mei 24, 2013
Psalm 20
Vandaag zingen we een wenslied voor de Koning. We wensen zoveel keren per dag een ander het beste toe dus waarom onze nieuwe Koning zomaar op het eind van een week niet het beste toewensen. Ja, zeg nu zelf, hoe vaak op een dag zeg je niet Goedemorgen of Goedemiddag of Goedeavond. Telkens als je dat zegt wens je iemand toe dat het een goede morgen, middag of avond wordt. Hoeft namelijk helemaal nog niet een goede morgen, middag of avond te zijn. Zelfs als mensen in diepe rouw zijn kun je ze op die manier begroeten. Nu is onze wens dat het leven zich ten goede keert vaak ondoordacht uitgesproken. Zelfs als een dokter iemand moet vertellen dat de patient ongeneeslijk ziek is en binnenkort dood zal gaan begint de dokter met goede morgen, middag of avond. Maar die dagdelen willen dan, zeker op de dag van het gesprek, even niet meer goed worden na zo’n slecht nieuws boodschap. Ook de directeur die zijn personeel moet medelen dat het bedrijf failliet is en iedereen werkloos wordt begint zijn toespraak met goede morgen, middag of avond.
Het lied dat we met deze Psalm meezingen wenst niet zo onderdacht. Het is geen slijmen bij de Koning dat we doen. Dat blijkt zeker als we het tweede deel van het lied zingen. We wensen de Koning al het beste toe, maar het beste is niet zomaar in het algemeen het beste. Het beste is de hulp en de bescherming van de God van Israël. Dat is ook hier de echte Heer, de Koning is ook maar een mens temidden van alle mensen op aarde. En de mensen op aarde vertrouwen voor het vervullen van hun wensen op macht en geweld, op paarden en wagens in de taal van de Bijbel. Vrede zou je dan krijgen door onderwerping, ze buigen en vallen ter aarde. Onderwerping is niet de weg die de God van Israël ons wijst. Op die Weg is de Koning een dienaar van zijn volk, beschermer van de zwakken en de armen. Zo komen die mooie wensen uit het eerste deel van deze Psalm er toch iets anders uit te zien.
De hulp die van Sion verkregen kan worden is de Wet die in de Tempel op de berg Sion wordt bewaard. Die Wet gaat over het houden van je naaste als van je zelf. Die Wet is de meest sterke hulp die een Koning zich kan wensen. De offers die worden gebracht zijn een teken van de bereidheid te delen, te delen met de Priesters en Levieten die recht spreken in het land en te delen met de armen en de vreemdelingen die in het land wonen. Een Koning die dienaar is van het volk maakt plannen om de armen te bevrijden van hun armoede, de hongerigen te voeden, de naakten te kleden en de daklozen zonder huis van een huis te voorzien zegt de profeet Jesaja. Zo’n Koning moet een overwinning op zichzelf behalen, niet de Koning moet vereerd worden, maar de Koning moet vereren en wel de God van Israël. Mensen die hun hele leven op die manier inrichten vormen volgens Paulus een volk van Koningen en Priesters. Tot dat volk kun je elke dag opnieuw gaan behoren, ook vandaag weer, het is het juichen en zingen meer dan waard.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »
mei 23, 2013
Lucas 5:27-39
We vallen vandaag met onze neus in de boter want het gaat vandaag in onze dagelijkse lezing uit de Bijbel om een feestmaal. Of daar in elke gemeente in ons land evenveel aanleiding voor is blijft natuurlijk een vraag. Maar maaltijden zijn voor Joden en Christenen de belangrijkste religieuze gebeurtenissen. En omdat het belangrijke godsdienstige handelingen zijn moet je er voorzichtig mee omgaan. Je kunt dat wat je eet en drinkt vergoddelijken en dus dat wat je eet en drinkt gaan aanbidden. Dat is afgoderij en dat verwijt klinkt dan soms ook tussen kerken vandaag de dag vooral als kerken willen gaan uitmaken wie wel en wie niet aan de maaltijd in de kerk kan deelnemen op andere gronden dan dat men wel of niet lid is van de betreffende kerk. In de tijd van Jezus van Nazareth klonk de waarschuwing dat je moet uitkijken met wie je de maaltijd nuttigt. Dat kan niet met iedereen.
