Neem een kleitablet

Ezechiël 4:1-8

1 Mensenkind, neem een kleitablet voor je en teken daarop een stad: Jeruzalem. 2 Sla het beleg voor de stad, werp een belegeringswal op, maak een bestormingsdam, richt een legerkamp in en zet stormrammen om de stad heen. 3 Neem dan een bakplaat, zet die als een ijzeren muur tussen jou en de stad en richt je blik op haar: de stad wordt belegerd en jij bent de belegeraar. Dit alles zal een teken zijn voor het volk van Israël. 4 Daarna moet je op je linkerzij gaan liggen en die de schuld van het volk van Israël laten dragen-alle dagen dat je op je zij ligt, zul je hun schuld dragen. 5 Driehonderdnegentig dagen lang geef Ik je die last te dragen, één dag voor elk jaar dat het volk van Israël schuldig is geweest. 6 Wanneer je die dagen hebt volgemaakt, ga je vervolgens op je rechterzij liggen om de schuld van het volk van Juda te dragen, veertig dagen lang: één dag voor elk jaar geef Ik je die last te dragen. 7 Je moet je blik op het belegerde Jeruzalem gericht houden, met ontblote arm, en tegen de stad profeteren. 8 Ik zal je met touwen vastbinden zodat je je niet van de ene op de andere zij kunt draaien, net zolang tot alle dagen dat je de stad belegert voorbij zijn. (NBV21)

Ezechiël, de profeet van het zien. Hij zag dat visioen dat alle machten en krachten van Babylon, het land van de ballingschap onder de macht waren gesteld van de God van Israël. Maar hoe kwam het dan dat het hele volk naar datzelfde Babel was gestuurd. Natuurlijk het was een koppig volk dat naar geen goede raad wilde luisteren maar zo wreed was de God van Mozes, Abraham en Jacob toch niet? Ezechiël krijgt de opdracht het volk te laten zien waar de schoen wringt. Wie niet horen wil moet maar voelen niet waar?
Pak een kladblok, waar je op kunt tekenen, in de dagen van Ezechiël een kleitablet. Opgravingen lieten zien dat het een gebruikelijke gewoonte was. Daar moest de stad op getekend worden, alsof de generaal die de stad verdedigd een plan maakt om haar in te nemen.

Maar dan. laat zien wat de reactie was van het volk Israël. Ezechiël zuchtte waarschijnlijk. Hij moest op zijn linkerzij gaan liggen en de schuld dragen van het volk Israël. Als je zoals de Benjameniten linkshandig ben kun je dus niks. Je zwaardarm ligt onder je. Het volk Israël deed of er niks aan de hand was. Wij kennen ook zo’n situatie. Wij kennen de resten van concentratiekampen waar we kunnen zien wat het betekent als het ene volk het andere wil uitroeien. Nooit meer zou dat mogen gebeuren. Maar nu de staat Israël, iets heel anders dan het volk van Ezechiël, als antwoord op een valse kreet voor vrijheid het hele volk van Gaza uitroeit dan zwijgen we, we doen niks, tenminste de kerk doet niks, de PKN vindt het te ingewikkeld.

Natuurlijk is er wel drang iets te doen. De Bijbel is immers voor vrede. Een vrede waarbij opgekomen wordt voor het leven van de zwaksten. Bescherming is er. Ook Ezechiël heeft daar last van. Maar God helpt hem. Hij bindt Ezechiël vast zodat die zich niet kan bewegen. Ook bij ons zijn er mensen die iets willen doen. Die trekken de rode lijn, tot hiertoe en niet verder . Maar zij worden vastgebonden door kerkleden die niks willen weten van vrede tussen de staat Israël en de buurstaat Palestina. Dan zouden de inwoners van Israël zich immers niet meer hoeven te bekeren tot Jezus. En de mensen die daar bang voor zijn geloven dat als alle inwoners van Israël zich tot Jezus bekeren, Jezus terug zal keren. Zij kunnen dat afdwingen. Dus gebeurt er niks. Dat moeten we laten zien, dat werd de ondergang van het Jeruzalem van Ezechiël. Blijf dus maar roepen om hulp aan de kinderen van Gaza, we moeten wel.

Plaats een reactie