Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Ze gehoorzaamde

januari 21, 2019

Ester 2:19-23
19 Eens, toen er opnieuw jonge meisjes bij elkaar werden gebracht, deed Mordechai dienst in de Koningspoort. 20 Ester had nog steeds niet verteld uit welke familie of welk volk ze stamde, zoals Mordechai haar op het hart had gedrukt; ze gehoorzaamde Mordechai zoals voorheen, toen hij als pleegvader voor haar zorgde. 21 Toen Mordechai dus in de Koningspoort zat, gebeurde het dat twee eunuchen die de koning als lijfwacht dienden, Bigtan en Teres, uit verbittering een plan beraamden om koning Ahasveros om het leven te brengen. 22 Dit voornemen kwam Mordechai ter ore en hij bracht koningin Ester ervan op de hoogte, en Ester vertelde namens Mordechai alles aan de koning. 23 De zaak werd onderzocht en de beschuldiging bleek gegrond. De beide mannen werden aan een paal gehangen. En in aanwezigheid van de koning werd dit alles opgetekend in de kronieken. (NBV)
Tussen het feest dat uitliep op de verstoting van Koningin Wasti en de keuze van Ester tot koningin liggen volgens geleerden toch een aantal jaren en in de geschiedenisboeken kun je teruglezen dat die wrede koning Xerxes in die tijd een veldtocht tegen Griekenland heeft gehouden. Toen het verhaal over Ester werd geschreven was die informatie zo vanzelfsprekend dat het maar zou afleiden, maar voor ons maakt het ineens duidelijk waarom er tegen de koning werd samengespannen. Oorlog brengt immers maar onrust mee en verlies van geld om kostbare feesten te organiseren. Die Mordechai, de oom van Ester, hoorde het in de poort van de koning wordt er dan vertaald. Maar in de Joodse termen is de Poort ook de rechtbank, daar werd recht gesproken. De Poort van de Koning zou dan gemakkelijk de hoogste rechtbank kunnen zijn waar eigenlijk door de Koning recht zou moeten worden gesproken.
Maar een koning zelf geen tijd heeft om het recht om te buigen in de richting van zijn personeel maar eerlijke rechters aanstelt dan ligt een aanslag voor de hand. Per slot van rekening zien we dagelijks in landen met een dictatuur dat er met geweld afgedwongen wordt wat men met democratie en recht niet kan verkrijgen. Rijken en rijke landen hebben het daarbij nog gemakkelijker want die kunnen hun recht vaak gewoon kopen. En ook zonder te vechten lukt het machtige landen als Amerika en Rusland hun wil aan anderen op te leggen. In het verhaal van Ester was het maar goed dat ze zo’n ingang bij de koning had dat ze hem kon waarschuwen namens Mordechai, een aanwijzing dat Mordechai zelfs wellicht één van de rechters in de Koninklijke rechtbank was.
Wij weten dat dergelijke aanslagen problemen alleen maar erger maken. Of het nu gefrustreerde Moslims zijn die aanslagen plegen tegen het Westen, of legers die proberen ontevreden groepen neer te slaan, uiteindelijk ontstaan er spiralen van kwaad tot erger waar onschuldigen nog het meest slachtoffer van worden. Offers die niet in verhouding staan tot het doel van de aanslagen. Waarschuwen daartegen kan kennelijk niet hard genoeg. Toch horen we nog al te vaak dat er op geslagen moet worden om vrede en orde te krijgen in plaats van dat er geluisterd moet worden en recht gedaan aan gevoelens van onvrede die mensen kunnen hebben. Stem geven aan de ontrechten en stemlozen is dan de boodschap. Mordechai luisterde en zag het gevaar, Ester gehoorzaamde en waarschuwde. Nu is de vraag wat wij gaan doen.

Het Feestmaal van Ester

januari 20, 2019

 

Ester 2:12-18

12 Een meisje was aan de beurt om de nacht met koning Ahasveros door te brengen wanneer na twaalf maanden haar schoonheidsbehandeling overeenkomstig de voorschriften voor de vrouwen voltooid was: zes maanden werd ze behandeld met mirreolie, zes maanden met balsem en andere schoonheidsmiddelen. 13 En telkens als er een meisje na deze voorbereiding naar de koning ging, werd haar uit het vrouwenverblijf alles wat ze wenste meegegeven naar het koninklijk paleis. 14 ‘s Avonds ging ze daar naar binnen, ‘s morgens keerde ze terug; ze kwam dan in een ander deel van het vrouwenverblijf, dat onder toezicht stond van Saäsgaz, de eunuch die de koning diende als bewaker van de bijvrouwen. Ze ging niet opnieuw naar de koning, tenzij hij haar begeerde en zij persoonlijk bij hem werd ontboden. 15 Toen het de beurt was van Ester-de dochter van Abichaïl, die een oom was van haar pleegvader Mordechai-verlangde zij niets anders mee te nemen dan wat haar werd aangeraden door Hegai, de eunuch die de koning als haremwachter diende. En allen die Ester zagen, keken vol bewondering naar haar. 16 Zo werd Ester bij koning Ahasveros gebracht, in het koninklijk paleis, in het zevende jaar van zijn regering, in de tiende maand, de maand tebet. 17 En de koning voelde voor Ester meer liefde dan voor alle andere vrouwen, meer dan alle andere meisjes verwierf zij zijn bewondering en genegenheid. Daarom deed hij haar de koninklijke hoofdband om en maakte haar koningin in de plaats van Wasti. 18 De koning richtte een groot feestmaal aan voor al zijn rijksgroten en hoge functionarissen, het Feestmaal van Ester. Ook kondigde hij voor alle provincies een rustdag af, en met een vrijgevigheid die men van een koning mag verwachten deelde hij geschenken uit. (NBV)

