Selecteer een pagina

1 Koningen 13:23-34

13 Toen de godsman had gegeten en gedronken, liet de profeet die hem had meegenomen een ezel voor hem zadelen. 24 De godsman ging op weg, maar onderweg werd hij door een leeuw aangevallen en gedood. Zijn dode lichaam bleef op de weg liggen, en de ezel en de leeuw bleven ernaast staan. 25 Voorbijgangers zagen het lijk liggen, met de leeuw ernaast. Toen ze in de stad kwamen waar de oude profeet woonde, vertelden ze wat ze hadden gezien. 26 Ook deze profeet, die de godsman had overgehaald om terug te keren, hoorde ervan en hij zei: ‘Dat moet de godsman zijn die zich verzet heeft tegen het bevel van de HEER. De HEER heeft hem laten verscheuren door een leeuw, zoals Hij hem had voorzegd.’ 27 Hierop droeg hij zijn zonen op een ezel voor hem te zadelen, en toen dat gebeurd was 28 reed hij uit. Hij trof het levenloze lichaam van de godsman liggend op de weg, met de ezel en de leeuw ernaast. De leeuw had het lijk niet verslonden en de ezel niet verscheurd. 29 De profeet nam het lichaam van de godsman op, legde het op zijn ezel en nam het mee terug naar de stad om het daar met gepaste rouw te begraven. 30 Hij zette het lichaam bij in het voor hemzelf bestemde graf, en ze rouwden over hem met de woorden: ‘Ach mijn broeder!’ 31 Na de begrafenis zei de oude profeet tegen zijn zonen: ‘Wanneer ik doodga, moeten jullie mij begraven in het graf waarin de godsman ligt. Leg mijn gebeente bij het zijne, 32 want wat hij in opdracht van de HEER over het altaar in Betel voorzegd heeft, zal uitkomen, en ook wat hij heeft voorzegd over alle tempels op de offerplaatsen in de steden van Samaria.’ 33 Ondanks deze gebeurtenissen brak Jerobeam niet met zijn kwalijke praktijken. Hij bleef voor de offerplaatsen priesters aanstellen uit alle groepen van de bevolking; wie maar wilde kon een aanstelling krijgen als priester van de offerplaatsen. 34 Zo verviel het koningshuis van Jerobeam tot zonde, waardoor het uiteindelijk zou worden uitgeroeid en van de aarde weggevaagd.(NBV21)

We moeten het Woord van God horen zeggen we zo vaak. Wie de Bijbel leest weet dat we het Woord van God net zo vaak moeten zien. Het gebeuren om ons heen wijst ons op wat God van ons verwacht. Daarbij moeten we niet alleen omhoog kijken naar de machtigen en de rijken die schitteren en doen wat ze willen. Ze lijken boven alle wet en regel verheven. Maar we moeten vooral ook naar beneden kijken. Daar waar vluchtelingen moeten slapen in het gras voor het loket waar ze zich moeten aanmelden. Een aanmelding die ook weer zicht geeft op en hereniging met hun gezin dat ze ergens in erbarmelijke omstandigheden hebben achtergelaten. En daar zien we ook de slachtoffers van een harteloze overheid die elk zicht op een menselijke maat lijkt verloren te zijn. Gezinnen werden uit elkaar gerukt. Kinderen uit huis geplaatst omdat hun ouders te weinig geld overhielden nadat de overheid hen onterecht had aangepakt. Medewerking aan het herstel van de gezinsband wordt geweigerd.

Dat de Bijbel laat zien dat wie de richtlijnen voor de menselijke samenleving breekt tot dood veroordeeld is dan eigenlijk niet zo vreemd. Dat is niet een gewone dood voor een huichelaar die de wacht aanzegt aan de Koning maar zich zelf door de afvalligen laat fêteren. Het is een dood die de aandacht trekt, die ook het verband legt dat nodig is om te begrijpen dat de richtlijnen voor de menselijke samenleving goddelijke richtlijnen zijn. De leeuw gaat niet verder dan het doodvonnis te voltrekken. Het lijk blijft liggen en de ezel blijft er bij staan. In de vreedzame samenleving die God beloofd gaan leeuw en ezel vreedzaam samen. De oude profeet die dit drama op gang bracht met een leugen ziet de beschermende werking die de godsman blijft houden. Hij wil daarom begraven worden naast de profeet uit Juda.

Waarom dat belangrijk is? Die profeet uit Juda had gezegd dat het offeren van Jerobeam en zijn aanhangers in strijd was met de wil van de God van Israël omdat iedereen zich voor priester kon aanmelden en men kadavers opgroef om met botten en al te worden verbrand als een soort offer. De oude profeet zou dat dus niet meer overkomen. Een dramatisch verhaal. Niet een droevig verhaal. Je hoeft met niemand medelijden te hebben. De richtlijnen voor de menselijke samenleving liggen zo voor de hand dat iedereen er door kan leven. De liefde tot de medemens staat daarbij centraal. Niet het religieuze, niet het fatsoenlijke, niet het klatergoud dat uitgestraald wordt. Jerobeam verandert er niet door. Zijn Priesters zijn niet door God gekozen, maar kozen zelf er voor er mooi en fraai uit te zien, zo mooi dat ze bewondert werden en gezag kregen. Zijn godsdienst is een godsdienst van zien en gezien worden, niet een van de bescherming van de armen, de vreemdelingen, de weduwen en de weer. Wat is onze godsdienst ook al weer?