Ezechiël 7:10-27
10 De dag is nabij, de ondergang nadert. Er bloeit een staf, zijn bloem heet hoogmoed, 11 het geweld groeit, het kwaad regeert. Niets blijft er over van het volk, niets van hun pracht, hun opschik of hun praal. 12 Die tijd komt dichterbij, die dag nadert. Laat de koper niet blij zijn, de handelaar niet treuren: alle rijkdom in dit land wordt door mijn toorn getroffen. 13 Al zouden beiden overleven, de koopman ziet zijn koopwaar niet terug. De profetie over dit land wordt niet herroepen, wie in onrecht leeft gaat eraan ten onder. 14 De krijgstrompet weerklinkt, de strijd wordt voorbereid, maar niemand trekt ten strijde: mijn toorn verlamt dit rijke land. 15 Buiten regeert het zwaard, binnen heersen pest en honger, wie op het veld is zal sterven door het zwaard, wie in de stad is wordt getroffen door de honger en de pest. 16 Wie toch ontkomen, zijn als duiven uit het dal- verdreven naar de bergen, kermend in hun schuld. 17 Het water loopt hun langs de benen, hun armen worden slap, 18 ze gaan gehuld in het zwart, ze sidderen en beven, hun ogen zijn beschaamd, hun schedels kaalgeschoren. 19 Hun zilver gooien ze op straat, hun goud ligt in het slijk, als de toorn van de HEER hen treft, kan goud noch zilver hen redden. Hun maag blijft leeg, de honger blijft hen kwellen, goud en zilver brachten hen ten val. 20 Ik laat hen gruwen van hun rijke schatten, gruwen van de schatten die hun trots uitmaakten. Ze hebben er afschuwelijke beelden van gemaakt! 21 Barbaren zullen ze ontvreemden, misdadigers ze roven en ontwijden. 22 Ik keer mijn gelaat af van mijn volk, en de plaats die Mij het liefst is wordt door rovers platgetreden en ontwijd. 23 Leg de ketenen klaar! Vol bloed is het land, de stad vol geweld! 24 Wrede volken vallen aan, ze nemen de huizen in bezit. Aan de hoogmoed van de machtigen maak Ik een einde, hun heiligdommen worden ontwijd. 25 Doodsangst overvalt hen, vrede is onvindbaar, 26 slag volgt op slag, onheilstijding op onheilstijding. Vergeefs vragen ze profeten om een openbaring, priesters om onderricht, oudsten om raad. 27 De koning gaat in rouw gekleed, de vorst toont zich ontzet, en het volk staat verlamd van schrik. Ze zullen boeten voor hun daden, Ik zal hen straffen zoals ze verdienen. Ze zullen weten dat Ik de HEER ben!’ (NBV21)
Op de eerste dag van juli herdenken we de afschaffing van de slavernij. Eeuwen geleden. De goden van winst en profijt hadden ons verleid te gaan handelen in mensen. Ze hadden ons wijs gemaakt dat God de mensen getekend had die voor ons als slaaf behandeld konden worden. En slaven waren eigenlijk geen mensen. Ze waren slaven die alleen werkkracht als waarde hadden. Daar was flink aan verdient en eeuwen lang waren we trots op de prachtige huizen en paleizen die in allerlei standen waren gebouwd. Maar we hadden op een uiterst pijnlijke manier geleerd dat God helemaal geen tekens voor slavernij had geschapen. Slaven waren mensen geweest, net als wij, net Joden Sinti en Roma in de tweede wereldoorlog.
En nog steeds accepteren we onrecht. Ondanks dat feest van de afschaffing, ondanks het Paasfeest als overwinning van de dood, en ondanks het feest van ontbinding van Izaak waar duidelijk wordt dat de God van Joden, Christenen en Moslims geen mensenoffers wil. Maar dat offers er zijn om te delen met elkaar. Maar als er wordt opgestaan tegen onsrecht dan zwijgt de meerderheid. Het laat ze onverschillig. Tienduizenden werken vrijwillig in AZC’s of op andere manieren in de zorg voor vluchtelingen, tienduizenden verzetten zich tegen de behandeling van het klimaat dat onze aarde onleefbaar maakt. Tienduizenden staken tegen de gedacht dat zieken, gehandicapten en werklozen, de armen onze samenleving de aankoop van wapens kunnen betalen.
Ezechiël laat ons de woede van God zien, maar Ezechiël troost ons ook. Want uiteindelijk zal niet het kwaad overwinnen. Uiteindelijk wordt het kwaad uitgeroeid, zal er een aarde komen waar God zelf zal willen wonen. De hebzucht zal de hebberts ten val brengen. Als de villa’s branden is er niemand meer die de rijkdommen kan bescheremen door de brand te blussen. Als iemand stikt is de uitlaatgassen, of de schadelijke stoffen die vrij komen bij fossiele brandstoffen is er niemand meer die geleerd heeft hoe dat te genezen. De machthebbers, de aanbiddenaars van winst en profijt, de leugenaars over vreemdelingen en hun familie, zullen radeloos de haren uit het hoofd trekken en zich afvragen hoe dat met die liefde ook gaat, daar hoef je niet voor te betalen, dat hoef je alleen te delen, elke dag weer.