De Koninklijke loopbaan van Ester begint goed. Mocht Wasti nog op komen draven voor een dronken koning en zijn beschonken rijksgroten, voor Ester wordt speciaal een feestmaal bereid haar ter ere. Het ene feestmaal is dus het andere niet. Nauwkeurig wordt overigens opgetekend hoe het in de harem van zo’n koning toeging. Een verhaal dat haar sporen in zowel de Europese als de Arabische literatuur gekregen heeft. Je kunt de sprookjes uit 1001 nacht er zonder moeite aan vast plakken. In de Europese literatuur bestaat een toneelbewerking door de Franse toneelschrijver Racine. Speciaal geschreven ooit voor een meisjesschool in fraaie alexandrijnen, net zoals de Gijsbrecht van Vondel. Koning Ahasveros komt in dat stuk zijn troon niet af. Die koningstroon beheerst het toneel en daar draait alles om.

Zo wordt in de wereld de macht van mannen nog zeer vaak afgebeeld en met dat beeld worden meisjes maar al te gemakkelijk opgevoed, tot op de dag van vandaag. Doordat Racine alle rollen onbekommerd door meisjes liet spelen werd duidelijk wat een rare Heidense voorstelling dat mancentrisme eigenlijk is. Dat Wasti weigert om op te draven is niet meer dan natuurlijk. Dat Esther niets meeneemt dan dat wat een ervaren man haar aanraadt, is ook niet meer dan logisch. Dat ze koningin wordt ligt buiten haar macht, haar oom had haar naar het paleis gestuurd, de eunuch bewaakt haar, de koning kiest haar. Maar wie Ester is weet nog niemand. Denk dus niet dat vrouwen op hoge posities automatisch de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen tot uitdrukking brengen.

De excuus Truus is niet alleen een term uit de vrouwenbeweging maar moet ons allemaal waarschuwen voor mannenmacht die zich weet te omringen met vrouwelijke schoonheid zonder naar de kwaliteiten van de mens te kijken. Het verhaal van Ester moet ons leren dat die mannenmacht niet past in het verhaal van de bevrijding van Israel. Het is een onderdrukking die is overgebleven ook nadat de ballingen zijn teruggekeerd naar Jeruzalem. En voor die teruggekeerde ballingen is het verhaal beter te accepteren nu de gehate koning Ahasveros wat van zijn streken terugkrijgt. Er zijn echter te veel mannen die iets hebben van Ahasveros. Ze kunnen best klaar staan met geschenken en ze gunnen een ieder een vrije dag, maar het delen van macht is nog wat anders. Daar zal een ieder in eigen omgeving de verhoudingen nog eens op moeten controleren. Ons wacht een taak.

Dit voorstel vond instemming bij de koning

januari 19, 2019

Ester 2:1-11

1 Na verloop van tijd, toen de woede van koning Ahasveros bedaard was, gingen zijn gedachten weer uit naar Wasti; hij overdacht wat ze had gedaan en wat er over haar besloten was. 2 Daarom opperden zijn kamerdienaars: ‘Er zouden voor de koning mooie jonge meisjes gezocht moeten worden, meisjes die nog maagd zijn. 3 De koning zou in alle provincies van zijn rijk gevolmachtigden moeten aanstellen met de opdracht op zoek te gaan naar de mooiste meisjes en die bij elkaar te brengen in de burcht van Susa, in het vrouwenverblijf. Daar zouden ze onder toezicht van Hegai moeten worden gesteld, de eunuch die de koning als haremwachter dient, en een schoonheidsbehandeling moeten krijgen. 4 En het meisje dat de koning het meest bevalt, zou dan koningin moeten worden in de plaats van Wasti.’ Dit voorstel vond instemming bij de koning en hij voerde het uit. 5 Nu woonde er in de burcht van Susa een zekere Mordechai, een Jood. Hij was een zoon van Jaïr, de zoon van Simi, de zoon van Kis, uit de stam Benjamin. 6 Hij was een van de mensen die samen met Jechonja, de koning van Juda, door koning Nebukadnessar van Babylonië als ballingen uit Jeruzalem waren weggevoerd. 7 Deze Mordechai was de pleegvader van Hadassa, ook Ester genoemd, die een nicht van hem was en geen vader of moeder meer had. Na de dood van haar ouders had Mordechai haar als dochter aangenomen. Het meisje was lieftallig en mooi. 8 Toen nu het besluit van de koning in een verordening bekend was gemaakt en er veel meisjes bij elkaar werden gebracht in de burcht van Susa, waar ze onder toezicht van Hegai kwamen te staan, werd ook Ester naar het koninklijk paleis overgebracht en onder toezicht van deze haremwachter gesteld. 9 Het meisje stond hem aan en won zijn genegenheid. Daarom liet hij haar zonder uitstel de schoonheidsbehandeling en het voorgeschreven voedsel geven en stelde hij zeven voortreffelijke dienaressen uit het koninklijk paleis tot haar beschikking. Bovendien bracht hij haar samen met deze dienaressen over naar het mooiste gedeelte van het vrouwenverblijf. 10 Ester had niet verteld uit welk volk of welke familie ze stamde; Mordechai had haar namelijk op het hart gedrukt dit niet bekend te maken. 11 En iedere dag wandelde Mordechai langs de voorhof van het vrouwenverblijf om te weten te komen hoe het met Ester ging en wat er met haar zou gebeuren. (NBV)

Die koning lijkt het wel nooit te leren. Heeft zijn vorige koningin Wasti hem toch ernstig in verlegenheid gebracht omdat hij meer keek naar haar schoonheid dan naar haar waardigheid, nu schrijft hij voor haar opvolgster een schoonheidswedstrijd uit. Je merkt al aan de opbouw van het verhaal dat die koning straks zijn streken thuis zal krijgen. We maken namelijk kennis met Mordechai, een Jood. Hij was ooit uit Jeruzalem als balling weggevoerd. Op de een of andere manier was hij niet mee teruggekeerd met de andere ballingen. Terugkeren is voor mensen die gedwongen waren naar een vreemd land te verhuizen niet altijd even gemakkelijk. Ook in ons midden wonen veel mensen die ooit gevlucht waren uit een land omdat ze daar gevaar liepen maar die niet terug zijn gegaan toen het gevaar geweken was. Tussen de vlucht en het opnieuw veilig worden van het thuisland kan wel eens een hele tijd verlopen.

