Jullie zullen weten

Ezechiël 7:1-9

1 De HEER richtte zich tot mij: 2 ‘Mensenkind, dit is wat God, de HEER, zegt over het land van Israël: Het einde komt, het dringt door tot in je verste hoeken. 3 Nu is voor jou het einde aangebroken, Ik zal mijn woede op je koelen, je straffen voor je daden, je laten boeten voor je gruwelijk gedrag. 4 Ik zal onverbiddelijk zijn en geen medelijden hebben, je zult boeten voor je daden, je wangedrag keert zich tegen je- jullie zullen weten dat Ik de HEER ben! 5 Dit zegt God, de HEER: Er komt een ramp, een ramp als nooit tevoren, 6-7 het einde komt, het nadert, het is daar, het einde komt, de ondergang voor jullie die dit land bewonen. De dag dat er paniek heerst is nabij, de tijd dat de vreugdekreet verstomt op de bergen. 7-8 Weldra stort Ik mijn toorn over je uit, koel Ik mijn woede op jou, Ik zal je straffen voor je daden, je laten boeten voor je gruwelijk gedrag. 9 Ik zal onverbiddelijk zijn en geen medelijden hebben, je zult boeten voor je daden, je wangedrag keert zich tegen je. Jullie zullen weten dat Ik, de HEER, het ben die jullie geselt. (NBV21)

Heel langzaam moeten we het gaan zien. Wat deden we verkeerd. We wilden meer en meer hebben. Wat vergaten we. Dat we zouden moeten delen met onze naasten. Dat we onze naaste lief moeten hebben als onszelf. Wie liepen we achter na. De goden van winst en profeit, de onderdrukkers en machthebbers, de goden van ploert en schender. Gruwelijk waren onze daden. Genocide in Gaza, uitbuiting van slaaf gemaakten, onderdrukking en uitsluiting van vrouwen die zelfs het Woord van de Heer niet meer mochten verkondigen. Onbarmhartig behandelen van kinderen. De wapens voor de sterksten laten betalen door de zwaksten, door hen die de meeste zorg en aandacht vragen.

Dat er dus wapens tegen ons gebruikt gaan worden is duidelijk. De Cobra is niet voor niets genoemd naar een slang. In het verhaal van de Bijbel maakt de slang ons duidelijk waar we niet naar moeten verlangen. We moeten niet willen als goden te zijn, ieder voor zich uitmaken wat goed is en kwaad. En wat elk van ons goed is is goed en wat elk van ons kwaad is is kwaad. Wat nu hoeder van een broeder, wat nu liefhebben van een naaste. Laat maar misbruik van je goedheid maken. Wie de sterkste is heeft gelijk.

Wij kunnen weten wat echt goed is. De schepping om ons heen getuigd er van. Er zijn dieren die ons in leven kunnen houden. Er groeien planten en bomen met vruchten die ons kunnen voeden. en bomen en struiken en aarde met modder en rotsen kunnen ons huizen laten bouwen. Een naasten kunnen ons samen laten leven waarbij we weten dat samen ons sterker maakt. Zorg is er voor wie niet mee lijkt te kunnen komen, hulp is er voor hen die het niet meer zelf redden. Het verhaal van God laat zien waar het kwaad is, maar ook waar het goede is dat God van ons vraagt.

Plaats een reactie