Ezechiël 5:1-10
1 Mensenkind, neem een scherp zwaard en gebruik dat als een scheermes om je hoofdhaar en je baard mee af te scheren. Het haar moet je op een weegschaal leggen en verdelen. 2 Zodra de dagen van het beleg voorbij zijn, moet je een derde deel ervan in de stad verbranden, een derde deel buiten de stad met dat zwaard fijnhakken en een derde deel uitstrooien in de wind-Ik zal de vluchtelingen met getrokken zwaard achtervolgen. 3 Een aantal haren houd je apart en bewaar je in een plooi van je mantel. 4 Gooi nog een paar daarvan in de vlammen, zodat ze verbranden. Het vuur dat daaruit oplaait, zal overslaan naar het hele volk van Israël. 5 Dit zegt God, de HEER: Dit is Jeruzalem. Ik had het midden tussen andere landen geplaatst, het werd door andere volken omringd. 6 Het is in opstand gekomen tegen mijn regels en heeft zich nog goddelozer gedragen dan de andere volken. Het heeft erger tegen mijn bepalingen gezondigd dan de omringende landen; zijn inwoners hebben mijn regels verworpen en zich niet gehouden aan mijn bepalingen. 7 Daarom-dit zegt God, de HEER: Omdat jullie je nog erger hebben misdragen dan de volken om je heen, omdat jullie je niet aan mijn bepalingen hebben gehouden en mijn regels niet hebben nageleefd, en evenmin die van de volken die jullie omringen, 8 daarom-zegt God, de HEER -keer Ik me tegen jullie en zal Ik je voor de ogen van die volken straffen. 9 Omdat je je zo gruwelijk hebt misdragen, Jeruzalem, zal Ik je zwaarder straffen dan Ik ooit met iemand heb gedaan of doen zal. 10 Binnen jouw muren zullen ouders hun kinderen eten en kinderen hun ouders, en wie er nog overblijven, zal Ik in alle windrichtingen verstrooien. Zo zal Ik je straffen. (NBV21)
Ezechiël blijft de profeet van het zien. Hoe stamp je nu in de koppen dat de ballingschap toch echt aan het volk zelf te wijten was geweest en dat de woede van God die was opgewekt doordat het volk vreemde goden na ging lopen nog steeds niet was uitgewoed. Ezechiël pakte een zwaard, want door het zwaard was het volk gevangen genomen ook al hadden ze zich met het zwaard tegen een overmacht verweerd, zonder te letten op de boodschappen die God had gezonden. Het mooiste werd met het zwaard afgeschoren, zijn haar en en zijn baard. Dat haar staat dus symbool voor het mooiste dat het volk had, Jeruzalem, en wat zou daar mee gebeuren. Nu dat was 1,2,3 nog niet klaar.
.
Het haar moest in drie delen verdeeld worden. Nauwkeurig, met een weegschaal. Het eerste deel wordt verbrand. Vuur verwoest de stad en de Tempel, er valt niet meer te wonen, je kunt er door te offeren niet meer laten zien dat je je aan het verbond met God wil houden. Wie dit inferno overleeft vlucht de stad uit. Het tweede gedeelte van het haar wordt fijngehakt en uitgestrooid in de wind. Zelfs wie vlucht kan niet aan de woede van God ontkomen en zal door het zwaard omkomen.
Het derde deel wordt verborgen in de plooi van de mantel van de profeet. Een paar haren moet hij nog in het vuur gooien want wie een schuilplaats bij God zoekt als het eigenlijk te laat is ontvangt geen bescherming maar gaat evengoed ten onder. Zo zal het gaan, zo ging het ook als het volk het verbond met God verlaat en andere goden volgt, goden die zelfs het offeren van kinderen vraagt, als religie maar ook op een slagveld. Ook wij vertrouwen meer op bondgenootschappen met onberekenbare leiders van grootmachten dan op de God van Israël die vraagt om zorg voor de minsten en het met fatsoen behandelen van hier gewortelde kinderen. Ook wij zien oorlog, vuur en verwoesting. Werk daarom weer aan de vrede des Heren. Elke dag opnieuw.