Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Bedenk dat u zelf slaaf bent geweest

oktober 15, 2018

Deuteronomium 15:12-23

12 Wanneer iemand uit uw volk, een Hebreeuwse man of vrouw, zich als slaaf of slavin aan u verkoopt, moet deze u zes jaar lang dienen; in het zevende jaar moet u hem of haar de vrijheid teruggeven. 13  Wanneer u dan de betreffende persoon in vrijheid laat vertrekken, mag u hem niet met lege handen laten gaan. 14  U moet hem met gulle hand een deel geven van uw kudde, van uw graan en uw wijn, of van wat de HEER u ook maar heeft toebedeeld. 15  Bedenk dat u zelf slaaf bent geweest in Egypte totdat de HEER, uw God, u bevrijdde. Daarom geef ik u vandaag dit gebod. 16  Maar indien hij niet bij u weg wil, omdat hij het goed bij u heeft en aan u en uw familie gehecht is geraakt, 17  moet u een priem door zijn oor in uw deur steken. Daarmee wordt hij voorgoed uw slaaf. En met een slavin moet u hetzelfde doen. 18  Laat het u niet hard vallen als u hen moet laten gaan, want zij hebben in zes jaar trouwe dienst hetzelfde gedaan als een dagloner, voor de helft van het geld. De HEER, uw God, zal u erom zegenen in alles wat u doet. 19 ¶  Elk eerstgeboren mannelijk dier dat uw koeien, geiten en schapen werpen, moet u aan de HEER, uw God, wijden. Zo’n eerstgeboren kalf mag u niet voor u laten werken en zo’n lam of bokje mag u niet scheren. 20  U moet die eerstgeboren dieren elk jaar samen met uw familie eten ten overstaan van de HEER, uw God, op de plaats die hij uitkiest. 21  Maar als zo’n dier een gebrek heeft, als het kreupel of blind is of wat dan ook, dan mag u het niet ter ere van de HEER, uw God, slachten. 22  In dat geval moet u het in uw eigen stad eten, net zoals iedereen, rein of onrein, gazellen of herten mag eten. 23  Onthoud u alleen wel van het bloed; laat het als water op de grond weglopen.  (NBV)

We hebben al enige tijd een maatschappelijke discussie over het verschijnsel bonussen. De bestuurders van grote banken en bedrijven krijgen aan het eind van het jaar, of aan het eind van hun dienstverband, exorbitant grote beloningen die ze dan bonussen noemen. Sommigen hebben het zelfs zo georganiseerd dat als het met hun bank of bedrijf slecht gaat er toch een bonus gegeven moet worden. Mensen die in recht en gerechtigheid geloven vinden over het algemeen dat het geven van die exorbitant grote bonussen aan leidinggevenden onrechtvaardig is, de rest van de werknemers krijgen ze over het algemeen niet. De verenigingen van banken en grote bedrijven hebben daarom een code opgesteld waarin staat dat die bonussen niet groter mogen zijn dan een jaarsalaris, anders moet je het kunnen uitleggen. Die code bevalt niet helemaal, salarissen moeten gematigd, pensioenen worden gekort. Daarom was er een aantal  jaren geleden een wet in de maak die zelfs die bonussen helemaal verbiedt.

Het gedeelte dat we vandaag uit het boek Deuteronomium lezen kent ook zo’n bonusregeling. We zijn meestal onder de indruk van hetgeen er in het begin staat over slaven en slavinnen. Die moet je na zes jaar in het zevende jaar in vrijheid stellen. Alleen als die slaaf of die slavin zelf wil blijven dan moet je die in je huishouden opnemen, aan je deurpost spijkeren staat er letterlijk. Dat is natuurlijk mooi om een slaaf of slavin in vrijheid te stellen. Maar nog mooier is dat je die slaaf en die slavin dan ook nog een bonus mee mag geven, met gulle hand een deel van de kudde, van het graan en de wijn of van hetgeen je met je werk, met je slaaf en slavin dus, verdient hebt. Zo ver zijn we nog niet. Het zou natuurlijk mooi zijn onze loonslaven ook een dergelijke bonus te geven als ze vertrekken, als ze met pensioen gaan of na een aantal jaren naar een andere werkgever of voor zichzelf gaan beginnen.

De reden van deze regels staat er ook bij. Slaven en slavinnen verschillen niet van jou die in staat is slaven en slavinnen te houden. Je bent ook slaaf geweest, je stamt ook van slaven af. Het volk Israël wordt direct bepaald bij de slavernij in Egypte, het land van de dood. Zoals de Egyptenaren voor hun slaven zorgden zo kan ook Israël voor zijn slaven zorgen en zo moet het dus niet. De zorg voor slaven en slavinnen moet als zorgen voor een gelijke zijn. Daarom wordt hier ook nog even teruggekomen op de rituele maaltijden die zijn voorgeschreven. Die moet je bij het Heiligdom houden. Daar moet je het beste voor reserveren. O ja, je zou het bijna vergeten, daar horen naast je familie en de tempeldienaren dus ook je slaven en slavinnen bij, net als de vreemdelingen die je geholpen hebben. Zo zouden we dus ook vandaag nog onze samenleving moeten inrichten. Van hoog tot laag behandeld worden als gelijken, daar staat pas echt een bonus op, voor iedereen, iedere dag weer opnieuw, ook vandaag.

