Selecteer een pagina

1 Koningen 7:27-39

1 Koningen 7:40-51

40 Chiram maakte nog andere bekkens, scheppen en offerschalen, en daarmee was het werk dat koning Salomo hem voor de tempel van de HEER had opgedragen voltooid: 41 de twee zuilen met de twee bolvormige kapitelen erop, het vlechtwerk waarmee die kapitelen op de zuilen waren omhuld, 42 de vierhonderd granaatappels die in twee rijen aan het vlechtwerk om de bolvormige kapitelen op elk van de zuilen hingen, 43 de tien onderstellen en de tien spoelbekkens daarop, 44 de Zee, waarvan er maar één was, met de twaalf runderen eronder, 45 en de potten, scheppen en offerschalen. Al deze voorwerpen die Chiram in opdracht van koning Salomo voor de tempel van de HEER had gemaakt, waren van gepolijst brons. 46 De koning liet ze gieten in de Jordaanvlakte, tussen Sukkot en Saretan, waar volop vette klei te vinden was. 47 De hoeveelheid materiaal die in al deze voorwerpen was verwerkt, was zo groot dat koning Salomo ervan afzag ze te laten wegen: het gewicht aan brons was te groot om het te kunnen bepalen. 48 Ook voor het interieur van de tempel van de HEER liet Salomo allerlei voorwerpen maken: het met een laag goud bedekte altaar en de tafel voor het toonbrood, 49 de vergulde kandelaars die voor de achterste zaal stonden, vijf aan de linkerkant en vijf aan de rechterkant, met gouden bloemversieringen, gouden lampen en gouden snuiters, 50 de vergulde schotels, messen, offerschalen, kommen en vuurbakken. Ook het beslag van de deuren die toegang gaven tot de achterzaal van de tempel, het allerheiligste, was van goud, evenals het beslag van de deuren die toegang gaven tot de tempel zelf. 51 Toen al het werk dat koning Salomo aan de tempel van de HEER had laten verrichten voltooid was, liet hij de wijgeschenken van zijn vader David naar de tempel overbrengen. Hij borg het goud en zilver en de andere voorwerpen in de schatkamer van de tempel van de HEER. (NBV21)

Als die voorwerpen die Chiram voor de offerdienst in de voorhof van de Tempel had gemaakt schitterden aan je ogen. Alles was van brons. Gepolijst en dat betekent niet alleen gereinigd, je zag er elke smet op en moest dus voortdurend schoon gemaakt worden. Maar het weerspiegelde de zon ook maximaal. De windrichtingen die in het verhaal worden genoemd staan er niet voor niks. Bepaalde plaatsen ontvingen nu eenmaal meer zon dan andere. En voor de Grote Zee was het maar goed dat die op een schaduwrijke plaats was neergezet. De Priesters konden zich nu eenmaal niet in kokend water wassen en een bronzen wasbekken in de volle zon zetten zou het water tot grote hitte kunnen verwarmen.

Het maken van al die bronzen voorwerpen was een reusachtig werk. Voor de inrichting van de Tempel kwamen daar ook nog gouden en vergulde versieringen bij. Alles in de Tempel was van goud. Er was overigens zoveel brons gegoten dat het gewicht van alle brons in de Tempel niet meer te wegen was. Voor het gieten van al dat brons was een hele industrie ontstaan. In een gebied waar veel klei was. Er werden voor de voorwerpen mallen gemaakt van klei, daar werd het brons ingegoten en als het afgekoeld was werd de klei er om heen weggehakt. Het was geen wonder dat de bouw van de Tempel van Salomo wel zeven jaar duurde.

En toen de Tempel klaar was? Toen bleek er nog iets te ontbreken. De Tempelschat. Koning David had van de buit van alle veroveringen steeds een deel apart gezet voor de God van Israël. Wijgeschenken waren er zo verzameld. En ieder die een grote meevaller had zette een gedeelte opzij voor de God van Israël. Niet langer werden de wijgeschenken bewaard in een gedeelte van de Tent der Ontmoeting maar Salomo liet de vele gouden en zilveren, en andere voorwerpen naar de Tempel overbrengen. Wat wij er van leren? Sinds Jezus van Nazareth is ons lichaam de Tempel van God, daar wordt zijn Woord bewaard, de richtlijnen voor de menselijke samenleving. Die Tempel verdient een goede verzorging. Dat lichaam wordt immers ingezet voor de zorg voor de armsten onder ons, de weduwen, de wezen en de vreemdelingen. Daar mogen we elkaar dus ook op aanspreken.