Vandaag klinkt die waarschuwing ook aan advocaten bijvoorbeeld. Ze kunnen niet voor hun plezier gaan eten met zware criminelen die van ernstige misdrijven worden verdacht en voor wie ze in processen als verdediger moeten optreden. Ze krijgen dan het etiket maffiamaatje opgeplakt en dat schaadt hun optreden en geloofwaardigheid als advocaat. We moeten dus voorzichtig zijn. Jezus van Nazareth at met Jan en alleman. In dit verhaal wordt de maaltijd hem aangeboden door een belastinginner. Langs de kant van de weg stonden tolhuisjes en iedereen die daar langs kwam moest belasting betalen. Tollenaars betaalden aan de Romeinse bezetter een pachtsom voor het mogen heffen van de tol en moesten om te leven winst maken op het heffen van die belasting. Ze werden er meestal niet arm van en waren daarom ook niet geliefd. Zo’n belasting, die voor iedereen gelijk was, drukte bovendien het zwaarst op de armsten. Bovendien werkten ze voor de bezetter en dat maakte hen nog minder geliefd. Jezus van Nazareth ging echter niet voor niks bij hen eten. Hij had al eens zo’n tollenaar zover gekregen de helft van diens bezit onder de armen te laten verdelen en terug te geven aan hen van wie te veel was afgeperst.
Liefde voor mensen betekent dus mensen die niet geliefd zijn weer op het rechte pad te krijgen en te zorgen dat ze in plaats van een gehaat medemens weer een geliefd medemens worden. Als dat lukt is het feest, pas als je verdriet hebt ga je vasten. Niet eten en drinken, of heel sober eten en drinken. Bij de volgende feestmaaltijd waardeer je die maaltijd des te meer en kan je er dubbel van genieten. Ter voorbereiding op het grootste feest van de Christelijke Kerk, Pasen, zijn er mensen die in de veertig dagen voor Pasen daarom ook gaan vasten, alleen de zondagen slaan ze over, dan wordt al vast een beetje Pasen gevierd. Maar op de andere dagen even terug in overvloed en wat je bespaart opzij leggen voor de armen in de wereld, om er met Pasen en na Pasen weer tegenaan te kunnen en weten welke rijkdom je eigenlijk hebt. Want als je weet met minder toe te kunnen wordt het ook wat makkelijker om te delen en als je weet hoe vervelend het is helemaal niets te hebben gun je dat een ander ook helemaal niet en deel je vanzelf met die ander. Dan heb je samen feest. En vandaag kunnen we dus een feest bouwen, zorgen dat er voor anderen genoeg is.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »
mei 22, 2013
Lucas 5:17-26
Een les om nooit te vergeten krijgen we vandaag te lezen. Als je echte vrienden hebt die ook wat voor je over hebben dan kun je in je leven ook echt opnieuw beginnen. Bijna zou je in dit verhaal lezen dat opstaan uit een verlammende situatie alleen kan als je echte vrienden hebt. De zonden worden namelijk niet vergeven aan de verlamde man die ze door het dak hadden laten heenzakken maar aan de vrienden die met hem op sjouw waren gegaan. Die staan in het eerste deel van het verhaal centraal. De les wordt uitgedeeld aan de schriftgeleerden en Farizeeën. Meestal kijken we heel negatief tegen hen aan. Dat waren mensen die het onze Jezus van Nazareth moeilijk wilden maken zo leerden we. Maar zo is het niet. De beweging van de Farizeeën was ook de uitvinder van de Synagogen. Het bestuderen van de Wet en het beleven van de Wet was niet langer alleen in Jeruzalem mogelijk. Maar in elk dorp en in elke stad werd een synagoge gesticht waar de Wet kon worden bestudeerd.