Geef dus ruimhartig

oktober 14, 2018

Deuteronomium 15:1-11

1 Elk zevende jaar moet u algemene kwijtschelding verlenen. 2  Dat houdt het volgende in: elke schuldeiser moet iedereen die iets van hem heeft geleend zijn schuld kwijtschelden; hij mag zijn volksgenoot, zijn broeder, niet tot afbetaling dwingen, want de kwijtschelding is afgekondigd in de naam van de HEER. 3  Van een buitenlander mag u wel betaling vorderen, maar wat u van een volksgenoot te goed hebt moet u kwijtschelden. 4  Overigens zal niemand van u in armoede leven, zozeer zal de HEER u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven, 5  tenminste, als u hem gehoorzaamt en de geboden die ik u vandaag voorhoud zorgvuldig naleeft; 6  dan zal de HEER, uw God, u zeker zegenen, zoals hij beloofd heeft. U zult aan veel volken leningen verstrekken, maar zelf hoeft u niet te lenen. U zult over veel volken macht uitoefenen, maar zij niet over u.  7  Zou er in een van de steden in het land dat de HEER, uw God, u zal geven toch iemand uit uw eigen volk gebrek lijden, dan mag dat u niet koud laten. U mag uw hand niet op de zak houden, 8  maar u moet diep in de buidel tasten en hem lenen zo veel als hij nodig heeft. 9  Wees niet zo berekenend om bij uzelf te denken: Het zevende jaar, het jaar van de kwijtschelding, komt eraan-waardoor u zich afsluit voor de ellende van uw volksgenoot en hem met lege handen laat gaan. Als hij dan de HEER zijn nood klaagt om wat u hem hebt aangedaan, zal het u als zonde worden aangerekend. 10  Geef hem dus ruimhartig en zonder spijt, en de HEER, uw God, zal u erom zegenen in alles wat u doet en onderneemt. 11  Armen zullen er altijd zijn bij u. Daarom druk ik u op het hart om vrijgevig te zijn tegenover iedereen in uw land die in armoede leeft of er slecht aan toe is. (NBV)

Het idee dat geloven alles goed maakt en dat je tegenslagen in meevallers veranderen en dat je geen problemen meer tegenkomt wordt door de Bijbel zeer tegengesproken. Er zijn altijd armen en altijd moeten we daarvoor openstaan en daarvoor zorgen. Juist in de richtlijnen die voor het volk van God worden gegeven wordt voor de armen gezorgd. Niet alleen in de oproep om ruimhartig te geven maar ook in de oproep om schulden kwijt te schelden in het zevende jaar. Dat zevende jaar was namelijk een belangrijk jaar. Dan moest de akker rusten en mocht er niet gezaaid en geoogst worden. Er groeit dan nog wel wat vanzelf en daar moest men dan maar van leven. Maar voor de armen zou dat een probleem geven. Die mochten het graan plukken aan de rand van de akker. In het zevende jaar was het maar de vraag of daar wat zou groeien. Door de kwijtschelding werden ze van een last verlost waardoor ze ook dat jaar konden doorkomen en een nieuw begin konden maken. Dat nieuwe begin is ook in onze dagen van groot belang. Mensen met een laag inkomen heel lang in schuldenlast laten maakt dat er steeds meer kapot gaat, kwijtschelding kan dan helpen ook nieuwe schulden te voorkomen.

Er zijn mensen die de regels van het volk Israël ook van toepassing laten zijn op het verkeer tussen landen in de huidige wereldsamenleving. En daar is natuurlijk wel wat voor te zeggen. Israël wordt geschilderd als een voorbeeld voor alle volken. Zoals de God van Israël wil dat het met dat volk gaat zou het met alle volken moeten gaan. En als de volken in de wereld nu eens zouden zien hoe goed het kan gaan met het volk Israël als het doet wat ze met God hebben afgesproken dan gaan alle volken luisteren naar de God van Israël. Want stel eens voor dat er geen armen meer zijn op de wereld. En volgens het deel dat we vandaag lezen hoeven er geen armen in het land te zijn, hoeven er dus geen armen op de wereld te zijn. Omdat we niet altijd willen delen, omdat we de lasten van schulden ook na zeven jaar laten bestaan, omdat we vanuit onze rijkdom zo machtig zijn dat we geen eerlijke prijs betalen voor de producten van de armen, blijven er armen in het land, blijven er arme volken. De regels voor het volk Israël zijn geen regels die je af en toe, als het uitkomt, kan toepassen. De richtlijnen van de God van Israël horen het hart van elke samenleving te zijn.

Nu zijn de voorschriften voor het zevende jaar heel mooi. Maar wat nu in de andere jaren, met name in het jaar voordat het zevende jaar aanbreekt, als de last van de armoede, de last van schulden het zwaarst is. Je kunt dan natuurlijk denken dat men maar even de tanden op elkaar moet zetten, dat de tijd tot het kwijtschelden van schulden niet ver meer is, maar de Bijbel roept op tot iets anders. Juist als de last het zwaarst is en de verlossing nabij dan zullen we de handen uit moeten steken en de armen helpen. Daarom zijn er voedselbanken in ons land die steun nodig hebben. Zij helpen op dit moment de armen door de tijd heen die nodig is om schuldsanering voor elkaar te maken. Daarom zijn de Fair Trade winkels nodig, zodat er ook mensen in arme landen zijn die wel een eerlijke prijs voor hun producten krijgen en wij leren welke prijs we eigenlijk zouden moeten betalen als we rechtvaardig willen handelen. We kunnen de armoede pas opheffen als iedereen en als alle landen de armoede ook echt willen opheffen. Daar lijkt het niet op, wie rijk is krijgt meer moeite met delen naarmate men rijker is, tot men heel erg rijk is. We zullen het delen daarom tot een vaste regel in onze samenleving moeten maken. Zelf delen en anderen daarin meenemen is het begin, ook vandaag weer.