En dan kan je in je veilige haven een nieuwe relatie hebben opgebouwd, dan kunnen je kinderen er zijn geboren en getogen, dan kun je een carrière hebben opgebouwd die je niet zomaar kan verlaten. Zo kunnen er vele redenen zijn om toch te blijven. Moet je dan je eigen overtuigingen en je cultuur opgeven? Voor veel vluchtelingen waren het nu juist die opvattingen of die cultuur die hen in gevaar brachten en dwongen om te vluchten. Opgeven daarvan is dan een nederlaag achteraf. Bovendien kunnen die nieuwe culturen ons verrijken en helpen een betere kijk op de wereld te krijgen. En daar zijn we weer bij het boek Ester want die Mordechai was wel uit Jeruzalem weggevoerd maar hij had de leer van Mozes die daar in de Tempel werd bewaard niet in de steek gelaten. Hij had gehoorzaam aan die wetten de zorg op zich genomen voor zijn nichtje Ester, eigenlijk Hadassah geheten.

Ester is de Perzische vertaling van het Joodse Hadassah en betekent “ster” Zij wordt de ster van het verhaal want uit al die mooie meisjes van het land wordt zij door de koning gekozen als de allermooiste. Niet dat de koning weet wat hij eigenlijk kiest maar daar zal hij nog wel achter komen.  Mordechai laat haar tenminste ook nu niet in de steek maar bleef nauwkeurig in de gaten houden wat er ging gebeuren. Wij weten inmiddels best dat we even verder moeten kijken dan de uiterlijke schoonheid. Daarom is het maar goed dat in veel landen de regels bij de modeshows wat strenger geworden zijn. Daar is de strijd begonnen tegen de anorexia als kwaal van schoonheid. Wellicht dat daardoor duidelijk wordt hoe ongezond die schoonheidswedstrijden zijn. Elk mens is immers net zo mooi als de God door wie die mens geschapen is.

Iedere man thuis heer en meester

januari 18, 2019

Ester 1:13-22

13 Hij wendde zich tot de wijzen, die kennis bezaten van het verleden. De koning was namelijk gewoon zijn zaken voor te leggen aan al zijn wets- en rechtsgeleerden. 14 Zijn meest vertrouwde raadsheren waren Karsena, Setar, Admata, Tarsis, Meres, Marsena en Memuchan, de zeven rijksgroten van Perzië en Medië; zij hadden vrij toegang tot de koning en bekleedden de hoogste posten in het rijk. 15 ‘Wat zegt de wet?’ vroeg de koning. ‘Wat moet er gebeuren met koningin Wasti, nu ze geen gehoor heeft gegeven aan het koninklijk bevel dat haar door de eunuchen is overgebracht?’ 16 Daarop verklaarde Memuchan ten overstaan van de koning en de rijksgroten: ‘Niet alleen tegenover de koning heeft koningin Wasti zich misdragen, maar ook tegenover alle rijksgroten en alle volken in de provincies van koning Ahasveros. 17 Immers, wat de koningin heeft gedaan, zal alle vrouwen ter ore komen en hen ertoe aanzetten hun echtgenoten te minachten. Ze zullen zeggen: “Koning Ahasveros gaf bevel om koningin Wasti bij hem te brengen, maar ze kwam niet.” 18 Nog vandaag zullen de vrouwen van alle rijksgroten van Perzië en Medië, zodra ze hebben gehoord wat de koningin heeft gedaan, zich hierop beroepen tegenover hun echtgenoten, en dat zal leiden tot veel minachting en ergernis. 19 Als het de koning goeddunkt, laat hij dan een koninklijk besluit uitvaardigen dat schriftelijk in de wetten van Perzië en Medië wordt vastgelegd, zodat het niet kan worden herroepen. Hierin moet bepaald worden dat Wasti koning Ahasveros niet meer onder ogen mag komen en dat de koning haar koninklijke waardigheid aan een ander zal geven, die beter is dan zij. 20 Als in het hele rijk-en dat is groot! bekend wordt dat de koning een dergelijke verordening heeft uitgevaardigd, dan zullen alle vrouwen, van de hoogste tot de laagste, hun echtgenoten met respect bejegenen.’
21 Het voorstel van Memuchan vond instemming bij de koning en de rijksgroten, en de koning volgde het op. 22 Hij stuurde brieven naar alle provincies van zijn rijk, naar elke provincie in haar eigen schrift en naar elk volk in zijn eigen taal. Daarin stond dat iedere man thuis heer en meester moest zijn, en ook dat hij de taal van zijn eigen volk moest spreken. (NBV)

Dat het een wet is van Meden en Perzen is zelfs in ons taalgebruik een spreekwoord geworden. Merkwaardigerwijze wordt er mee bedoeld dat het een onveranderlijke, onaantastbare wet is geworden. Niet zoals dat hier in het verhaal over Ahasveros en Wasti staat :een wet van Heidenen en Heersers. Want dat is het natuurlijk wel. Al die mannetjes voelen zich behoorlijk genomen. Wijzen worden ze genoemd en als je er een toneelstuk van zou maken kon er op dat moment in het stuk hartelijk worden gelachen door het publiek. Die Koningin Wasti had niet alleen de Koning tuk, ze had al die rijksgroten en belangrijke mannetjes tuk, als alle vrouwen haar voorbeeld zouden volgen dan zou er geen mannenmacht meer overblijven.

