Zonder vrees.

Psalm 112

1 Halleluja! Gelukkig de mens die ontzag heeft voor de HEER en grote liefde voor zijn geboden. 2 Zijn nageslacht geniet aanzien in het hele land, de oprechten worden gezegend. 3 Rijkdom en weelde bewonen zijn huis, en zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd. 4 Hij straalt voor de oprechten als licht in het duister, genadig, liefdevol en rechtvaardig. 5 Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig, wie zijn zaken eerlijk behartigt. 6 De rechtvaardige komt nooit ten val, men zal hem eeuwig gedenken. 7 Voor slechte tijding vreest hij niet, zijn hart is gerust: hij vertrouwt op de HEER. 8 Standvastig is zijn hart en zonder vrees. Aan het eind ziet hij zijn vijanden verslagen. 9 Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd, hij zal stijgen in aanzien en eer. 10 Kwaadwilligen zien het met ergernis aan, ze verbijten zich en verliezen de moed, al hun plannen gaan op in rook. (NBV21)

Vandaag zingen we een vrolijk lied mee met de Kerk van alle tijden. Een echt Joods lied dat zich leent om gezongen te worden bij feestdagen. Dit soort liederen leent zich ook uitstekend voor een optocht van mensen die samen naar een doel op weg zijn. En dat doel zou er vandaag, zo aan het eind van de zomer, ook bij ons kunnen zijn. We vieren immers dat we een goede oogst hebben gehad en de vakbonden leggen hun looneisen op tafel omdat de winsten weer stijgen. Tijd om te delen met hen die achterblijven.

Het volk Israël kende drie zogenaamde pelgrimsfeesten. Dan moest het volk optrekken naar Jeruzalem om daar met de familie, de knechten en dienstmeiden, de slaven en slavinnen, de armen uit het dorp en de vreemdelingen die bij hen woonden en de levieten bij de Tempel een maaltijd houden. De drie feesten waren het Pesachfeest als de gerst oogst was binnengehaald, het Wekenfeest, wanneer de tarweoogst werd binnengehaald en het Loofhuttenfeest als de rest van de oogst was binnen gehaald. Die Pelgrimsreis kennen we van Jezus van Nazareth als hij gezeten op een ezel naar het Pesachfeest in Jeruzalem ging.

De menigte zwaaiden met palmtakken en zongen onder meer deze Psalm. Het Wekenfeest kennen wij als Pinksteren, vijftig dagen na Pasen. En als het Pinksterverhaal wordt gelezen dan klinken de namen van al die landen van waaruit mensen naar Jeruzalem waren getrokken om dit feest te vieren, ieder hoorde het verhaal in de eigen taal. Vandaag zingen we dus met de Pelgrims mee en mogen we ons voorbereiden op het laatste en grootste feest. Hoewel van Jezus heel uitdrukkelijk wordt vcrteld dat hij het loofhuttenfeest vierde heeft dat feest de christelijke kalender niet gehaald. Maar wij hebben Prinsjesdag, ook dan gaat het om delen. Dan gaat het om vrede, het afzien van de herbewapening, welkom heten aan vreemdelingen en zorgen voor de minsten, de zwaksten in de samenleving.

Plaats een reactie