Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Het land waar je nu nog als vreemdeling woont

Genesis 27:30–28:9

30 ¶  Toen Isaak Jakob gezegend had en Jakob nog maar net bij zijn vader was weggegaan, kwam zijn broer Esau thuis van de jacht. 31  Ook hij maakte een smakelijk gerecht klaar, bracht het zijn vader en zei tegen hem: ‘Ga overeind zitten, vader, en eet van wat uw zoon heeft geschoten; dat zal u de kracht geven om mij te zegenen.’ 32  ‘Wie ben jij?’ vroeg zijn vader Isaak hem. ‘Ik ben het, Esau, uw zoon, uw eerstgeborene.’ 33  Toen schrok Isaak hevig en zei: ‘Maar wie was het dan die mij net een stuk wild heeft gebracht dat hij geschoten had? Ik heb ervan gegeten voordat jij kwam en ik heb hem gezegend. En die zegen zal op hem blijven rusten!’ 34  Toen Esau dat van zijn vader hoorde, slaakte hij een wilde, wanhopige kreet en hij smeekte zijn vader: ‘Zegen mij, zegen ook mij, vader!’ 35  Maar Isaak antwoordde: ‘Je broer is me komen bedriegen en is er met jouw zegen vandoor gegaan.’ 36  Toen zei Esau: ‘Niet voor niets heet hij Jakob: hij heeft me nu al twee keer beetgenomen. Eerst heeft hij me mijn eerstgeboorterecht afgenomen en nu ook nog mijn zegen!’ Daarna vroeg hij: ‘Hebt u dan geen zegen meer over voor mij?’ 37  Isaak antwoordde hem: ‘Ik heb hem heer en meester over je gemaakt, hem al zijn broers als dienaar gegeven, en hem voorzien van koren en wijn. Wat zou ik dan nog voor jou kunnen doen, mijn zoon?’ 38  ‘Hebt u dan maar één zegen, vader?’ vroeg Esau hem. ‘Zegen mij, zegen ook mij, vader!’ En hij barstte in tranen uit. 39  Zijn vader Isaak antwoordde hierop:  ‘Ver van de vette grond zul je wonen, ver van de hemelse dauw. 40  Je zult leven van je zwaard en dienstbaar zijn aan je broer. Maar heb je je eenmaal losgerukt, dan werp je zijn juk van je nek.’41 ¶  Van toen af haatte Esau zijn broer omdat zijn vader hem had gezegend, en hij zei bij zichzelf: Het duurt niet lang meer of de dagen van rouw om mijn vader breken aan, dan vermoord ik Jakob. 42  Toen Rebekka vernam wat haar oudste zoon Esau van plan was, liet ze haar jongste zoon Jakob bij zich komen. ‘Luister, ‘zei ze, ‘je broer Esau zint op wraak, hij wil je vermoorden. 43  Doe daarom wat ik zeg, mijn zoon: vlucht onmiddellijk naar mijn broer Laban in Charan. 44  Blijf voorlopig bij hem, totdat de woede van je broer bedaard is. 45  Ik zal je laten terughalen als zijn woede bekoeld is en hij vergeten is wat je hem hebt aangedaan. Waarom zou ik me op een en dezelfde dag van jullie beiden laten beroven?’ 46  Daarna zei Rebekka tegen Isaak: ‘Ik kan die Hethitische vrouwen niet meer luchten of zien. Stel je voor dat Jakob ook trouwt met zo’n Hethitische, zo’n meisje van hier, wat heeft het leven mij dan nog te bieden?’ 1 ¶  Toen liet Isaak Jakob roepen, zegende hem en hield hem voor: ‘Trouw in geen geval een meisje uit Kanaän. 2  Vertrek van hier, ga naar Paddan-Aram, naar de familie van Betuël, de vader van je moeder, en trouw met een van de dochters van Laban, je moeders broer. 3  God, de Ontzagwekkende, moge je zegenen, je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven, zodat er een groot aantal volken uit je voortkomt. 4  Moge hij jou en je nakomelingen de zegen van Abraham geven, zodat je het land waar je nu nog als vreemdeling woont en dat God aan Abraham heeft gegeven, in bezit krijgt.’ 5  Zo stuurde Isaak Jakob weg, en hij vertrok naar Paddan-Aram, naar Laban, die een zoon was van de Arameeër Betuël en een broer van Rebekka, de moeder van Jakob en Esau. 6 ¶  Esau kwam te weten dat Isaak Jakob had gezegend en hem naar Paddan-Aram had gestuurd om daar een vrouw te gaan zoeken, en dat hij hem bij het geven van zijn zegen verboden had met een meisje uit Kanaän te trouwen; 7  ook merkte hij dat Jakob naar zijn vader en moeder had geluisterd en inderdaad naar Paddan-Aram was gegaan. 8  Hij zag wel in dat de Kanaänitische vrouwen in de ogen van zijn vader Isaak niet deugden. 9  Daarom ging hij naar Abrahams zoon Ismaël en trouwde hij, naast de vrouwen die hij al had, Machalat; zij was een dochter van Ismaël, een zuster van Nebajot. (NBV)