Je zou toch bijna zeggen dat mensen die mee willen doen met het verhaal van Israel en van Jezus van Nazareth, die geloven in God en zijn Bijbel zoals ze ook wel zeggen, zouden weten dat de wetten van heersers als Ahasveros vals en onwaar zijn. Merkwaardig is dan toch op te merken dat mannen die het hardste roepen dat ze nog de taal van de Bijbel spreken en zich aangevallen te voelen door iedereen die daaraan afbreuk wil doen, de mannen van de Staatkundig Gereformeerde Partij bijvoorbeeld, de Heidense wet van Ahasveros tot Goddelijke Wet hebben verheven en vrouwen buiten de politiek willen houden. Koningin Wasti heeft al helemaal in het begin van het carnavalsverhaal duidelijk gemaakt dat die mannetjes en heren helemaal niet kunnen zonder verstandige vrouwen. Ze maakt duidelijk dat vrouwen gelijkwaardig zijn aan mannen. Die mannen hebben een Wet met een hoofdletter nodig om hun macht tot uitdrukking te brengen.

De vrouwen hebben slechts een woord van drie letters nodig: NEE!. Volgens dit verhaal moest elke man de taal van zijn eigen volk spreken. Vrouwen hoefden helemaal niet te spreken, in stilte schudden met het hoofd van nee is meer dan voldoende. Het moet ook een waarschuwing voor vrouwen zijn. Eeuwenlang immers doen mannen al of de Wet van Ahasveros ook de Wet van God is. Vrouwen laten zich dat maar al te gemakkelijk gezeggen. Ze zouden vandaag van Wasti moeten leren dat elke wet die vrouwen uitsluit of tot minder verklaard een Heidense en Goddeloze wet is. Koning Ahasveros zocht inmiddels een betere vrouw en wij weten dat in een volgende akte in het spel ene Ester haar entree zal maken. Zal die dan wel gehoorzaam zijn? Of zal die Esther een eigen politieke betekenis krijgen in het verhaal. Het carnavalsverhaal uit de Bijbel leest als een vervolgverhaal, het blijft spannend.

Een feestmaal voor al zijn rijksgroten en hoge functionarissen

januari 17, 2019

Ester 1:1-12

1 Het was in de tijd van Ahasveros, de Ahasveros die regeerde over een rijk dat zich uitstrekte van India tot Nubië en dat honderdzevenentwintig provincies telde. 2-3 In het derde jaar van zijn regering, toen hij in de burcht van Susa zetelde, richtte deze koning Ahasveros een feestmaal aan voor al zijn rijksgroten en hoge functionarissen; alle bevelhebbers van het leger van Perzië en Medië, de adel en de hoofden van de provincies waren aanwezig. 4 Vele dagen spreidde hij de rijkdom en luister van zijn koningschap tentoon en de pracht en praal van zijn majesteit-honderdtachtig dagen lang. 5 Toen deze dagen voorbij waren, richtte de koning een feestmaal aan voor alle bewoners van de burcht van Susa, van hoog tot laag. Dit duurde zeven dagen, en het werd gehouden in de binnenhof van de tuin van het koninklijk paleis. 6 Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. 7 Er werd wijn geschonken in gouden bekers, de ene nog fraaier dan de andere, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten. 8 En bij het drinken gold de regel: geen beperkingen; de koning had alle hofmeesters opgedragen aan ieders wensen tegemoet te komen. 9 Ook Wasti, de koningin, richtte een feestmaal aan, voor de vrouwen in het paleis van koning Ahasveros. 10 Op de zevende dag, toen de koning door de wijn in een vrolijke stemming was, beval hij Mehuman, Bizzeta, Charbona, Bigta, Abagta, Zetar en Karkas-de zeven eunuchen die zijn persoonlijke dienaren waren 11 om koningin Wasti, getooid met de koninklijke hoofdband, bij hem te brengen; hij wilde de rijksgroten van de volken haar schoonheid laten zien, want zij was mooi. 12 Maar toen haar het bevel van de koning door de eunuchen werd overgebracht, weigerde koningin Wasti te komen. Dit ergerde de koning zeer en hij ontstak in woede. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het boek Ester. Een verhaal voor Carnaval en dat zullen we de bij het lezen van dit boek ook hier uitbundig merken. Of Carnaval dan iets met de Bijbel te maken heeft? Reken maar van wel. “Zijn woord wil deze wereld omgekeerd” dichtte ooit Huub Oosterhuis met in gedachten de lofzang van Maria, en met Carnaval is de wereld een klein beetje omgekeerd. Trek een deftig pak aan, zet een bijzondere hoed op je hoofd, hang een fraaie keten om en je bent net een hoge heer, een rijksgrote of hoge functionaris. Met Carnaval is de grootste zot de baas en die maakt daarmee alle praal van de hoge heren, de rijken en machtigen, in drie dagen voor een heel jaar belachelijk.

De Joden hebben hiervoor hun Purim feest, een feest van maskerades en jolijt, wij hebben het Carnaval. In de Bijbel vinden we hierover het boek Ester dat traditioneel rond het Purimfeest wordt gelezen en waaraan we hier beginnen. Een fantastisch sprookjesachtig feest richt de koning aan. Ahasveros heet hij hier en in de geschiedenis is hij bekend als de wrede koning Xerxes. Hij is koning over de halve wereld zegt het verhaal hier aan het begin. En maanden lang wordt er feest gevierd. Hard werken dus voor het personeel van de koning, de koks, de lakeien, de bedienden, dag in dag uit, avond aan avond en elke nacht sjouwden ze met eten en drinken, stonden ze te koken en af te wassen. Reken maar dat ze blij waren toen het feest voorbij was. En toen kregen ze nog een feest, aangeboden door een koning die er kennelijk niet genoeg van kon krijgen.