Jezus van Nazareth leerde, onderwees, vaak in de Synagogen, hij las daar uit de Wet of de Profeten, de oude Hebreeuwse Bijbel. In de verhalen hiervoor benadrukt de schrijver van het Lucasevangelie dat optreden van Jezus van Nazareth in vele synagogen. De discussie die Jezus van Nazareth voert is er één binnen de synagogen en niet één van voor en tegenstanders van een bepaalde leer. Natuurlijk hebben de schriftgeleerden en Farizeeën gelijk als ze zeggen dat we niet op de stoel van God moeten gaan zitten. Alsof wij het voor het zeggen hebben als het gaat om goed en kwaad, juist het streven naar die kennis, het eten van de boom van kennis van goed en kwaad, was de wortel van de zonde. Maar Jezus van Nazareth gaat een stap verder. Bij hem gaat het altijd om de mensen zelf. De Liefde voor de mensen bepaald zijn leer. En dan is vergeven een werkwoord. Voor vergeven moet het een en ander gebeuren. Er is iets gebeurd waardoor mensen buiten de samenleving zijn komen te staan. De vrienden konden er immers niet meer bij. Pas als mensen weer volwaardig mee kunnen en mogen doen is er sprake van vergeving. Dus toen die vrienden zich via het dak naar binnen vochten werd hun uitsluiting opgeheven. Dat mag je best vaststellen zegt Jezus. Dat heft zelfs de meest verlammende situatie op. Sta op en loop is dan ook het bevel.
Juist in het verhaal van Jezus van Nazareth moet je je altijd afvragen wie je jouw vriend zou willen zijn als je gedwongen bent langs de kant te liggen en de mens die je jouw vriend zou willen zijn moet je dan zelf worden voor de ander. Dat deden die vrienden hier toen ze hun verlamde vriend koste wat kost bij Jezus van Nazareth wilde brengen. Tijd dus om vrienden de worden van hen die worden buitengesloten, van mensen die geen stap meer kunnen zetten in onze samenleving. Tijd om ons naar binnen in de samenleving te vechten, desnoods via het dak. Want de mensen die ons als vrienden nodig hebben horen niet in de rand van de samenleving, die horen niet aan de kant te blijven staan of rond te zwerven in de onbruikbare delen van de samenleving, maar die horen in het hart van de samenleving geplaatst te worden. Tijd om op te staan voor de verdrukten zodat ze weer volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. Dat is vergeving. Dat kan elke dag opnieuw, ook vandaag.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »
mei 21, 2013
Psalm 12
Vandaag zingen we een roep om bevrijding met de Bijbel mee. Wie er bevrijd moeten worden? Ze worden in deze Psalm niet met name genoemd. Maar van wie er bevrijd moet worden wel. Van de leugenaars en de grootsprekers moeten we bevrijd worden. En daarvan wil iedereen wel bevrijd worden, daarvan moet de hele samenleving bevrijd worden. De zwakken en de armen zuchten onder het verbale geweld van de leugenaars en grootsprekers. Wie kijkt naar de woorden van God die ziet dat die zuiver zijn, zuiver als het gezuiverde edelmetaal dat we kennen, zeven maal is het gesmolten en van de verontreinigingen ontdaan zingt de Psalm ons toe. Juist door die zuiverheid van het Woord van de God van Israël kan die opstaan tegen dat volk.
Je mag dan ook gerust vragen waar we het dan over hebben. De armen in onze samenleving kennen ze wel. Het zijn de rijken die roepen in tijden van grote werkloosheid dat het eenvoudig is voor iedereen om werk te vinden. Dat de uitkeringen te hoog zijn en dat er daardoor zo’n hoge werkloosheid is en het geringe aantal banen maar een bijkomende factor is. Dat lage uitkeringen de koopkracht van het volk vermindert en dat daardoor de economische motor van consumptie en productie tot stilstand komt wordt verzwegen. Dat het vertrouwen van consumenten daalt en aankopen worden uitgesteld juist bij onzekerheid over uitkeringen en pensioenen hoor je maar van een heel enkele econoom Dat samen delen zoals de Bijbel ons voorhoudt ons rijker maakt hoor je bijna helemaal niet meer.
