Het zal voor jullie een rustdag zijn

Leviticus 23:23-44

De Joodse Kalender is een andere dan de onze, het is een heel oude kalender en men heeft dan ook een andere jaartelling. In elk geval heeft men niet de Christelijke jaartelling, die begint rond het jaar van de geboorte van Jezus van Nazareth. De Joodse jaartelling begint op het moment dat God van de chaos een mensenwereld heeft gemaakt, een wereld waar mensen samen konden leven. Om je te herinneren dat de aarde die we bewonen een geschenk is van het goede, God zag immers dat het goed was, schallen op de eerste dag van de zevende maand de hoorns weer eens extra. Die eerste dag van de zevende maand is een rustdag, een Sabbath. Dan wordt al het werk gestaakt, wat in een wereld waar altijd werd gewerkt iets heel bijzonders is. Een Sabbath is daarom  meer dan alleen een dag van niks doen. Het is ook een zorg voor het leven dat je is toevertrouwd, want niet alleen je personeel mag niet werken, zelfs de vreemdelingen niet, ook de dieren die voor je zorgen, de os die voor je ploegt en de ezel die je graan naar de markt brengt, mogen niet voor je werken. Die dieren kreeg je toen God van de chaos een mensenwereld maakte en op die nieuwjaarssabbath mag je dus God extra dankbaar zijn door te zorgen voor de rust van allen die aan je toevertrouwd zijn.

Jom Kippoer, Grote Verzoendag, is één van de meest belangwekkende en ontzagwekkende Joodse Feesten. We lezen er vandaag over en het feest wordt in elke Synagoge over de hele wereld gevierd. Het is in de eerste plaats een Sabbath, een dag waarop niet gewerkt wordt, niet door de gelovigen zelf, maar ook niet door het personeel, zelfs niet door de vreemdelingen, maar ook niet door de dieren die het land bewerken of voor het transport zorgen. Daarmee houdt het deze feestdag niet op, want het is ook een vastendag. Het is de dag waarop de bij ons bekende zondenbok vandaan komt. In het taalgebruik kennen we die nog wel. Als er iets vreselijks gebeurt zoeken we iemand op die de oorzaak is geweest van alle ellende die ons is overkomen. Sommige laffe angsthazen wijzen zelfs hele bevolkingsgroepen en aanhangers van een andere religie aan als zondenbokken. Maar oorspronkelijk was het een echte bok. Een priester legde zijn handen op de bok en laadde daarmee alle zonden van het volk op die bok en stuurde hem dan de woestijn in. Het volk kon dan opnieuw beginnen met de dienst aan de God van Israël. Grote Verzoendag is dan ook een dag van reiniging. Niet al het eten en drinken en genieten van aardse rijkdom maakt een feest tot een feest maar weer opnieuw mogen beginnen met het houden van je naaste als van jezelf. Voor Christenen is de Grote Verzoendag dan ook overgegaan op de doop. Elke keer als kinderen of volwassenen worden gedoopt worden de oude zonden met het water weggespoeld en mag iedereen opnieuw beginnen met de dienst aan de God van Israël, houden van je naaste als van jezelf. In de Paasnacht wordt dat door Christenenen extra gevierd. Maar ook vandaag mag dat dus weer.

Voor Christenen is het Loofhuttenfeest een onbekend feest. Dat is een beetje raar want in het gedeelte dat we vandaag lezen staat de opdracht het Loofhuttenfeest te vieren zelf twee keer. Toch is dit het enige feest dat niet overgenomen is door het Christendom. Er wordt wel vermoed dat het komt omdat het Christendom als eerste wortelde in een stedelijke samenleving. Het Loofhuttenfeest is een typisch oogstfeest. Als de oogst is binnengehaald dan is het tijd om feest te vieren. Nu gaat dit feest anders dan de meeste oogstfeesten. Die zijn gericht op de vruchtbaarheid en de dank voor die vruchtbaarheid. Het Loofhuttenfeest gaat om het delen. Elke dag moet je iets afstaan van de overvloed die de oogst je geboden heeft. Je woont weer in een tent, gemaakt van takken en bladeren, maar eigenlijk net als in de woestijn toen het volk bevrijdt was van de slavernij in Egypte. Zo maakt de oogst dat het volk bevrijd wordt van de dood. Daarom moet je ook bereid zijn om te delen omdat het delen ook anderen bevrijdt van de dood. Elke dag opnieuw, ook vandaag dus

 

Plaats een reactie