De eerste 12 verzen van dit verhaal schilderen ons het prachtige paleis, met een overdadig feest en allemaal deftige mannetjes die met hun veren pronken. Geen wonder dat de koningin maar een eigen feest begint. Als je zoveel maanden het feestgedruis voor je deur hebt gehad begin je er vanzelf trek in te krijgen. En dan wordt het spannend. Natuurlijk, bij een feest horen voor de mannen mooie vrouwen. Als je een mooie vrouw hebt wil je er mee pronken nietwaar, net als met de gouden bekers, de draperieën en het linnen tafellaken. Maar vrouwen zijn geen voorwerpen. Vrouwen zijn mensen net als mannen. En daarom vertelt het verhaal dat Koningin Wasti de wereld omdraait en zich niet laat bewonderen, zeker niet als ze alleen maar een hoofdband als kleding moet dragen, ze weigert. Misschien dat vele vrouwen het goede voorbeeld moeten volgen en zich niet langer laten gebruiken, misschien ook dat vele mannen er van moeten leren en moeten ophouden hun vrouwen als voorwerp te gebruiken. Voor ons geldt in elk geval dat we ons op een feest kunnen voorbereiden.

Met wie wil je God vergelijken

januari 16, 2019

Jesaja 40:21-31

21 Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Is het je niet van meet af aan verteld? Is het niet al helder sinds de grondvesting van de wereld? 22 Hij troont boven de schijf van de aarde- haar bewoners zijn als sprinkhanen-, hij spreidt de hemel uit als een doek, spant hem uit als een tent om in te wonen. 23 Hij maakt vorsten nietig, de leiders van de aarde onbeduidend: 24 nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks gezaaid, nauwelijks hebben ze wortel geschoten, of hij blaast over hen, en ze verdorren
en de stormwind neemt hen op als kaf. 25 Met wie wil je mij vergelijken, zegt de Heilige, aan wie ben ik gelijk te stellen? 26 Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen? Hij laat het leger sterren voltallig uitrukken, hij roept ze bij hun naam, een voor een; door zijn kracht en onmetelijke grootheid ontbreekt er niet één. 27 Jakob, waarom zeg je-Israël, waarom beweer je: ‘Mijn weg blijft voor de HEER verborgen, mijn God heeft geen oog voor mijn recht’? 28 Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Een eeuwige God is de HEER, schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput, zijn wijsheid is niet te doorgronden. 29 Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed. 30 Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen, 31 maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput. (NBV)

Dat willen we maar al te graag. God met iets of iemand vergelijken. We spreken over God vaak als over een mens. God woont in de hemel heet het dan, of dat dan wat duidelijk maakt, want die hemel is hoger dan de blauwe luchten en de sterretjes van goud wisten de kinderen al te zingen. God was tot verbazing van de ruimtevaarders al niet in de ruimte te vinden. Echte gelovigen hadden dit gedeelte uit het boek van de Tweede Jesaja al gelezen en al bedacht dat God daar tussen maan en aarde in elk geval niet te vinden zou zijn en ook niet verder in het heelal. Zulke menselijke maten zijn op God niet van toepassing, daarmee is God ook niet te meten, zelfs niet in lichtjaren. God gaat alle verstand te boven. Er is een tijd geweest dat Griekse filosofen alles onder woorden wilden brengen, alles moest kunnen worden bedacht en aan regels worden onderworpen die uit het denken voortkwamen.

Ook de goden moesten beantwoorden aan regels. Maar toen die regels toegepast werden op de God van Israël toen bleek die niet aan die regels te voldoen. De conclusie was zeer eenvoudig, God bestaat niet. In de tijd van de verlichting, toen de meeste natuurwetten werden ontdekt leefde het verlangen weer op om God onder woorden te kunnen brengen en de natuurwetten te ontdekken waaraan de God van Israël zou voldoen. Ook dat experiment lukte niet en opnieuw moest worden vastgesteld dat God niet bestaat. Het bestaan van God is een vergelijking die wij mensen graag maken. Maar de Tweede Jesaja schrijft al dat God helemaal nergens mee te vergelijken is. In zijn tijd werden goden afgebeeld door kundige ambachtslieden. Prachtige kunstwerken konden worden vervaardigd die de goden afbeelden. Alleen een beeld van de God van Israël bestond niet. Jezus van Nazareth, die Gods zoon genoemd zou worden, zou veel later zeggen dat niemand God kon zien als men niet naar Jezus van Nazareth keek.

Daarbij ging het dan om wat hij deed en waartoe hij opriep. In het verhaal van Israël over hun verhouding met God ging het om een verbond waarbij God zou zorgen voor dat volk en dat volk hun naaste lief zou hebben als zichzelf. Dat volk bestaat nog steeds. Dat volk ging in ballingschap maar keerde terug naar het land dat hen geschonken was. Daar schrijft deze Jesaja over en dat is voor hem een wonder. Volken die in ballingschap gaan verdwijnen meestal in de geschiedenis. Alleen als ze op elkaar steunen, de zwaksten onder hen weten te helpen en niet de godsdienst overnemen van het land waarheen ze vervoerd zijn dan overleven ze. Wij kunnen dus ook geloven in een God die volgens de natuurwetten en de filosofie niet bestaat. We doen dat door te luisteren naar het verhaal over die God en te doen wat in het verhaal aan mensen wordt gevraagd, je naaste liefhebben als jezelf, ondanks alles. Dat kan ook vandaag weer.