 

Het tiende deel

oktober 13, 2018

Deuteronomium 14:22-29

22 Ieder jaar moet u het tiende deel van de opbrengst van uw akkers afdragen. 23  Van de tienden van uw koren, wijn en olie en uw eerstgeboren runderen, schapen en geiten moet u een feestmaal aanrichten ten overstaan van de HEER, uw God, op de plaats die hij zal uitkiezen om er zijn naam te laten wonen. Zo leert u steeds opnieuw te leven in ontzag voor de HEER, uw God. 24  Voor het geval u niet in staat bent om uw tienden en uw offergaven die hele afstand mee te nemen-zeker wanneer de HEER u rijk gezegend heeft-omdat de plaats die hij uitkiest te ver weg is, 25  moet u uw afdracht te gelde maken en met dat geld in een buidel naar de plaats van zijn keuze gaan.26  Daar mag u het uitgeven aan alles wat u maar wilt: runderen, schapen en geiten, wijn en andere drank en wat maar in u opkomt, en daarvan richt u dan, ten overstaan van de HEER, uw God, een feestmaal aan met uw hele familie. 27  En vergeet daarbij de Levieten die bij u in de stad wonen niet, want zij bezitten geen eigen grond zoals u. 28  Elk derde jaar moet u het tiende deel van de opbrengst in zijn geheel afstaan en het opslaan in de stad. 29  De Levieten, die geen grond bezitten zoals u, en de vreemdelingen, de weduwen en de wezen die bij u in de stad wonen, mogen daarvan dan nemen zo veel als ze nodig hebben. De HEER, uw God, zal u erom zegenen in alles wat u onderneemt. (NBV)

In Israël kende men klaarblijkelijk de vlaktaks. Een belasting waarbij iedereen tien procent van de opbrengst moest afdragen. Een mooi bedrag. Toen Hertog Alva dat in de zestiende eeuw namens de Koning van Spanje ook in Nederland wilde introduceren kwam de opstand in de Nederlanden direct in een stroomversnelling. Een tiende deel van ons inkomen reserveren om bij te dragen aan de samenleving? Bekijk het maar. Ook vandaag de dag is het betalen van belasting voor velen een vervelende zaak. Natuurlijk moet er goed onderwijs zijn, een goede gezondheidszorg, een politie die ons beschermd tegen misdadigers, een leger dat ons land beschermd tegen vreemde overheersing een bestuur dat in gemeente, provincie en het land de zaak goed regelt en waterschappen die de dijken onderhouden. Maar er voor betalen? Dat laten we liever aan anderen over en de rijken weten het zo te krijgen dat naar verhouding de armen nog het meeste bijdragen aan het in stand houden van de samenleving.

Maar gaat het in het gedeelte van vandaag eigenlijk wel om een belasting? In het boek Deuteronomium vertelt Mozes hoe het volk het beste kan gehoorzamen aan het gebod van de God van Israël de naaste lief te hebben als zichzelf en daarmee God lief te hebben boven alles. Dat gaat door te delen van wat je hebt. En delen met anderen is een feest. Daarom moet je niet alles oppotten maar elk jaar een tiende van de koren, wijn en de olie afzonderen om er een feestmaal mee aan te richten, Ook de eerstgeboren schapen, geiten en runderen moeten voor dat feestmaal worden bestemd. We hebben al eerder gelezen dat het feestmaal gegeven moet worden bij het heiligdom voor de God van Israël. Als je daar ver vandaan woont dan verkoop je dat tiende deel en de eerstgeboren dieren en koop je van de opbrengst nieuwe in de buurt van het heiligdom. Daar houd je dan het feestmaal met de familie, de levieten, de slaven en slavinnen, de armen en met de vreemdelingen die je hebben geholpen.

Maar de zorg voor hen die niets hebben gaat verder. Je moet een opslagplaats inrichten. En er voor zorgen dat elk derde jaar daar een tiende van de hele opbrengst van je oogst en je fokprogramma terecht komt. Die opslagplaats hoort in de stad waar je bij hoort. En die opbrengst is voor de Levieten, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen. Die vreemdelingen die zetten we hier niet zomaar in, die worden in dit rijtje in de Bijbel voortdurend genoemd. Wat zetten wij voor hen op zij? Die Levieten zijn eigenlijk de bestuurders van nu. Zij zorgen voor het handhaven van het recht. Daarbij mochten ze van niemand afhankelijk zijn en dus bezaten ze niks, geen land, geen oogst. Dan wisten ze gelijk hoe het is arm te zijn en bij geschillen tussen arm en rijk konden ze de juiste, de rechtvaardige, kan kiezen. Onafhankelijkheid van rechtspraak en bestuur is dus een groot goed. Ook wij mogen bij de inrichting van onze samenleving daar wel eens op letten. Dan wordt belasting betalen een feest, voor de rechtvaardige bestuurders, voor de armen, en voor de vreemdelingen die onder ons zijn. Allen mogen de lof zingen van onze God die het ons heeft gegeven en wij mogen weten dat met het betalen van belasting we laten zien dat we God lief hebben boven alles.

 

Dat door de HEER wordt verafschuwd.

oktober 12, 2018

Deuteronomium 14:1-21

1 Omdat u kinderen van de HEER, uw God, bent is het u niet geoorloofd als teken van rouw uw lichaam te kerven of het haar op uw voorhoofd weg te scheren. 2  Want u bent een volk dat aan de HEER, uw God, is gewijd: u heeft hij uitgekozen om, anders dan alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn. 3  U mag niets eten dat door de HEER wordt verafschuwd. 4  De volgende dieren mag u eten: runderen, schapen, geiten, 5  herten, gazellen, reeën, steenbokken, spiesbokken, antilopen, wilde schapen, 6  en alle andere dieren die gespleten hoeven hebben-dus hoeven die helemaal gedeeld zijn-en bovendien hun voedsel herkauwen. Dat zijn de dieren die u wel mag eten. 7  Maar dieren die alleen herkauwen of alleen gespleten hoeven hebben, mag u niet eten. Kamelen, hazen en klipdassen zijn herkauwers, maar hebben geen gespleten hoeven; daarom gelden ze voor u als onrein. 8  En zwijnen hebben wel gespleten hoeven, maar herkauwen niet; daarom moet u ook die als onrein beschouwen. Eet geen vlees dat van zulke dieren afkomstig is en raak hun kadavers niet aan. 9  Alles wat in het water leeft en vinnen en schubben heeft mag u eten, 10  maar dieren zonder vinnen of schubben niet; die gelden voor u als onrein. 11  Alle vogelsoorten die rein zijn mag u eten. 12  De volgende vogels mag u niet eten: de vale gier, de lammergier, de zwarte gier, 13  de rode wouw en de verschillende soorten buizerds, 14  alle soorten kraaien en raven, 15  de struisvogel, de velduil, de bosuil, alle soorten valken, 16  de steenuil, de ransuil, de katuil, 17  de dwergooruil, de visarend, de visuil, 18  de ooievaar, de verschillende soorten reigers, de hop en de vleermuis. 19  Ook gevleugelde insecten moet u als onreine dieren beschouwen, die u niet mag eten, 20  met uitzondering van enkele reine soorten. 21  U mag geen vlees eten van dieren die dood gevonden zijn. Laat het aan de vreemdelingen die bij u in de stad wonen, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een volk dat aan de HEER, zijn God, gewijd is. U mag een geitenbokje niet koken in de melk van zijn moeder. (NBV)