Nee de chronisch zieken moeten de mogelijkheden om zelfstandig te leven worden afgenomen. Dat bemiddelingsburo’s frauderen en niet de patienten ontgaat menigeen. Dat controle op de toeslagen van de belastingdienst volledig zijn wegbezuinigd wordt verzwegen. Controle moet je immers alleen op de armen uitoefenen, daarvoor moet je de vreemdelingen in je midden gewoon in de gevangenis zetten. De grootspraak en de leugens van de rijken vliegen je dag in dag uit om de oren. Pas laat in de avond zie je een enkele keer de rijen voor de voedselbanken of de zielige oudere werknemers die geen werk meer kunnen vinden. Dat het de rijken zijn die niet willen delen, niet willen afzien van buitensporige beloningen als bonussen en exorbitante salarissen hoor je nergens meer. Tijd om de Bijbel te laten spreken, daar klinkt nog dat je de naaste lief moet hebben als jezelf, dat is de maatstaf die in elk bedrijf en elke organisatie moet worden aangelegd. Dan gaat ons land weer bloeien. Elke dag opnieuw kunnen we deze maatstaf aanleggen, ook vandaag weer.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »
mei 20, 2013
Johannes 15:1-17
Vruchtbaarheid speelt door de hele Bijbel heen en grote rol. Israel had het gebod gekregen te delen met elkaar als grootste garantie op vruchtbaarheid. Als je samen deelt hoef je immers nooit zonder te zijn. Daarom het gebod te delen met de familie, de armen, de levieten en de vreemdelingen. En zelfs één keer per zeven jaar te delen met de aarde door de aarde niet te bebouwen maar te leven van wat spontaan op zou komen. Jezus van Nazareth trekt die geboden door tot op zichzelf. Het gaat er niet alleen om als volk te delen maar uiteindelijk gaat het er om ook jezelf te willen delen. Daardoor is Jezus van Nazareth de ware wijnstok. De wijnstok die vrucht draagt. Het gaat er de wijnstok niet om meer wijnstokken voort te brengen, of meer ranken, nee om meer druiven voort te brengen. Om meer druiven voort te brengen moeten zelfs ranken gesnoeid worden. Als je dus bereid bent om zo te gaan leven dat het niet meer om gaat er zelf beter van te worden maar te zorgen dat anderen er beter van worden, dat de minsten op aarde recht wordt gedaan, desnoods door jezelf op te offeren, dan is vruchtbaarheid gegarandeerd.
Dan kun je vragen wat je wilt en dan zal het ook gebeuren. Dan vraag je dus niet meer iets voor jezelf. Dan is vragen ook niet meer een probleem bij een ander, bij God bijvoorbeeld, neerleggen, maar dan is vragen moed verzamelen om zelf aan de slag te gaan. Dan is vragen zoeken naar het goede om het goede te doen en niet dan het goede. Het goede is immers niet altijd de ander te geven als dat wat voor zichzelf vraagt. Delen met een ander vraagt ook van de ander de bereidheid te delen. Iemand helpen op te staan is soms belangrijker en vruchtbaarder dan iemand te laten zitten en het eten maar te brengen en aan te reiken. Het gaat er altijd om ook die ander vruchtbaar te laten zijn voor de samenleving. Daarin wordt de grootheid van God pas duidelijk. Dat wat echte Liefde kan is zo groots dat niets ter wereld het daarbij kan halen. Dat kan hele volken bevrijden van geweld en onderdrukking.
