Selecteer een pagina

1 Koningen 15: 1-8

1 Abiam werd koning van Juda in het achttiende regeringsjaar van koning Jerobeam, de zoon van Nebat. 2 Drie jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Maächa, de dochter van Abisalom. 3 Hij bedreef alle zonden die zijn vader vóór hem had bedreven en was, in tegenstelling tot zijn voorvader David, de HEER, zijn God, niet met heel zijn hart toegedaan. 4 Maar omwille van David liet de HEER het licht van Davids koningshuis in Jeruzalem branden: Hij liet het koningschap van vader op zoon overgaan en zorgde dat Jeruzalem standhield. 5 David had immers steeds gedaan wat goed is in de ogen van de HEER en zich altijd gehouden aan wat Hij hem opdroeg, behalve in de kwestie met de Hethiet Uria. 6-7 Net als Rechabeam was Abiam voortdurend in oorlog met Jerobeam. Verdere bijzonderheden over Abiam zijn opgetekend in de kronieken van de koningen van Juda. 8 Toen Abiam bij zijn voorouders te ruste ging, werd hij begraven in de Davidsburcht. Zijn zoon Asa volgde hem op. (NBV21)

In het boek Koningen worden de Koningen van Juda en Israël steeds naast elkaar gezet. Uiteindelijk zullen beide volken eindigen in ballingschap in Babel en zullen de ballingen van beide volken terugkeren naar Israël om in Jeruzalem de Tempel te herbouwen en weer huizen te bouwen. Over Jerobeam hebben we al gelezen. Tijdens de regering van Jerobeam kwamen er verschillende koningen van Juda. Over Rechabeam de zoon van Salomo hebben we het al gehad. Die zorgde voor de splitsing van het Rijk van David en het koningschap van Jerobeam. Rechabeam werd opgevolgd door Abiam.

Helemaal duidelijk is de opvolging niet. Hoe oud Abiam was toen hij Koning werd wordt niet vermeld. Wie zijn moeder is blijft onduidelijk. Hier wordt Maächa genoemd maar in het boek Kronieken heet ze Michaja. Ook wordt Maächa de moeder genoemd van de opvolger van Abiam, Asa. De Bijbel is geen geschiedenisboek. Voor de feitelijke geschiedenis moeten we zijn bij de kronieken van de Koningen van Juda. Dat is overigens een ander boek dan het boek Kronieken dat ook in de Bijbel staat. Voor de Bijbel is belangrijk hoe Abiam om gaat met de God van Israël. Nu dat is niet best.

Abiam wordt hier niet vergeleken met zijn grootvader Salomo maar met zijn overgrootvader David. Die David zou het hele Bijbelverhaal door de modelkoning zijn. Abiam voerde oorlog met Jerobeam. Hij bestreed niet de afgodendienst die in het volk een plaats had gevonden. In de drie jaar dat hij regeerde werden ook de armen vergeten kennelijk. Dat is namelijk de belangrijkste maat die steeds genomen wordt. In tijden van crises moet dus aan vrede worden gewerkt en de armen moeten zeker niet vergeten worden en nog armer worden. Dat was de les die David ons leerde en die je dus volgens dit Bijbelgedeelte steeds opnieuw moet leren. Tot op de dag van vandaag.