Selecteer een pagina

Marcus 9:30-41

30 Ze vertrokken uit die streek en reisden door Galilea, maar hij wilde niet dat iemand dat te weten kwam,  31  want hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen hem doden, maar na drie dagen zal hij uit de dood opstaan.’ 32  Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden hem geen vragen te stellen. 33  Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’ 34  Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was. 35  Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’ 36  Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: 37  ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’ 38  Johannes zei tegen hem: ‘Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten omdat hij zich niet bij ons wilde aansluiten.’ 39  Jezus zei: ‘Belet het hem niet. Want iemand die een wonder verricht in mijn naam kan onmogelijk het volgende moment kwaad van mij spreken. 40  Wie niet tegen ons is, is voor ons. 41 Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden. (NBV)

Ieders dienaar willen zijn, daar draait het om bij Jezus van Nazareth. En dat is niet eenvoudig. Daar moet je voor studeren lijkt het wel. Jezus van Nazareth neemt in dit verhaal immers zijn leerlingen mee naar huis om hen te onderrichten. Eerder had Marcus ons al verteld dat Jezus van Nazareth in Kafernaüm was gaan wonen. In de verhalen die bij Marcus voor het verhaal van vandaag staan had Jezus van Nazareth steeds last gehad van grote mensenmenigten die genezing bij hem zochten of gewoon achter hem aan liepen om te horen wat hij te zeggen heeft. Maar aan populariteit heeft Jezus van Nazareth kennelijk een broertje dood. Verering door de massa loopt altijd uit op de dood van degene die vereerd wordt. Of die kan het niet aan of de massa raakt teleurgesteld en dood het idool of die wordt door de concurrentie gedood, maar dood gaat het idool. Jezus van Nazareth is voor alles realist, hij weet dat het hem ook zo zal vergaan.

Maar hij weet ook dat zoveel liefde van God niet definitief dood kan gaan. Dus als het definitief lijkt, na drie dagen, het getal van de volmaaktheid, dan komt die liefde weer tot leven. Dan staat het op tegen de dood. Daar zijn ook die leerlingen voor. Die moeten leren zichzelf uit te schakelen. Niet zij zijn belangrijk maar de mensen die de liefde nodig hebben. Daar moet je op letten. Jezus van Nazareth wijst op de zwaksten in elke samenleving, de kinderen. Die hebben nog geen weet van goed en kwaad, die leven nog als in het paradijs. Die zijn het eerst slachtoffer van honger, oorlog en geweld. Die zijn het zwaarste slachtoffer van misbruik, van uitbuiting en gebruik door volwassenen voor persoonlijk gewin of persoonlijk genot. Wie een kind opneemt en het daarmee voor het kind opneemt, neemt Jezus van Nazareth op en neemt het daarmee voor zijn liefde op.

Eigenlijk zegt Jezus van Nazareth dat wie zo doet zorgt dat hij opstaat uit de dood die het nalopen en de verering hem gebracht hadden. Daarom ook hoef je mensen die zorgen voor armen, die het opnemen voor kinderen, die pal staan voor de vrede, die het kwade uit de wereld proberen te verdrijven, niet te veroordelen als ze niet in Jezus van Nazareth geloven. Ze doen evengoed wat hij had bedoeld dat er gedaan moet worden. Je moet juist de mensen bestrijden die zeggen te geloven in Jezus van Nazareth maar het kwaad in de wereld laten voortbestaan. Mensen die niet willen delen omdat honger de verantwoording van de hongerige zou zijn, mensen die het niet opnemen voor kinderen omdat het hun kinderen niet zijn. Mensen die kinderen uitwijzen naar landen waar ze nooit zijn geweest. Die mensen moeten we bestrijden wegens onmenselijkheid. En als we dat weten te doen dan weten we dat wie niet voor de Weg van Jezus van Nazareth is, wie het niet opneemt voor zijn mensen, die is tegen hem, en dus ook tegen ons.