De boodschap van de Bijbel is heel eenvoudig. Jezus van Nazareth zelf zou eens opmerken dat zelfs een kind het kan begrijpen. En in deze passage lezen we de kern van de Bijbelse boodschap in al haar eenvoud: “Heb elkaar lief”. Het lijkt bijna een lied zoals het hier is opgeschreven. “Jullie moeten mij lief hebben en ik heb jullie liefgehad”, dan heb je de Vader lief en dan heb je elkaar lief. Als je Jezus liefhebt ben je geen slaafse volgeling van iemand die het bij het rechte eind heeft, nee dan ben je een vriend en kun je zelfs hem de waarheid zeggen. Juist als je gehoord hebt wat Jezus van Nazareth je te zeggen hebt dan weet je dat je dat zelf niet hebt hoeven te kiezen maar dat je zijn Weg mag gaan. In het verhaal van Jezus van Nazareth zijn het de leerlingen die geroepen zijn om Hem te volgen. In de Christelijke Kerk gelooft men daarom vanouds dat alle gelovigen geroepen zijn om Hem te volgen. Als je je naaste liefhebt als jezelf dan kun je niet anders dan die roep van Jezus van Nazareth doorgeven, hoe meer mensen immers hun naaste liefhebben als zichzelf hoe dichterbij het Koninkrijk van Jezus van Nazareth komt. We mogen er elke dag weer opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »
mei 19, 2013
Johannes 14:15-26
Er wordt mensen die naar vrede streven nog wel eens verweten dat ze niet de waarheid durven zeggen. De dreiging met geweld, bijvoorbeeld door de Islam, zou hen verhinderen te zeggen dat het verkeerd is vrouwen achter te stellen, homosexuelen te discrimineren of anders gelovigen te bedreigen met geweld. Niet is minder waar. Maar het maakt nogal verschil of je er met je broeders en zusters over in gesprek gaat of dat je de ander bestempelt en behandelt als vijanden. De waarheid is dat iedereen je broeder en je zuster is. De waarheid is ook dat je dus nooit bang hoeft te zijn te zeggen wat er verkeerd is, juist omdat je het goede wil doen en niet dan het goede. Dat is de boodschap van Jezus van Nazareth. Zelf kunnen we hem niet meer tegenkomen, we kennen hem uit de verhalen uit de Bijbel. Maar de manier waarop hij met de mensen omging, waarop hij tegen de wereld aankeek, zijn Geest, die kennen we wel en die is ons juist door die verhalen geschonken.
Daar kunnen we de wereld mee benaderen, in zijn Geest kunnen we de hand uitsteken naar de minsten in de samenleving. Maar in zijn Geest kunnen we ook samenwerken in onze eigen samenleving en delen met ieder die dat nodig heeft. Het ging Jezus er niet om om een baas te worden in de wereld, om in gevecht te gaan met de krachten en machten in de wereld. Dat bleek uit het antwoord op de vraag van Judas. Het zou nog blijken toen hij die menselijke zucht naar macht ook bij Jezus wilde uitlokken. Iemand die zoveel goed deed kon dan toch niet anders doen dan ook zichzelf veilig stellen. Maar dat was nu juist de kracht van Jezus van Nazareth, dat hij nooit iets deed voor zichzelf. Zo wilde hij herinnerd worden en zo wilde hij nagevolgd worden. Het zogenaamd zwakke is het sterkste van de wereld. Uiteindelijk zou zijn Liefde de hele wereld omspannen.
In de oude profetieën werd al voorspeld dat ooit alle volken van de wereld zich zouden keren naar Jeruzalem. Daar lag de Wet van heb-je-naaste-lief-als-jezelf in de Tempel. Met de komst van Jezus van Nazareth moest die Wet uit de Tempel vandaan de wereld in. Dat was wat de Geest zou bewerkstelligen, dat is wat de Geest ook voor ons kan bewerken. Ieder van ons kan in Zjn Geest de hand uitsteken naar de minsten. In ons huis, in onze straat, in onze stad, in ons land, in Europa en in de wereld. Iedereen kan elke dag iets goeds doen voor een ander, vrijwilligerswerk doen voor mensen die dat nodig hebben, boodschappen doen in een fair trade winkel, een brief of briefkaart schrijven voor Amnesty International, een handtekening zetten voor vrede of rechtvaardigheid, stem geven aan mensen wier stem werd gesmoord. Dat is de Geest van God, dat kan vandaag ook.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »
mei 18, 2013
Johannes 14:1-14
De eerste volgelingen van Jezus van Nazareth werden de mensen van de Weg genoemd. Zij probeerden de weg te volgen die Jezus van Nazareth hen had gewezen, ofwel op de manier te leven die hij hen had voorgedaan. Dat was niet eenvoudig. Toen hij nog bij hen was had hij het hen voorgedaan, maar hij was gekruisigd en begraven. Daarna was hij opgestaan en was hij teruggekomen en nog later had hij zijn geest gestuurd. Toch bleef het moeilijk. Daarom heeft de schrijver van het Evangelie van Johannes dit verhaal opgeschreven. Je hoeft niet allemaal op dezelfde manier te geloven. Er zijn vele plaatsen waar je de Weg van Jezus van Nazareth kunt volgen. De Bijbelvertalers vertalen het Grieks dat er staat sinds Luther graag met “kamers”, maar er staat eigenlijk plaats, een plaats door Jezus gereed gemaakt.