Hij maakt vorsten nietig

januari 15, 2019

Jesaja 40:12-20
12 Wie heeft de wateren met holle hand omvat, de hemel gemeten met een ellenmaat? Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast? Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal, de heuvels met balans en gewichten? 13 Wie heeft de geest van de HEER gemeten? Heeft iemand hem ooit raad gegeven? 14 Wie raadpleegt hij, wie biedt hem inzicht? Wie leidt hem op de paden van het recht? Wie leidt hem naar de wijsheid? Wie toont hem de weg van het inzicht? 15 In zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal; de eilanden weegt hij als zandkorrels. 16 Zelfs de Libanon levert te weinig hout, te weinig wild voor een brandoffer. 17 De volken betekenen niets in zijn ogen, voor hem zijn ze minder dan niets.18 Met wie wil je God vergelijken, hoe is hij uit te beelden? 19 Met een godenbeeld misschien? Dat is door een ambachtsman gemaakt, door een edelsmid overtrokken met goud en zilverbeslag. 20 Met een beeld, opgericht op een bergtop? Dat is maar een stuk hout dat niet vermolmt, met zorg gekozen door een vakman, die een godenbeeld wil maken dat niet omvalt. (NBV)
Wat heb je nu aan een God die je niet kunt zien, die over het algemeen ook niet terugpraat en die je eigenlijk, volgens het verhaal, alleen maar er op uit stuurt om anderen te helpen. In de tijd dat het Bijbelgedeelte van vandaag geschreven is hadden de meeste volken goden in tempels. Die goden waren dan te zien in prachtige beelden waar kunstenaars hun uiterste best op hadden gedaan. In die tempels dienden de meest vreemd uitgedoste priesters. En als je de koningen van die volken zag dan hadden die zulke prachtige kleren en kronen dat ze wel een beetje op de goden leken. Sommige van die koningen of keizers riepen dan zo af en toe dat ze afstamden van een god of dat ze zelfs een god waren die aanbeden moest worden. Volgens het boek van de tweede Jesaja is dan het hebben van een god als die God van Israël wel heel erg handig. Die kun je niet zien omdat die alles te boven gaat, dus ook die protserige koningen. In onze dagen zouden we kunnen zeggen dat er geen pracht en praal ter wereld te verzinnen is die het haalt bij onze God.
En als we goed om ons heen kijken in de wereld dan moet het opvallen dat hoe onrechtvaardiger een dictator meestal is, hoe mooier het uniform en hoe fraaier de soldaten marcheren. Pracht en praal die machthebbers verheft boven het gewone volk gaat in onze dagen samen met onrecht dat het volk probeert te onderdrukken. Dat was in de dagen van de tweede Jesaja ook al zo en daarover gaat het gedeelte van vandaag. Als je dan weet dat die machthebbers ook gewone mensen zijn net als jezelf dan is het ook gemakkelijker je er tegen te verzetten of je te verheffen tegen het onrecht dat ze plegen. De machteloze krijgt daardoor macht in overvloed. Wie alleen de God van Israël als Heer, als heerser, van de wereld, erkent, krijgt nieuwe kracht. Niets en niemand is immers sterker dan die God, daarvoor ga je door het vuur, met hulp van die God krijg je alles voor elkaar.
Alles? Ja, want je weet dat je samen met iedereen die in die God geloofd het onrecht uiteindelijk uit de wereld kan doen verdwijnen. Met behulp van die God komt er een dag dat alle tranen gewist zullen zijn, dat machtigen geveld zijn en machtelozen de aarde zullen beërven. Die belofte is in veel prachtige bewoordingen aan de mensen gegeven. En we weten het natuurlijk wel, als we werkelijk van elkaar zouden houden en werkelijk bereid zouden zijn elkaar als broeders en zusters te zien in plaats van als vreemden en vijanden dan zou de hemel vanzelf op aarde komen. Zolang we bang zijn voor vreemden en andere geloven krijgen we alleen vijandschap en ellende. Er zijn mensen die daarvan kennelijk smullen, ook in ons land, die niet willen delen maar alleen wat ze hebben voor zichzelf willen houden. Dat is andere goden aanbidden, dat is jezelf boven anderen uitsteken, maar de God van Israël maakt ook die machthebbertjes klein. Samen leven, daar gaat het om, ook vandaag.

Laat ruig land vlak worden

januari 14, 2019

Jesaja 40:1-11

1 Troost, troost mijn volk, zegt jullie God. 2 Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan, omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de HEER heeft ontvangen. 3 Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God. 4 Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen. 5 De luister van de HEER zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft. De HEER heeft gesproken!’ 6 Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’ En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik roepen? De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem. 7 Het gras verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover blaast. Ja, als gras is dit volk.’ 8 Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand. 9 Beklim een hoge berg, vreugdebode Sion, verhef je stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem, verhef je stem, vrees niet. Zeg tegen de steden van Juda: ‘Ziehier jullie God!’ 10 Ziehier God, de HEER ! Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen. Zijn loon heeft hij bij zich, zijn beloning gaat voor hem uit. 11 Als een herder weidt hij zijn kudde: zijn arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien. (NBV)

Het boek van de profeet Jesaja valt in drie delen uiteen. In het eerste deel staat de ballingschap voor de deur en die is onafwendbaar, het heeft geen enkele zin je er tegen te verzetten, dat zal alleen maar onnodig mensenlevens kosten. In het tweede deel is de ballingschap een feit en in het derde deel gaat het over de terugkeer uit de ballingschap. In het gedeelte van vandaag staan we aan het begin van het deel dat gaat over de ballingschap zelf. En wat lezen we? Dat de ballingschap al weer bijna ten einde is. Dat zal nog wel een aardige tijd duren maar hoop doet leven en zeker hoop op herstel van een eigen land een eigen gemeenschap en vooral de mogelijkheid je eigen godsdienst weer te beleven. Het gedeelte dat we vandaag lezen is een heel bekend gedeelte. Händel componeerde op deze tekst een van zijn mooiste melodieën uit de Messiah. Het wordt vaak gelezen in de adventstijd en in de Evangeliën wordt dit gedeelte geciteerd als het gaat over Johannes de Doper. De weg door de woestijn is hier de weg die nodig is om de ballingen terug te laten keren.

