en zei: ‘Wat zie ik nu! Ze is uw vrouw! Hoe hebt u dan kunnen zeggen dat ze uw zuster is?’ Isaak antwoordde: ‘Ik dacht: Zo kan ik voorkomen dat ik om haar mijn leven verlies.’ 10  Maar Abimelech zei: ‘Wat hebt u ons aangedaan! Er had nu gemakkelijk iemand van mijn volk met uw vrouw kunnen slapen, en dan zouden wij door uw toedoen schuldig zijn geweest.’ 11  Daarop waarschuwde hij het hele volk: ‘Wie deze man of zijn vrouw met ook maar één vinger aanraakt, zal ter dood gebracht worden.’ 12 ¶  Isaak zaaide in dat land en hij oogstte nog hetzelfde jaar honderdvoudig, want de HEER zegende hem. 13  Hij werd rijker en rijker, schatrijk werd hij: 14  hij bezat grote kudden schapen, geiten en runderen en een groot aantal slaven en slavinnen. De Filistijnen werden jaloers op hem, 15  en daarom maakten ze alle putten die de knechten van zijn vader Abraham indertijd hadden gegraven onbruikbaar door ze vol te gooien met aarde. 16  Het kwam zo ver dat Abimelech tegen Isaak zei: ‘U kunt maar beter bij ons weggaan, u bent veel te machtig voor ons geworden.’ 17  Toen vertrok Isaak en sloeg zijn tenten op in het dal van Gerar, en daar bleef hij wonen. (NBV)

Die arme Izaäk. Er was hongersnood en hij had van zijn vader geleerd dat je dan je boeltje moest pakken en verhuizen naar een rijk land waar je zou kunnen overleven. In zijn dagen waren er nog geen regeringen die mensen die gevlucht waren voor honger en armoede tegenhielden en ze liever in de Middellandse Zee zouden zien verdrinken dan een hand uitsteken om ze op te vangen en als het even kon de honger en de armoede die ze ontvlucht waren te bestrijden. De arme Izaäk haalde Egypte niet eens. Hij kwam in het  land van Abimelech, bij de Filistijnen. Maar ook daar bleef Izaäk doen wat zijn vader had gedaan. Abraham had de koning van Egypte met begeerte naar Sara zien kijken en had toen maar gezegd dat ze zijn zuster was. Dat was niet helemaal een leugen geweest, ze was zijn halfzuster, maar dat hij met haar getrouwd was zei hij er niet bij. Maar Izaäk had een sterke vrouw. Een vrouw die als het nodig was de touwtjes in handen zou nemen. En toen er vragen kwamen over zijn vrouw volgde Izaäk het voorbeeld van zijn vader door zijn vrouw voor zijn zuster uit te geven.

Eer je vader en je moeder klinkt het toch in de Bijbel. Maar daar gaat het om de erkenning van je voorouders. Om helder te houden waar je van afstamt, niet te vergeten dat je voorouders ooit slaven waren, of zwervers door de woestijn. Die koning Abimelech had geleerd wat voorzichtiger te zijn met de famillie van Abraham. Hij had er al ooit een verdrag mee gesloten en dat was hem beter bevallen dan vrouwen in te willen pikken. Daarom waarschuwt hij nu maar zijn volk dat ze van Rebekka moeten af blijven. Dat je daar beter van kon worden dat bleek. Ook Abimelech ondervond wat de God van Abraham vermag, als je deelt wordt je rijker. Als je niet deelt wordt je armer. Jaloezie maakt dat je niet echt wil delen, dat je de ander niet diens rijkdom gunt. De Filistijnen gooiden de putten van Abraham, waar de zelf gebruik van hadden gemaakt weer dicht. Nu was Izaäk zelf zeer rijk geworden, de hongersnood was voorbij en dan is het tijd om weer naar je eigen huis te gaan. Wij doen dat niet. De Hongaarse vluchtelingen die hier gastvrij zijn ontvangen mogen blijven ook al is hun land inmiddels een democratische rechtstaat geworden.