Voordat Jezus gekruisigd en gestorven was wisten ze niet waar het verhaal op uit zou lopen. Tomas had er nog naar gevraagd, zoals hij na de opstanding was blijven vragen naar de wonden die Jezus had opgelopen. Filippus had nog steeds niet door dat God dienen hetzelfde zou zijn als doen als Jezus deed. Pas na de opstanding had hij door dat al die profeten waar hij van had gehoord datzelfde hadden verteld. Toen zag hij de mensen langs de weg wel degelijk. Als je iets wilt op de manier waarop Jezus van Nazareth dat wilde dan krijg je dat ook. Maar pas toen de Geest over hen kwam snapten ze het.
Toen wisten ze dat de liefde voor de naaste als voor jezelf de sleutel was tot een wereld zonder tranen en verdriet. Toen wisten ze dat delen met elkaar, desnoods delen van jezelf, de Weg was. De Weg die Jezus was gegaan en die hem bij de Vader had gebracht. Toen wisten ze pas dat zij ook die Weg moesten gaan en de hele bewoonde wereld van die Weg moesten vertellen. Toen wisten ze pas dat ze moesten delen met al die mensen uit de hele bewoonde wereld. Toen wisten ze pas dat de Vader ook in hen kon zijn als ze zich maar bleven herinneren hoe Jezus van Nazareth was geweest. Want zijn beslissing om zijn macht en populariteit niet te gebruiken maar zich eerder aan het kruis te laten hangen dan zijn volk bloot te stellen aan een bloedige oorlog had hen de macht gegeven een gemeenschap van Liefde te vormen, samen die weg ook te gaan. Johannes was de laatste die het verhaal van Jezus van Nazareth had opgeschreven. Er was toen al een hele tijd overheen gegaan en veel mensen waren de Weg van Jezus van Nazareth gegaan tot in de dood toe. Maar Johannes wist, en schreef dat op, dat wie de Weg volgt van Jezus van Nazareth net zoveel als hij kan doen, meer nog als je blijft leven. We kunnen de armen bevrijden, de hongerigen voeden, die nieuwe wereld naderbij brengen. Elke dag opnieuw.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »
mei 17, 2013
Psalm 10
Vandaag zingen we een Psalm zonder opschrift. De enige psalm in de Bijbel die niet een opschrift heeft. Geen titel, geen melodie, geen dichter of doel wordt genoemd. De geleerden nemen aan dat het komt omdat we eigenlijk gewoon het tweede deel van Psalm 9 zingen. Daar was ook al sprake van ellende maar het leek er tenminste nog op dat de God van Israël zich er mee bezig zou gaan houden. Maar Psalm 9 eindigt met het woordje “sela” dat in alle andere Psalmen alleen staat op een punt waar even een adempauze genomen kan worden. En omdat de volgende Psalm dus zonder het gebruikelijke begin staat geschreven zou je inderdaad best kunnen aannemen dat de beide Psalmen bij elkaar horen en misschien wel ooit als 1 Psalm in de bundel hebben gestaan. Toch is het helemaal niet verkeerd eens de aandacht te vestigen op deze tiende Psalm.
Het gaat hier over de goddelozen. Nu zijn in de Bijbel de goddelozen niet direct de mensen die niet geloofden in de God van Israël. Mensen die ergens anders in geloven worden in de Bijbel Heidenen genoemd. Die geloven in goden die ze zelf hebben gemaakt, maar ook van die zelfgemaakte goden mag je over het algemeen niet doden, niet stelen, niet liegen en het volk waar je bij hoort niet in gevaar brengen. Zelfs het beledigen van die goden is meestal behoorlijk strafbaar. Goddelozen zijn in de Bijbel die mensen die zich niet houden aan die eenvoudige regels. Ze maken zich volgens deze Psalm zelf wijs dat er geen God bestaat. Niemand die immers rekenschap vraagt van hun daden? Ze kunnen er schijnbaar ongestrafd op los roven, armen uitbuiten, weduwen en wezen onderdrukken, liegen en bedriegen en anderen gebruiken om hun eigen lust te bevredigen. Alleen als ze echt rijk zijn gaat het knagen, dan vervloeken zij de God van Israël en moeten zij luid laten weten hoe verachtelijk die God van delen en medemenselijkheid wel niet is.
