1 Samuël 20:35–21:1
35 De volgende morgen ging Jonatan de stad uit om David op de afgesproken plaats te ontmoeten; hij nam een jonge knecht mee. 36 ‘Zoek snel de pijlen op die ik afschiet,’ beval hij hem. Zodra de jongen wegrende, schoot Jonatan een pijl over hem heen. 37 Toen de jongen bij de plek kwam waar de pijl terecht was gekomen, riep Jonatan hem na: ‘Ligt de pijl niet verder weg?’ 38 En: ‘Schiet op, blijf daar niet zo staan!’ Jonatans knecht raapte de pijlen bij elkaar en bracht ze terug naar zijn meester. 39 Hij wist natuurlijk niet waar het om ging, maar Jonatan en David des te beter. 40 Jonatan gaf zijn wapens aan zijn knecht en droeg hem op ze naar de stad terug te brengen. 41 Zodra de jongen weg was, kwam David van achter de rotsblokken tevoorschijn, knielde neer en boog driemaal diep voorover. Ze kusten elkaar terwijl hun de tranen over de wangen liepen, tot Jonatan zich vermande 42 en zei: ‘Vaarwel. Onthoud wat wij tweeën elkaar bij de naam van de HEER gezworen hebben en dat wij en onze nakomelingen daar voor altijd aan gehouden zijn. De HEER is onze getuige.’ 1 Daarop ging David weg en Jonatan keerde terug naar de stad. (NBV21)
De relatie tussen David en Jonathan. de Bijbel draait er niet over heen. Deze twee mannen houden van elkaar. Ze hebben alles voor elkaar over. Als Koning Saul David wil doden neemt Jonathan zijn geliefde in bescherming. Jonathan neemt het niet langer en waarschuwt David op de eerder afgesproken manier. De twee geliefden moeten nu afscheid van elkaar nemen. Dat doen ze als niemand ze meer kan zien wordt er dan verteld. Jonathan gaat dan terug naar de stad. David gaat opnieuw naar een heiligdom.
Eerst was hij in Rama geweest bij Samuël, maar daar had Saul hem weten te vinden. Nu zoekt hij zijn heil in een ander heiligdom, dat in Nob bij de priester Achimelech. Geleerden nemen aan dat de familie van Eli verhuisd is nadat de Ark van het Verbond door de zonen van Eli in de strijd tegen de Filistijnen was ingebracht en door de Filistijnen was veroverd. Die priesterfamilie was dan in Nob terechtgekomen. We moeten bedenken dat een centraal heiligdom als de Tempel in Jeruzalem pas na David gebouwd zou worden en nog veel later een echt centraal heiligdom voor Israël zou worden.
Priesters en Levieten hadden geen eigen land in Israël. Zij moesten leven van het recht en de trouw van Israël aan het verbond. Daarom waren er Priestersteden. Hier werden ook de roosters opgesteld voor de diensten in het Heiligdom. De Tabernakel was kennelijk in Nob terecht gekomen. Onder de vorige Priester Eli had de Ark nog een rol gespeeld, maar sinds er een koning is raakte die uit beeld. David zal later de Tabernakel en vooral de Ark van het verbond weer centraal stellen. De relatie met Jonathan die hem het leven heeft gered maakt dat hij weer bij God onder ogen kan komen. Liefde overwint alles en Paulus zal ons voorhouden dat overal waar liefde is God ook aanwezig is. Dus ook bij de liefde tussen de twee mannen die de toekomst van Israël bepalen, in liefde voor elkaar.