Selecteer een pagina

Romeinen 4:13-25

13 Immers, niet door de wet ontvingen Abraham en zijn nageslacht de belofte dat ze de wereld zouden erven, maar door de rechtvaardigheid die het geloof schenkt. 14 Als men op grond van het naleven van de wet erfgenaam zou zijn, zou het geloof zijn betekenis hebben verloren en de belofte zijn ontkracht. 15 De wet leidt er namelijk toe dat God straft; zonder wet is er ook geen overtreding. 16 Maar de belofte berust op geloof, omdat ze een geschenk van God moest zijn. Want zo is ze van kracht voor heel het nageslacht, niet alleen voor hen die de wet hebben maar ook voor wie delen in het geloof van Abraham, die de vader is van ons allen. 17 Er staat immers geschreven: ‘Ik maak je de vader van vele volken.’ En hij is dit ten overstaan van God, die de doden levend maakt en in het leven roept wat niet bestaat. In Hem stelde hij zijn vertrouwen. 18 Zelfs toen alle hoop vervlogen was, bleef Abraham hopen en geloven dat hij de vader van vele volken zou worden, zoals hem was beloofd: ‘Zo talrijk zullen je nakomelingen zijn.’ 19 Hij was al ongeveer honderd jaar oud, maar zijn geloof verzwakte niet als hij dacht aan zijn uitgeleefde lichaam en aan Sara’s dode schoot. 20 Hij twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God. 21 Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat Hij had beloofd, 22 en dat geloof werd hem als rechtvaardigheid toegerekend. 23 De woorden ‘dat werd hem toegerekend’ zijn niet alleen voor hem opgeschreven, 24 maar ook voor ons, want ook wij zullen als rechtvaardigen worden aangenomen omdat we ons vertrouwen stellen in Hem die Jezus, onze Heer, uit de dood heeft opgewekt: 25 Hij die werd prijsgegeven om onze zonden en werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging. (NBV21)

De brief van Paulus aan de Romeinen bracht de Duitse monnik Maarten Luther er in 1517 toe zijn stellingen te formuleren en aan de slotkapel van Wittenberg te spijkeren om een academische discussie uit te lokken. Het was het begin van het Protestantisme en een kerkhervorming die tot op vandaag de dag bestaat. Maar waar ging die discussie over en is die ook vandaag nog relevant? Bron van de discussie was de passage uit de brief aan de Romeinen die we vandaag lezen. “Rechtvaardiging door het geloof alleen” heet het in oude termen. Alleen als we vasthouden aan de droom van de rechtvaardige wereld dan zullen we die wereld ook in bezit krijgen schrijft Paulus. Het is de droom van Martin Luther King die blanke en zwarte kinderen hand in hand ziet lopen in een vruchtbaar land waar iedereen bij mag horen en alle kinderen gelijke kansen hebben om zich te ontwikkelen.

Het is de droom waar Barack Obama op hamerde in zijn eerste race naar de presidentsverkiezingen in Amerika. Het was de droom waaraan Abraham vast hield toen hij de belofte had een vader van vele volkeren te worden. Die droom van Abraham begon met één zoon. In de dagen van Maarten Luther was er de zogenaamde Roomse Kerk die beweerde dat zij alleen de rechtvaardiging kon verschaffen. Niet het geloof, het vertrouwen, op het uitkomen van die droom maar de beslissing van de Kerk. Daarvoor kon zelfs de kerk worden omgekocht. Als je genoeg betaalde kreeg je zelfs meer rechtvaardiging. Die kerk had verzonnen dat er een vagevuur zou zijn waar elke zonde uitgebrand zou moeten worden. Hoe meer je betaalde hoe korter je in dat vagevuur zou hoeven te blijven. Maarten Luther ontdekte dat het allemaal leugen en bedrog was. Paulus had immers geschreven dat alleen het geloof tot rechtvaardiging leidt en dat alleen God die rechtvaardiging kon geven. Daar komt geen kerk aan te pas.

Juist als je gelooft in de komst van de rechtvaardige samenleving, waar honger en dorst zijn gestild, waar tranen zijn gedroogd, waar blinden zien en lammen lopen kun je niet wachten om er mee te beginnen. Dat je soms moe wordt van al die mensen die het goede in kwaad veranderen door het goede in eigen winst en profijt om te zetten wordt je vergeven als je blijft vasthouden aan die droom. Elk moment mag je er weer opnieuw mee beginnen, niet omdat rechtvaardiging van jezelf het doel zou kunnen of moeten zijn maar omdat je het niet kan hebben dat ergens op de wereld nog een mens lijdt onder onrechtvaardigheid. Omdat we het niet kunnen hebben dat we onze samenleving zo inrichten dat niet iedereen mee kan doen en mee in onze rijkdom kan delen. Daarom slaan we ook vandaag weer de hand aan de ploeg, daar is nog rechtvaardiging genoeg voor. En we nemen ons voor het ook het komende jaar vol te houden.