We lezen vandaag weer in de Hebreeuwse Bijbel. En we lezen daar wat er was voorgeschreven voor het volk Israël en hoe het met dat volk is gegaan. Maar waarom eigenlijk? Wat we lezen is al heel oud en het gaat over een volk waar wij niet bij horen. En als u als lezer er toevallig wel bij hoort dan leest u hier hoe dat verhaal door een Christelijke bril gelezen wordt. In het begin van het verhaal van vandaag lezen we waarom we zo bezig zijn met dat volk Israël. Via de volgelingen van de Israëliet Jezus van Nazareth hebben we dat verhaal over Israël leren kennen. En dat verhaal over Israël was er niet voor niets. Dat was omdat het volk Israël anders was als alle volken op de aarde. Niet omdat het uit zichzelf zo goed was, het was niet beter of slechter dan andere volken, maar het was uitgekozen door hun God om een voorbeeld te zijn voor alle andere volken.

Dit volk had een aantal regels die het zo anders maakten. Hun God viel niet samen met natuurkrachten. Hun God was ook niet in diergestalten te vangen. Hun God ging alle verstand te boven. De regels die ze hadden gekregen maakten dat duidelijk. Ze hadden 153 van die regels. Die lieten zich samenvatten in “Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf”. In het gedeelte dat we vandaag lezen komen 153 dieren voor. Dieren die het volk wel mocht eten en dieren die het volk niet mocht eten. Er is heel lang geprobeerd te begrijpen waarom het ene dier wel en het andere dier niet gegeten mocht worden. De menselijke logica bleek echter ontoereikend om er een verklaring voor te vinden. Tot men ontdekte dat er 153 dieren worden genoemd. Elk dier staat kennelijk voor een regel die de samenvatting van de regels tot leven kan brengen. En bij die regels gaat het ook om wat je wel hoort te doen en wat je niet hoort te doen.

Dat wat duidelijk wordt is dat er een grote eerbied behoort te zijn voor dieren, voor het leven van dieren. Natuurlijk is het slim om dieren die je dood in het wild vindt niet te eten, ze kunnen giftig zijn of bedorven, maar de eerbied komt misschien het nog het duidelijkst naar voren in de laatste regel van het gedeelte van vandaag het geitenbokje dat je niet in de melk van zijn moeder mag koken. Die melk behoort het bokje leven te geven en niet de dood om ons te plezieren. Al die dieren zijn er niet voor ons plezier. Al die dieren zijn er om ons in de gelegenheid te stellen de God van Israël te eren. Allereerst door ze te delen, daar zullen we de komende dagen ongetwijfeld op terug komen. Maar dat voorbeeld kunnen we dus volgen. Eerbied hebben voor het leven van dieren, zorgen dat ze een dierwaardig leven hebben, vrij van hokjes, leed en ellende, en dat ze op een eerbiedwaardige manier aan hun einde komen. Ook het leven van een dier laat ons niet onverschillig. Elk dier dat we eten moeten we als het ware eerst even aankijken of we dat wel mogen willen eten. Daarbij staat de liefde voor de God van Israël voorop, ook vandaag nog, ook voor ons Heidenen.

 

Ook ik, Tertius

oktober 11, 2018

Romeinen 16:17-27

17 Ik spoor u aan, broeders en zusters, op te passen voor degenen die tweedracht zaaien en anderen in de weg staan, en die daarmee ingaan tegen alles wat u hebt geleerd. Ga hun uit de weg, 18  want zulke mensen dienen niet Christus, onze Heer, maar alleen hun eigen lusten, en door fraaie en welluidende woorden misleiden ze argeloze mensen. 19  Uw gehoorzaamheid is overal bekend geworden; ik ben dus vol blijdschap over u en zou graag zien dat u de wijsheid hebt om het goede te doen en dat u standhoudt tegen het kwaad. 20  De God van de vrede zal Satan nu spoedig vertrappen en aan u onderwerpen. De genade van onze Heer Jezus zij met u. 21 Timoteüs, mijn medewerker, laat u groeten, evenals Lucius, Jason en Sosipatrus, mijn volksgenoten. 22  Ook ik, Tertius, die deze brief heb opgeschreven, groet u als iemand die in de Heer met u verbonden is. 23  Gajus, die mijn gastheer is en die zijn huis voor de hele gemeente openstelt, laat u groeten. Erastus, die de gelden van de stad beheert, en mijn broeder Quartus laten u groeten. 24 25 Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, 26  maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen 27  aan hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen. (NBV)

Wees gewaarschuwd. Er zijn altijd godsdienstige leiders, voorgangers, praiseleiders die hun opvattingen tot absolute waarheid verheffen. Ze kunnen mooi praten. En het lijkt zo fraai Christelijk, dat je door het bloed van Christus gered bent en dat je de beloning daarvan krijgt in een leven na de dood. Kijk uit zegt Paulus over zulke predikers. Ze misleiden argeloze mensen. Bij hen gaat het niet over het te eten geven van de hongerenden, het laven van de dorstigen, het kleden van de naakten, het bezoeken van de gevangenen en het begraven van de doden. Bij hen gaat het over de offers die gelovigen aan hen moeten brengen. Hoe meer ze geven hoe meer het woord van de voorganger verspreid kan worden.

