Selecteer een pagina

1 Koningen 2:26-35

26 Tegen de priester Abjatar zei de koning: ‘Ga terug naar Anatot, naar uw landerijen. Eigenlijk verdient u de doodstraf, maar voor deze keer zal ik u niet terechtstellen, omdat u de ark van God, de HEER, voor mijn vader David uit hebt gedragen en alle ellende met hem hebt gedeeld.’ 27 Salomo ontzette Abjatar uit het priesterambt en liet zo in vervulling gaan wat de HEER in Silo over Eli en zijn familie had verkondigd. 28 Toen Joab hiervan hoorde, vluchtte hij naar het heiligdom van de HEER en greep de hoorns van het altaar vast. Hij had immers de zijde van Adonia gekozen, hoewel hij Absalom niet had gesteund. 29 Men vertelde Salomo dat Joab zijn toevlucht had gezocht in het heiligdom van de HEER en zich daar aan het altaar had vastgeklampt. Salomo gaf Benaja opdracht om hem ter dood te brengen. 30 Benaja ging naar het heiligdom van de HEER en zei tegen Joab: ‘De koning zegt: “Kom naar buiten!”’ ‘Nee!’ antwoordde Joab. ‘Hier zal ik sterven.’ Benaja bracht deze weigering aan de koning over: ‘Joab zegt: “Hier zal ik sterven.”’ 31 Toen zei de koning: ‘Doe zoals hij zegt: dood hem en zorg dat hij begraven wordt. Door hem te doden zuivert u mij en mijn koningshuis van het onschuldig bloed dat hij vergoten heeft. 32 De HEER zal het hem met de dood laten bekopen dat hij twee mannen heeft vermoord die allebei beter en rechtvaardiger waren dan hij. Buiten medeweten van mijn vader David heeft hij hen gedood: Abner, de zoon van Ner, de opperbevelhebber van het leger van Israël, en Amasa, de zoon van Jeter, de opperbevelhebber van het leger van Juda. 33 Moge hun bloed gewroken worden aan Joab en al zijn nakomelingen; de HEER geve dat de nakomelingen en het koningshuis van David in vrede voortbestaan.’ 34 Benaja ging terug naar Joab en bracht hem ter dood. Hij werd bijgezet in zijn familiegraf in de woestijn. 35 In Joabs plaats werd Benaja, de zoon van Jojada, door de koning benoemd tot opperbevelhebber van het leger; de priester Sadok was benoemd in de functie van Abjatar. (NBV21)

Als de macht wisselt volgt er opruiming. Dienaren van de vorige macht worden ontslagen en nieuwe dienaren benoemd. In ons land gaat dat net andersom. De hoge ambtenaren op de ministeries blijven zitten als machthebbers in hun Koninkrijk en ministers en staatssecretarissen komen langs en zijn altijd tijdelijk. In het verhaal dat we vandaag gelezen hebben lijkt het ook om zo’n opruiming te gaan maar dat is toch niet helemaal het geval. Bijna alle zoons van David hadden geprobeerd koning te worden. Maar zij konden niet wachten tot David de macht wilde overdragen en daarom waren hun pogingen mislukt. De laatste die het had geprobeerd was Adonia. En deze had hoge steun gehad. De Hogepriester van het heiligdom in Jeruzalem en de opperbevelhebber van het leger van David. De eerste die terzijde wordt gezet is de Hogepriester.

Deze Abjatar had van het begin van het optreden van David nauwe banden met hem gehad, was ook door Saul vervolgd geweest en daarom doodde Salomo hem niet. Maar hem werd wel het priesterschap ontnomen en hij werd verbannen naar de Priesterstad Anatot. Voor buitenstaanders even vreemd want de priesters en de Hogepriester waren toch afstammelingen van Aäron en die afstammelingen waren bijna automatische priester. Salomo grijpt daarom terug naar een vonnis dat eerder werd uitgesproken over de Hogepriester Eli en diens zonen. Die hadden een karikatuur van de godsdienst van Israël gemaakt en Samuël had hen namens God verteld dat hun geslacht niet langer priester kon zijn, God koos een ander. Nu Salomo zegt dat Abjatar door zijn keuze voor Adonia niet anders had gehandeld. De tweede die zijn verkeerde keus met de dood moet bekopen is Joab. Sinds David een legertje verzameld had was Joab zijn generaal geweest.

Maar als je zo lang in een machtspositie bent lijkt het er op dat je onaantastbaar wordt. En zo ging Joab regelmatig tegen de bevelen van David in wat mensen onnodig het leven kostte. Nu vluchtte Joab naar het altaar in de Tabernakel, de tempel komt veel later. De regel was dat wie de horens van het altaar vastgreep niet vervolgd kon worden. Daar was een uitzondering op. Als iemand met voorbedachte rade een moord had gepleegd dan hield een vlucht naar het altaar niet. Salomo wijst er op dat Joab dat meerdere malen had gedaan vanuit zijn machtspositie en onaantastbaarheid. Het lijken gruwelijke verhalen van de ene heerser na de andere. Nu moeten we niet denken dat we beter zijn. De vraag of de koningen van de ministeries moeten blijven zitten is een reële vraag. En er is een kamerlid dat zeer ten onrechte roept dat een verschil van mening met de regering geweld rechtvaardigt. We moeten net als Salomo bedacht blijven op wat ons bestuur bedreigd. Wij hebben een democratie waarmee we de macht zelf kiezen en toedelen. Geweldloos, laat dat zo blijven.