Laat hen begaan

Handelingen 5:27-42
 
Zo kort na het begin van onze jaartelling wemelde het in Israel van mensen die het volk beloofden te bevrijden van de heerschappij van de Romeinen. Uiteindelijk zou dat uitlopen op een massale gewapende opstand in het jaar 70 en de verwoesting van de Tempel. Schijnbaar was het verhaal van het volk Israel en die rare God zonder beeld daarmee uit en over. Het volk werd verspreid over de toen bekende wereld en de Tempel zou nooit meer opgebouwd worden. Christenen geloofden echter dat door Jezus van Nazareth het hele verhaal een totaal andere wending had gekregen. Door de dood heen bleef het hart van de Wet van de Woestijn, en daarmee het hart van de aanbidding van die God, bestaan. Heb je naaste lief als je zelf werd de richtlijn voor Joden en Heidenen. En Joden en Heidenen samen vormden een nieuwe gemeenschap. Onder de religieuze leiders van het volk Israel waren wijze mensen, zij hadden het voortbestaan van hun geloof verzekerd door de stichting van de synagogen. Al die opstootjes, al die volksbewegingen deden het volk echter geen goed. Steeds weer opnieuw werden Romeinse soldaten naar opstandige provincies gestuurd en steeds weer moesten daar belastingen voor worden opgebracht. Daar werden de armen, net als nu, het eerst het slachtoffer van. Dat men daar een rem op wilde zetten was begrijpelijk. Maar als de beweging van die Jezusmensen nu eens een echte waarachtige nieuwe stroming van het oude geloof betekende? Dan zou het vergeefse moeite zijn die beweging uit te roeien. Gewapende opstand werd er in elk geval niet gepreekt. Alleen dat delen met elkaar en dat je van elkaar kon houden door de dood heen. Dat die Jezus van Nazareth dat had voorgedaan en dat iedereen voortdurend mee kon gaan doen. Het zou de toekomst zijn of vanzelf verdwijnen. Als je dat achteraf leest is dat natuurlijk heel mooi. Wij weten, net als de eerste lezers van het boek Handelingen, dat het nooit is overgegaan. Daarmee wordt het bijna propaganda. Ook de tegenstanders van de beweging wilden het een kans geven. Vergeten wordt dat het niet de beweging is die uiteindelijk belangrijk bleek maar het handelen van mensen. De Kerken zijn verdeeld in ontelbare splinters. Samen delen doet men symbolisch met brood en wijn. Maar telkens blijven er mensen opstaan die zich gaan inzetten voor medemensen in verdrukking. Hongerigen worden gevoed, zieken verzorgd, gevangenen bezocht. En overal klinkt en blijft klinken de roep om recht en gerechtigheid, de roep om vrede. Dat is de beweging van Jezus van Nazareth en wat men er van vindt is niet belangrijk, alleen dat je er aan mee mag doen, ook vandaag.
 

Plaats een reactie