Dat moet een vlakke weg zijn, zonder gevaren want ze moeten nogal veel meenemen om weer een eigen land te kunnen opbouwen. Maar die weg werd het symbool van de bevrijding van Israël. De bezetting door de Romeinen was net zo uitzichtloos als de ballingschap, dat machtige rijk was onverslaanbaar. Het boek van de profeet Jesaja loopt uit op de beslissing van koning Cyrus dat de ballingen terug mogen keren, die koning wordt daar dan ook de messias genoemd, de bevrijder van Israël. Maar zover is het nog niet. Het volk Israël moet eerst het lied leren zingen dat gaat over die bevrijding. Want in dit lied wordt duidelijk gemaakt dat die bevrijding niet zal afhangen van de kracht of de slimheid van het volk zelf. Het moet de God van Israël zijn die zijn volk zal bevrijden zoals het eens uit de slavernij in Egypte was bevrijd. Daarom gaat dit lied ook over Sion. Dat is de berg in Jeruzalem waar de Tempel op was gebouwd.

Bevrijding van die Tempel betekent de bevrijding van Juda. In die Tempel werden de richtlijnen van de God van Israël bewaard en als je wil terugkeren naar Jeruzalem, naar de Tempel, dat zul je moeten horen bij de mensen van de Wet van de God van Israël. Dan zul je dus de armen recht moeten doen, geen andere goden nalopen, je naaste liefhebben als jezelf. Daar kun je ook in de ballingschap alvast mee beginnen zodat er ook een volk is dat bevrijd kan worden uit de ballingschap. Niet dat het einde van de ballingschap daardoor dichterbij komt, dat is iets wat God zelf beslist, maar wel dat je bij dat einde van die ballingschap mag horen, ook jij mag naar dat beloofde land. En zo is het voor ons natuurlijk ook. Ook wij kunnen beginnen ons aan die Wet van de Tempel te houden, zodat ook wij horen bij het land waar de armen recht zal worden gedaan. Want ook voor ons zal dat land eens komen. Uit die hoop mogen wij leven en werken, ook vandaag weer.

Heel het volk liet zich dopen

januari 13, 2019

Lucas 3:15-22(38)

15 Het volk was vol verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes misschien de messias was, 16 maar Johannes zei tegen hen: ‘Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; 17 hij houdt de wan in zijn hand om de dorsvloer te reinigen, het graan zal hij bijeenbrengen in zijn schuur en het kaf in onblusbaar vuur verbranden.’ 18 Op deze en andere wijze spoorde hij de mensen aan en verkondigde hij hun het goede nieuws. 19 Maar de tetrarch Herodes, die door Johannes was terechtgewezen in verband met Herodias, de vrouw van zijn broer, en vanwege al zijn andere wandaden, 20 voegde aan alle slechte dingen die hij had gedaan nog toe dat hij Johannes opsloot in de gevangenis. 21 Heel het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend 22 en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ (NBV)

Die Johannes moet een verpletterende indruk gemaakt hebben, heel het volk liet zich door hem dopen. Paulus zal veel later op zijn reizen in Klein Azië nog volgelingen van Johannes tegenkomen aan wie hij moet uitleggen hoe de verhouding was tussen Jezus van Nazareth en Johannes de Doper. In het verhaal zoals ons dat vertelt wordt in het Evangelie van Lucas neemt Jezus van Nazareth de prediking van de oproep tot verandering naadloos over van Johannes de Doper als deze eenmaal door koning Herodes gevangen is gezet. Deze Herodes was de opvolger van de Herodes die koning was toen Johannes en Jezus geboren werden. Sommigen vragen zich trouwens af door wie Jezus van Nazareth eigenlijk gedoopt was want eerst wordt verteld dat Johannes de Doper gevangen is gezet en daarna wordt verteld dat ook Jezus van Nazareth gedoopt werd.

Hoe het ook zij, toen Jezus van Nazareth zijn werk begon wilde iedereen wel de kant uit van delen en zorgen voor de naaste zoals Johannes de Doper had verkondigd. Dat de geschiedenis van Johannes de Doper diepe indruk had gemaakt blijkt ook uit de geschiedschrijving van het volk van Israël. Joden wezen de aanbidding van de Romeinse Keizer als god af, ze hielden een vrije dag in de week en ze hadden ingewikkelde regels over wat ze wel en niet mochten eten. In het Romeinse Rijk waren ze daarom vaak buitenbeentjes. De Joodse Historicus Flavius Josephus schreef in het begin van onze jaartelling een paar boeken ter verdediging van de Joden. In zijn boek over de Joodse geschiedenis komt ook Johannes de Doper voor. Tegenover de liederlijkheid van het hof van Herodes wordt Johannes de Doper geschilderd als een goed man die de Joden opgeroepen had deugdzaam te leven door gerechtigheid te betrachten en zich te laten dopen. Uit dat boek komt ook het verhaal over Salome en de dans voor de Koning die als beloning het hoofd van Johannes de Doper op een schaal kreeg.