Isaak ging verhuizen omdat het land dat hij moest delen met de onderdanen van Abimelech wel erg vol werd van al het vee dat Isaak zich wist te verwerven. Het werd al een heel volk dat Isaak had te besturen. Maar de verhuizing werkte, de waterputten konden weer worden geopend en uiteindelijk kon een nieuwe put, Rehoboth, dat betekent ruimte, worden genoemd. Rehoboth wordt ook wel vertaald als “tot hier toe heeft de Heer ons geleid”, maar daar kan te gemakkelijk achter worden gezet, “en niet verder”. Zo moet het niet want het verhaal gaat verder. Het verhaal van Izaäk zal weer verder gaan met Rebekka. Het volgen van de voorbeelden van zijn Vader had hem geen windeieren gelegd. Die God van Abraham moet wel een hele sterke God geweest zijn dat zijn beloften uitkomen zonder ingewikkelde tempels, zonder bijzondere offers, alleen door je vader en moeder in ere te houden. Dat Esau en Jacob stamvaders worden van grote volken zal ook een belofte zijn die uit zou komen. Het volk dat in ballingschap was en dat dit verhaal weer terug hoorde putte er de hoop uit dat ze ooit zouden terugkeren omdat de God van Abraham had beloofd dat Kanaän het land zou zijn waar ze zouden wonen. De hoop op rijkdom door de delen mogen wij dus ook koesteren. Net als Abimelech mogen we vluchtelingen in bescherming nemen.

Wat moet ik met dat eerstgeboorterecht

september 21, 2016

Genesis 25:19-34

19 ¶  Dit is de geschiedenis van Abrahams zoon Isaak en zijn nakomelingen. Isaak, de zoon die Abraham verwekt had, was veertig jaar toen hij trouwde met Rebekka, die een dochter was van de Arameeër Betuël uit Paddan-Aram en een zuster van de Arameeër Laban. 21  Omdat Rebekka onvruchtbaar bleek, bad Isaak vurig voor haar tot de HEER, en de HEER verhoorde zijn gebed: Rebekka, zijn vrouw, werd zwanger. 22  De kinderen in haar lichaam botsten hard tegen elkaar. Als het zo moet gaan, dacht ze, waarom leef ik dan nog? En ze ging bij de HEER te rade. 23  De HEER zei tegen haar:  ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen.’24  Toen de dag van de bevalling was gekomen, bracht zij inderdaad een tweeling ter wereld. 25  Het kind dat het eerst te voorschijn kwam was rossig en helemaal behaard, alsof het een haren mantel aanhad; ze noemden het Esau. 26  Toen daarna zijn broer te voorschijn kwam, hield die Esau bij de hiel beet; hij werd Jakob genoemd. Isaak was zestig jaar toen zij geboren werden. 27  Toen de jongens opgegroeid waren, werd Esau een uitstekend jager, iemand die altijd buiten was, terwijl Jakob een rustig man was, die het liefst bij de tenten bleef. 28  Isaak was zeer op Esau gesteld want hij at graag wildbraad, maar Rebekka hield meer van Jakob. 29 ¶  Eens was Jakob aan het koken toen Esau uitgeput thuiskwam van de jacht. 30  ‘Gauw, geef me wat van dat rode dat je daar kookt, ik ben doodmoe, ‘zei Esau tegen Jakob. (Daarom wordt hij ook wel Edom genoemd.) 31  ‘Pas als jij me je eerstgeboorterecht verkoopt, ‘antwoordde Jakob. 32  ‘Man, ik sterf van de honger, ‘zei Esau, ‘wat moet ik met dat eerstgeboorterecht?’ 33  ‘Zweer het me nu meteen, ‘zei Jakob. Dat deed Esau, en zo verkocht hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob. 34  Daarop gaf Jakob hem brood en linzensoep. Esau at, dronk en ging meteen weer weg; hij hechtte geen enkele waarde aan het eerstgeboorterecht. (NBV)

