Begint u maar

1 Koningen 18:16-29

16 Obadja zocht Achab op en vertelde hem dat Elia eraan kwam. Achab ging Elia tegemoet, 17 en zodra hij hem in het oog kreeg riep hij uit: ‘Bent u daar eindelijk, u die Israël in het ongeluk stort?’ 18 Elia antwoordde: ‘Niet ik stort Israël in het ongeluk, dat doet u zelf, u en het koningshuis van uw vader, omdat u de geboden van de HEER naast u hebt neergelegd en de Baäls bent gaan vereren. 19 Welnu, laat heel Israël naar mij toe komen, op de Karmel. Laat alle vierhonderdvijftig profeten van Baäl bij me komen, en ook alle vierhonderd profeten van Asjera, die door Izebel aan het hof zijn opgenomen.’ 20 Achab stuurde boden naar alle stammen van Israël en liet ook alle profeten op de Karmel bijeenkomen. 21 Daar sprak Elia het volk als volgt toe: ‘Hoe lang blijft u nog op twee gedachten hinken? Als de HEER God is, volg Hem dan; is Baäl het, volg dan hem.’ De Israëlieten gaven geen antwoord. 22 Toen zei Elia: ‘Ik ben de enige profeet van de HEER die nog over is. De profeten van Baäl zijn met vierhonderdvijftig man. 23 Breng ons twee stieren. Zij mogen als eersten een stier uitkiezen. Laten ze die in stukken snijden en op een brandstapel leggen, maar ze mogen het hout niet aansteken. Ik zal de andere stier gereedmaken en op een brandstapel leggen, maar ik zal het hout niet aansteken. 24 U moet de naam van uw god aanroepen, en ik zal de naam van de HEER aanroepen. De god die antwoordt met vuur, is de ware God.’ Heel het volk stemde met dit voorstel in. 25 ‘Begint u maar, u bent met velen,’ zei Elia tegen de profeten van Baäl. ‘Kies maar een dier en maak het gereed voor het offer. Roep dan de naam van uw god aan, maar steek het hout niet in brand.’ 26 De profeten namen een van de twee beschikbare stieren en maakten die voor het offer gereed. De hele morgen lang riepen ze Baäl aan: ‘Baäl, geef ons antwoord!’ Maar het bleef stil en niemand gaf antwoord, hoe ze ook dansten en sprongen rond het altaar dat daar was opgericht. 27 Toen het middaguur aanbrak, begon Elia hen te honen: ‘Roep zo hard u kunt! Hij is toch een god? Hij is zeker in gepeins verzonken. Ik denk dat hij zich even moest afzonderen. Is hij soms op reis gegaan? Misschien slaapt hij, en moet u hem wekken!’ 28 De profeten riepen uit alle macht en brachten zichzelf, zoals hun gewoonte was, met zwaarden en lansen verwondingen toe tot het bloed over hun lijf stroomde. 29 In vervoering bleven ze schreeuwen, maar ook toen het middaguur allang voorbij was en het uur voor het graanoffer aanbrak, was er nog steeds geen enkele reactie gekomen: het bleef stil, niemand gaf antwoord.

Eigenlijk is het toch merkwaardig dat dit verhaal niet is verfilmd. We kennen verfilmingen van het Oude Testament genoeg. “Green Pastures”, met de schepping en het verhaal van Noach, Noah over Noach zelf, “Ten Commandments” over de uittocht uit Egypte en “Samson en Delila” over de Richter Simson, over Saul en David en nog veel meer. Maar dit verhaal over Elia op de Karmel is nooit verfilmd. En dat verhaal wordt toch zeer beeldend verteld. Zeven jaar is er droogte in het land geweest. Alle grond is dor en onvruchtbaar geworden. In de dagen van Elia hadden de volken van Kanaän daar vruchtbaarheidsgoden voor. Baäl en Asjera, een echtpaar. Op een paar plaatsen in de Bijbel wordt die Asjera overigens ook de vrouw van de God van Israel genoemd. Maar hier hoort ze bij de vruchtbaarheidscultus van Kanaän. Op de hoogste berg van Israël, de berg Karmel moest er aan die vruchtbaarheidsgoden geofferd worden.

Uit het hele land werden de priesters van Baäl en Asjera opgetrommeld. En daar begonnen de rites. De stieren werden klaargemaakt, waarschijnlijk met bloemenkransen versierd en dan met één haal van het rituele offermes gedood, in stukken gesneden en op het altaar gelegd. En dan moet er een wonder gebeuren, de god moet zijn eigen offer aan weten te steken. Vierhonderdvijftig priesters dansen in het rond, alleen dat al zou een prachtige filmscene opleveren, maar als dat niet helpt wordt het nog veel mooier, dan snijden ze elkaar en zichzelf met messen en lansen. Het bloed loopt alle kanten op. Dat is overigens minder vreemd dan het ons vandaag de dag lijkt. Zelfverminking was heel gewoon in dit soort vruchtbaarheidsrites en er zijn op de wereld nog veel streken waar gelovigen zichzelf of elkaar tot bloedens toe slaan of snijden als teken van aanbidding van hun God. Dat helpt dus niet. Al dat worship gezang, al die geheven handen, al die trance brengen geen genezing. De god van de vruchtbaarheid, de god van het succes, de god van de genezing op gebed zwijgt. Van de morgen tot de avond doen de priesters hun best.

Het is een opwekkingsbijeenkomst in de beste tradities. Maar die helpen dus niet. Een film hierover zou een groot succes worden denk ik. Net als die over Mozes die de Schelfzee splijt. Bij de studio’s in Hollywood kun je er nu met een studiotrein doorheen rijden. We houden met z’n allen van dit soort wonderen, eigenlijk kunnen we er geen genoeg van krijgen. Wonderdoeners, gebedsgenezers, instralers, geestenfluisteraars en andere moderne goochelaars verdienen er dikke boterhammen mee. Televisieprogramma’s er over trekken veel kijkers. Maar dat je kan overleven zoals die weduwe deed waar Elia vandaan kwam, door je laatste kruik meel met een ander te willen delen komt bij niemand op. Dat levert geen mooie filmscene’s op, dat levert alleen leven op. En met dat delen moeten we het ook vandaag weer doen, omdat we nu eenmaal van onze naaste willen houden als van onszelf, daar hoeft geen show en praise aan te pas te komen.

Plaats een reactie