Selecteer een pagina

1 Koningen 3:16-28

16 Kort daarna vroegen twee hoeren bij de koning gehoor. 17 De eerste vrouw vertelde: ‘Staat u mij toe, heer, deze vrouw en ik wonen in hetzelfde huis. In dat huis heb ik in haar bijzijn een zoon ter wereld gebracht. 18 Drie dagen later kreeg ook zij een zoon. Wij waren daar samen; er was niemand anders in huis, alleen wij tweeën. 19 Maar haar kind is ’s nachts doodgegaan, want zij was erop gaan liggen. 20 Toen is ze midden in de nacht opgestaan en heeft ze mijn kind bij me weggenomen, terwijl ik sliep. Ze nam mijn kind in haar armen en legde mij haar dode kind in de armen. 21 Toen ik de volgende ochtend mijn kind wilde voeden, merkte ik dat het dood was. Maar toen ik het nog eens goed bekeek, zag ik dat het niet het kind was dat ik gebaard had.’ 22 ‘Dat is niet waar!’ zei de andere vrouw. ‘Het levende kind is van mij en het dode van jou.’ ‘Niet waar!’ zei de eerste. ‘Het dode is van jou en het levende van mij.’ Zo bepleitten ze ieder hun zaak bij de koning. 23 De koning nam het woord en zei: ‘De een zegt: “Mijn kind leeft en het jouwe is dood,” en de ander zegt: “Nee! Het dode kind is van jou en het levende van mij.”’ 24 En hij beval: ‘Breng mij een zwaard.’ Er werd hem een zwaard gebracht, 25 en toen zei hij: ‘Hak het levende kind in tweeën en geef hun ieder de helft.’ 26 De echte moeder van het levende kind kon de gedachte dat haar kind iets zou overkomen niet verdragen en riep uit: ‘Nee, heer, ik smeek u, geef het kind aan haar, maar dood het alstublieft niet!’ De ander zei: ‘Als ik het niet krijg, krijg jij het ook niet. Hak het maar doormidden!’ 27 Maar de koning deed de volgende uitspraak: ‘Het zal niet gedood worden. Geef het levende kind aan háár, want zij is de moeder.’ 28 Toen de Israëlieten hoorden welk vonnis de koning had geveld, kregen ze groot ontzag voor hem, want ze begrepen dat hij het recht handhaafde met goddelijke wijsheid.(NBV21)

Hoe spreek je nu recht zonder iemand te veroordelen. Daarvan geeft dit overbekende verhaal over Salomo en de baby een voorbeeld. De meeste vertalingen beginnen het verhaal met op te merken dat er twee vrouwen waren die gehoor vroegen. Maar in de Hebreeuwse Bijbel staat dat het twee hoeren waren. Sinds Jezus weten we zeker dat God er vooral is voor de hoeren en de tollenaars, voor de mensen dus die buiten de samenleving staan. Maar dit verhaal begint al met die gewoonte. Volgens de leer van Mozes is een vrouw die zwanger wordt zonder dat ze getrouwd is een hoer en die verdient de doodstraf. Salomo trekt zich hiervan niks aan. Hier zijn twee moeders die een beroep doen op wijsheid en gerechtigheid.

Wat een beetje ondersneeuwt is het geweldige leed dat ontstaat als een moeder haar pasgeboren kind dood aantreft. Maar in heel enkele gevallen zijn ouders voorbereid op het overlijden van een pasgeborene. Als bij de geboorte al blijkt dat het kind zo gehandicapt is geraakt dat van overleven geen sprake kan zijn. Ook dan is er sprake van een geweldig leed, maar dan kunnen ouders nog afscheid nemen. Anders is het bij de zogenaamde wiegendood. Op een ochtend wil de moeder haar kind uit de wieg halen om het te voeden en dan blijkt de baby overleden. De schrik, het leed, het verdriet is onbeschrijfelijk. Het wordt nog erger als mensen gaan onderzoeken of de moeder misschien zelf de hand had in het overlijden. Soms is het leed zo groot dat de moeder een baby meeneemt van een ander zodat ze kan doen of het niet is gebeurd. Voor een moeder wier baby plotseling overleden is moeten we zeer veel extra zorg en steun over hebben.

Hier krijgen de moeders ruzie. Van wie is nu het overgebleven levende kind. DNA onderzoek zou pas vele, vele eeuwen later mogelijk worden. Goede raad is duur. Salomo gaat af op de weg van de liefde. Een moeder kan het niet verdragen dat haar kind sterft. Dus geeft hij de moeders een keus, of de helft, of niks. De moeder die haar kind echt verloren had gaat daarmee akkoord. Ze kan immers voortaan altijd volhouden dat het de Koning was die het verlies van haar kind had veroorzaakt. De echte moeder kiest voor het leven van haar kind, beter bij een ander opgevoed dan door het zwaard gestorven. De Nederlandse vertaling poetst de ontzetting die de dreiging van de koning veroorzaakt keurig weg. “Ze kon het niet verdragen” staat er. Maar in het Hebreeuws staat er iets als “haar ingewand ontstak” ofwel ze werd kotsmisselijk van het idee. Voor ons is de les niet over de personen oordelen maar proberen in te leven. En natuurlijk moet het kwaad worden bestraft. Onze rechters hebben gelukkig de opdracht bij het toedelen van de straf de persoon van de dader mee te wegen. Salomo is daarbij het voorbeeld.