Selecteer een pagina

Exodus 25:23-30

23 Maak een tafel van acaciahout, twee el lang, één el breed en anderhalve el hoog. 24 Overtrek hem met zuiver goud en breng rondom een gouden sierlijst aan: 25 een rand van een hand breed, in een gouden lijst gevat. 26 Maak vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier hoeken, bij de poten. 27 De ringen moeten vlak onder de rand zitten; ze zijn bestemd voor de draagbomen waarmee de tafel gedragen wordt. 28 De draagbomen voor de tafel moet je van acaciahout maken en je moet ze vergulden. 29 Maak ook de bijbehorende schotels, schalen en kannen, en kommen voor de wijnoffers, allemaal van zuiver goud. 30 Leg op de tafel het toonbrood; dat moet daar altijd voor mij liggen. (NBV)

Waar draait die ark met de Tora, de platen met de tien geboden als hart van de Tora nu om. Dat blijkt uit het kleine stukje dat we vandaag lezen. Het volk moet onder leiding van Mozes een tafel maken. Maar die tafel ziet er uit als de ark. Ook hier het acaciahout, ook hier wordt dat hout bekleed met goud, ook hier een gouden lijst, ook hier de vier ringen op de hoeken voor de tafel, ook hier de draagbomen zodat niemand de tafel hoeft aan te raken. De tafel wordt vervolgens gedekt zoals je voor een koning de tafel zou dekken. Schotels waar je van zou kunnen eten, schalen waarin je het eten zou kunnen opdienen, kommen waar je wijn uit zou kunnen schenken en uiteraard allemaal van goud.

Nu is het nog steeds niet vreemd dat je voor een koning de tafel bekleed met goud en er gouden voorwerpen op zet. In diverse musea zijn dergelijke serviezen voor koningshuizen uit Europa te zien. Ook bij staatsbanketten die door onze koning Willem Alexander worden gegeven spat de glans van kostbaarheden je tegemoet van de tafel. Maar er is één heel groot verschil. Vorstenhuizen en presidenten laten ook de meest kostbare spijzen serveren. Wild en kaviaar en dat wat de armen nooit zouden kunnen betalen. De tafel van de Godkoning van Israël kent wel het kostbare tafelgerei maar niet het kostbare voedsel. Op die tafel moet brood liggen. Nu moet je de God van Israël niet te eten willen geven, die God heeft alles geschapen, ook ons voedsel. Daarom wordt dat brood alleen getoond, de toonbroden dus die dagelijks vers worden opgediend.

Christenen kennen dat dagelijks brood. Ze bidden er om in het gebed dat ze van Jezus van Nazareth hebben geleerd: Geef ons heden ons dagelijks brood. Meer heeft God niet nodig, meer heeft de mens niet nodig. Als we ons zouden kunnen neerleggen bij het dagelijks brood dan zouden we iedereen te eten kunnen geven. In de verhalen uit het Evangelie wordt verteld dat Jezus van Nazareth dat ook laat zien. Hij heeft maar een handvol broden en een paar vissen nodig om een menigte mensen te eten te geven. Die kostbare gouden tafel, met al dat kostbare vaatwerk laat ons dus elke dag zien dat we helemaal niet naar de luxe maaltijden van koningen en presidenten hoeven te streven. Ons dagelijks brood is ons genoeg. Dan kunnen we de richtlijnen uit de ark volgen en wat we meer hebben dan dat brood delen met hen die helemaal niks meer hebben, zelfs hun dagelijks brood niet. Het is ook vandaag de dag meer dan nodig.