Selecteer een pagina

Psalm 105:23-45

23 Israël trok weg naar Egypte, Jakob verbleef als vreemde in het land van Cham. 24 God maakte zijn volk zeer vruchtbaar, machtiger dan wie het belaagden. 25 Hij veranderde hun hart: ze gingen zijn volk haten en spanden samen tegen zijn dienaren. 26 Hij stuurde Mozes, zijn dienaar, en Aäron, de man van zijn keuze. 27 Zij kondigden zijn wondertekenen aan, machtige daden in het land van Cham. 28 Hij stuurde duisternis en het werd duister – waren ze niet doof voor zijn woorden? 29 Hij veranderde hun waterstromen in bloed en liet al hun vissen sterven. 30 Hun land krioelde van kikkers, tot in de kamers van hun koningen. 31 Hij sprak en er kwam ongedierte en een muggenplaag in heel hun gebied. 32 In plaats van regen gaf Hij hagel, hevige branden ontstak Hij in hun land, 33 Hij trof hun wijnstok en vijgenboom en verwoestte de bomen in hun gebied. 34 Hij sprak en de sprinkhaan kwam met zijn larven, niet te tellen, 35 die vrat al het groen van de velden, die vrat het gewas van hun akkers. 36 Hij trof de eerstgeborenen in hun land, hun sterke oudste zonen.37 Hij liet zijn volk vertrekken met zilver en goud, niemand in hun stammen ging strompelend weg. 38 Egypte was vervuld van angst en zag hen met vreugde gaan. 39 Hij hing een wolk op als gordijn en ontstak vuur om de nacht te verlichten. 40 Op hun vraag liet Hij kwartels komen, met brood uit de hemel stilde Hij hun honger, 41 Hij sloeg de rots open en er vloeide water, een rivier stromend in uitgedroogd land. 42 Hij dacht aan zijn heilig woord, gegeven aan Abraham, zijn dienaar, 43 Hij liet zijn volk in vreugde vertrekken, zijn uitverkoren volk jubelend gaan. 44 Hij gaf hun het land van andere volken, het bezit van vreemde naties viel hun ten deel. 45 Zij moesten daar zijn geboden naleven en zich houden aan zijn wetten. Halleluja! (NBV21)


Men vraagt zich wel eens af waarom in Nederland niemand zich eigenlijk beter mag vinden dan een ander. Dat heeft een duidelijk Bijbelse achtergrond. Je kunt wel denken dat je iets voor elkaar gekregen hebt, maar niemand kan iets alleen, iedereen heeft anderen nodig om iets voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk is het God die bepaald of het zal lukken of niet. Zo kan de farao van Egypte gedacht hebben dat hij besliste over de vrijlating van Jozef, omdat hij nu eenmaal de heerser over de volken was, maar de dichter van deze Psalm weet wel beter, het is God die het zo heeft gestuurd. Die farao zou door schade en schande er achter komen dat hij inderdaad nergens iets over te vertellen heeft. Het was diezelfde God die Mozes en Aäron er op uitstuurde om de vrijlating van zijn volk te krijgen. In deze Psalm keert Cham weer terug. Dat was een van de drie zonen van Noach, de man met wie God opnieuw de geschiedenis van de mensen is begonnen.

Cham zou de dienaar van de andere twee zonen worden. Hij wordt beschreven als de voorvader van vele volken, onder die volken ook het volk van Egypte. Een mooie manier om op een voor buitenstaanders onbegrijpelijke manier te laten weten dat je dat machtige Egypte eigenlijk beschouwd als een ondergeschikt volk. In onze westerse cultuur is Cham vaak geschilderd als voorvader van Afrikanen en die vermeende ondergeschiktheid werd dan gebruikt als rechtvaardiging van de slavernij. Een onjuist gebruik van de Bijbel dus. Cham wordt in deze Psalm gebruikt als beeld door vreemdelingen en slaven. In hun positie is de behoefte aan omkering van verhoudingen verklaarbaar. Niet de uitbuiters en de slavenmakers zijn de baas maar de God van Israël en daarmee het volk van vreemdelingen en slaafgemaakten, uiteindelijk zal dat volk uitmaken hoe het met de wereld zal aflopen. Als je de Psalm nauwkeurig leest zie je zelfs dat die God de harten van de Egyptenaren ging veranderen zodat ze zijn volk gingen haten. Die haat, die afkeer, die angst was nodig om de macht van die God te laten zien.

Wellicht dat zij die bang zijn voor de Islam ons willen laten zien hoe machtig de God van de Islam is maar gelovigen in de God van Israël en in Jezus van Nazareth weten dus dat er geen enkele reden is om bang te zijn voor de Islam of een overspoeling van de cultuur door Moslims, integendeel. De machtige daden waarop deze Psalm attent maakt zijn bedoeld om hoop te geven aan verdrukten. Die vreemdelingen en slaafgemaakten in Egypte was het land beloofd overvloeiende van melk en honing, dat land is hen uiteindelijk ook gegeven. Toen het volk veel later toch vreemde goden achterna liep en in ballingschap werd weggevoerd werd opnieuw dat land aan hen beloofd, de ballingen keerden dan ook weer en bouwden opnieuw de Tempel op. Toen als gevolg van een groot aantal opstanden uiteindelijk de Tempel verwoest werd zorgde het leven in liefde van Jezus van Nazareth en het volhouden van die liefde door de dood heen er voor dat het geloof in de God van Israël zich verspreidde over de hele aarde. En ons geloof en ons verder dragen van die liefde, onze bereidheid om te delen met de armsten kan er voor zorgen dat uiteindelijk die aarde er komt die ons beloofd is, een aarde waar geen tranen meer zullen zijn, waar niemand heerst over een ander. Daar mogen we vandaag weer voor aan het werk.