De waarschuwing tegen het afdwalen van de woorden van Christus klinkt door de hele brief aan de Romeinen heen. Paulus heeft het over het voortdurend en geheel gericht zijn op de liefde van Christus die zich vertaald in de liefde voor de naaste. Liefde voor jezelf of zelfs voor je eigen gemeente is er niet bij. Je vreugde haal je uit de vreugde van mensen die tot hun recht komen, die weer mee kunnen doen aan de samenleving als zelfstandige mensen. Dat lukt niet altijd. Paulus zegt wel duizend keer op een dag dood te gaan om ook duizend keer met Christus op te staan.

Die eigenliefde en het scheppen van een eigen wereldje voeren tot de dood, van jezelf en je gemeenschap gaat niets meer uit dan fraai zingen, geen arme wordt geholpen, geen zieke  verzorgd. Alleen door het navolgen van Jezus in zijn liefde voor het  zwakke brengt weer leven. Paulus maakt ook duidelijk dat hij niet alleen is bij het schrijven van de brief. Het zijn geen woorden van een studeerkamergeleerde. Nee het zijn de opvattingen van de gemeente waar Paulus in verblijft. Die opvattingen heeft hij op al zijn reizen gegeven. Hij was er trots op dat hij in eigen onderhoud voorzag. Hij hoefde niemand naar de mond te praten om zijn maag te vullen. Hij heeft de brief gedicteerd. Hij had een secretaris die het voor hem opschreef maar kennelijk ook zelf een inbreng had, net als al die mensen om hem heen. Laten ook wij met Christus opstaan en zijn liefde voor de naaste verspreiden.

Mijn medewerkers

oktober 10, 2018

Romeinen 16:1-16

1 Ik beveel onze zuster Febe bij u aan, die in dienst staat van de gemeente in Kenchreeën. 2  Ontvang haar in de naam van de Heer, op een wijze die bij de heiligen past. En sta haar bij wanneer ze uw hulp ergens voor nodig heeft, want ze is velen tot steun geweest, ook mij. 3  Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, 4  die voor mij hun leven op het spel hebben gezet. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle gemeenten van de heidenen. 5  Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. Groet mijn geliefde Epenetus, die als eerste in Asia tot het geloof in Christus is gekomen. 6  Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost. 7  Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden. 8  Groet mijn geliefde Ampliatus, die in de Heer gelooft. 9  Groet Urbanus, onze medewerker in de dienst aan Christus, en groet mijn geliefde Stachys. 10  Groet Apelles, wiens trouw aan Christus beproefd is. Groet de huisgenoten van Aristobulus. 11  Groet Herodion, mijn volksgenoot. Groet de huisgenoten van Narcissus die in de Heer geloven. 12  Groet Tryfena en Tryfosa, die zich hebben ingespannen voor de dienst aan de Heer. Groet onze geliefde Persis, ook zij heeft zich ingespannen voor de dienst aan de Heer. 13  Groet Rufus, die door de Heer is uitgekozen, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. 14  Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen. 15  Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas en alle heiligen die bij hen samenkomen. 16  Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van Christus laten u groeten. (NBV)

Een lange lijst met mensen uit de gemeente in Rome die de groeten moeten hebben van Paulus. Is dat nu een Bijbelse boodschap? Is dit nu het woord van God? Dat je de groeten moet hebben? Om te beginnen leren we er van dat we binnen de gemeente van Jezus van Nazareth om elkaar moeten denken. Verder is die brief aan de Romeinen niet aan een uitverkoren klasse van mensen gericht maar aan gewone mensen die Paulus ontmoet had, waar hij van gehoord had of die hij speciaal wilde aanbevelen op grond van hun werk en belang voor de gemeente. Dat begint al met zuster Febe. In de Nieuwe Bijbelvertaling is ze in dienst van een gemeente, maar volgens alle andere vertalingen was ze ambtsdraagster, diacones, een collega van Stephanus. In de Naardense Bijbel is dat correct vertaald. In die hele lijst die Paulus groet staan overigens opvallend veel vrouwen, zo belangrijk zijn ze en in de dagen van Paulus vervulden ze dus kennelijk ook gewoon kerkelijke ambten, waar mannen ze later van uitgesloten hebben.

Die Febe was niet onbelangrijk volgens het verhaal van de Handelingen. Kenchrea was een havenstad waar Paulus doorheen was getrokken en zijn hoofd had laten kaalscheren op grond van een gelofte. Febe was dus ook getuige van de betrouwbaarheid van Paulus, als hij een belofte deed dan hield hij die ook. Prisca en Aquila had hij vlak daarvoor in Korinthe ontmoet. Zij waren uit Rome verdreven op een Keizerlijk bevel. We hadden al eerder gezien dat Paulus de brief aan de Romeinen heeft geschreven toen de verdreven Joden en Joodse Christenen weer naar Rome hadden mogen terugkeren. Daar hoorden dus ook Prisca en Aquila kennelijk bij. Het gaat te ver om de hele lijst hier te behandelen, we weten ook niet van iedereen wat mee te delen, Maar duidelijk is dat het hier gaat om Joden en Heidenen, mannen en vrouwen, slaven en vrijen, armen en rijken, Grieken en Romeinen, kortom een dwarsdoorsnede uit de gemeente zoals Paulus overal in het Romeinse Rijk gemeenten had gesticht.

In die Christelijke gemeenten waren de etiketten waar wij zo graag onderscheid mee maken verdwenen. Het waren broeders en zusters in Christus en onderscheid werd er niet gemaakt. Natuurlijk de een kon iets anders dan de ander, elk had eigen unieke eigenschappen. Maar Paulus had ze vergeleken met een lichaam. Daar kon de hand ook iets anders dan de voet maar zonder de hand was de voet niks en zonder voet de hand niet. Handicaps moeten altijd gecompenseerd worden en herinneren ons aan de gewenste eenheid tussen mensen met verschillende eigenschappen. Zo is een op het oog saaie lijst met onbekende namen ineens een les geworden waar we ook vandaag uit mogen leven. Samen het goede doen, samen gebruik maken van elkaars verschillende kwaliteiten, want samen aan de nieuwe wereld van God bouwen mogen we elke dag, ook vandaag weer.