De Psalmdichter vraagt zich af hoe mensen toch zo dwaas kunnen zijn. De God van Israël hoort immers het schreeuwen van de onderdrukten, met opgeheven arm bevrijdde hij zijn volk uit de slavernij in Egypte. De God van Israël hoort de wens van de nederigen, hij bemoedigt hen en luistert met aandacht. De God van Israël doet recht aan wezen en verdrukten, daar kom je niet zomaar van af. In de Bijbel is het aanwezig zijn van armen en behoeftigen een schande voor de rijken. Zolang er nog armen zijn, zolang er nog honger wordt geleden, mensen geen kleding kunnen kopen, zieken creperen omdat er geen zorg is, deugen de rijken niet. Het bestaan van de minsten is een directe aanklacht tegen de rijksten. Natuurlijk hoor je dan dat mensen dat aan zichzelf te danken hebben. Ze roken te veel, ze drinken te veel, ze eten verkeerd en daardoor worden ze ziek. Wie aan het gif en het verkeerde voedsel verdient heeft en er rijk van geworden is moet je daar niet op aanspreken. Er ligt dus ook een keus in deze Psalm. Bij wie wil je horen, bij de volgers van de Weg van de God van Israël? Of bij de goddelozen? Elke dag opnieuw mag je kiezen. Ook vandaag weer.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »
mei 16, 2013
1 Koningen 2:1-12
David was drie en dertig jaar Koning in Jeruzalem. Jezus van Nazareth was drie en dertig jaar toen hij aan het kruis stierf. Die getallen staan er niet zomaar, die staan er om de volheid van hun tijd aan te duiden.Het getal van de volheid is veertig en aangezien David ook zeven jaar in Hebron had geregeerd is zijn tijd echt vol. Bij Jezus was er kennelijk nog een zeven jaar bij God nodig. Die jaren zijn geen jaren uit onze geschiedenisboekjes, die jaren duiden aan dat de levens en de verhalen er over op de God van Israël betrokken zijn en dat ze gaan over de geschiedenis zoals de God van Israël onze geschiedenis heeft veranderd. Maar alle mensen gaan dood en ook David gaat dood. Hij gaat de weg van de aarde staat er letterlijk. En voor een belangrijk persoon sterft wordt er een testament gemaakt, Ook David maakt zijn testament voor zijn zoon.
Er zijn vier elementen in dat testament. Ten eerste wordt de belofte van de God van Israël herhaald dat het huis van David zal blijven zolang dat huis van David verbonden blijft met de God van Israël. Voor Salomo betekent dit dat hij de wetten van Mozes zal moeten onderhouden. Hij krijgt dus uitdrukkelijk de opdracht de weduwe en de wees te beschermen, de arme recht te doen en de vreemdeling gastvrij te ontvangen. Maar hij krijgt ook waarschuwingen. Allereerst Joab. David verwacht dat Joab zijn eigen agenda ten uitvoer zal brengen zoals inderdtijd met Abner en Amasa had gedaan, tegen het bevel van David in had hij ze gedood. Vreemdelingen moet hij gastvrij ontvangen en met name de nazaten van Barzilai die als buurman van Israël toch David ontving toen hij op de vlucht was voor Absalom. Zijn zonen hebben recht op de beloning die Barzilai weigerde. David waarschuwt ook voor Simi, die tijdens de vlucht voor Absalom David bekogelde met stenen en verwensingen. Ook hij zal proberen zijn eigen agenda te volgen.
