Selecteer een pagina

1 Koningen 8:12-21

12 Toen sprak Salomo: ‘HEER, U hebt gezegd dat U in een donkere wolk wilde wonen. 13 Welnu, ik heb voor U een vorstelijk huis gebouwd, dat voor altijd uw woning kan zijn.’ 14 Hierna keerde de koning zich om en zegende de gemeenschap van Israël. Toen iedereen was gaan staan, 15 zei hij: ‘Geprezen zij de HEER, de God van Israël, die het niet bij woorden heeft gelaten maar zijn belofte aan mijn vader David daadwerkelijk is nagekomen. Hij heeft gezegd: 16 “Nooit, vanaf de dag dat Ik mijn volk Israël uit Egypte heb weggeleid, heb Ik een van de steden van Israëls stammen uitgekozen om er een tempel te laten bouwen waar mijn naam zou wonen. Wel heb Ik David gekozen om mijn volk Israël te regeren.” 17 Toen mijn vader David het plan opvatte om een tempel te bouwen voor de naam van de HEER, de God van Israël, 18 zei de HEER tegen hem: “Je hebt er goed aan gedaan een huis te willen bouwen voor mijn naam. 19 Toch zul jij de tempel niet bouwen. Je zoon, die uit jou zal voortkomen, die zal voor mijn naam een huis bouwen.” 20 En de HEER heeft zijn woord gestand gedaan. Ik ben mijn vader David opgevolgd en zit nu op de troon van Israël, zoals de HEER heeft beloofd. En ik heb voor de naam van de HEER, de God van Israël, een tempel gebouwd 21 als verblijfplaats voor de ark, die het verbond bevat dat de HEER met onze voorouders sloot toen Hij hen uit Egypte wegleidde.’(NBV21)

De bouw van de schitterende Tempel in Jeruzalem is het hoogtepunt van een lang bevrijdingsverhaal. Aan Abraham was beloofd dat die de vader zou worden van vele volken. Zijn directe afstammelingen zouden wonen in de vruchtbare vlakten van Kanaän. Maar zijn directe afstammelingen werden tot slaafgemaakten. In Egypte nog wel, het land waar de dood werd aanbeden. Het leven zou volgens de Egyptenaren de voorbereiding zijn op de dood. De God van Abraham, Izaäk en Jacob had zijn volk iets anders voor gehouden. Het leven was er om samen te leven. Die God had uiteindelijk de slaafgemaakten bevrijd, tot volk gemaakt en met dat volk een verbond gesloten.

De God van Israël woont in een donkere wolk. Niemand kan dus aanwijzen waar die God is en hoe die God er uit ziet. Niemand kan macht over die God uitoefenen, die God gaat elk verstand te boven. Nu is een God in of als een donkere wolk niet zo vreemd. De oppergod van Babel, Mardoek, was de god van het onweer en de wolken met onweer zijn de meest donkere wolken die we kennen. De God van Israël had zich echter ook aan zijn mensen geopenbaard. Die hadden mogen zien wat het belangrijkste van die God was: barmhartig, rechtvaardig en genadig. Dat blijkt uit de bevrijding en de bouw van de Tempel, zo zegent Salomo het volk van die God voor de Tempel waar niet een beeld van die God staat maar de richtlijnen voor de menselijke samenleving werden bewaard.

Waar die Tempel staat is overigens maar een indirecte keuze van God. Het was David die Jeruzalem tot hoofdstad van Israël had gemaakt. Strategisch gelegen tussen het Noorden en het Zuiden. David had vrede gebracht over Israël. God had hem tot Koning gekozen en hij was de Koning naar Gods hart geworden. In die hoofdstad had David de Tent der Ontmoeting met die bijzondere Ark centraal gesteld. Maar een vast gebouw, een Tempel kon pas na David, als de vrede voor lange tijd verzekerd was. De Tabernakel had langs diverse steden en plaatsen gezworven. De Ark was zelfs gebruikt om overwinningen in een oorlog af te dwingen, tevergeefs. Nu was het huis van David het Koningshuis en de godsdienst van de God van Israël de centrale godsdienst. Voor gelovigen is niet het beeld van God centraal maar de richtlijnen voor de menselijke samenleving. Die richtlijnen zijn tot op vandaag het centrale in het geloof in de God van Israël.