 

In het bergland

oktober 9, 2018

Rechters 12:8-15

 8 Na Jefta was Ibsan uit Bet-Lechem rechter over Israël. 9  Hij had dertig zonen. Zijn dertig dochters huwelijkte hij buiten zijn eigen familie uit, en ook voor zijn zonen koos hij dertig bruiden van buiten de familie. Zeven jaar leidde hij Israël. 10  Toen stierf hij en werd begraven in Bet-Lechem. 11  Na hem was Elon uit de stam Zebulon rechter over Israël. Tien jaar leidde hij het land. 12  Toen stierf hij en werd begraven in Ajjalon in Zebulon. 13  Na hem was Abdon, de zoon van Hillel, uit Piraton rechter over Israël. 14  Hij had veertig zonen en dertig kleinzonen, die allemaal een ezelshengst als rijdier hadden. Acht jaar leidde hij Israël. 15  Toen stierf hij en werd begraven in Piraton in Efraïm, in het bergland dat ooit aan de Amalekieten had toebehoord. (NBV)

Waarschijnlijk heeft U nog nooit van  Ibsan, Elan en Abdon gehoord. En als U er wel van gehoord heeft bent U of theoloog of een heel trouwe bijbellezer die al heel lang nauwgezet de Bijbel bestudeerd heeft. Drie rechters van Israel van wie eigenlijk alleen bekend is hoeveel kinderen ze hadden. Van de laatste wordt dan vol trots verteld dat hij begraven werd in het Bergland dat eens tot de vijand had behoord. De drie markeren in de geschiedenis van Israel kennelijk ook een culturele overgang. Toen het volk pas het beloofde land was binnengetrokken was het land verdeeld volgens de familielijnen van de verschillende stammen. Je vindt dat terug in het boek Jozua. Deze drie Rechters verlaten de beslotenheid van hun familie en laten hun kinderen buiten de familie trouwen. Daarmee wordt het bezit versnipperd, of gedeeld zoals U wilt.

In onze tijd wordt vandaag de naamdag gevierd van iemand die ook uit een tijd kwam waarin het delen van bezit opnieuw present moest worden gesteld. Het is immers de naamdag van Frans van Assisi uit de dertiende eeuw. Hij hechtte zo aan alle leven dat zijn liefde voor de dieren heel erg bekend werd. Vandaag is het voor veel mensen dus ook dierendag. Maar dat hij ook naar de Kalief ging om vrede te bepleiten in de oorlogen tussen Arabieren en Europeanen wordt vandaag de dag minder snel verteld. Toch was er ook in de Arabische wereld een groot respect voor Frans en zijn volgelingen. We zouden daar vandaag de dag nog wel eens wat van kunnen leren. Wij houden het op 4 oktober liever op de dieren.  Die liefde voor dieren gaat misschien nog, maar om nou een jongen na de volgen die op het marktplein zijn kostbare representatieve kleding uittrok en in een ruwharen kleed en blootsvoets verder door het leven ging.

Waarna hij overigens in de bergen een vervallen kerkje ging opknappen. Een jongen die zijn volgelingen opriep alleen nog een houten nap te bezitten. Als iemand de nap wilde vullen hadden ze te eten, maar zelf hielden ze zich bezig met de zorg voor de armen en de zieken.  Zo radicaal delen we vandaag de dag zeker de rijkdom niet. Zoals we al uit de Bijbel kunnen leren vernieuwd de Weg van de God van Israël zich steeds weer. Telkens worden nieuwe kansen geboden vrede en vriendschap te sluiten met mensen die niet bij je eigen volk horen. Telkens weer kiezen mensen eerder voor afstand en soms zelfs voor oorlog. Maar ook blijkt iedere keer weer dat als je werkelijk samen doet, als je samen oog hebt voor de minsten, dat het dan beter gaat met het volk. Dat is tot op de dag van vandaag een les die we mogen leren. Het leven van Frans uit Assisi inspireert nog heel veel mensen over de hele wereld. Zij wensen iedereen en elkaar vrede en alle goeds. En dat mogen we elkaar elke dag toe wensen.

Zonder ons erbij te betrekken

oktober 8, 2018

Rechters 12:1-7

1 De Efraïmieten brachten een leger op de been en staken de Jordaan over naar Safon. ‘Waarom bent u tegen de Ammonieten opgetrokken zonder ons erbij te betrekken?’ wilden ze van Jefta weten. ‘We zullen u met huis en al verbranden!’ 2  Jefta antwoordde hun: ‘Toen mijn volk en ik in oorlog waren met de Ammonieten heb ik u opgeroepen, maar u bent me niet te hulp gekomen. 3  Dus toen ik merkte dat er van uw kant geen hulp te verwachten was, ben ik met gevaar voor eigen leven zelf tegen de Ammonieten ten strijde getrokken, en de HEER heeft ze aan mij uitgeleverd. Waarom valt u mij nu dan aan?’ 4  Daarop riep hij alle mannen van Gilead op, bond de strijd aan met de Efraïmieten en versloeg hen. De Efraïmieten hadden namelijk gezegd: ‘Jullie zijn niets anders dan een stel gevluchte Efraïmieten. Gilead hoort bij Manasse, en dus evengoed bij Efraïm!’ 5  Daarna bezetten de Gileadieten de oversteekplaatsen van de Jordaan om de Efraïmieten de terugtocht te beletten. Wanneer een Efraïmiet die wilde vluchten vroeg of hij de rivier mocht oversteken, vroegen ze hem: ‘Kom jij uit Efraïm?’ Dat ontkende hij natuurlijk, 6  maar dan vroegen ze: ‘Zeg eens: “sjibbolet.”’ Als hij dan ‘sibbolet’ zei, en het woord dus niet goed uitsprak, grepen ze hem en doodden ze hem ter plekke. Op die dag sneuvelden al met al tweeënveertigduizend Efraïmieten. 7  Zes jaar was de Gileadiet Jefta rechter over Israël. Toen stierf hij en werd begraven in zijn woonplaats in Gilead. (NBV)