We kennen Abraham, de zwervende Arameër die zijn huis en zijn familie in de steek liet, ze eerst uit het Ur der Chaldeën mee nam naar Haran maar na de dood van zijn vader zelf verder trok naar Kanaän. Een sterk figuur, met een eigen leger, een stamhoofd die koningen te hulp kon komen. Hij was getrouwd met een halfzuster. We kennen natuurlijk ook Jacob, die Israël werd genoemd en waar heel zijn volk naar ging heten. Daartussen staat Izaäk. Die kennen we niet echt. Hij lijkt in de Bijbel wel aan de zijlijn te staan. Zijn vader had een knecht naar de familie in Haran gestuurd om een vrouw voor hem te zoeken. Het werd Rebekka een dochter van een familielid. Zwanger werd ze niet direct, daar moest de hulp van die God van Abraham voor worden aangeroepen. En direct lijkt de rol van Izaäk te zijn uitgespeeld. Rebekka hoort immers wat de bedoeling is van God met de zwangerschap. Een tweeling krijgt ze. De oudste, stamvader van Edom, zal de jongste, stamvader van Israël moeten dienen. En zo gebeurt het ook. Zo zou het moeten zijn zei het volk toen ze in ballingschap werd gevoerd en de Edomieten hen uit stonden te lachen.

Ook in onze samenleving heeft eeuwenlang de oudste het eerste erfrecht gehad, het eerstgeboorterecht. Een vanzelfsprekendheid waar de Bijbel zich van begin af tegen verzet heeft. Niet de oudste zoon van Adam, Abel maar de tweede, Kain wordt de erfgenaam. En niet de oudste zoon van Abraham, Ismael, maar de tweede, Izaak, wordt de erfgenaam. En in dit verhaal wordt in geuren en kleuren geschilderd hoe niet de behaarde, die als eerstgeborene alle rechten had, maar de onderkruiper het eerstgeboorterecht krijgt en de behaarde voortaan als rooie door het leven moet. De namen zijn in dit geval maar even vertaald want Ezau betekent behaarde, Jacob, onderkruiper of hielenlikker en Edom is rood, de Edomieten dus de roden, naar de kleur van de aarde in het land waarin zij woonden. We herinneren ons nog dat God in het eerste hoofdstuk van Genesis de roodbloedige mens uit de rode aarde vormde. Pas kortgeleden in onze geschiedenis hebben we geleerd de erfenissen onder alle kinderen te verdelen. Kinderen van een boer, een middenstander, of de eigenaar van een familiebedrijf? die de zaak willen overnemen weten hoe funest die verdeling van de erfenis kan zijn.

Daarbij komt dat sinds kort ook nog in de wet is vastgelegd dat de overblijvende partner automatisch het vruchtgebruik van de erfenis krijgt. Voor een samenleving waar veruit de meerderheid van de mensen leefde van het eigen bezit is het hebben van één erfgenaam het meest voor de hand liggende. De Bijbel wil ons voorhouden dat het niet alleen om bezit gaat maar ook om hoe je er mee omgaat. Is het onverschilligheid of is het om voor de zwakken te zorgen, om gastvrij te kunnen zijn, om de overtuiging van de familie voort te kunnen zetten. Voor Jacob zal het nog een hele worsteling worden om de juiste weg te vinden. Maar in onze samenleving moeten we soms opnieuw leren dat het verdelen van erfenissen ook kan betekenen een ander betere kansen te geven en dus niet direct en op voorhand tot een verdeling over gaan. Daar moet je dan samen zien uit te komen. God kiest in elk geval niet het zogenaamd voor de hand liggende, de oudste krijgt alles en de vader heeft het voor het zeggen. In het verhaal van God krijgt de jongste soms alles en heeft de moeder het voor het zeggen.

