Selecteer een pagina

1 Koningen 15:9-24

9 Asa werd koning van Juda in het twintigste regeringsjaar van koning Jerobeam van Israël. 10 Eenenveertig jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn grootmoeder was Maächa, de dochter van Abisalom. 11 Net zoals zijn voorvader David deed Asa wat goed is in de ogen van de HEER. 12 Hij joeg de mannen die zich aan afgoden gewijd hadden het land uit en verwijderde alle godenbeelden die zijn voorouders hadden gemaakt. 13 Zijn grootmoeder Maächa ontnam hij zelfs haar koninklijke titel, omdat ze een aanstootgevend beeld van Asjera had laten maken. Het beeld hakte hij in stukken en hij verbrandde het in de bedding van de Kidron. 14 En al verdwenen de offerplaatsen dan niet, toch was Asa de HEER zijn leven lang met heel zijn hart toegedaan. 15 Hij liet de wijgeschenken van zijn vader overbrengen naar de tempel van de HEER en bracht daar ook zijn eigen wijgeschenken onder: goud, zilver en gebruiksvoorwerpen. 16 Asa was voortdurend in oorlog met Basa, de koning van Israël. 17 Koning Basa van Israël viel Juda binnen en versterkte Rama om de aan- en afvoerwegen voor koning Asa van Juda af te snijden. 18 Daarom verzamelde Asa al het goud en zilver dat in de schatkamers van de tempel en het paleis over was en stuurde enkele van zijn hovelingen ermee naar Damascus. Daar moesten ze het aan koning Benhadad van Aram, de zoon van Tabrimmon, de zoon van Chezjon, overhandigen met de woorden: 19 ‘Wij zijn bondgenoten, en onze vaders waren dat ook. Hierbij bied ik u een geschenk in goud en zilver aan. Verbreek uw verdrag met koning Basa van Israël, zodat hij zich uit mijn land terugtrekt.’ 20 Benhadad willigde het verzoek van koning Asa in en gaf zijn bevelhebbers opdracht met hun legers tegen de steden van Israël op te rukken. Zo veroverde hij Ijjon, Dan, Abel-Bet-Maächa, heel het gebied van Kinneret en heel het land van Naftali. 21 Toen Basa hiervan hoorde, zag hij ervan af Rama verder te versterken en trok hij zich terug in Tirsa. 22 Koning Asa liet heel Juda oproepen, niemand uitgezonderd, om mee te helpen bij het afbreken van de versterkingen die Basa in Rama had gebouwd. De stenen en het hout werden gebruikt om de steden Mispa en Geba in Benjamin te versterken. 23 Verdere bijzonderheden over Asa, over de vele overwinningen die hij behaalde en de steden die hij liet versterken, zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van Juda. Overigens werd hij op latere leeftijd slecht ter been. 24 Toen Asa stierf, werd hij begraven bij zijn voorouders in de Davidsburcht. Zijn zoon Josafat volgde hem op.(NBV21)

Vertalen is verraden. Dat is een spreuk die rondgaat onder Bijbelvertalers en zij die graag kritiek hebben op vertalers. In dit Bijbelgedeelte komt de spreuk weer op als het gaat over Maächa. Hiervoor wordt zij de moeder van Abiam genoemd. Maar in het Hebreeuws wordt ze hier ook de moeder van de zoon van Abiam, Asa, genoemd. Dan zou Asa misschien een broer van Abiam geweest kunnen zijn maar er staat ook uitdrukkelijk dat Asa de zoon van Abiam was en dat kan bij een opvolger toch beter dan een broer die niet wordt genoemd. De vertalers van de NBV21 lossen het op door van Maächa een grootmoeder te maken. Belangrijk was ze onder de regering van Abiam in elk geval wel.

Die Abiam was eindelijk weer een koning naar Gods hart. Hij was de derde koning na de splitsing van het rijk in Juda en Israël dus werd het tijd. Zijn regering begon toen Jerobeam nog Koning over Israël was. En gelijk wordt er bij vertelt dat dit een koning was die wel eenenveertig jaar heeft mogen regeren. Dat kwam, zo suggereert de Bijbelschrijver, omdat hij begon met het uitroeien van de afgoderij in Juda. Alle afgoden priesters werden het land uit gejaagd en alle afgodsbeelden vernield. Zelfs een mooi beeld dat zijn oma voor Asjeera, vruchtbaarheidsgodin, had gemaakt werd in stukken gehakt en op de vuilstortplaats geworpen. Daar was ook de begraafplaats voor de gewone inwoners van Jeruzalem, dus het maakte grote indruk.

Verder vocht Asa voortduren met Basa van Israël. Tussen de twee landen bleven er grensconflicten. Daarom ook deed Asa een beroep op de bondgenoten, met kostbare geschenken overigens, om hem te helpen. En ze hielpen hem zodat Asa ook nog belangrijke overwinningen boekte op zijn vijandige buurman. Was Asa nu ideaal? Het verhaal vertelt dat hij er niet in slaagde de offerplaatsen verspreid door het land op te ruimen. Volgens de leer van Mozes zou offeren alleen in Jeruzalem mogen plaatsvinden. Maar men offerde niet meer aan afgoden dus het werd Asa niet heel erg kwalijk genomen. De rest moeten we maar lezen in de officiele annalen. De Bijbel gaat alleen over de verhouding met God. Dan kan een koning zo oud worden dat hij slecht ter been is, maar slecht aflopen doet het niet. Wij streven nog wel eens naar het volmaakte ideale, hoeft niet zegt de Bijbel hier, als de God van Israël maar wordt gediend.