Zijn kruis op zich nemen

Marcus 8:27–9:1 27 Jezus vertrok met zijn leerlingen naar de dorpen in de buurt van Caesarea Filippi. Onderweg vroeg hij aan zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ 28  Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, en anderen zeggen Elia, en weer anderen zeggen dat u een van de profeten bent.’ 29  Toen vroeg hij … Lees verder

Een God welgevallig offer

Romeinen 15:14-33 14 Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt en dat het u niet aan kennis ontbreekt, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen. 15  Ik heb u hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om u te herinneren aan wat … Lees verder

Verheug u, heidenen, samen met zijn volk

Romeinen 15:1-13 1 Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen. 2  Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. 3  Ook Christus zocht niet zijn eigen belang; integendeel, er staat geschreven: ‘De smaad van … Lees verder

Hij duldt geen andere goden naast zich.

Deuteronomium 4:21-31 21  Door uw schuld is de HEER kwaad op mij geworden. Hij zwoer dat ik de Jordaan niet zou oversteken en het goede land niet binnen zou gaan dat hij u als grondgebied zou geven. 22  Ik moet hier sterven, ik zal de Jordaan niet oversteken, maar u mag wel oversteken en het … Lees verder

Genoeg, zwijg hier verder over!

Deuteronomium 3:23–4:4 23  En ik heb de HEER gesmeekt: 24  ‘HEER, mijn God, u bent begonnen uw dienaar uw grootheid en kracht te tonen. Welke god in de hemel of op aarde kan uw daden en uw macht evenaren? 25  Sta mij toch toe over te steken en dat goede land aan de overkant van … Lees verder

Wij hebben dat land in bezit genomen

Deuteronomium 3:12-22 12 Wij hebben dat land in bezit genomen, en ik heb het gebied met alle steden vanaf Aroër op de rand van het Arnondal tot halverwege het bergland van Gilead toegewezen aan de stammen Ruben en Gad. 13  De rest van Gilead en heel Basan, het rijk van Og, het hele gebied van … Lees verder

Hoge muren en poorten met grendels

Deuteronomium 3:1-11 1 Daarna zijn we verder getrokken, in de richting van Basan. Maar koning Og van Basan trok tegen ons ten strijde. Hij rukte met zijn voltallige leger op naar Edreï. 2  Toen zei de HEER tegen mij: ‘Je hoeft niet bang voor hem te zijn, want ik lever hem aan je uit, met … Lees verder

Een vredelievende boodschap

Deuteronomium 2:26-37 26  Ik stuurde toen vanuit de woestijn van Kedemot gezanten naar koning Sichon van Chesbon met een vredelievende boodschap. Ik vroeg hem: 27  ‘Sta mij toe door uw land te trekken. Ik verzeker u dat ik de hoofdweg zal volgen en er niet van zal afwijken, naar links noch naar rechts.  28  Verkoop … Lees verder

Moge hij hulp zenden

Psalm 20 1 Voor de koorleider. Een psalm van David. 2 Moge de HEER u antwoorden in dagen van nood en de naam van Jakobs God u beschermen, 3 moge hij hulp zenden uit zijn heiligdom, uit Sion u bijstaan. 4 Moge hij al uw gaven gedenken, uw brandoffers welwillend aanvaarden, sela 5 moge hij … Lees verder

Bid ook voor mij

Efeziërs 6:18-24 18  Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. 19  Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie 20  waarvan ik gezant … Lees verder

Onze strijd is niet gericht tegen mensen

Efeziërs 6:10-17 10 Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. 11  Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. 12  Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, … Lees verder