 

Toen de Duitsers ons land binnen vielen gingen er snel geruchten dat ze zich verkleed hadden als Nederlandse soldaten of Nederlandse burgers. Achteraf bleken die geruchten ook op waarheid te berusten. Het wachtwoord in die dagen werd Scheveningen want de uitspraak van de Sch is iets typisch voor het Nederlands. Iets dergelijks speelde zich ook af in de dagen van Jefta, of Jiftach zoals het ook wel vertaald wordt. Nadat Jefta gewonnen had voelden de mensen van Efraïm zich gepasseerd en begonnen een oorlog. Toen Jefta ze had opgeroepen voor een oorlog waren ze niet thuis geweest, maar ja. Nadat het volk Israel uit de woestijn gekomen was, was er in de 300 jaar die er sindsdien verstreken was ook een soort vervreemding opgetreden. Die vervreemding was te horen aan de oever van de Jordaan, de grensrivier tussen beloofde land en woestijn. Het woord stroom, sjibbolet, werd door de mensen van Efraïm uitgesproken zonder de sj klank, dus als Siebolt en daarmee hebben ze zichzelf blootgegeven.

Vervreemding tussen volken, ook als ze vlak bij elkaar wonen, maakt dat de taal gaat verschillen. Soms kan dat zelfs binnen één land, de taal van de straat wordt dan zo anders dan de taal van de huiskamer en de TV dat men elkaar niet echt meer kan verstaan en dat kan gevaarlijke situaties opleveren. De verschillen in Israel tussen Efraïm en de rest werden gebruikt net als in Nederland later bij de Duitsers werd gedaan die de Sch niet uit konden spreken. Niet dat dat in Nederland hielp overigens, we werden evengoed wel bezet. Ook in onze geschiedenis kennen we de partijen die zich hardnekkig buiten de oorlog wilden houden. In de Tweede Wereldoorlog waren dat de brave burgers die langzaam meegezogen werden in de onmenselijke maatregelen van de Duitse bezetters.  Die brave burgers die niet mee gaan in de strijd tegen geweld en onderdrukking maar zich aanpassen aan de heersende machten weigeren over het algemeen ook te delen met de armen.

Nu de werken van Lou de Jong op internet staan en daardoor voor iedereen weer te lezen is kunnen we ons weer eens realiseren hoe actueel een boek als Rechters ook voor onze dagen kan zijn. In onze tijd wordt op de vierde oktober de naamdag gevierd van iemand die ook uit een tijd kwam waarin het delen van bezit opnieuw present moest worden gesteld. Het is de naamdag van Frans van Assisi, die leefde in de dertiende eeuw. Hij hechtte zo aan alle leven dat zijn liefde voor de dieren heel erg bekend werd. Daarom is het voor veel mensen op vier oktober dus ook dierendag. Maar dat hij ook naar de Kalief ging om vrede te bepleiten in de oorlogen tussen Arabieren en Europeanen, tussen Moslims en Christenen, wordt vandaag de dag minder snel verteld. Toch was er ook in de Arabische wereld een groot respect voor Frans en zijn volgelingen. We zouden daar vandaag de dag nog wel eens wat van kunnen leren.

Vele eersten zullen de laatsten zijn

oktober 7, 2018

Marcus 10:17-31

17 Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 18  Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. 19  U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 20  Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ 21  Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’ 22  Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. 23  Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 24  De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: 25  het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 26  Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 27  Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’ 28  Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om u te volgen!’ 29  Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, 30  zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven. 31  Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’ (NBV)

Als Jezus van Nazareth God was hoe kon hij dan zeggen dat hij niet goed is? Dat hij geen “goede meester” genoemd wil worden? Wij kunnen het ons bijna niet voorstellen dat we eretitels en vleiende benamingen zullen afwijzen. Maar in dat Koninkrijk van God is niemand meer dan een ander, alleen God gaat alles en iedereen te boven. De mens Jezus van Nazareth schaart zich daar ook onder en dat maakt hem goddelijk, dat te kunnen volhouden, een menigte mensen achter je aan, het halve volk aan je lippen, lammen laten lopen en blinden laten zien, boze geesten uitdrijven bij de vleet, en dan nog zeggen dat je niet meer bent dan een ander. De meesten van ons zouden dat niet kunnen en als we het kunnen hebben we daarvoor voorbeelden als Jezus van Nazareth nodig. En wat we moeten doen om bij die beweging te horen? Heel eenvoudig, geen moord plegen, niet je eigen partner of een ander als voorwerp voor je eigen genot beschouwen, niet een rechter bedriegen zodat er onrecht ontstaat, niet je afkomst vergeten of ontkennen.

Fatsoenlijke mensen hebben dat eigenlijk altijd al wel gedaan en weldenkende mensen halen het niet in hun hoofd om iets anders te doen. Zijn ze er dan, hebben ze het toegangsbewijs voor het Koninkrijk in handen? In het verhaal dat we vandaag lezen ontbreekt er nog één ding: Afstand doen van alle rijkdom. Dat is niet eenvoudig. Zomaar alles wat je bij elkaar gespaard en verdiend hebt wegdoen om Jezus van Nazareth te volgen. Mogen er dan geen rijken zijn? Worden rijken veroordeeld? Nee, maar volgens Jezus van Nazareth mogen er geen armen zijn. Zo lang er nog mensen zijn die honger lijden, zo lang er nog slachtoffers van aardbevingen zijn die geen huizen hebben, zolang er nog mensen dood gaan aan ziekten waarvoor wij medicijnen hebben, zolang er nog leed en ellende is zullen we ons met voorbijzien van onszelf moeten inzetten. En vele laatsten zullen de eersten zijn. In het verhaal van vandaag lopen we eigenlijk aan tegen het gebruik van losse teksten. Over het algemeen rukken die het verhaal van de Bijbel uit hun verband en verbergen ze de werkelijke boodschap van de Bijbel.