Zo komt er dus een einde aan het bewind van David. Zo komt er schijnbaar ook een einde aan het verhaal over David. De Koning wordt begraven op de Davidsburcht in Jeruzalem. Hij verlaat het paleis dus niet. Het paleis in Jeruzalem blijft dus het huis van David en alle Koningen die daar wonen mogen zich Koningen weten van het huis van David. De opdracht zich te houden aan de wetten van Mozes geldt dus niet alleen voor Salomo maar voor alle Koningen uit het huis van David. Daarmee is het verhaal van David dus niet uit. De Zoon van David die wij het beste kennen, Jezus van Nazareth, liet die Wetten van Mozes uit de Tempel de wereld in gaan zodat alle volken op aarde die wetten zouden kunnen volgen. Wetten die zich laten samenvatten in het heb uw naaste lief als uzelf. Ook wij horen dus de oproep van David. Ook wij kunnen Koningen en Priesters worden zoals David geschetst heeft, door te luisteren naar en te handelen volgens die Wet. Dat mag elke dag opnieuw, ook vandaag.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »
mei 15, 2013
1 Koningen 1:41-53
In de laatste jaren van Koning David bleef het kennelijk vrede in Israël. David had zijn lijfwachten, de Keretieten en Peletieten. Als er echt een leger op de been zou moeten worden gebracht dan moest de sjofar, de ramshoorn, geblazen worden om het leger van Israël te verzamelen. Die ramshoorn had nu ook geklonken en de bevolking van Jeruzalem had zich verzameld. Ze hadden zich niet verzameld om ten strijde te trekken maar om hun nieuwe koning te verwelkomen. Een koning die op een muilezel kwam, die zich liet zalven bij de dorpspomp, die koning werd terwijl alle deftige personen uit de stad elders zaten te dineren. Het was dus kennelijk een koning voor de gewone mens, een koning zoals David koning was geweest, hij had ook het goedkeuringsstempel van David gekregen. Zo wil je wel blij zijn met een Koning, een Koning van de vrede die het volk tot haar recht wil laten komen.
Maar hoe moet dat dan met de kroonprins Adonia die zich door de deftigheid van de stad tot Koning had laten uitroepen? Die deftigheid daar had hij niet veel aan. Toen ze door hadden wat er gebeurd was sloeg de schrik hen op het hart. Ze stonden op van hun feestmaaltijd en gingen met spoed naar huis. Zou hun steun voor Adonia worden uitgelegd als een opstand tegen David, de wettige koning? Zouden ze gestraft worden voor hun steun aan Adonia? Salomo was nu al een geliefde koning, een koning ook die kon steunen op een gediciplineerd en ervaren legertje, de lijfwacht van zijn vader. Alle reden dus om in de onzekere tijd de goede kant te kiezen. Ook Adonia ziet in dat het geen zin heeft tegen Salomo een burgeroorlog te beginnen. Hij zocht te veiligheid.
Volgens de Bijbel moet er in elke samenleving ergens een plaats zijn waar een bloedig conflict onbloedig opgelost kan worden. In Israël en Judea waren daarvoor de horens van het altaar in de Tent der Ontmoeting, later in de Tempel, aangewezen. Als je die weet te grijpen dan mag men je niet zonder meer gevangen nemen en eventueel zelfs ter dood brengen. Een asielplek voor misdadigers. Heel lang heeft in onze geschiedenis elk kerkgebouw en elk klooster een dergelijke functie gehad. Nu nog staat in onze wet dat de overheid een godsdienstoefening niet mag verstoren zolang die godsdienstoefening bezig is. Er staat echter geen sanctie op maar dat kerkasiel wordt ondanks dat nog wel eens verleend aan vreemdelingen die vermalen worden in onze administratie en de weigering van het land van herkomst hen te erkennen. Zolang als dat kerkasiel duurt vindt er een godsdienstoefening plaats. Adonia redt zich het leven door het asiel. Salomo is niet van plan het conflict op de spits te drijven en laat hem gaan. Het zou goed zijn als onze overheid daar een voorbeeld aan zou nemen. Wij kunnen daarbij helpen door de kerkasielacties te steunen als ze weer plaats vinden. Zorgen voor vreemdelingen en vrede stichten met hen kan elke dag, ook vandaag weer.
Geposted in Zonder categorie | Geen reakties »