Selecteer een pagina

2 Koningen 10:18-36

18 Daarna liet hij de bevolking van de stad bijeenkomen en zei: ‘Achab heeft Baäl maar matig vereerd; Jehu zal hem beter dienen. 19 Laat alle profeten van Baäl, al zijn priesters en al zijn andere dienaren hier komen, niet één mag er ontbreken. Ik wil namelijk een groot offerfeest voor Baäl houden, en wie ontbreekt zal dat met de dood bekopen.’ Dit was een list van Jehu om de dienaren van Baäl te doden. 20 ‘Kondig een plechtige samenkomst af ter ere van Baäl,’ beval Jehu, en zo gebeurde het. 21 Jehu stuurde boodschappers door heel Israël en van alle kanten kwamen de dienaren van Baäl naar Samaria, geen van hen bleef weg. Ze verzamelden zich in de tempel van Baäl, en toen de tempel helemaal vol was, 22 gaf Jehu de beheerder van de priesterkleding opdracht om alle dienaren van Baäl van feestkleren te voorzien. Toen dat gebeurd was 23 begaf Jehu zich met Jonadab, de zoon van Rechab, naar de tempel van Baäl en zei tegen de aanwezigen: ‘Kijk goed om u heen of zich onder u geen dienaren van de HEER bevinden. Deze plechtigheid is uitsluitend bestemd voor de dienaren van Baäl.’ 24 Jehu en Jonadab gingen de tempel binnen om vredeoffers en brandoffers te brengen, terwijl buiten tachtig man op wacht stonden die Jehu daar had neergezet. ‘Jullie zijn verantwoordelijk,’ had hij gezegd. ‘Wie ook maar iemand laat ontkomen, zal dat met zijn eigen leven bekopen.’ 25 Toen Jehu met het brandoffer gereed was, beval hij de koninklijke garde en zijn adjudanten: ‘Vooruit, dood ze! Laat niet één van hen ontkomen.’ Ze doodden de dienaren van Baäl tot de laatste man en lieten de lijken liggen. Vervolgens drongen ze het versterkte deel van de tempel van Baäl binnen, 26 haalden de gewijde stenen eruit en gooiden die in het vuur. 27 Ze sloegen de aan Baäl gewijde steen aan stukken en haalden de tempel van Baäl omver. Sindsdien doet het tempelterrein dienst als mestvaalt, tot op de dag van vandaag. 28 Jehu maakte dus een einde aan de Baälsdienst in Israël, 29 maar hij brak niet met de zondige praktijken van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de Israëlieten tot zonde had aangezet, want de gouden stierenbeelden in Betel en Dan liet hij ongemoeid. 30 De HEER zei tegen Jehu: ‘Je hebt juist gehandeld door te doen wat goed is in mijn ogen: je hebt mijn voornemens ten aanzien van het koningshuis van Achab volledig ten uitvoer gebracht. Daarom zullen jouw nakomelingen tot in de vierde generatie op de troon van Israël zitten.’ 31 Maar Jehu nam de wetten van de HEER, de God van Israël, niet met hart en ziel in acht. Hij brak niet met de zondige praktijken van Jerobeam, die de Israëlieten tot zonde had aangezet. 32 In deze tijd begon de HEER het grondgebied van Israël in te perken. Hazaël veroverde op de Israëlieten het hele gebied 33 ten oosten van de Jordaan: heel Gilead, het stamgebied van Gad, Ruben en Manasse, vanaf Aroër aan de Arnon, en behalve Gilead ook Basan. 34 Verdere bijzonderheden over Jehu en over de overwinningen die hij behaalde zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van Israël. 35 Toen Jehu bij zijn voorouders te ruste ging, werd hij begraven in Samaria. Zijn zoon Joachaz volgde hem op. 36 Achtentwintig jaar had Jehu Israël vanuit Samaria geregeerd. (NBV21)

Soms kom je in de Bijbel namen tegen van personen die we verder niet kennen. Die schijnbaar terloops genoemd worden maar die geen schilderij van Rembrandt van Rijn hebben gehaald of in een spreekwoord zijn opgenomen. Zo’n uitdrukking als “de zoon van Rechab” hoort daar ook bij. Die Jonadab die kwam kijken wat de nieuwe koning van Israël, Jehu, allemaal wel niet uitspookte. Jonadab was niet de zoon van een meneer Rechab maar hij hoorde bij de stam van de Rechabieten. Dat waren ook aanhangers van de God van Israël maar ze weigerden het beloofde land binnen te trekken en in huizen te gaan wonen. Dat vonden ze veel te verleidelijk. Telkens in de geschiedenis van Israël zouden ze af en toe uit de woestijn het land binnenkomen om te vertellen dat de Israëlieten wel heel erg ver van de God van Israël, de Wet van de Woestijn waren afgedwaald. Ze eisten dan recht en gerechtigheid. Het bericht dat Jehu de zoon van Achab had gedood op de akker van Nabob zal de Rechabiet Jonadab aangetrokken hebben.

Het was het wreken van onrecht waar Rehabieten voortdurend op aandrongen. Dat maakt Jehu mogelijk deze aanhanger van de God van Israël mee te nemen als getuige in de zuivering van Samaria van de vruchtbaarheidsgodsdienst die het onrecht had veroorzaakt. Het verhaal laat het verschil zien tussen de godsdienst van de God van Israël en de godsdienst van Baäl, de vruchtbaarheidsgod. De priesters van Baäl konden hun God eren door in feestkleding in de Tempel bijeen te komen. Daar hoefde geen volk aan te pas te komen. Dat wordt hun ondergang. De Tempel van Baäl wordt tot een vuilnishoop. We moeten maar hopen dat het ook niet zo zal vergaan met onze banken waar het grijpen en graaien bijna tot een heilige godsdienst werd. Dat graaien blijkt bijna onuitroeibaar. Was die koningsmoordenaar Jehu nu een goede koning van Israël? Ja en nee. Hij had de vruchtbaarheidscultus van Baäl, zoals die door Koningin Izebel van huis was meegenomen, met wortel en tak uitgeroeid. Toen was hij een geaccepteerd Koning en toen was het wel weer genoeg.

Maar er waren nog meer vruchtbaarheidsgodsdiensten in Israël binnengeslopen. In Betel en Dan werden gouden beelden van stierkalveren aanbeden. Een vruchtbaarheidssymbool dat ook in de woestijn door een deel van het volk was aanbeden en dat dus zeer oude wortels in het volk had. Daar bleef Jehu af. Het is geen geschiedenis in de zin van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, voor dat soort geschiedenis worden we verwezen naar het boek “kronieken van de Koningen van Israël”. Dat is niet het boek Kronieken dat in de Bijbel voorkomt, dat geschiedenisboek waarnaar hier verwezen wordt kennen we niet. In de Bijbel staat de geschiedenis van recht en gerechtigheid. Daarom staat er ook dat de afloop door God wordt bepaald. In dit verhaal gaat het ook niet van de ene op de andere dag maar duurde het een paar generaties voordat Jehu had overwonnen en koning was.  Aan ons dus het signaal om tegen onrecht en voor gerechtigheid te blijven strijden. Dat heeft op den duur vanzelf succes, daar zorgt God voor.