Er zijn dan ook een boel kerkelijke leiders die met hartstocht het gebruik van losse teksten bevorderen. Ze schrijven daarmee hun eigen Bijbel en hebben daardoor een maximale invloed op hun volgelingen. We kennen de bekende teksten uit het verhaal van vandaag natuurlijk. Het is moeilijker voor een rijke het koninkrijk van God binnen te komen dan een kameel gaat door het oog van de naald.  Maar had U wel bedacht dat die teksten bij één verhaal horen? En dat die laatste tekst een troost is voor de discipelen omdat ze nogal schrokken van het harde oordeel over de rijken? Het is moeilijk om onze gewoonlijke kijk op de wereld zo radicaal te veranderen als Jezus van Nazareth wil. Voor de armen, de zwakken, de mensen die het niet goed hebben gered in het leven, betekent het Koninkrijk van God alles. Daar zijn alle tranen gewist, daar heeft niemand meer honger, daar is de toekomst van alle kinderen verzekerd, daar mag iedereen mee doen. Wat voor de rijken bereikbaar was is nu ook voor de armen bereikbaar. Daarvoor is het nodig dat mensen huis en haard verlaten, hun gehechtheid aan eigen bezit en kapitaal opgeven en de Weg van Jezus van Nazareth volgen. Op die Weg kun je vandaag nog de reis beginnen.

 

Bij het begin van de schepping

oktober 6, 2018

Marcus 10:1-16

1 Hij vertrok uit Kafarnaüm naar Judea en het gebied aan de overkant van de Jordaan, en de mensen verzamelden zich weer in groten getale om hem heen; hij onderwees hen zoals hij gewoon was te doen. 2  Er kwamen ook Farizeeën op hem af. Ze vroegen hem of een man zijn vrouw mag verstoten. Zo wilden ze hem op de proef stellen. 3  Hij vroeg hun: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’ 4  Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’ 5  Jezus zei tegen hen: ‘Hij heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent. 6  Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; 7  daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, 8  en die twee zullen één worden, ze zijn dan niet langer twee, maar één. 9  Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ 10  In huis stelden de leerlingen hem hier weer vragen over. 11  Hij zei tegen hen: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; 12  en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.’ 13 De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. 14  Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. 15  Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ 16  Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. (NBV)

Mag je nu wel of niet scheiden? Dat mag best maar daar geeft dit Bijbelstuk eigenlijk geen antwoord op. Jezus van Nazareth begint zijn antwoord op de strikvraag van de Farizeeën bij de leer van Mozes. Een man mag volgens de leer van Mozes een vrouw een scheidingsbrief meegeven. Niet omdat het een voorrecht voor een man is, maar omdat die man nu eenmaal een mens is die fouten kan maken en zaken stuk kan laten lopen. God heeft de mens geschapen naar zijn beeld, vrouwelijk en mannelijk schiep God de mens. Pas als twee mensen intens van elkaar houden en één vlees worden en dat weten vol te houden, zoals God nooit verlaat het werk dat zijn hand begon, wordt dat beeld zijn duidelijk voor de mensen. In het boek Hooglied in de Bijbel wordt die Goddelijke liefde tussen twee mensen op prachtige wijze bezongen. We hebben overigens ontdekt dat mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen ook op kan gaan voor twee mannen of twee vrouwen.

Heel uitdrukkelijk zegt Jezus van Nazareth dat je van buiten af nooit mag stoken in de liefde tussen twee mensen. Ouders die het niet eens zijn met de partnerkeuze van hun kinderen, een kerk die waarschuwt voor anders gelovigen als partners, een staat die eisen stelt aan de partnerkeuze van haar inwoners, ze houden zich niet aan het gebod van Jezus van Nazareth om mensen in vrijheid hun levenslange relatie van liefde aan te laten gaan. En al die scheidingen dan? Mensen hertrouwen toch vaak na een scheiding? De richtlijn van Mozes om een scheidingsbrief te geven was al een verbetering ten opzichte van de gewoonte een echtgenote die niet meer te beviel te verkopen of te vermoorden. Jezus van Nazareth waarschuwt er tegen om je partner te beschouwen als een bron voor je persoonlijke genot en als je er niet meer van geniet dan zoek je maar een ander. Let op dat die regel in dit verhaal zowel geldt voor mannen als voor vrouwen. Paulus heeft later eens geschreven dat de liefde zichzelf niet zoekt, het gaat ook in een huwelijksrelatie om de ander en niet om jezelf.

Natuurlijk kun je dan uit elkaar groeien. Soms is het goed om elk een andere weg te gaan, dat kan zelfs uit liefde besloten worden. De spanningen die er zijn, verschillende verwachtingen, verschillende karakters of culturen kunnen zich oplossen in een scheiding zodat er voor kinderen weer vrede en rust aanbreekt. Als kinderen zien dat gescheiden ouders elkaar weten te respecteren en voor de kinderen ook samen in de bres weten te springen dan leren ze misschien wel beter wat er met de goddelijke liefde wordt bedoeld dan van ouders die omwille van het fatsoen bij elkaar blijven maar elkaar niets meer te bieden hebben. We zijn met de regels uit de Bijbel op weg naar een ideale samenleving, een samenleving waarin alle tranen gewist zijn en waarin iedereen mag meedoen. We zijn nog niet in die hemel op aarde aangekomen. Zolang moeten we rekenen met zaken die mislopen, ook tussen mensen die van elkaar houden. Niemand van buiten mag een dergelijke breuk veroorzaken of bevorderen dat is in elk geval duidelijk. Ook van binnenuit kan een dergelijke breuk nooit lichtvaardig tot stand komen. Maar als die eenmaal vastgesteld is dan zullen we die moeten respecteren. Dan pas ook kan een nieuwe poging gewaagd worden de relatie op te bouwen tussen twee mensen die God bij de schepping heeft bedoeld. En zo worden ook de woorden van Jezus van Nazareth wegwijzers op de weg naar het mensenland van God, wegwijzers die we ook vandaag nog nodig hebben.