Selecteer een pagina

Jesaja 29:9-16

9 Jullie staan daar verdwaasd, alsof jullie blind zijn. Wees maar verdwaasd en wees maar blind. De profeten zijn dronken, maar niet van de wijn, de priesters waggelen, maar niet door de drank. 10 Want een geest van diepe slaap heeft de HEER over jullie uitgestort: hij heeft jullie ogen, de profeten, gesloten en jullie verstand, de zieners, verduisterd. 11 Elk visioen is voor jullie als de tekst van een verzegeld boek, dat aan iemand die kan lezen wordt voorgelegd met de vraag: ‘Lees dit eens, ‘waarop hij antwoordt: ‘Dat gaat niet, het is verzegeld.’ 12 Of als het wordt voorgelegd aan iemand die niet lezen kan: ‘Lees dit eens, ‘dan zal hij zeggen: ‘Ik kan niet lezen.’ 13 De Heer zegt: Omdat dit volk mij naar de mond praat, mij slechts met de lippen dient, terwijl hun hart ver bij mij vandaan is; omdat hun ontzag voor mij louter plicht is, slechts aangeleerd en door mensen opgelegd 14 daarom zal ik opnieuw wonderen verrichten voor dit volk, indrukwekkende wonderen en grootse daden. De wijsheid van wijzen zal hun dan niet baten, het verstand van verstandigen houdt zich verborgen. 15 Wee degenen die hun ware bedoelingen diep verborgen houden voor de HEER; die alles doen in duisternis en zeggen: ‘Wie ziet ons? Wie weet wat wij doen?’16 Jullie draaien de zaken om! Is de klei soms meer dan de pottenbakker? Kan het maaksel over zijn maker zeggen: ‘Hij heeft mij niet gemaakt’? Of het aardewerk over de pottenbakker: ‘Hij brengt er weinig van terecht’? (NBV)

Misschien heeft God de mens geschapen maar een vader en een moeder zijn toch voor jouw en mijn bestaan verantwoordelijk. Dat je bestaat en nog leeft komt echter toch alleen door liefde voor jou. Dat ging nooit vanzelf. En alle liefde komt van God. Liefde heeft je ook gevormd tot wat je bent. Zo kun je dus niet zeggen dat God niet de hand heeft gehad in wat jij geworden bent. Zelfs al heb je de liefde niet als zodanig ervaren en draag je het beeld dat je in een liefdeloze omgeving bent opgegroeid. Denk maar niet dat je grootgebracht kunt worden omdat het nu eenmaal zo hoort. Altijd zijn er idealen, altijd is er wel iemand die geniet van het nieuwe leven dat ontluikt en waaraan bijgedragen mag worden. Soms zie je dat niet, dan is alles verduisterd en zie je alleen nog het duistere waarmee je omringt bent. Maar leven komt van liefde en als je dat leven weet te ervaren en ervan weet te genieten dan ervaar je de liefde ook.

Dan merk je ook dat liefde voor een ander niet een soort plicht is, een last die je met je meedraagt, waar je natuurlijk met woorden steun aan moet betuigen maar die je in de praktijk ook mag inruilen voor eigen liefde. Liefde die niet gloeit, die niet doorvoeld wordt is niet echt. Maar echte liefde kan indrukwekkende wonderen verrichten. Echte liefde kan maken dat mensen weer warmte gaan voelen en weer het leven kunnen kiezen. Echte liefde kan mensen bevrijden van het juk van zo hoort het. En niet alleen individuen maar hele samenlevingen. Als mensen van mensen houden zoeken ze elkaar op en werken ze samen aan een samenleving waar niemand bedreigd wordt, waar iedereen zich thuis voelt. Dan komen buurtvaders de straat op om opgeschoten jongeren te leren hoe goed het is van de buurt te houden en je daar thuis te voelen en hoe schadelijk het voor jezelf kan zijn als je de buurt voortdurend schade wil toebrengen en je van de mensen vervreemdt. In steden zorgen mensen dan samen voor de nodige voorzieningen, voor gehandicapten en zieken, voor ex-gedetineerden en psychiatrisch patiënten die op zichzelf mogen wonen.

Dan nemen werkgevers gehandicapten in dienst en scheppen bedrijven ruimte voor mensen met een beperking. Dan zijn er veilige verkeersroutes voor ouderen en worden kinderen met zorg naar school gebracht. Landen zorgen dan onderling voor vrede en lossen meningsverschillen op door er over te praten en niet door elkaar soldaten en oorlogstuig op het dak te sturen. Dan leven mensen niet meer in angst en hoeven ze niet te vluchten voor oorlog en geweld, voor armoede en honger. Overal wordt mensen recht gedaan en het recht staat centraal tussen mensen en volken. Het recht wordt gevormd door de mensenrechten, het recht op leven, op voedsel en onderdak, op vrije meningsuiting. Denk niet dat het kwade verborgen kan blijven. Altijd komt het kwade uit en altijd zal het kwade zich keren tegen hen die het kwade bedrijven. In de dagen dat dit deel van het boek van de profeet Jesaja ontstond zorgden de meeste mensen alleen voor zichzelf, dachten ze alleen aan nu en wat ze konden binnenhalen. Die mensen verloren hun stad en hun land voor lange tijd, laten wij zorgen dat wij onze samenleving weten te behouden.