Het evangelie van Lucas is het enige verhaal dat vertelt dat Jezus van Nazareth aan het bidden was toen dat visioen met die duif en de stem die riep dat hij de zoon van God was gebeurde. Wil je een taak op je nemen als die van Johannes de Doper dan moet je wel alle moed verzamelen. De beste manier omdat te doen is je helemaal open stellen voor het Woord van God, alle verhalen in je op nemen en je volledig overgeven aan het vertrouwen dat God met je mee gaat als je de Weg van de God van Israël volgt en mensen oproept om te delen met elkaar van wat ze hebben en er samen voor te zorgen dat iedereen kan meedoen en niemand meer honger heeft of langs de weg hoeft te blijven zitten, dat noemen we bidden. De volgelingen van Jezus van Nazareth die deze omkeer maakten waren daar later zo blij over en wilden dat zo radicaal doen dat ze zich met hun hele gezin en iedereen die daar bij hoorde lieten dopen. Zo zijn we in de geschiedenis van de Kerk aan de kinderdoop gekomen. Het teken dat mensen met alles wat ze hebben willen horen bij een beweging waar het delen van wat je hebt en wat je te eten hebt voorop staat. Waar het gaat om de minsten van de wereld. Bij die beweging kun je je elke dag opnieuw weer aansluiten, ook vandaag.

Luid klinkt een stem in de woestijn

januari 12, 2019

Lucas 3:1-14

1 In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippus over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, 2 en toen Annas en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias. 3 Daar ging Johannes in de omgeving van de Jordaan verkondigen dat de mensen zich moesten laten dopen en tot inkeer moesten komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen, 4 zoals geschreven staat in het boek met de uitspraken van de profeet Jesaja: ‘Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden! 5 Iedere kloof zal worden gedicht, elke berg en heuvel geslecht, kromme wegen recht gemaakt, hobbelige wegen geëffend; 6 en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.”’ 7 Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten dopen: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? 8 Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en zeg niet meteen bij jezelf: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! 9 Ja, de bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.’ 10 De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten we dan doen?’ 11 Hij antwoordde: ‘Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen.’ 12 Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen, en die vroegen hem: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ 13 Hij zei tegen hen: ‘Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.’ 14 Ook soldaten kwamen hem vragen: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij.’ (NBV)

Bij ons is iemand die roept als een roepende in de woestijn iemand waar niet naar geluisterd wordt. Het is een spreekwoord dat ontleend is aan het gedeelte dat we vandaag lezen maar het heeft een tegengestelde betekenis gekregen aan het verhaal. Naar Johannes werd wel degelijk geluisterd. De schrijver van het Evangelie naar Lucas meldt ons heel nauwkeurig wanneer Johannes is gaan optreden. Wie de geschiedenisboekjes er op narekent komt uit op het jaar 28 na het begin van onze jaartelling. Johannes wordt in dit verhaal heel uitdrukkelijk in de traditie van de profeten uit het Oude Testament gezet. Te beginnen met de traditie van Jesaja die zo uitdrukkelijk de bevrijding van het volk Israël had aangekondigd. Maar net als Jesaja in zijn dagen vraagt Johannes een duidelijke keuze van de mensen. Net als in de dagen van Jesaja waren de meeste mensen in de dagen van Johannes keurige mensen. Ze brachten hun offers, gingen op Sabbat naar de Synagoge, ze baden met voorgeschreven regelmaat, aten volgens de spijswetten en ze moorden niet, logen niet, stalen niet en aanbaden geen andere goden.

Wat wil een mens nog meer. Nu, een mens mag misschien niet veel meer verlangen maar God wil wel degelijk meer. Want met al dat uiterlijk godsdienstig vertoon wordt de aarde nog geen aarde waar mensen gelukkig kunnen wonen. Ondanks dat uiterlijk godsdienstig vertoon, dat fatsoen, die waarden en normen, gaan er nog steeds mensen dood van de honger, lijden mensen onder de koude, zijn er armen in het land. De richtlijnen van de God van Israël moeten een duidelijke inhoud krijgen, die richtlijnen moeten aan mensen zichtbaar worden. Daarom staat het delen met elkaar voorop, warme kleren als je die hebt, eten als je dat hebt, samen delen is het eerste zichtbare teken van de Weg van de God van Israël, de Heer van de wereld. Maar ook de belastinginners voor de Romeinen, de tollenaars mogen de Weg zichtbaar maken door niet meer te innen dan opgedragen is. Geen woekerwinsten maken uit het innen van belasting ten koste van de armen. Dat geldt ook voor de soldaten. Niemand afpersen, niet laten omkopen en genoegen nemen met je soldij. Het zijn eigenlijk de eerste basisregels voor een geordende samenleving.

Regels die we proberen ingevoerd te krijgen in andere landen. Maar ook regels die ingevoerd zouden moeten worden op wereldniveau. Ook daar zou moeten gelden dat we beginnen met samen delen. Rijke landen die zorgen dat de verdeling van goederen en diensten op een eerlijke manier gebeurt zodat ook de armste landen mee kunnen delen van de welvaart in de wereld. Zorgen dat we allemaal te eten hebben en dat hongersnoden niet meer kunnen voorkomen, zorgen dat ook boeren in arme landen toegang hebben tot de wereldmarkt en mee kunnen concurreren met de boeren in de rijke landen. En samen zorgen dat er geen corrupte regiems meer kunnen zijn die in rijke landen, bij banken met beschermd bankgeheim, hun gestolen gelden kunnen parkeren. Johannes vraagt van de mensen om zich te laten dopen, je zou bijna zeggen dat wij van de volken moeten vragen zich te laten dopen. Maar laten we beginnen met zijn Weg zichtbaar te maken door samen te delen en te protesteren tegen het roven door samenlevingen als de onze van de armsten in de wereld. Daar kunnen we vandaag nog mee beginnen.