Selecteer een pagina

Spreuken 12:13-28

13 Een kwaadaardig mens verstrikt zich in zijn eigen leugens, een rechtvaardige ontsnapt aan ieder gevaar. 14 Wie iets goeds zegt, voedt zich met zijn eigen woorden, van wat hij tot stand brengt, profiteert hij zelf. 15 Een dwaas denkt dat hij de juiste weg gaat, wie wijs is, luistert naar goede raad. 16  Een dwaas toont onmiddellijk zijn woede, wie verstandig is, zwijgt als hij beledigd wordt. 17 Wie de waarheid spreekt, dient het recht, een valse getuige verkondigt slechts leugens. 18 De woorden van een dwaas zijn dolkstoten, wat de wijze zegt, brengt genezing. 19 Een betrouwbaar woord houdt altijd stand, een leugen slechts voor korte tijd. 20 Wie kwaad smeden, zijn een en al bedrog, vreugde wacht wie vrede zoeken. 21 De rechtvaardige wordt niet door onheil getroffen, goddelozen worden bedolven onder ellende. 22 Bedriegers zijn de HEER een gruwel, wie waarachtig handelen, zijn hem welgevallig. 23 Een verstandig mens loopt niet met zijn kennis te koop, dwazen strooien met hun dwaasheid. 24 Een vlijtig mens verwerft gezag, luiheid leidt tot slavernij. 25 Kommer maakt een mens neerslachtig, een hartelijk woord beurt hem op. 26 De rechtvaardige is beter af dan ieder ander, de goddeloze volgt een dwaalspoor. 27  Een luie jager vangt nooit wild, een vlijtig mens verwerft een kostbaar vermogen. 28 De weg van de rechtvaardigheid leidt naar het leven, een geëffend pad is het, vrij van de dood. (NBV)

Vandaag opnieuw een gedeelte uit het boek Spreuken dat gaat over de tegenstelling tussen rechtvaardigen en goddelozen. Nu zijn goddelozen geen ongelovigen maar mensen die geloven zonder God. Zij geloven wel in God maar denken dan dat ze daardoor gered zijn, ze zijn eigenlijk alleen uit op hun redding. En dat soort gelovigen heten in de Bijbel goddelozen. Over communicatie gaat het vandaag in het gedeelte dat we uit het boek Spreuken lezen. Dat Spreukenboek lijkt wel vol te staan met spreekwoorden. Luiheid leidt tot slavernij. Kort krachtig en als waarschuwing soms zeer op z’n plaats. Maar is het ook een feit? In de dagen dat het boek Spreuken ontstond wel. Wie de door God gegeven akker verwaarloosde had geen oogst voor slechte tijden en moest zich uiteindelijk verkopen als slaaf. Wij hebben niet een samenleving die zo in elkaar zit.

Dat is het makke van spreekwoorden. Als de situatie of de tijden waarin ze zijn ontstaan is veranderd dan gelden die spreekwoorden niet meer. Bij ons leidt luiheid helemaal niet tot slavernij maar misschien wel eerder tot vrijheid, tot bevrijding van de slavernij. Vlijt leidt tot slavernij. Wie mensen voortdurend wil laten produceren en consumeren kan geen vrij ogenblik toestaan, laat staan een dag waarop iedereen tegelijk vrij is van consumeren en produceren. Dus weg met de vrije zondag dan kunnen we pas echt vlijtig zijn en vlijtig zijn was goed nietwaar? Luiheid leidt immers tot slavernij? Nee dus, vlijtig is niet goed, het goede is de zorg voor de ander, is luisteren naar de ander als die kwaad is, is samen met de ander bouwen aan de menselijke samenleving, de samenleving waar ijver nuttig is om te overleven maar vrijheid, vrij zijn van verslaving en slavernij voorop staat.

De spreekwoorden van het boek Spreuken vragen om nader doordacht te worden. Het zijn niet zozeer spreekwoorden maar doordenkertjes. En een verstandig mens loopt niet met zijn kennis te koop. Een verstandig mens herkent een neerslachtig mens en heeft een hartelijk woord tot zijn beschikking om de ander op te beuren. Het loopt dus weer uit op de tegenstelling tussen de rechtvaardige en de goddeloze. De rechtvaardige laat mensen tot hun recht komen, zorgt dat iedereen mee kan doen in de samenleving, voedt de hongerigen en kleedt de naakten, zorgt voor de weduwe en de wees. De goddeloze zorgt alleen voor zichzelf, jaagt eigen plezier en eigen vermogen na. En hoe zit het dan met die jager? Als je van de jacht afhankelijk bent voor je voedsel dan jaag je, maar je doodt niet al het wild. Het kostbaar vermogen van een natuur waarin te jagen is verwerf je door ijverig voor dat wild te zorgen. Ook die jager moet doordenken. En dat mogen we elke dag opnieuw, denken om de naaste, weten dat je van delen rijker wordt, ook vandaag mag dat weer.