We willen allemaal de eerste de beste zijn en het doet pijn als we er achter komen dat dat niet altijd gaat. Esau was er zich in ons verhaal goed van bewust dat hij zijn eerstgeboorterecht aan Jacob had verkocht en desondanks deed hij tegen zijn vader of er niks aan de hand was. Ook hij wilde gezegend worden, maar of hij tot zegen wilde zijn is een heel andere vraag. De eerste worden, de baas zijn, de geschiedenis bepalen is nog altijd de droom van menig politicus. Verbannen worden ver van de vette aarde naar de plekken waar gewerkt en gezweet moet worden wil eigenlijk niemand, maar er wonen wel de meeste mensen. Tegenwoordig moeten die mensen kiezen en ze zijn hardleers. Wij weten dat jongeren radicaliseren als ze het gevoel hebben niet bij onze samenleving te mogen horen, geen respect te krijgen. Maar bij ons roepen politici dat het geloof van hun voorvaderen geweld oproept en als ze eindelijk doen wat alle jongeren doen en altijd al delen, in groepen hangen en grote mensen pesten, zegt een politicus niet meer dan Pleurt op. Zijn wij net zo hardleers als Esau, of weten we straks bij de verkiezingen ook een halt aan deze politiek toe te roepen.

Esau is woest op zijn broer, hij kan hem wel vermoorden. Is het om de erfenis die hij misloopt, of om de aantasting van zijn eer? Het verhaal laat het in het midden. Ruzies in de familie gaan vaak om zaken die later niet meer helemaal te reconstrueren zijn, ze vreten zich evengoed jaren en jaren door en soms kost het de omstanders en betrokkenen zeer veel moeite de verhoudingen weer te herstellen. Het is overigens altijd de moeite waard om breuken in een famillie? proberen te helen. Rebekka is ook nu de wijste en besluit Jacob naar haar eigen famillie te sturen, ook nog famillie van Izaak overigens. Nu ziet Izaak in waar het allemaal om gaat. Esau toont zich onverschillig voor het ideaal van Abraham en zijn moeder een volk te stichten dat het anders zou doen dan de volken om hen heen. Rebekka houdt aan dat ideaal vast en Jacob gaat daarin mee. Dat is dan ook de boodschap die Jacob meekrijgt als hij naar zijn oom Laban wordt gestuurd. Ook Jacob moet zorgen voor een paar importbruiden.

Ook Esau begint te begrijpen waar het allemaal om begonnen is en trouwt uiteindelijk ook nog met een meisje dat uit de familie van Abraham afkomstig is. Dat die tak van de familie zelf een volk moest stichten ontgaat hem kennelijk, op de bekende oppervlakkige manier van Esau probeert hij zich aan te passen. Van een echt andere, nieuwe benadering is geen sprake. Zulke lapmiddelen zien we vandaag de dag ook. We horen dan dat we geen tegenstellingen moeten scheppen maar de verboden van religieuze uitingen en importpartners blijven. De commissie gelijke behandeling is dan alleen maar lastig in het opzetten van bevolkingsgroepen tegen elkaar en moet daarom van de goddelozen afgeschaft worden. Een werkelijk gesprek over onze samenleving en de verrijkingen die mogelijk zijn door nieuwe perspectieven blijft uit. Maar ook Jacob zou nog een zwaar gevecht moeten leveren voordat hij in de voetsporen van Abraham kan treden.

Laat een Reaktie achter