Voor waarheid, deemoed en recht

september 20, 2016

Psalm 45

1 ¶  Voor de koorleider. Op de wijs van De lelies. Van de Korachieten, een kunstig lied. Een liefdeslied. 2 In mijn hart wellen de juiste woorden op, mijn gedicht spreek ik uit voor de koning, mijn tong is de stift van een vaardige schrijver. 3 U bent de mooiste van alle mensen en lieflijkheid vloeit van uw lippen-God heeft u voor altijd gezegend. 4 Gord uw zwaard aan de heup, o held, het teken van uw majesteit en glorie. 5 Treed op in uw glorie en begin de strijd voor waarheid, deemoed en recht. Laat uw hand geduchte daden verrichten. 6 Uw pijlen zijn gescherpt en treffen de vijanden van de koning in het hart. Volken vallen dood voor u neer. 7 Uw troon is voor eeuwig en altijd, o god, de scepter van het recht is uw koningsscepter, 8 u hebt gerechtigheid lief en haat het kwaad. Daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken. 9 Uw gewaden geuren naar mirre, aloë en kaneel, muziek die u verblijdt, klinkt uit ivoren paleizen, 10 juwelen sieren de dochters van koningen, rechts van u staat de koningin, getooid met goud uit Ofir. 11 Luister, dochter, zie en hoor, vergeet uw volk en het huis van uw vader. 12 Begeert de koning uw schoonheid, buig voor hem, hij is uw heer. 13 Dochter van Tyrus, met geschenken zoeken de rijksten van het volk uw gunst. 14 Stralend wacht de koningsdochter binnen, van goudbrokaat is haar mantel. 15 Een kleurige stoet brengt haar naar de koning, in haar gevolg de meisjes, haar vriendinnen. Zij worden naar hem toe gebracht; 16 begeleid door gejuich en vreugdezang gaan zij het paleis van de koning binnen. 17 Uw zonen volgen uw voorouders op, u laat hen heersen over heel het land. 18 Ik zal uw naam bezingen, geslacht na geslacht, alle volken zullen u prijzen, eeuwig en altijd. (NBV)

Vandaag zingen we een loflied op een Koning. Welke koning precies weten we niet. Alleen dat het lied werd gezongen in de Tempel in Jeruzalem. Want volgens het opschrift is het lied bestemd voor het tempelkoor van de Korachieten, gezongen op de melodie van de “De Lelies”, een lied dat we overigens nooit hebben gekend. En er staat nog wat boven, het is een liefdeslied, een lied van geliefden. Er worden in dit lied een man en een vrouw bezongen. Eerst natuurlijk de koning, gezalfd door God en prachtig uitgedost. De beschrijving doet denken aan de verhalen die worden verteld over de rijkdom van Salomo. En dan de bruid van de Koning. Ze krijgt nog een paar laatste adviezen voor ze naar de bruiloft in het paleis gebracht wordt. Een schitterende stoet is het. Het wordt een vruchtbaar huwelijk zo zingt men op de huwelijksdag. Dit huwelijk zal het geslacht van de koning bezegelen en voortzetten.

Hoera zou je bijna zeggen. Leuk natuurlijk dat op de trouwdag van een ons onbekende koning zo’n prachtig lied heeft geklonken, maar waarom staat dit lied in onze Bijbel? In elk geval niet om vrouwen duidelijk te maken dat ze voor hun heer moeten buigen. Wie dat in deze Psalm leest heeft niet nauwkeurig gelezen. De bruid komt naast haar man te staan en de rijken van het volk zullen proberen haar gunst te verwerven. Ze kan dus maar beter letten op de koning die streeft naar waarheid, deemoed en recht. Als ze dat allebei doen dan zijn ze elkaar tot hulp en steun zoals het vanouds bedoeld is. Als het hier over verhoudingen tussen mannen en vrouwen gaat dan staat er dat ze gelijk zijn. Maar waarom een dergelijk bruiloftslied gezongen? Vanouds is deze psalm symbolisch opgevat en uitgelegd.

Die koning is God zelf en de bruid is zijn volk. Die worden één zoals man en vrouw één worden. Maar er was in Kanaän ook een jaarlijkse bruiloftsviering van de goden. Een voorjaarsfeest waar de God van de hemel, de donder en regengod, de Godin van de aarde bevruchtte zodat er nieuw leven kon komen. Deze psalm zegt heel subtiel dat ook dat bruidspaar onderworpen is aan de God van Israël. En misschien zingen we de Psalm ook wel omdat het in elke relatie gaat om het liefhebben van gerechtigheid. Samen kun je dan een klein beetje mee werken aan een betere wereld. Het geslacht doet er dan niet meer toe, het gaat dan echt om de strijd voor waarheid, deemoed en recht, een strijd die we allemaal te voeren hebben. Een strijd ook die we door de liefde kunnen winnen en dan is dit lied ook een mooi overwinningslied.

t